Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2954

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
11-09-2014
Datum publicatie
11-09-2014
Zaaknummer
22-000391-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat aan de verdachte een beroep op noodweer-exces toekomt tav de ten laste gelegde moord/doodslag en dat de verdachte derhalve dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het standpunt van de advocaat-generaal dat de verdachte erop bedacht had moeten zijn dat het slachtoffer zeer agressief zou worden en dat er in die zin sprake is van culpa in causa wordt niet gevolgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000391-14

Parketnummer: 10-811133-13

Datum uitspraak: 11 september 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 januari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

28 augustus 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 juli 2013 te Vlaardingen opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Naar aanleiding van de behandeling van de zaak op de zitting in hoger beroep overweegt het hof als volgt.

De advocaat-generaal heeft in zijn requisitoir een aantal aannames verwoord die zouden moeten leiden tot het oordeel dat de verdachte erop bedacht had moeten zijn dat het slachtoffer zeer agressief zou worden en dat er in die zin sprake is van culpa in causa; de verdachte zou daarom geen beroep op noodweer(exces) toekomen. Het blijft echter bij aannames, het hof heeft geen feiten en omstandigheden kunnen vaststellen die deze conclusie schragen. Meer in het bijzonder kan niet worden vastgesteld dat de verdachte wist welke hoeveelheid alcohol het slachtoffer tot zich had genomen en wat daarvan het effect zou zijn. Daarom zal het hof het standpunt van de advocaat-generaal niet volgen.

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, behoort te worden bevestigd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 41 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. H.C. Wiersinga en mr. E.C. van Veen,

in bijzijn van de griffier mr. drs. L. van Wijk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 september 2014.