Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2887

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
24-09-2014
Zaaknummer
200.119.631-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid rechtbank; nietig verklaarde samenwerkingsovereenkomst met arbitraal beding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

zaaknummer : 200.119.631/01

zaak-/rolnummer rechtbank : 407087/HA ZA 11-2659

Arrest van 9 september 2014

in de zaak van

RUMA RUBBER B.V.,

gevestigd te Hoogeveen,

hierna te noemen: Ruma,

appellante,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

SWELLFIX B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Swellfix,

advocaat: mr. J.P. Heering te Den Haag.

Het verloop van het geding

1.

Bij exploot van 13 juli 2012 is Ruma in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag, sector civiel recht, van 2 mei 2012 (ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7047). Bij dit vonnis heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van de vorderingen van Ruma kennis te nemen op grond van een arbitraal beding in een samenwerkingsovereenkomst tussen partijen.

2.

Bij memorie van grieven heeft Ruma twee grieven tegen genoemd vonnis aangevoerd.

3.

Bij memorie van antwoord heeft Swellfix gesteld dat bij arbitraal vonnis van 8 augustus 2013 voor recht is verklaard dat voormelde samenwerkingsovereenkomst in haar geheel nietig is verklaard wegens strijd met, kort gezegd, mededingingsrechtelijke regels. Zij heeft erkend dat de vernietiging van de samenwerkingsovereenkomst tot gevolg heeft dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Ruma in eerste aanleg, en ingestemd met de door Ruma gevorderde vernietiging van het bestreden vonnis, met uitzondering van de proceskostenveroordeling. Swellfix heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis onder instandhouding van de kostenveroordeling in eerste aanleg en met compensatie van de kosten in hoger beroep.

4.

Vervolgens heeft Ruma bij akte, voor zover nodig, er mee ingestemd dat de vernietiging van de samenwerkingsovereenkomst tot gevolg heeft dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Ruma in eerste aanleg. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat Swellfix moet worden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Bij antwoordakte heeft Swellfix volhard in haar standpunt over de kostenveroordelingen.

5.

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

6.

Nu beide partijen, op grond van de vernietiging van de samenwerkingsovereenkomst, concluderen tot vernietiging van het bestreden vonnis, zal het hof dit vonnis vernietigen.

7.

De rechtbank Den Haag is bevoegd van de vorderingen van Ruma kennis te nemen, zulks op grond van artikel 99 Rv en/of – voor zover een vordering moet worden aangemerkt als een opeisingsvordering als bedoeld in artikel 78 ROW 1995 – op grond van artikel 80 lid 1 ROW 1995.

8.

Nu partijen niet hebben verklaard te verlangen dat het hof de zaak aan zich houdt, zal het hof de zaak op de voet van artikel 76 Rv verwijzen naar de rechtbank om op de hoofdzaak te worden beslist.

9.

Swellfix zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, te begroten volgens het liquidatietarief, in beide instanties, waaronder begrepen de (nog te maken) nakosten (waarvoor onderstaande veroordeling een executoriale titel geeft, zie HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116). Ook in eerste instantie is Swellfix als de in het ongelijk te stellen partij te beschouwen nu partijen het er – thans – over eens zijn dat de rechtbank bevoegd is. De enkele omstandigheid dat pas na het bestreden vonnis de samenwerkingsovereenkomst nietig is verklaard, maakt dit niet anders. Voor de eerste aanleg bedragen deze kosten € 904,- (vgl. rechtsoverweging 4.5 van het bestreden vonnis, alleen salaris advocaat). Voor het hoger beroep bedragen deze kosten € 683,- aan griffierecht, € 1.341,- aan salaris advocaat (1,5 punt in tarief II) en € 87,17 aan dagvaardingskosten, dus tezamen € 2.111,17. De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals in het dictum vermeld. De proceskostenveroordelingen zullen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals door Ruma gevorderd.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 mei 2012,

en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de rechtbank Den Haag bevoegd om van de vorderingen van Ruma kennis te nemen en verwijst de zaak naar deze rechtbank om op de hoofdzaak te worden beslist;

- veroordeelt Swellfix in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van Ruma tot op 2 mei 2012 begroot op € 904,-;

- veroordeelt Swellfix in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Ruma tot op heden begroot op € 2.111,17;

- bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, S.J. Schaafsma en E.F. Brinkman, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2014 in aanwezigheid van de griffier.