Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:4265

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
14-11-2014
Datum publicatie
14-01-2015
Zaaknummer
22-000351-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op bewezen verklaarde wijze tweemaal schuldig gemaakt aan winkeldiefstal.

Het hof veroordeelt de tot een geldboete van € 400,- (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis. Verder stelt het hof bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000351-14

Parketnummers: 09-168040-13 en 09-231064-13

Datum uitspraak: 14 november 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 januari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op

[geboortejaar] 1951,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

31 oktober 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-168040-13 en het in de zaak met parketnummer 09-231064-13 ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarden zoals weergegeven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-168040-13:
zij op of omstreeks 16 september 2013 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vier, althans een (aantal), tube(s) tandpasta, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, vestiging Apeldoornselaan 266, in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte.

Zaak met parketnummer 09-231064-13:

zij op of omstreeks 18 augustus 2013 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meerdere t-shirt(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Peek & Cloppenburg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-168040-13 en in de zaak met parketnummer 09-231064-13 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 09-168040-13:

zij op of omstreeks 16 september 2013 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vier, althans een (aantal), tube(s) tandpasta, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, vestiging Apeldoornselaan 266, in elk geval aan een ander of anderen dan aan haar, verdachte.

Ten aanzien van parketnummer 09-231064-13:

zij op of omstreeks 18 augustus 2013 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meerdere t-shirt

T-shirt(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Peek & Cloppenburg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-168040-13 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 09-231064-13 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman van de verdachte heeft zich – overeenkomstig zijn overgelegde pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu haar een beroep op psychische overmacht toekomt. Hiertoe heeft de raadsman van de verdachte aangevoerd dat de verdachte de diefstallen heeft gepleegd, omdat zij gechanteerd werd door ‘Joyce’. Verdachte schaamt zich voor haar verleden en is bang dat bekendheid met haar verleden haar dochter en kleindochter uit haar leven zal drijven, of dat hen iets wordt aangedaan.

Het hof overweegt dat een beroep op psychische overmacht slechts kan slagen indien sprake is van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon bieden en ook niet behoefde te bieden.

Het hof gaat er op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep van uit dat er een vorm van druk is uitgeoefend op de verdachte die van invloed is geweest op haar handelen. Door of namens de verdachte zijn evenwel geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat zij aan die druk redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Naar het oordeel van het hof mocht van de verdachte verwacht worden dat zij naar mogelijkheden had gezocht om op andere wijze aan die druk te ontkomen dan door het plegen van strafbare feiten. Zo had zij hulp kunnen inroepen om haar te helpen weerbaarder te worden tegen de uitgeoefende druk, hulp kunnen inroepen om haar kinderen in vertrouwen te nemen zonder dat dat zou leiden tot een relatiebreuk, of zelfs bij de politie melding kunnen maken van de chantage teneinde deze te doen stoppen. Niet gebleken is dat het plegen van strafbare feiten de enige of de aangewezen mogelijkheid was om aan de druk te ontkomen. Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die een geslaagd beroep op psychische overmacht zouden rechtvaardigen, verwerpt het hof het beroep.

Aangezien er ook anderszins geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, is de verdachte strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-168040-13 en het in de zaak met parketnummer 09-231064-13 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarden zoals opgelegd in eerste aanleg.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op bewezen verklaarde wijze tweemaal schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dit betreft een ergerlijk feit dat naast financiële schade voor de betreffende winkelier ook overlast met zich meebrengt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 oktober 2014, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft haar er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof heeft voorts kennis genomen van het reclasseringsadvies van 6 januari 2014 betreffende verdachte. De reclassering adviseert hierin een verplicht reclasseringscontact bestaande uit een meldplicht en een deelname aan de gedragsinterventie GI-RN SOLO.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte, onder de bijzondere voorwaarden als hierna vermeld, een passende en geboden reactie vormt.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-168040-13 en in de zaak met parketnummer 09-231064-13 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-168040-13 en in de zaak met parketnummer 09-231064-13 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,- (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende 1 jaar te melden bij Reclassering Nederland, met de frequentie en duur die de reclassering noodzakelijk acht.

- dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan de gedragsinterventie GI-RN SOLO, aangeboden door Reclassering Nederland, of een soortgelijke instelling waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan de veroordeelde zullen worden gegeven.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma, mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. N. Zandbergen, in bijzijn van de griffier mr. L.A.M. Karels.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 november 2014.

Mr. N. Zandbergen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.