Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2246

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
07-07-2014
Zaaknummer
22-000862-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak verduistering; onvoldoende wettig en overtuigend bewijs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000862-13

Parketnummer: 11-224581-12

Datum uitspraak: 2 juli 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [plaats] op [datum].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 juni 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

De benadeelde partij is bij vonnis in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering en heeft zich thans in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Deze vordering is in hoger beroep derhalve niet meer aan de orde.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

hij in de periode van 09 september 2012 tot en met 25 september 2012, althans op of omstreeks 25 september 2012 te Alblasserdam opzettelijk diverse gereedschap en/of gebruikersartikelen, waaronder een boormachine en/of schuurpapier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Ritmeester B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als medewerker, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeƫigend.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof is overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,

mr. I.P.A. van Engelen en mr R.C. Schlingemann, in bijzijn van de griffier mr. M.J. den Haan.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 juli 2014.