Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:3479

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-10-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
22-005698-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld voor 2 gewapende overvallen en een gekwalificeerde diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. Het hof spreekt de verdachte in hoger beroep vrij van de 2 gewapende overvallen (de herkenningen van de verdachte op foto's zijn onvoldoende betrouwbaar) en veroordeelt de verdachte voor de gekwalificeerde diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005698-13

Parketnummers: 10-701087-13 en

10-692467-13 (gevoegd)

Datum uitspraak: 24 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

thans gedetineerd in PI Rijnmond, De Schie, R'dam te Rotterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

17 oktober 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij is toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 10-701087-13:

1:
hij op of omstreeks 11 september 2012 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 564 euro (zegge: vijfhonderdenvierenzestig euro), althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kruidvat (gelegen aan de Spinozaweg), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte

-(onverhoeds) voor die [slachtoffer 1] heeft gestaan en/of (vervolgens)

- de woorden heeft toegevoegd: "Waar is de kluisje, waar is de kluisje" "Geef me geld" en/of "doe de kassa open" (terwijl hij, de verdachte, zijn hand(en) verborgen hield en/of in zijn (broek)zakken had) en/of vervolgens

- aan die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft getoond en/of heeft gericht tegen/aan die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)

-met dat mes, althans dat scherp en/of puntig voorwerp meermaal, althans eenmaal in de balie en/of toonbank heeft gestoken en/of gesneden en/of (vervolgens)

-de kassa(lade) heeft geopend en/of geforceerd;

2:
hij op of omstreeks 01 november 2012 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 150 euro (zegge: honderdenvijftig euro), althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (gelegen aan de [straatnaam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat hij, de verdachte

-een (aardappelschil)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft getoond en/of gericht tegen/aan die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens)

-dat mes ter hoogte van de borst en/of keel en/of hals van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of (vervolgens)

-die [slachtoffer 2] de woorden heeft toegevoegd: "Geld" en/of (vervolgens)

-de kassa(lade) (met kracht) heeft geopend en/of geforceerd en/of opengehouden;


Zaak met parketnummer 10-692467-13 (gevoegd):

1:
hij op of omstreeks 6 september 2011 te Rotterdam om (ongeveer) 23:59 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de Oudelandstraat, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten, of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portable computer en/of een flatscreen televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 10-701087-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten

Het hof stelt voorop dat de kern van de bewijsconstructie voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wordt gevormd door herkenningen van de verdachte op foto’s van de diefstallen met geweld in Kruidvat en [winkel].

Het hof heeft aan de hand van procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep daaromtrent het volgende vastgesteld.

Op 11 september 2012 is namens Kruidvat aan de Spinozaweg in Rotterdam aangifte gedaan van een diefstal met geweld. Op 17 september 2012 zijn veiliggestelde camerabeelden van beveiligingscamera’s van de betreffende drogisterij bekeken. Van een aantal beelden zijn fotografische opnamen gemaakt. Op 18 september 2012 heeft verbalisant [verbalisant 1] op Korpsnet een aantal foto’s gezien die afkomstig waren van de beveiligingscamera van Kruidvat waarop de dader van de diefstal met geweld op 11 september 2012 te zien was. Verbalisant [verbalisant 1] heeft daarop een met naam en toenaam genoemde persoon herkend, niet zijnde de verdachte.

Nadien hebben ook de verbalisanten [verbalisanten 2, 3 en 4] op de betreffende foto dezelfde persoon herkend, niet zijnde de verdachte. Een politiefoto van deze persoon is in het dossier gevoegd. Het hof constateert dat de persoon op deze foto enige gelijkenis vertoont met de dader die te zien is op de foto’s van het Kruidvat.

Op 1 november 2012 is wederom aangifte gedaan van een winkeldiefstal met geweld, dit maal bij [winkel] aan de [straatnaam] te Rotterdam. De politie heeft de camerabeelden van [winkel] veiliggesteld en bekeken. Het gezicht van de dader van deze overval is niet te zien op de camerabeelden.

Op 27 februari 2013 is in het huis-aan-huisblad “De Havenloods” in de rubriek van politie en openbaar ministerie “Opsporing verzocht” een foto geplaatst van de dader van de op 11 september 2012 gepleegde diefstal met geweld in het Kruidvat.

Daarop zijn de ouders van de verdachte naar de politie gegaan omdat zij meenden op de foto van de persoon in de krant vele gelijkenissen te zien met hun zoon [verdachte], de verdachte. Aan de ouders is op een ander moment een snapshot getoond dat afkomstig was van de camerabeelden van de overval op [winkel]. De ouders hebben daarop bepaalde kledingstukken herkend als soortgelijk aan die van de verdachte. De ouders hebben evenwel in geen geval met honderd procent zekerheid kunnen zeggen of de persoon op de foto’s ook echt hun zoon is. Bovendien hebben de ouders - met name de moeder van verdachte - ter terechtzitting in eerste aanleg hun bij de politie afgelegde verklaring afgezwakt.

De verdachte heeft van meet af aan ontkend de feiten te hebben gepleegd en eerst aangegeven dat hij weet wie de feiten wel heeft gepleegd, later gezegd dat zijn buurjongen de dader is en uiteindelijk [persoon A] aangewezen als de dader.

In het dossier bevindt zich een foto van [persoon A]. Het hof heeft vastgesteld dat ook de foto van [persoon A]

gelijkenis vertoont met de persoon op de daderfoto’s in het Kruidvat. Ook vertoont de foto van [persoon A] enige gelijkenis met de verdachte. Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep de verdachte kunnen vergelijken met de zich in het dossier bevindende foto’s van de dader. Het hof is naar aanleiding daarvan van oordeel dat de verdachte lijkt op degene die als dader van de diefstal met geweld bij het Kruidvat op de foto’s staat. Gelet op de kwaliteit van deze daderfoto’s en gelet op de omstandigheid dat deze foto’s ook gelijkenis vertonen met de in het dossier aanwezige politiefoto’s van andere personen, kan het hof niet tot het buiten redelijke twijfel gegeven oordeel komen dat de verdachte de persoon is op de foto’s van het Kruidvat en [winkel].

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de herkenningen van de verdachte als degene die de diefstallen met geweld heeft gepleegd, onvoldoende betrouwbaar zijn om voor bewijs te gebruiken. Derhalve is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-701087-13 onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Nu de verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, zijn naar het oordeel van het hof de gronden voor de voorlopige hechtenis en de ernstige bezwaren jegens de verdachte niet langer aanwezig, zodat het hof de opheffing van de voorlopige hechtenis en de onmiddellijke invrijheidsstelling van de verdachte bij apart geminuteerde beslissing zal gelasten.

Ten aanzien van parketnummer 10-692467-13

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-692467-13 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 september 2011 te Rotterdam om ongeveer 23:59 uur, in een woning gelegen aan de Oudelandstraat, alwaar verdachte en/of zijn mededader zich buiten weten van de rechthebbende bevond(en), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portable computer en een flatscreen televisie, toebehorende aan
[slachtoffer 3].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 10-692467-13 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met een ander, in een woning, schuldig gemaakt aan diefstal van een portable computer en een flatscreen televisie.
Aldus heeft de verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van het slachtoffer en zijn persoonlijke levenssfeer.

De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin. Feiten als het onderhavige brengen in de regel ook bij andere burgers, zoals buurtgenoten, gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

2 oktober 2014.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-701087-13 onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 950,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist, met dien verstande dat primair afwijzing van de vordering is bepleit en subsidiair is verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Nu de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-701087-13 onder 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-701087-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-692467-13 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 10-692467-13 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. van de Poll,

mr. G. Knobbout en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 oktober 2014.