Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2480

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-07-2014
Datum publicatie
22-07-2014
Zaaknummer
200.151.137/01
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

failissementsaanvraag; misbruik van recht; aanbod betalingsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2014/160

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.151.137/01

Rekestnummer rechtbank : C/09/465806 / FT RK 14/964

arrest van 22 juli 2014

inzake

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

hierna te noemen: de Stichting,

advocaat: mr. J.A. Trimbach te De Meern,

tegen

Taxibedrijf Houwert en Van der Meer B.V.,

gevestigd te Den Haag,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Houwert B.V.,

zonder advocaat.

Het geding

Bij beschikking van de Rechtbank Den Haag van 17 juni 2014 is het verzoek van de Stichting om Houwert B.V. in staat van faillissement te verklaren afgewezen. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 24 juni 2014, is de stichting van deze beschikking in hoger beroep gekomen en heeft zij het hof verzocht deze beschikking te vernietigen en alsnog het faillissement van Houwert uit te spreken. Bij brief van 1 juli 2014 heeft mr. J.A. Trimbach nadere producties aan het hof toegezonden.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juli 2014. Verschenen zijn: mr. Trimbach voornoemd en de bestuurder / enig aandeelhouder van Houwert B.V., die ter zitting producties heeft overgelegd.

Beoordeling van het hoger beroep

1.

In de bestreden beschikking heeft de rechtbank geoordeeld dat de Stichting in redelijkheid niet tot de uitoefening van de bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement van Houwert B.V. kan komen, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening daarvan en het belang dat daardoor wordt geschaad. De rechtbank heeft het verzoek dan ook afgewezen. Hiertegen richt zich het hoger beroep van de Stichting.

2.

Bij de beoordeling van het hoger beroep wordt vooropgesteld dat Houwert B.V. niet ontkent dat de Stichting een substantiële vordering op haar heeft, die opeisbaar is en waaraan zij niet (binnen afzienbare termijn) kan voldoen. Volgens het inleidende verzoekschrift gaat het om een bedrag ruim € 469.000,-. Ter zitting in hoger beroep is van de zijde van Houwert B.V. nog wel kritiek geleverd op de hoogte van dit bedrag, maar die (nauwelijks onderbouwde) kritiek betrof slechts enkele facturen; van een gemotiveerde ontkenning dat er ruim € 4,5 ton verschuldigd is aan de Stichting is geen sprake geweest. Voorts is summierlijk gebleken van het bestaan van een schuld van Houwert B.V. aan de Stichting Sociaal Fonds Taxi; bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 2 juli 2013 is Houwert B.V. veroordeeld tot het betalen van een bedrag van € 107.672,00 aan deze stichting. Dat Houwert B.V. het niet eens is met die veroordeling en daartegen hoger beroep heeft ingesteld, betekent niet dat de betreffende schuld in het kader van de faillissementsaanvrage buiten beschouwing moet worden gelaten. Ook aan de pluraliteitseis is derhalve voldaan. Toegevoegd wordt nog dat Houwert B.V. niet heeft ontkend dat zij ook schulden aan de Belastingdienst heeft.

3.

De Stichting heeft er in hoger beroep op gewezen dat haar hoofdvordering na het indienen van het faillissementsverzoek verder is opgelopen, te weten met de sedertdien opeisbaar geworden maandelijkse premiefacturen, waarvan alleen de meest recente, meer speciaal die van 25 juni 2012, is voldaan. Tegenover deze oplopende, althans opgelopen schuld staat een voorstel van Houwert B.V. om daar gedurende een reeks van jaren op af te lossen; eerst wekelijks (€ 500,-) en daarna maandelijks (€ 6.000,- á € 7.000,-), naar het hof veronderstelt: naast de voldoening van de nieuwe premiefacturen. Gezien evenwel de lange periode die met een dergelijke wijze van aflossen is gemoeid en mede in aanmerking nemende het gebrek aan zekerheden voor de correcte nakoming ervan maakt de Stichting geen misbruik van recht door hier geen genoegen mee te nemen en te volharden bij de faillissementsaanvraag. Wat betreft het tegenargument dat het incassorisico van de Stichting beperkt is omdat - mocht het toch tot een faillissement komen - het UWV de vordering van de Stichting vergoedt, heeft de Stichting er terecht op gewezen dat, wat er verder zij van dit argument, het overnemen van de betalingsverplichting door het UWV alleen geldt voor de vorderingen die niet ouder zijn dan één jaar. Daarnaast heeft de Stichting er aandacht voor gevraagd dat zij ook te maken heeft met de belangen van andere taxibedrijven die, anders dan Houwert B.V., wel elke maand de ingehouden pensioenpremies hebben afgedragen en die oneerlijke concurrentie kunnen ondervinden van branchegenoten die structureel niet aan hun afdrachtverplichtingen voldoen. Ook gelet op die belangen is het vasthouden aan de faillissementsaanvrage niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

4.

Uit het overgelegde uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat Houwert B.V. statutair gevestigd is in Den Haag en kantoor houdt te Wateringen. Het hof is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van de Europese Insolventieverordening (Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen, nu aangenomen kan worden dat het centrum van de voornaamste belangen van Houwert B.V. in Nederland ligt.

5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd en dat het faillissementsverzoek - als op de wet gegrond en ook overigens toewijsbaar - alsnog dient te worden toegewezen.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt de beschikking van de Rechtbank Den Haag van 17 juni 2014,

en opnieuw rechtdoende:

- verklaart Houwert B.V., statutair gevestigd te Den Haag en kantoorhoudende te Wateringen, in staat van faillissement,

- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.A. van Dorp, rechter in de rechtbank te Den Haag,

- stelt aan als curator mr. J. Bontenbal, advocaat bij HJF Advocaten te Voorburg, correspondentieadres: Postbus 50, 2270 AB Voorburg,

- geeft aan de curator last tot openen van de aan de gefailleerde gezonden brieven en telegrammen,

- bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld kennis geeft van deze uitspraak aan de griffier van de Rechtbank Den Haag.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, A.J.P. Schild en P.W. van Baal en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2014 in aanwezigheid van de griffier.