Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:3478

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-10-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
2200144214
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan smaadschrift door een naaktfoto van zijn ex-partner op de openbare website van Facebook te plaatsen. Daarmee heeft de verdachte zijn ex-partner zeer gekrenkt en haar eer en goede naam geschaad. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een buitenspiegel van de auto van zijn ex-partner. Hierdoor heeft de verdachte zijn ex-partner schade berokkend.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001442-14

Parketnummer: 09-045058-14

Datum uitspraak: 24 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 7 april 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

[geboortedatum] te [geboorteplaats],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 oktober 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij op meerdere, althans één tijdstip(pen) op of omstreeks 26 januari 2014 te Noordwijk (telkens) opzettelijk, door middel van het openlijk tentoonstellen en/of aanslaan van (een) afbeelding(en), de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) naaktfoto('s) van genoemde [slachtoffer], tentoongesteld of aangeslagen door deze foto('s) op zijn/een Facebookpagina te plaatsen;

2.


hij op of omstreeks 25 februari 2014 te Noordwijk opzettelijk mishandelend zijn (voormalig) levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer], een of meerdere malen tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.


hij op of omstreeks 25 februari 2014 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans één autospiegel(s) van een personenauto (Peugeot 307), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen de spiegel(s) van de auto te trappen en/of aan de spiegel(s) te trekken.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan

– overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het pleidooi van de raadsman - behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij op 26 januari 2014 te Noordwijk opzettelijk door middel van het openlijk tentoonstellen van een afbeelding, de eer en de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door telastelegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel een naaktfoto van genoemde [slachtoffer], tentoongesteld door deze foto op zijn Facebookpagina te plaatsen;

3.


hij op 25 februari 2014 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk één autospiegel van een personenauto (Peugeot 307), toebehorende aan [slachtoffer] heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen de spiegel van de auto te trappen en/of aan de spiegel te trekken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

smaadschrift.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het hem onder 2 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan smaadschrift door een naaktfoto van zijn ex-partner op de openbare website van Facebook te plaatsen. Daarmee heeft de verdachte zijn ex-partner zeer gekrenkt en haar eer en goede naam geschaad. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een buitenspiegel van de auto van zijn ex-partner. Hierdoor heeft de verdachte zijn ex-partner schade berokkend.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 september 2014, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van (andersoortige) strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is van oordeel dat – anders dan de raadsman heeft bepleit – niet kan worden volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, gelet op de aard en ernst van de gepleegde feiten.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding van [naam benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [naam benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 148,53.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 148,53.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep aangetoond dat de gestelde materiële schade reeds is vergoed door overmaking op 30 september 2014 van € 175,- naar het bankrekeningnummer van de benadeelde partij.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden afgewezen.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 261 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] tot schadevergoeding af.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk, mr. T.L. Tan en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffiers mr. S.S. Mangal en mr. L. Karels.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 oktober 2014.