Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2396

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
17-07-2014
Zaaknummer
22-002535-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van een verkrachting (tijdens een huisfeest). In eerste aanleg is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek voorarrest. Strafmaatappel door de officier van justitie. Eis in eerste aanleg: TBS. Eis in hoger beroep: 36 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Ook het hof acht het opleggen van TBS in hoger beroep niet passend, alleen al gelet op het tijdsverloop tussen pleegdatum en behandeling van de zaak in hoger beroep en op het feit dat de verdachte inmiddels alweer ruim twee jaar op vrije voeten is. Het hof legt in hoger beroep een hogere gevangenisstraf op (30 maanden, met aftrek van voorarrest).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002535-12

Parketnummer: 10-711091-10

Datum uitspraak: 17 juli 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 mei 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van

26 april 2013 en 3 juli 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Het hof constateert dat de appelmemorie niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend nu het Openbaar

Ministerie op 15 mei 2012 hoger beroep heeft ingesteld en de appelmemorie op 1 juni 2012 bij de griffie van de rechtbank Rotterdam is binnengekomen. Het overweegt daarbij dat enerzijds de overschrijding van de termijn slechts zeer gering is en dat de appelmemorie bovendien

ruimschoots vóór de behandeling van de zaak ter terechtzitting is ingediend. Anderzijds is het belang van het appel, gelet op de ernst van het tenlastegelegde feit groot. Het hof is daarom van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in het hoger beroep.

Het hof verklaart het Openbaar Ministerie derhalve ontvankelijk in het hoger beroep.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 februari 2010 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk hebbende hij verdachte en/of zijn mededader die [naam slachtoffer] gedwongen te dulden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader;

- ( telkens) zijn/hun penis in de vagina van die [achternaam slachtoffer] duwde(n) en/of bracht(en) en/of;

- ( telkens) zijn/hun penis in de anus van die [achternaam slachtoffer] duwde(n) en/of bracht(en) en/of;

- ( telkens) zijn/hun vinger(s) in de vagina en/of anus van die [achternaam slachtoffer] duwde(n) en/of bracht(en);

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het door verdachte en/of zijn mededader

- sluiten van de (kamer)deur van de ruimte waarin die [achternaam slachtoffer] zich bevond en/of

- ( daarbij) het licht uit te doen en/of

- schuiven van een kast voor de deur van die ruimte en/of - gaan zitten op het lichaam van die [achternaam slachtoffer] en/of

- belemmeren van die [achternaam slachtoffer] om in de richting te gaan die zij wilde gaan door een arm over haar heen te leggen/houden en/of

- ( vervolgens) uittrekken en/of losmaken en/of opzijschuiven van de (boven)kleding (topje en/of bikini) van die [achternaam slachtoffer] en/of

- omhoogtrekken en/of omhoogschuiven van het jurkje van die [achternaam slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (met kracht) uittrekken en/of lostrekken van de bikini en/of broek en/of string en/of panty van die [achternaam slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (telkens) (met kracht) uit elkaar duwen/trekken en/of uit elkaar houden van de benen van die [achternaam slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) vasthouden van de benen / het been van de [achternaam slachtoffer] en/of

- draaien op de rug en/of (vervolgens) weer op de buik van die [achternaam slachtoffer] en/of

- ( vervolgens)(met kracht) beetpakken en/of vastpakken en/of vasthouden en/of trekken aan/van een/de arm(en), althans het lichaam, van die [achternaam slachtoffer] en/of (daarbij) die [achternaam slachtoffer] te belemmeren om in de richting te gaan, die zij wilde gaan.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 14 februari 2010 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [naam slachtoffer].heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk hebbende hij verdachte en/of zijn mededader die [naam slachtoffer] gedwongen te dulden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader;

- (telkens) zijn/hun penis in de vagina van die [achternaam slachtoffer] duwde(n) en/of bracht(en) en/of;

- (telkens) zijn/hun penis in de anus van die [achternaam slachtoffer] duwde(n) en/of bracht(en) en/of;

- (telkens) hij, verdachte, zijn/hun vinger(s) in de vagina en/of anus van die [achternaam slachtoffer] duwde(n) en/of bracht(en);

het geweld en/of (een) de andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het door verdachte en/of zijn mededader

- sluiten van de (kamer)deur van de ruimte waarin die [achternaam slachtoffer] zich bevond en/of

- ( daarbij) het licht uit te doen en/of

- schuiven van een kast voor de deur van die ruimte en/of - gaan zitten op het lichaam van die [achternaam slachtoffer] en/of

- belemmeren van die [achternaam slachtoffer] om in de richting te gaan die zij wilde gaan door een arm over haar heen te leggen/houden en/of

- (vervolgens) uittrekken en/of losmaken en/of opzijschuiven van de (boven)kleding (topje en/of bikini) van die [achternaam slachtoffer] en/of

- omhoogtrekken en/of omhoogschuiven van het jurkje van die [achternaam slachtoffer] en/of

- (vervolgens) (met kracht) uittrekken en/of lostrekken van de bikini en/of broek en/of string en/of panty van die [achternaam slachtoffer] en/of

- (vervolgens) (telkens) (met kracht) uit elkaar duwen/trekken en/of uit elkaar houden van de benen van die [achternaam slachtoffer] en/of

- (vervolgens) vasthouden van de benen / het been van die [achternaam slachtoffer] en/of

- draaien op de rug en/of (vervolgens) weer op de buik van die [achternaam slachtoffer] en/of

- (vervolgens)(met kracht) beetpakken en/of vastpakken en/of vasthouden en/of trekken aan/van een/de arm(en), althans het lichaam, van die [achternaam slachtoffer] en/of (daarbij) die [achternaam slachtoffer] te belemmeren om in de richting te gaan, die zij wilde gaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan verkrachting van het slachtoffer. De verkrachting vond plaats in de woning waar het slachtoffer samen met anderen een feest hield. De verdachte en zijn mededader zijn de slaapkamer binnengegaan waar het slachtoffer op bed was gaan liggen, hebben de deur van die slaapkamer gebarricadeerd met een kast en hebben het slachtoffer vervolgens verkracht. Door aldus te handelen heeft de verdachte

een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van het slachtoffer en heeft hij zich enkel laten leiden door zijn eigen lusten. Veelal ondervinden slachtoffers van dit soort delicten daarvan nog lange tijd traumatische gevolgen. Het valt te verwachten dat het slachtoffer van het onderhavige feit nog geruime tijd zal lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen de verdachte haar heeft aangedaan.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 juni 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de navolgende rapportages:

1.

De Pro Justitia rapportages d.d. 15 april 2014 en

24 januari 2011, van H.A. Gerritsen, forensisch psychiater. Hoewel verdachte weigerde medewerking te verlenen aan het meest recente onderzoek, blijft de psychiater bij zijn conclusies in zijn eerdere rapport d.d. 24 januari 2011. Volgens de psychiater lijdt verdachte aan een ziekelijke stoornis en leed hij daar ook aan ten tijde van het ten laste gelegde feit, dan wel gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de zin van een ernstige antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. De verdachte kan als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. Er is een verhoogde recidivekans. Geadviseerd wordt het opleggen van de maatregel ter beschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: TBS).

2.

Het aanvullend psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d. 24 maart 2014, opgesteld door T. ‘t Hoen,

GZ-psycholoog. De verdachte heeft geen medewerking aan het onderzoek verleend en derhalve heeft de psycholoog niet kunnen bepalen hoe verdachte functioneert op zowel psychisch als sociaal-maatschappelijk gebied. Evenmin heeft de psycholoog een inschatting van het recidiverisico kunnen maken noch een uitspraak kunnen doen over de noodzaak van behandeling in een gedwongen kader.

Uit het psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d.

14 januari 2011, eveneens opgesteld door T. ‘t Hoen, komt naar voren dat er aanwijzingen zijn voor een relatie tussen het ten laste gelegde feit en de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte, namelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Er is een gebrekkige gewetensfunctie en een gebrekkig empathisch vermogen vastgesteld, alsmede een egocentrische en opportunistische opstelling. De conclusie luidt dat verdachte (hooguit) enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het ten laste gelegde feit. De recidivekans wordt als verhoogd ingeschat. Op basis hiervan adviseert de psycholoog TBS met dwangverpleging.

3.

Het rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna: NIFP) d.d. 10 februari 2012, opgesteld door S. Labrijn, psycholoog, en J.P.F. Koning, psychiater. Verdachte heeft gedragskundig onderzoek geweigerd. Tijdens de observatie zijn er in gedragskundig opzicht geen forensisch relevante beperkingen waargenomen. Er is niet vastgesteld dan wel uitgesloten dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis. Het NIFP-rapport bevat geen advies met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d.

28 februari 2011, opgesteld door J. Brandalise, reclasseringswerker.

Het hof overweegt dat er sprake is van aanzienlijk tijdsverloop tussen de datum van het ten laste gelegde feit en de behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep en dat verdachte inmiddels ruim twee jaren op vrije voeten is. In die periode is de verdachte, behoudens een verkeersovertreding, niet met justitie in aanraking gekomen.

Reeds gelet op het voor overwogene, zal het hof niet de maatregel tot TBS opleggen.

Het hof is echter van oordeel dat, gelet op de ernst van het ten laste gelegde feit en het aandeel van verdachte hierin, een gevangenisstraf van een langere duur dan aan verdachte bij vonnis in eerste aanleg is opgelegd, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 63 en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

30 (

dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Moussault,

mr. R.C. Schlingemann en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. V.A.M. Willemsen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 juli 2014.

Mr. G.J.W. van Oven is buiten staat dit arrest te ondertekenen.