Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:3837

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21-10-2014
Datum publicatie
28-11-2014
Zaaknummer
22-003289-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een vorm van mensensmokkel door een schijnhuwelijk aan te gaan.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-003289-13

Parketnummer: 10-963061-12

Datum uitspraak: 21 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1979,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

7 oktober 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 februari 2009 tot en met 13 juni 2009 te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, en/of in het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten een man genaamd [betrokkene] (geboren op [geboortejaar] 1980 te Nigeria) (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in het Verenigd Koninkrijk, in elk geval in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, hebbende/zijnde verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

- contact gehad en/of onderhouden met andere(n) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk verblijvende organisatoren en/of voornoemde - onrechtmatig in het Verenigd Koninkrijk wonende/verblijvende - [betrokkene] en/of - in het Verenigd Koninkrijk een National Insurance Number aangevraagd en (op 13 februari 2009) verkregen onder verstrekking van een adres in het Verenigd Koninkrijk (als zijnde verdachtes woonadres) en/of van het gegeven dat verdachte alleenstaand was, terwijl verdachte in Nederland in de gemeentelijke basis administratie staat ingeschreven en/of woonachtig was en/of

- met die [betrokkene] een schijnhuwelijk aangegaan en/of

- een, op basis van voormeld schijnhuwelijk, door/namens [betrokkene] (op 13 juni 2009) ingediende aanvraag voor een EER-verblijfsvergunning ondersteund met verdachtes Nederlandse identiteitskaart en/of

- op andermans kosten althans zonder daarvoor zelf te betalen (een) (retour)vlucht(en) naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt in het kader van (de voorbereiding van) voornoemd schijnhuwelijk en/of van (een) (andere) handeling(en) ten behoeve van het verschaffen van verblijf van die [betrokkene] en/of

- ( middels Western Union) van [betrokkene] geld ontvangen

- teneinde die [betrokkene] legaal verblijf in het Verenigd Koninkrijk te verschaffen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich niet geheel verenigt met de bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 februari 2009 tot en met 13 juni 2009 te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, en/of in het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten een man genaamd [betrokkene] (geboren op [geboortejaar] 1980 te Nigeria) (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in het Verenigd Koninkrijk, in elk geval in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, hebbende/zijnde verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

- contact gehad en/of onderhouden met andere(n) in Nederland en het Verenigd Koninkrijk verblijvende organisatoren en/of voornoemde - onrechtmatig in het Verenigd Koninkrijk wonende/verblijvende - [betrokkene] en/ofin het Verenigd Koninkrijk een National Insurance Number aangevraagd en (op 13 februari 2009) verkregen onder verstrekking van een adres in het Verenigd Koninkrijk (als zijnde verdachtes woonadres) en/of van het gegeven dat verdachte alleenstaand was, terwijl verdachte in Nederland in de gemeentelijke basis administratie staat ingeschreven en/of woonachtig was en/of

- met die [betrokkene] een schijnhuwelijk aangegaan en/of

- een, op basis van voormeldeen schijnhuwelijk, door/namens [betrokkene] (op 13 juni 2009) ingediende aanvraag voor een EER-verblijfsvergunning ondersteund met verdachtes Nederlandse identiteitskaart en/of

- op andermans kosten althans zonder daarvoor zelf te betalen (een) (retour)vlucht(en) naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt in het kader van (de voorbereiding van) voornoemd schijnhuwelijk en/of van (een) (andere) handeling(en) ten behoeve van het verschaffen van verblijf van die [betrokkene] en/of

- (middels Western Union) van [betrokkene] geld ontvangen

- teneinde die [betrokkene] legaal verblijf in het Verenigd Koninkrijk te verschaffen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat zij onschuldig is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte haar identiteitsbewijs had verloren en als vermist had opgegeven alvorens de ten laste gelegde handelingen zijn verricht. De ten laste gelegde handelingen zijn kennelijk door een ander dan de verdachte verricht, aldus de raadsman.


Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof stelt op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep het volgende vast.

Blijkens de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie (blz 181 politieproces-verbaal) had verdachte in de relevante periode zowel de beschikking over een Nederlands reisdocument (paspoort, nummer [nr.]) als een Nederlandse identiteitskaart (nummer [nr.]).

In de bewezenverklaarde periode heeft de verdachte via Western Union meermalen vanuit Groot-Brittannië geldbedragen ontvangen van [betrokkene]. Deze [betrokkene], Nigeriaans onderdaan, heeft op 13 juni 2009 in het Verenigd Koninkrijk een aanvraag voor een EER-vergunning ingediend op basis van zijn huwelijk met de verdachte. Ter ondersteuning van die aanvraag is volgens de lokale autoriteiten door de verdachte als bewijs van haar nationaliteit en identiteit haar Nederlandse identiteitskaart met nummer [nr.] overgelegd. De verdachte heeft ook in de periode na de aanvraag voor een EER-verblijfsvergunning nog geldbedragen van die [betrokkene] ontvangen en geïnd. Bij de inning van die bedragen heeft de verdachte zich gelegitimeerd met haar Nederlandse paspoort, dat zij ook bij zich droeg ten tijde van haar aanhouding.

Gelet op deze feiten, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof het niet aannemelijk dat een ander dan de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de bewezenverklaarde handelingen. De enkele omstandigheid dat de verdachte op een eerder moment, 29 september 2008, aangifte van vermissing had gedaan van die Nederlandse identiteitskaart met nummer [nr.] doet daaraan niets af.

Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een vorm van mensensmokkel. Door aldus te handelen heeft de verdachte het overheidsbeleid dat wordt gevoerd in de landen die behoren tot de Europese Economische Ruimte, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, doorkruist. Het belang van strafbaarstelling van hulp bij illegaal verblijf is daarin gelegen, dat op het grondgebied van een staat alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 september 2014, waaruit blijkt dat zij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf zoals is opgelegd in eerste aanleg een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 197a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. TH.W.H.E. Schmitz, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. W.J. van Boven, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 oktober 2014.