Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:3828

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
14-02-2014
Datum publicatie
27-11-2014
Zaaknummer
2200462412
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Inzet lokfiets.

Beroep op bewijsuitsluiting verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-004624-13

Parketnummer: 09-819903-13

Datum uitspraak: 14 februari 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 oktober 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [dag] 1974,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

31 januari 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met de bijzondere voorwaarden als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 oktober 2013 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Haaglanden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Gevoerd verweer

Bij pleidooi heeft de raadsman overeenkomstig zijn pleitnota vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit wegens het ontbreken van enig bewijsmateriaal. Hij heeft hiertoe –zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de verdachte door de politie is uitgelokt tot het meenemen van de fiets. Zo stond de fiets niet op slot, hing er een feloranje sleutelhanger aan, betrof het een nieuwe ‘mooie’ fiets met een nieuwwaarde van € 829,00, was er zowel in het voor- als in het achterwiel een felrode spaak gemonteerd en stond de fiets –uitgaande van de plaats waar de politie de fiets heeft achtergelaten- een wiellengte achter de andere fietsen. Hierdoor is door de politie de mogelijkheid gecreëerd om op een gemakkelijke wijze een duurdere fiets weg te nemen waardoor verdachtes rechten zijn geschonden. De raadsman verzoekt dan ook uitsluiting van het verkregen bewijs.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Naar aanleiding van het grote aantal fietsendiefstallen in de gemeente Leidschendam-Voorburg is er op 18 oktober 2013 omstreeks 12.45 uur een zogenaamde lokfiets geplaatst op de openbare weg bij het randstadrail station Voorburg het Loo te Voorburg (zie dossierpagina 2). Blijkens het proces-verbaal aangifte d.d. 19 oktober 2013 was de dagwaarde van deze lokfiets € 300,00 (exclusief track- en tracesysteem) en was de fiets niet afgesloten (zie dossierpagina’s 5 en 6). In het dossier bevindt zich een foto van de lokfiets (zie dossierpagina 25) en een foto van hoe de politie de lokfiets heeft achtergelaten op voornoemde locatie (zie dossierpagina 27). Het hof neemt waar op deze foto dat de fiets enigszins slordig in het rek stond en een wiellengte uitstak. Het totaalbeeld van de stalling is naar het oordeel van het hof niet afwijkend van wat gewoonlijk in openbare, niet bewaakte stallingen te zien valt.

Uitgaande van de situatie waar en hoe de lokfiets door de politie is achtergelaten, de dagwaarde van deze fiets en de kenmerken: twee rode spaken tussen gewone spaken en oranje sleutelhanger, is het hof van oordeel dat de verdachte door het plaatsen van deze fiets niet door de politie is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds was gericht, ook wanneer daarbij in aanmerking wordt genomen dat de fiets niet afgesloten was. Het hof verwerpt dan ook het verweer. Wanneer, zoals door de verdachte geschetst, de fiets niet meer tussen andere fietsen stond maar in nabij gelegen bosjes lag, leidt dat niet tot een ander oordeel aangezien die verplaatsing niet aan de politie toerekenbaar is.

Subsidiair heeft de raadsman vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit omdat de verdachte de fiets niet heeft willen stelen, maar deze naar het politiebureau heeft willen brengen. Nu de verdachte zijn burgerplicht deed kan er geen sprake zijn van een wederechtelijke toe-eigening van de fiets, aldus de raadsman.

Blijkens het proces-verbaal aanhouding (zie dossierpagina 7 e.v.) zagen de verbalisanten - die zich voor het verkeerslicht in een opvallende surveillancevoertuig bevonden - de verdachte hun richting op komen fietsen. De verdachte moet hen gezien hebben omdat de verbalisanten met hun voertuig vooraan in de rij stonden voor het verkeerslicht. Zij zagen dat de verdachte geen enkele intentie had om hen aan te spreken omdat hij linksaf sloeg.

Bij verdachtes verhoor door de politie heeft hij op de vraag van de verbalisanten waarom hij de verbalisanten - die in een opvallende politieauto naast hem stonden en die hij heeft aangekeken - niet heeft aangesproken verklaard dat hij toen teveel aan zijn hoofd had (zie dossierpagina 18).

Het hof is van oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard nu, gelet op het vorenstaande, niet aannemelijk is geworden dat de verdachte de intentie had om als een goed burger betaamt de fiets naar het politiebureau te brengen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 19 oktober 2013 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Haaglanden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een fiets. Diefstal is een feit dat naast financiële schade voor de benadeelde ook onrustgevoelens en overlast met zich meebrengt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2014, waaruit blijkt dat hij vele malen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, mr. T.L. Tan en mr. J.W. van Rijkom, in bijzijn van de griffier mr. M.J.J. van den Broek.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 februari 2014.