Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:3880

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
01-12-2014
Datum publicatie
01-12-2014
Zaaknummer
22-000485-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte tot een tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede tot gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 132 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en de bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van de Reclassering en dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van De Waag.

De verdachte, die ten tijde van het ten laste gelegde leerkracht was op een basisschool, heeft gedurende de bewezenverklaarde periode meermalen ontuchtige handelingen met een oud-leerling in de leeftijd van 13 jaar gepleegd en zich daarnaast schuldig gemaakt aan grooming. Ook heeft hij getracht haar te bewegen ontuchtige handelingen te plegen. Hierbij heeft hij misbruik gemaakt van de tussen hem en het slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie en zijn psychische overwicht als oud-leraar. Het slachtoffer verkeerde op dat moment in een kwetsbare positie en hunkerde naar een vaderfiguur. De verdachte heeft zich onvoldoende rekenschap gegeven van het feit dat het een jong meisje betrof, alsmede van haar kwetsbare, afhankelijke positie en heeft haar fysieke en psychische welzijn ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000485-14

Parketnummer: 09-807307-13

Datum uitspraak: 1 december 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 januari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

17 november 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft het onder 5 primair ten laste gelegde en is de dagvaarding partieel nietig verklaard voor wat betreft het onder 5 subsidiair ten laste gelegde. Voorts is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 3 en 4 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarden en met beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is blijkens de akte instellen rechtsmiddel niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen ter zake van het onder 2 en 5 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest en/of te Noordwijk, althans in Nederland, met [slachtoffer] geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, één of meerdere ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans éénmaal, betasten van en/of wrijven over de borst(en) en/of bil(len) en/of vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer], zulks terwijl die [slachtoffer] aan zijn, verdachtes zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

3.


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest en/of Noordwijk, althans in Nederland ter uit voering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om meermalen, door giften of beloften van geld of goed en/of misbruik van feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1999, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen (waaronder onder andere het tonen van de borst(en) en/of het tonen en/of spreiden van de billen en/of het wrijven over de borst(en) en/of het zichzelf vingeren en/of het likken aan/pijpen van een lolly en/of een banaan en/of flesje) of zodanige handelingen van hem, verdachte, te dulden, opzettelijk

- tijdens (een) (seksueel geladen en/of prikkelend(e)) chatgesprek(ken) - misbruik gemaakt van zijn overwicht (voortvloeiend uit zijn leeftijdsverschil met en/of het feit dat zij leerling is en/of hij, verdachte leraar is) en/of die [slachtoffer] veelvuldig aangespoord en/of bij die [slachtoffer] aangedrongen om

-terwijl die [slachtoffer] door middel van een webcam voor verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar was- (onder andere) haar borsten te tonen en/of zichzelf te vingeren en/of haar billen te tonen en /of haar billen te spreiden en/of een lolly en/of een flesje en/of een banaan te likken en/of te pijpen,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


4.


hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest en/of Noordwijk, althans in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten MSN en/of SMS en/of GSM en/of IPOD en/of PC) met een persoon van wie hij, verdachte, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1999, één of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap) met die [slachtoffer] te plegen terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats ( zijn woning aan de [adres] en/of de (basis)school [naam school] aan de [adres]) van die ontmoeting;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest en/of Noordwijk, althans in Nederland ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten MSN en/of SMS en/of GSM en/of IPOD en/of PC) met een persoon van wie hij, verdachte, weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1999, één of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap) met die [slachtoffer] te plegen terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (zijn woning aan [adres] en/of de (basis)school [naam school] aan de [adres]) van die ontmoeting, zijnde dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest met [slachtoffer] geboren op [geboortedag] 1999, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen betasten van de borsten en/of billen van die [slachtoffer].


3.


hij in de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest en/of Noordwijk, ter uit voering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om meermalen, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1999, waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen (waaronder onder andere het tonen van de borsten en/of het tonen en/of spreiden van de billen en/of het wrijven over de borsten en/of het zichzelf vingeren opzettelijk

- tijdens (seksueel geladen en/of prikkelende) chatgesprekken) - misbruik makend van zijn overwicht (voortvloeiend uit het leeftijdsverschil die [slachtoffer] veelvuldig heeft aangespoord en bij die [slachtoffer] heeft aangedrongen om

-terwijl die [slachtoffer] door middel van een webcam voor verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar was- haar borsten te tonen en zichzelf te vingeren en/of haar billen te tonen en/of haar billen te spreiden terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.


hij in de periode van 20 juli 2012 tot en met 24 december 2012 te Oegstgeest en/of Noordwijk met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten MSN ) met een persoon van wie hij, verdachte, weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1999, ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer] te plegen terwijl hij (daarbij) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoetingen, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer] concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd en/of plaats (zijn woning aan de [adres] en/of de (basis)school [naam school] [adres]) van die ontmoetingen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

poging tot door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

Het onder 4 primair bewezen verklaarde levert op:

met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 3 en 4 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, onder de bijzondere voorwaarden van -kort gezegd- reclasseringstoezicht en behandeling bij De Waag.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte, die ten tijde van het ten laste gelegde leerkracht was op een basisschool, heeft gedurende de bewezenverklaarde periode meermalen ontuchtige handelingen met een oud-leerling in de leeftijd van 13 jaar gepleegd en zich daarnaast schuldig gemaakt aan grooming. Ook heeft hij getracht haar te bewegen ontuchtige handelingen te plegen. Hierbij heeft hij misbruik gemaakt van de tussen hem en het slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie en zijn psychische overwicht als oud-leraar. Het slachtoffer verkeerde op dat moment in een kwetsbare positie en hunkerde naar een vaderfiguur. De verdachte heeft zich onvoldoende rekenschap gegeven van het feit dat het een jong meisje betrof, alsmede van haar kwetsbare, afhankelijke positie en heeft haar fysieke en psychische welzijn ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften.

Het hof heeft acht geslagen op de conclusies in het Pro Justitia Rapport, opgesteld en ondertekend door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog, d.d. 13 augustus 2013, inhoudende –voor zover thans van belang- dat bij verdachte geen ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens is vastgesteld en dat hij volledig toerekeningsvatbaar dient worden geacht. Daarnaast wordt de kans op recidive laag ingeschat. Niettemin is een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek, gerelateerd aan een verplicht reclasseringscontact met meldplicht volgens de psycholoog geïndiceerd, hetgeen in het reclasseringsadvies d.d. 19 december 2013 eveneens wordt geadviseerd door de reclasseringsmedewerker.

Nu deze conclusies worden gedragen door de bevindingen die beschreven zijn in de rapportage en ook door hetgeen overigens uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, neemt het hof deze conclusies over en heeft het deze omstandigheden in de strafmaat betrokken.

Het hof heeft er acht op geslagen dat de verdachte, blijkens een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 november 2014 niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Daarnaast houdt het hof bij de bepaling van de op te leggen straf in matigende zin rekening met het gegeven dat het bewezen verklaarde een grote wissel op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en op die van zijn gezin heeft getrokken. Zo heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zijn dienstbetrekking is kwijtgeraakt en dat ook zijn partner en kinderen herhaaldelijk met de consequenties van zijn handelen worden geconfronteerd.

Het hof neemt bovendien ten gunste van de verdachte in aanmerking dat hij er ter terechtzitting in hoger beroep blijk van heeft gegeven het verwijtbare van zijn handelen in te zien en dat hij – op eigen initiatief – actief en serieus tracht zijn leven een wending ten goede te geven.

De verdachte heeft aangegeven dat hij er na de nodige inspanningen in is geslaagd een andere dienstbetrekking, buiten het onderwijs, te vinden en dat hij zich onder behandeling van De Waag heeft gesteld, welke behandeling hij graag continueert.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Het hof komt het daarnaast geraden voor om, gelet op de adviezen in de voornoemde rapportages en overeenkomstig de wens van de verdachte en de vordering van de advocaat-generaal, aan de voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf de na te noemen bijzondere voorwaarden te verbinden.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 3 en 4 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van

€ 1.610,00, te weten € 1.500,00 ter zake van immateriële schade en € 110,00 ter zake van materiële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1, 3 en 4 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Het hof is –anders dan de rechtbank- van oordeel dat

de vordering dient te worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over het gehele bedrag en vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, nu op dit punt door de verdediging geen verweer is gevoerd.

Het hof acht voorts aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1, 3 en 4 primair bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het vorenstaande brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 1.610,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer].

Beslag

Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van het onder hem in beslaggenomen voorwerp, te weten een computer, zoals genoemd onder 1 van de aan dit arrest gehechte beslaglijst.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 247, 248a en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3 en 4 primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 132 (honderdtweeëndertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van de Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven.

Geeft deze instelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd onder behandeling zal stellen van een De Waag op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling vast te stellen, teneinde zich te laten behandelen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1, 3, 4 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 1.610,00 (duizend zeshonderdtien euro) bestaande uit

€ 110,00 (honderdtien euro) materiële schade en

€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 1.610,00 (duizend zeshonderdtien euro) bestaande uit € 110,00 (honderdtien euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 25 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het onder hem in beslaggenomen voorwerp, zoals genoemd onder 1 op de aan dit arrest gehechte beslaglijst, te weten een computer.

Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk,

mr R.C. Schlingemann en mr. R.F. de Knoop, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 december 2014.