Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2894

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10-06-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
22-000106-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:857, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich met haar mededader op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van een Hongaarse vrouw door voor haar in overleg en op verzoek van de mededader - met het oog op prostitutiewerkzaamheden in Nederland - een vliegticket te regelen, met de bedoeling en in de wetenschap dat deze Hongaarse vrouw bij aankomst zo snel mogelijk naar haar werkplek zou worden gebracht om prostitutiewerkzaamheden te verrichten.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-000106-13

Parketnummer: 09-749611-12

Datum uitspraak: 10 juni 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 december 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortejaar] 1974,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 20 mei 2014 en 27 mei 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is er beslissing genomen omtrent de in beslag genomen voorwerpen als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep en is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Op 20 mei 2014 heeft de inhoudelijke behandeling bij het hof Den Haag plaatsgevonden. De verdachte en haar raadsman waren daarbij aanwezig. De zitting is vervolgens onderbroken tot 27 mei 2014 te 09:000 uur.

Op 21 mei 2014 heeft de advocaat-generaal het beslagdossier aan het hof en de raadsman gestuurd.

Op 22 mei 2014 is door de griffier een e-mailbericht aan de raadsman gestuurd, inhoudende het verzoek om – indien gewenst – schriftelijk voor 27 mei 2014 dan wel ter terechtzitting van 27 mei 2014 om 9:00 te reageren op de inhoud van het beslagdossier.

Op 27 mei 2014 is de onderbroken zitting van 20 mei 2014 hervat en is het onderzoek vervolgens gesloten. De verdachte noch haar raadsman waren daarbij aanwezig. Evenmin heeft de verdediging voorafgaande aan de zitting van 27 mei 2014 gereageerd op de inhoud van het op 21 mei 2014 toegestuurde beslagdossier.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

Zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 16 januari 2012 tot en met 22 mei 2012 te Den Haag en/of Schiedam en/of Rotterdam en/of Eindhoven en/of (elders) in Nederland en/of Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

-(een) ander(en), te weten [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] heeft/hebben, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] (telkens) heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) tegen betaling en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] heeft/hebben, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of

- ( telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] heeft/hebben, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van hun/haar, [benadeelde partij 1]'s en/of [benadeelde partij 2]'s en/of [benadeelde partij 3]'s ,seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n),

immers hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

Ten aanzien van [benadeelde partij 1]

- voornoemde [benadeelde partij 1] vanuit Hongarije naar/in Nederland overgebracht/vervoerd, althans voor haar (een) vliegticket(s) geboekt en/of haar (vervolgens) aldaar ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor haar (een) verblijfplaats/onderdak geregeld of laten regelen, en/of

- die [benadeelde partij 1] als prostituee laten werken, althans die [benadeelde partij 1] haar seksuele diensten laten aanbieden en/of

- toegezien en/of laten toezien op (de aanwezigheid op) de werkplek van die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 1] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of (middels belcontact en/of sms-contact) gecontroleerd en/of laten controleren en/of (aldus) de keuze- /bewegingsvrijheid van die [benadeelde partij 1] ingeperkt en/of laten inperken en/of

- ( het) door die [benadeelde partij 1] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk door die [benadeelde partij 1] aan hen/haar, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [benadeelde partij 1] (aldus) in een (verder) van hen/haar, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of

- die [benadeelde partij 1] bedreigd en/of onder druk gezet en/of

- voor die [benadeelde partij 1] advertenties geplaatst op [website] teneinde klanten voor haar te werven en/of

- voor die [benadeelde partij 1] klanten geregeld en/of

- voor die [benadeelde partij 1] de financiën beheerd en of andere administratieve handelingen verricht en/of

- voor die [benadeelde partij 1] drugs gehaald en/of laten halen en/of verstrekt en haar zo in een afhankelijke positie gebracht en/of gehouden;

En/of

Ten aanzien van [benadeelde partij 2]

- voornoemde [benadeelde partij 2] vanuit Hongarije naar/in Nederland overgebracht/vervoerd, althans voor haar (een) vliegticket(s) geboekt en/of haar (vervolgens) aldaar ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor haar (een) verblijfplaats/onderdak geregeld of laten regelen, en/of

- die [benadeelde partij 2] als prostituee laten werken, althans die [benadeelde partij 2] haar seksuele diensten laten aanbieden en/of

- die [benadeelde partij 2] van en/of naar haar werk gebracht en/of naar haar werk laten brengen en/of

- ( het) door die [benadeelde partij 2] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk door die [benadeelde partij 2] aan hen/haar, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [benadeelde partij 2] (aldus) in een (verder) van hen/haar, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of

- die [benadeelde partij 2] (middels bel- en/of sms-contact) gecontroleerd en/of

- die [benadeelde partij 2] laten werken gedurende ziekte en/of

- die [benadeelde partij 2] lange werkdagen laten maken en/of

- voor die [benadeelde partij 2] de financiën beheerd en of andere administratieve handelingen verricht en/of

- voor de [benadeelde partij 2] drugs gehaald en/of laten halen en/of verstrekt en haar zo in een afhankelijke positie gebracht en/of gehouden;

En/of

Ten aanzien van [benadeelde partij 3]

- voornoemde [benadeelde partij 3] vanuit Hongarije naar/in Nederland overgebracht/vervoerd, althans voor haar (een) vliegticket(s) geboekt en/of haar (vervolgens) aldaar ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor haar (een) verblijfplaats/onderdak geregeld of laten regelen, en/of

- die [benadeelde partij 3] van hen/haar afhankelijk gemaakt en/of met die [benadeelde partij 3] een liefdesrelatie aangegaan en/of

- die [benadeelde partij 3] als prostituee laten werken, althans die [benadeelde partij 3] haar seksuele diensten laten aanbieden en/of

- ( het) door die [benadeelde partij 3] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk door die [benadeelde partij 3] aan hen/haar, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [benadeelde partij 3] (aldus) in een (verder) van hen/haar, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of

- die [benadeelde partij 3] (middels bel- en/of sms-contact) gecontroleerd en/of

- die [benadeelde partij 3] bedreigd en/of onder druk gezet en/of

- die [benadeelde partij 3] geslagen en/of

- voor die [benadeelde partij 3] de financiën beheerd en of andere administratieve handelingen verricht en/of

- voor die [benadeelde partij 3] drugs gehaald en/of laten halen en/of drugs aan haar verstrekt en haar zo in een afhankelijke positie gebracht en/of gehouden;

2.


Zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode juni 2011 tot en met 22 mei 2012 te Den Haag en/of Schiedam en/of Rotterdam en/of Eindhoven en/of (elders) in Nederland en/of Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meer voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en) en/of roerende goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en) van 28.100 euro en/of 12.930 euro en/of roerende goederen, te weten een BMW X6 met kenteken [kentekennr.] en/of een BMW motorfiets met kenteken [KENTEKENNR. 2] gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;


3.


Zij te Rotterdam, op of omstreeks 22 mei 2012, een wapen van categorie III, te weten een airsoft revolver met opschrift Hercules-M-12, 8mm knall/12 Gumi, en/of munitie van categorie III, te weten een aantal (zes)(knal)patronen, voorhanden heeft gehad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Geldigheid inleidende dagvaarding

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep - in aanvulling op zijn schriftelijke pleitaantekeningen - betoogd dat de dagvaarding voor wat betreft feit 1, streepje 2 ten aanzien van [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1]) en [benadeelde partij 2] (hierna: [benadeelde partij 2]) en streepje 3 ten aanzien van [benadeelde partij 3] (hierna: [benadeelde partij 3]) partieel nietig is. Volgens de raadsman is niet voldaan aan het vereiste van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, nu in de tenlastelegging ‘laten werken’ niet nader is uitgewerkt en deze zinsnede op zichzelf onvoldoende feitelijk is.


Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Naar het oordeel van het hof is voornoemd deel van feit 1 van de dagvaarding voldoende feitelijk omschreven, nu de zinsnede ‘laten werken’ dient te worden gelezen in samenhang met de daaraan onmiddellijk voorafgaande zinsnede ‘als prostituee’. Het begrip prostituee is in dit verband duidelijk voor wat betreft de aard van de te verrichten werkzaamheden mede ook in aanmerking genomen de inhoud van het onderhavige strafdossier. Op grond van het voorgaande is evident waar dit deel van de tenlastelegging op doelt. Ter terechtzitting in hoger beroep is niet gebleken dat de verdachte niet begrijpt, dan wel niet op de hoogte is van hetgeen haar wordt verweten en dat zij zich derhalve niet behoorlijk heeft kunnen verdedigen tegen dit verwijt.



Naar het oordeel van het hof voldoet de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde dan ook aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.


Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Vrijspraken

Feit 1 (partieel)

Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is naar ’s hofs oordeel genoegzaam komen vast te staan dat medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht jegens [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]. Het is het hof ambtshalve bekend dat het door [medeverdachte] tegen de veroordeling terzake door de rechtbank Rotterdam ingestelde hoger beroep op 8 mei 2014 is ingetrokken. Die veroordeling is daarmee dus onherroepelijk geworden.

Voorts stelt het hof vast dat de verdachte in haar hoedanigheid als boekhoudster en als vriendin van [medeverdachte] werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van deze vrouwen.

Naar ’s hofs oordeel is echter onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat de verdachte zelf enig dwangmiddel in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 1, 4 en 9 van het Wetboek van Strafrecht jegens [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] heeft aangewend, dan wel enige vorm van wetenschap had dat door [medeverdachte] dergelijke dwangmiddelen werden gebruikt. Medeplegen van mensenhandel kan derhalve niet bewezen worden.

Evenmin kan naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zelf dan wel tezamen en in vereniging met [medeverdachte] of anderen opzettelijk enig voordeel uit de uitbuiting van [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] heeft getrokken zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 6 van het Wetboek van Strafrecht.

Derhalve zal het hof de verdachte vrijspreken van het onder feit 1 - eerste, derde, vierde en vijfde gedachtestreepje - ten laste gelegde.

Feit 2 (integraal)

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dat het geldbedrag van € 28.100,-, het geldbedrag van € 12.930,-, de BMW X6 met kenteken [kentekennr.] en de BMW motorfiets met kenteken [KENTEKENNR. 2] uit enig misdrijf afkomstig waren.

Voor zover kan worden vastgesteld dat voornoemde geldbedragen, de auto en de motorfiets aan [medeverdachte] toebehoorden, kan, zoals hiervoor overwogen, niet worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap droeg van het door [medeverdachte] gepleegde misdrijf van mensenhandel, meer in het bijzonder artikel 273f, eerste lid, sub 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht dan wel van een ander misdrijf waarvan de voorwerpen (onmiddellijk of middellijk) afkomstig zouden zijn. De enkele omstandigheid dat verdachte wist dat [medeverdachte] praktische zaken regelde voor [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3], is onvoldoende om bewezen te kunnen achten dat de door [medeverdachte] uit dien hoofde genoten inkomsten van misdrijf afkomstig zijn.

Derhalve is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat het hof de verdachte daarvan zal vrijspreken.

Feit 3 (integraal)

Naar het oordeel van het hof is – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het standpunt van de raadsman - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte ook daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zij in de periode 16 januari 2012 tot en met 22 mei 2012 te Den Haag en/of Schiedam en/of Rotterdam en Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander,

een ander, te weten [benadeelde partij 3] heeft medegenomen met het oogmerk die [benadeelde partij 3] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) tegen betaling,

immers hebbende verdachte en verdachtes mededader voornoemde [benadeelde partij 3] vanuit Hongarije naar/in Nederland overgebracht/vervoerd, althans voor haar (een) vliegticket geboekt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

Gelet op het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.1

Op 15 maart 2011 is door de Koninklijke Marechaussee, district Zuid, brigade Recherche en Informatie, een fenomeenonderzoek gestart op de luchthavens Eindhoven Airport en Maastricht Aachen Airport onder de naam Wodan II. Doel van dit onderzoek was om criminele samenwerkingsverbanden op het gebied van verdovende middelen, migratiecriminaliteit en/of witwassen in beeld te brengen en strafrechtelijk te vervolgen. Uit dit fenomeenonderzoek is op luchthaven Eindhoven Airport een onderzoek voortgekomen naar mensenhandel onder de naam Dace. Op vluchten vanuit Hongarije bleken vaak vrouwen te zitten die vermoedelijk werken, dan wel tewerk worden gesteld in de prostitutie. Medeverdachte

[medeverdachte] is in 2011 meermalen op luchthaven Eindhoven Airport aangetroffen, terwijl hij in de prostitutie werkzame vrouwen ophaalde of naar het vliegveld bracht. Uit mutaties van de politie is verder gebleken dat [medeverdachte] veelvuldig is aangetroffen in het gezelschap van vrouwen, waarvan het bekend was dat zij in de prostitutie werkzaam waren.

Het merendeel van de locaties waar zij werden gecontroleerd en/of waargenomen waren locaties op of nabij prostitutiegebieden, waaronder de [straatnaam] en de [straatnaam] in ‘s-Gravenhage.

Op 16 januari 2012 is het onderzoek Dace overgedragen aan en voortgezet door het Landelijk Parket locatie Zwolle. In de periode van 16 januari 2012 tot en met 22 mei 2012 is [medeverdachte] stelselmatig geobserveerd en is zijn telefoon afgeluisterd. Ook in deze periode is [medeverdachte] meermalen in gezelschap van prostituees waargenomen, zowel op of nabij prostitutiegebieden als op of nabij luchthaven Eindhoven Airport.

De verdachte heeft verklaard dat zij meerdere keren vliegtickets heeft geboekt voor prostituees om van Hongarije naar Nederland te reizen en omgekeerd. Zij heeft voorts verklaard dat zij vliegtickets voor prostituees heeft geboekt in opdracht van [medeverdachte]. Dit gebeurde met zijn creditcard.2

In een afgeluisterd telefoongesprek tussen de verdachte en [medeverdachte] d.d. 17 april 2012 te 15:10:44 uur zegt [medeverdachte] tegen de verdachte dat [benadeelde partij 3] (het hof begrijpt: [benadeelde partij 3]) haar vlucht gemist heeft. Verdachte probeert de vlucht te verzetten. Zij vraagt aan [medeverdachte] of het voor morgenmiddag of morgenochtend verzet moet worden. [medeverdachte] wordt boos op verdachte, dat zij dat nog vraagt, omdat het natuurlijk logisch is dat het voor de ochtend moet, omdat [benadeelde partij 3] al vanaf morgen werken moet. [medeverdachte] reageert zeer geïrriteerd. Verdachte zal het proberen.3

De verdachte heeft over dit telefoongesprek tegenover de Koninklijke Marachaussee verklaard dat het gaat over [benadeelde partij 3] (het hof begrijpt: [benadeelde partij 3]) die haar vlucht gemist had en dat het ticket voor [benadeelde partij 3] omgeboekt moest worden voor de ochtend. De reden dat deze vlucht in de ochtend geboekt moest worden is, omdat [benadeelde partij 3] in de ochtend als prostituee moest werken.4

Op 18 april 2012 omstreeks 07:55 uur bevonden een tweetal verbalisanten zich in de terminal van Eindhoven Airport met zicht op de aankomsthal. Zij voerden een observatie uit op een vlucht komende vanuit Budapest met het vluchtnummer W6227, welke zojuist geland was op Eindhoven Airport. De verbalisanten zagen omstreeks 08:15 uur een onbekende dame met hoogblond haar vanuit de aankomsthal de terminal inlopen. Hierna zagen zij haar alleen richting de uitgang van Eindhoven Airport lopen en kennelijk handelingen verrichten met haar mobiele telefoon. Vervolgens zagen de verbalisanten de vrouw richting een Audi A8 lopen welke was voorzien van het Hongaarse kenteken LLN 667 en zagen zij dat er een onbekende manspersoon uit die Audi stapte. Zij zagen hierna dat de onbekende man de onbekende dame een omhelzing en een kus op de mond gaf. Omstreeks 08:20 uur werden voornoemde personen gecontroleerd en legitimeerden zij zich door middel van een Hongaarse identiteitskaart als [medeverdachte] en [benadeelde partij 3]. Desgevraagd door de verbalisanten verklaarde [benadeelde partij 3] dat zij kwam werken in Nederland, dat zij in Den Haag ging werken, dat zij in de prostitutie ging werken en dat zij dit uit vrije wil deed. Daar het de verbalisanten bekend was dat er een onderzoek liep tegen [medeverdachte] hebben zij de betrokkenen hun weg weer laten vervolgen.5

Op 18 april 2012 werd tevens door andere verbalisanten in de directe omgeving van perceel [adres] te Schiedam de woning waar [medeverdachte] stond ingeschreven6, geobserveerd. Omstreeks 09:42 uur zag een verbalisant de Audi A8 voorzien van het kenteken [kentekennr.] in de directe omgeving van de [adres] en zag hij [medeverdachte] uitstappen en het pand betreden. Daarnaast zag hij een onbekende vrouw met blond haar als bijrijdster in de Audi zitten en zag hij om 09:43 uur dat [medeverdachte] het pand aan de [adres] verliet en in de Audi wegreed.

Vervolgens namen weer andere verbalisanten om 10:07 uur waar dat de Audi voor het pand aan de [adres] (het hof begrijpt: [adres] te Rotterdam) stopte en zagen zij [medeverdachte] het pand betreden. Vervolgens zag een verbalisant om 10.17 uur dat [medeverdachte] en de onbekende vrouw het pand verlieten en in de Audi stappen en wegrijden.

Om 10.20 uur zagen verbalisanten de Audi weer geparkeerd staan voor de [adres] en zagen vervolgens om 10.26 uur [medeverdachte] en de onbekende vrouw het pand aan de [adres] verlaten. Zij zagen [medeverdachte] als bestuurder en de vrouw als bijrijdster in de Audi stappen en wegrijden.

Om 10:45 uur zagen andere verbalisanten de Audi stoppen op de Weteringkade te Den Haag en zagen zij [medeverdachte] en de vrouw uit de Audi stappen en een belwinkel betreden. Om 10:46 uur zag een verbalisant [medeverdachte] en de vrouw de belwinkel verlaten en weglopen. Om 10:48 uur zag een verbalisant [medeverdachte] als bestuurder in de Audi stappen en wegrijden en zag hij de vrouw in de richting van de [adres] te Den Haag lopen. Om 11.05 uur zag een verbalisant de vrouw achter een raam zitten van perceel [ te Den Haag.7

[benadeelde partij 3] heeft tijdens haar verhoor door de Koninklijke Marachaussee op 21 juni 2012 verklaard dat [medeverdachte] haar vliegtickets betaalde.8 Zij heeft voorts verklaard dat zij als prostituee werkzaam is op de [adres].9 Toen haar het hiervoor genoemde telefoongesprek tussen de verdachte en [medeverdachte] van 17 april 2012 werd voorgehouden, heeft zij bevestigd dat zij het vliegtuig had gemist, terwijl zij voor 18 april 2012 al een kamer had betaald om te kunnen gaan werken.10 Zij heeft tevens bevestigd dat zij op 18 april 2012 door [medeverdachte] van het vliegveld van Eindhoven is gehaald. [benadeelde partij 3] heeft voorts verklaard dat zij vervolgens naar het huis zijn gegaan waar zij woont, de woning aan de [adres] te Rotterdam.11 Aldaar is zij uitgestapt en heeft zij haar spullen gepakt om te kunnen gaan werken. [medeverdachte] heeft haar vervolgens naar haar werk gebracht. Zij heeft bevestigd dat zij omstreeks 11:05 uur achter het raam zat op [adres] in Den Haag. Desgevraagd heeft zij verklaard dat ze zo snel na de controle op Eindhoven Airport was gaan werken, omdat ze al gemeld had dat ze zou gaan werken. Of ze zou gaan werken of niet, het geld was ze dan toch kwijt.12

Gevoerde verweren

Redelijk vermoeden van schuld

De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitaantekeningen aangevoerd dat er – zakelijk weergegeven - geen redelijk vermoeden van schuld was jegens zijn cliënte en dat zij daarom ten onrechte als verdachte is aangehouden. Het gevolg van dit onherstelbare vormverzuim is dat de resultaten van de doorzoekingen en de verklaringen van cliënte van het bewijs dienen te worden uitgesloten, aldus te raadsman.

Het hof overweegt diengaande als volgt.

De verdachte had indertijd (en nu nog steeds) een eigen bedrijf, een administratiekantoor, genaamd [bedrijfsnaam] Administraties, dat voor bedrijven en particulieren de administratie verzorgde. De verdachte verrichte in die tijd zakelijke werkzaamheden voor [medeverdachte]. Voorts deed zij dat ook onder meer voor meerdere prostituees, onder wie [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3], zoals het regelen van werkvergunningen.

Voorts was de verdachte meermalen in gezelschap van [medeverdachte] waargenomen die in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek DACE naar mensenhandel subject van onderzoek was. Ook wezen tapgesprekken tussen haar en [medeverdachte] op bemoeienissen van de verdachte met de werkzaamheden van in de prostitutie werkzame vrouwen waarbij zij voor een prostituee ook mede de klanten telefonisch regelde.

Gelet op het vorenoverwogene bestond er naar het oordeel van het hof ten aanzien van de verdachte op 1 mei 2012 een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Van een vormverzuim in de zin van art. 359a Wetboek van Strafvordering ten aanzien van de aanhouding van verdachte en de doorzoekingen is geen sprake. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om op deze grond te concluderen dat enig bewijs onrechtmatig zou zijn verkregen en zou moeten worden uitgesloten.

Het hof verwerpt het verweer.

Tot prostitutie brengen

De raadsman heeft zich voorts op het standpunt gesteld – zakelijk weergegeven - dat mensenhandel niet kan worden bewezen, nu de drie voornoemde Hongaarse vrouwen reeds in de prostitutie werkzaam waren en derhalve niet meer ‘daartoe gebracht’ hoefde te worden als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 3, van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien hebben zij zelf beslist om naar Nederland te komen en is er dus geen sprake van aanwerven/medenemen of ontvoeren. Daarnaast is er geen dwangmiddel genoemd in het feitelijk deel van dit deel van de tenlastelegging.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Onder verwijzing naar HR 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:670 overweegt het hof dat art. 273f, eerste lid onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht aldus moet worden uitgelegd dat het oogmerk van de verdachte erop gericht moet zijn dat de betrokkene zich in een ander land dan waar deze is aangeworven, meegenomen of ontvoerd, beschikbaar stelt tot het verrichten van de in dat artikel bedoelde handelingen. Reeds gevormde wilsbesluiten van de betrokken vrouwen ten aanzien van het in de prostitutie gaan werken dan wel het reeds als prostituee werkzaam zijn (geweest) door de betrokken vrouwen staan niet aan toepasselijkheid van artikel 273f, eerste lid onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht in de weg.

Gelet op het vorenstaande staat de door de raadsman gestelde omstandigheid dat de vrouwen reeds werkzaam waren als prostituee niet in de weg aan de toepasselijkheid van art. 273f, eerste lid onder 3°, Sr in de onderhavige zaak.

Voorts is voor de kwalificatie van artikel 273f, eerste lid onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht gelet op de tekst van die bepaling het niet nodig dat er gebruik is gemaakt van het door de raadsman bedoelde dwangmiddel.

Het hof verwerpt derhalve het verweer in beide onderdelen.

Medeplegen

Tenslotte heeft de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep betoogd – zakelijk weergegeven - dat de verdachte niet als medepleger van de haar verweten gedragingen kan worden beschouwd, doch als medeplichtige. Nu medeplichtigheid niet ten laste is gelegd, dient de verdachte te worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde, aldus de raadsman.

Uit hetgeen onder het kopje bewijsoverwegingen is overwogen volgt dat de verdachte - in overleg met [medeverdachte] - een vliegticket van Hongarije naar Nederland heeft geregeld voor [benadeelde partij 3], met de bedoeling en de wetenschap dat [benadeelde partij 3] bij aankomst in Nederland zo snel mogelijk naar haar werkplek zou worden gebracht om prostitutiewerkzaamheden te verrichten.

Gelet op het vorenoverwogene heeft de verdachte dusdanig bewust en nauw samengewerkt met [medeverdachte] met het oog de bewezenverklaarde gedragingen dat sprake is van medeplegen als bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 3 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich met haar mededader op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van een Hongaarse vrouw door voor haar in overleg en op verzoek van de mededader - met het oog op prostitutiewerkzaamheden in Nederland - een vliegticket te regelen, met de bedoeling en in de wetenschap dat deze Hongaarse vrouw bij aankomst zo snel mogelijk naar haar werkplek zou worden gebracht om prostitutiewerkzaamheden te verrichten. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 mei 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van enig strafbaar feit.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat uit het oogpunt van generale en speciale preventie een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Onder de verdachte zijn, blijkens de aan dit arrest gehechte beslaglijst, diverse goederen in beslag genomen.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2014 gevorderd dat de in beslag genomen geldbedragen van € 12.930,- en € 28.000,- verbeurd zullen worden verklaard en dat de Chrysler personenauto zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de in beslag genomen gedragen van € 12.930,- en € 28.000,-, alsmede de Chrysler personenauto, aan de verdachte zullen worden teruggeven.

Over de overige in beslag genomen goederen hebben de advocaat-generaal en de raadsman zich niet uitgelaten.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Op de voorwerpen als genoemd op de beslaglijst rust, met uitzondering van de reeds afgedane diverse drugs, onder andere beslag ex artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering.

Gelet op de gegeven vrijspraken kan ex artikel 33, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht geen verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen volgen nu daarvoor een veroordeling wegens enig strafbaar feit is vereist.

Dit betekent dat hof de teruggave aan de verdachte zal gelasten van:

- een geldbedrag van € 12.930,-, op de beslaglijst genummerd als 1;

- een geldbedrag van € 1.104,-, op de beslaglijst genummerd als 2;

- een geldbedrag van € 28.000,-, op de beslaglijst genummerd als 3;

- een personenauto Chrysler, op de beslaglijst genummerd als 4;

- 3 stuks notities, op de beslaglijst genummerd als 10;

- een zwarte agenda, op de beslaglijst genummerd als 11;

- een informatiemap over voertuigen, op de beslaglijst genummerd als 12;

- een map info met betrekking tot [medeverdachte], op de beslaglijst genummerd als 13.

Daarnaast zal het hof de teruggave aan de rechthebbende gelasten van het Hongaarse identiteitsbewijs, op de beslaglijst genummerd als 9. Volgens de zich in het dossier bevindende stukken staat dit Hongaarse identiteitsbewijs op naam van [naam] met nr.

Hiermee is het beslag ex artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering afgewikkeld.

Het hof overweegt voorts dat vast staat dat op de in beslag genomen gedragen van € 12.930,- en € 28.000,-, alsmede de Chrysler personenauto niet alleen ingevolge artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering beslag is gelegd, maar tevens ingevolge artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering beslag is gelegd ter bewaring van het recht op verhaal ingevolge de ontnemingsprocedure. De omstandigheid dat het beslag ex artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering afgewikkeld is door een last tot teruggave, staat er niet aan in de weg dat het ingevolge artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering gelegde beslag op de genoemde geldbedragen en de Chrysler blijft rusten, totdat de ontnemingsprocedure jegens de verdachte is afgewikkeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot

80 (

tachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (

twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van € 12.930,-, op de beslaglijst genummerd als 1;

- een geldbedrag van € 1.104,-, op de beslaglijst genummerd als 2;

- een geldbedrag van € 28.000,-, op de beslaglijst genummerd als 3;

- een personenauto Chrysler, op de beslaglijst genummerd als 4;

- 3 stuks notities, op de beslaglijst genummerd als 10;

- een zwarte agenda, op de beslaglijst genummerd als 11;

- een informatiemap over voertuigen, op de beslaglijst genummerd als 12;

- een map info met betrekking tot [medeverdachte], op de beslaglijst genummerd als 13.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een Hongaars identiteitsbewijs, op de beslaglijst genummerd als 9 en volgens de stukken op naam van

[naam].

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. C. Klomp, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juni 2014.

1 Wanneer worden verwezen naar een proces-verbaal wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verweten naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het dossier ‘Dace’ van de Koninklijke Marechaussee, District Zuid, Brigade Recherche & Informatie met bijlagen, doorgenummerd p. 1 t/m 4168.

2 Verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 20 mei 2014.

3 Tapgesprek tussen de verdachte en [medeverdachte], p. 366.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 359.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 218-219.

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], p. 147.

7 Proces-verbaal van observeren d.d. woensdag 18 april 2012, p. 220-222.

8 Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 3], p. 551.

9 Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 3], p. 553.

10 Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 3], p. 554-555.

11 Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 3], p. 555 en p. 549.

12 Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 3], p. 555.