Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:4308

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-08-2014
Datum publicatie
27-01-2015
Zaaknummer
200.080.064/01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSGR:2012:5720
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSGR:2012:5721
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gestelde hypotheekfraude in Rotterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.080.064/01

Rolnummer rechtbank : 328312 / HA ZA 09-183

arrest van 26 augustus 2014

inzake

1 AMSTELHUYS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,

2. ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,
gevestigd te Amersfoort,

3. ACHMEA HYPOTHEEKBANK N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,

appellanten in het principaal hoger beroep,
verweersters in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: Amstelhuys, ABN AMRO en Achmea, tezamen: de banken,

advocaat: mr. P. van der Mersch te Rotterdam,

tegen

1 [geïntimeerde 1],
wonende te Rijswijk,

2. [geïntimeerde 2],
gevestigd te Rijswijk,

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2], tezamen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. F.E. Boonstra te Noordwijk,

en

3 FIDUCIA BEHEER B.V.,
gevestigd te Rijswijk,

geïntimeerde,

niet verschenen,

hierna te noemen: Fiducia.

1 De verdere loop van het geding

Bij tussenarrest van 20 november 2012 is een deskundigenbericht gelast. De banken hebben hun deel van het voorschot met betrekking tot de kosten van de deskundigen overgemaakt. [geïntimeerden] hebben dat niet gedaan. Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor arrest.

2 De nadere beoordeling van het hoger beroep

2.1

In het tussenarrest is onder meer overwogen:

2.6

De deskundigen hebben voor het hun toekomende voorschot een bedrag van afgerond € 32.000,- genoemd voor deze en de daarmee samenhangende zaak met nummer 200.076.808/01 tezamen. Anders dan [geïntimeerden] acht het hof dat bedrag niet buitenproportioneel. Wel zal het totale bedrag worden verlaagd tot € 30.000, nu een van de panden in de andere zaak alsnog buiten het onderzoek is komen te vallen. Voor deze zaak zal het voorschot worden bepaald op € 17.143, waarvan partijen, conform hetgeen in het tussenarrest is overwogen, ieder de helft (€ 8.571,50) hebben te betalen.

2.2

Het hof heeft in verband met de omstandigheden van het geding (artikel 195 Rv) reden gezien om het voorschot mede ten laste van [geïntimeerden] te brengen. Daarbij is in het bijzonder in aanmerking genomen dat er, mede gezien het bestreden vonnis, gerede twijfel over bestaat dat de door [geïntimeerde 1] verrichte taxaties zijn uitgevoerd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur mocht worden verwacht, en het ook anderszins redelijk voorkomt is dat [geïntimeerden], als appellerende partijen die er belang bij hebben dat hun op de taxaties betrekking hebbende stellingen door deskundigen worden onderzocht, de last van het voorschot mede dragen. [geïntimeerden] hebben wel geschreven dat het voorschot voor hen moeilijk op korte termijn is op te brengen, maar niet - en zeker niet deugdelijk onderbouwd - dat zij daartoe niet in staat zijn. Bovendien is [geïntimeerden] op grond van hun desbetreffende verzoeken voldoende geruime tijd geboden om het voorschot te betalen, alvorens de zaak naar de rol werd verwezen.

2.3

Aangezien door toedoen van [geïntimeerden] het in het tussenarrest gelaste onderzoek door deskundigen niet plaats heeft kunnen vinden, is niet kunnen blijken dat hetgeen [geïntimeerden] ter onderbouwing van hun desbetreffende grieven hebben aangevoerd (zie het tussenarrest van 21 februari 2012 sub 2.9) gegrond is.

De desbetreffende grieven van [geïntimeerden] falen om die reden.

Op grond van hetgeen hierna in het principaal hoger beroep wordt overwogen faalt ook de subsidiaire grief van [geïntimeerden]

2.4

In het principaal hoger beroep is in het tussenarrest van 21 februari 2012 onder meer overwogen:

2.17

Indien komt vast te staan dat de taxaties van [geïntimeerde 1] in de hiervoor nader aangegeven zin onjuist en te hoog waren, zouden de banken - zo is voldoende aannemelijk - de leningen niet hebben verstrekt, en zouden de specifieke nadelen voor de banken die aan de onderhavige hypotheekfraude verbonden zijn, zich niet hebben gerealiseerd.

2.18

De omstandigheid dat bij reguliere hypotheken het incidenteel voorkomt dat de banken schade ondervinden van de omstandigheid dat het in leen verstrekte bedrag hoger is dan de executiewaarde van de met hypotheek belaste woning, vormt geen reden om in deze zaak eigen schuld van de banken aan te kunnen nemen. De schadeberekening - waar dit algemene doch kleine risico een rol zou kunnen spelen - staat los van de eigen schuld in hoger beroep niet ter discussie.

2.19

In zoverre slagen de grieven van de banken, doch de betekenis daarvan is afhankelijk van hetgeen over de deugdelijkheid van de taxaties door [geïntimeerde 1] zal worden beslist.

2.5

Nu het er voor moet worden gehouden dat de taxaties die [geïntimeerde 1] heeft verricht ondeugdelijk zijn, slagen de grieven van de banken, en dienen hun vorderingen, zoals die na vermindering van eis zijn komen te luiden, te worden toegewezen.

2.6

[geïntimeerden] en Fiducia zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de kosten van het principaal hoger beroep worden veroordeeld. Hetzelfde geldt voor [geïntimeerden] in het incidenteel hoger beroep.

Vanwege de samenhang met de zaak 200.076.808/01 zal het salaris van de advocaat van de banken wat betreft het pleidooi worden gemitigeerd.

Het door de banken betaalde voorschot voor de deskundigen zal worden gerestitueerd.

3 Beslissing

Het hof:

in het principaal en het incidenteel hoger beroep:

vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in de hoofdzaak in conventie onder 6.1, 6.2 en 6.3 gewezen;

in zoverre opnieuw recht doende:

6.1

veroordeelt [geïntimeerden] en Fiducia hoofdelijk om aan Amstelhuys te voldoen: :

  • -

    i) inzake de taxatie van de [adres 1]een bedrag van € 14.878,73 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 94.936,08 met ingang van 4 juli 2006 tot 25 augustus 2011 ad € 25.154,54, alsmede de wettelijke rente over € 14.878,73 met ingang van 25 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    ii) een bedrag van € 2.500,- aan interne behandelkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 december 2008 (de dag van de inleidende dagvaarding) tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2

veroordeelt [geïntimeerden] en Fiducia hoofdelijk om aan ABN AMRO te voldoen:

  • -

    i) inzake de taxatie van de [adres 2]een bedrag van € 48.675,48 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 mei 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    ii) inzake de taxatie van de [adres 3] een bedrag van € 58.044,04 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 april 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    iii) een bedrag van € 2.500,- aan interne behandelkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 december 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

6.3

veroordeelt [geïntimeerden] en Fiducia hoofdelijk om aan Achmea te voldoen :

  • -

    i) inzake de taxatie van de [adres 4] een bedrag van € 65.239,75 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    ii) een bedrag van € 2.500,- aan interne behandelkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 december 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;

veroordeelt [geïntimeerden] en Fiducia hoofdelijk in de kosten van het principaal hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van de banken worden bepaald op € 87,93 (kosten dagvaarding) en € 4.713,- (griffierecht) aan verschotten en € 5.264,- (tarief V, 2 punten) aan salaris voor de advocaat;

veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van het incidenteel hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van de banken worden bepaald op nihil aan verschotten en € 1.158,- (tarief III, 2 punten ad 50%) aan salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordelingen betreft.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.J van Sandick, A.A. Rijperman en J.H.W. de Planque,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2014 in aanwezigheid van de griffier.