Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:2234

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-07-2014
Datum publicatie
03-07-2014
Zaaknummer
22-000382-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof komt tot een bewezenverklaring van mishandelingen. In eerste aanleg was onder andere het medeplegen van een poging tot doodslag bewezen verklaard. Het hof overweegt dat er geen bewijs is voor het medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-000382-14

Parketnummer: 09-777504-13

Datum uitspraak: 3 juli 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 januari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

adres: [adres verdachte].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 19 juni 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair impliciet primair (poging tot moord) en onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair impliciet subsidiair (medeplegen poging tot doodslag), 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 150 uren en een leerstraf (Tools4u) voor de duur van 30 uren, subsidiair vervangende jeugddetentie voor de duur van respectievelijk 75 dagen en 15 dagen, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 3 maanden met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften te geven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg, zolang die instelling zulks nodig acht alsook een contactverbod gedurende de proeftijd ten aanzien van [slachtoffer 2]. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven. Omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen is beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1
hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- naar die [slachtoffer 1] op zoek is gegaan en/of

- een honkbalknuppel en/of een (houten) stok heeft meegenomen en/of

- met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok (met kracht) op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

- ( vervolgens) met die honkbalknuppel en/of een (houten) stok meermalen, althans eenmaal, tegen de nek en/of de arm(en) en/of de zijkant van het lichaam, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer 1]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten een bloeding in de hersenen), heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk

- naar die [slachtoffer 1] op zoek te gaan en/of

- een honkbalknuppel en/of een (houten) stok mee te nemen en/of

- met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok (met kracht) op het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of

- ( vervolgens) met die honkbalknuppel en/of een (houten) stok meermalen, althans eenmaal, tegen de nek en/of de arm(en) en/of de zijkant van het lichaam, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te slaan;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg

- naar die [slachtoffer 1] op zoek is gegaan en/of

- een honkbalknuppel en/of een (houten) stok heeft meegenomen en/of

- met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok (met kracht) op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

- ( vervolgens) met die honkbalknuppel en/of een (houten) stok meermalen, althans eenmaal, tegen de nek en/of de arm(en) en/of de zijkant van het lichaam, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


[naam medeverdachte] (geboren op [geboortedatum] 1986) op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- naar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op zoek is gegaan en/of

- een honkbalknuppel en/of een (houten) stok heeft meegenomen en/of

- met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok (met kracht) op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

- ( vervolgens) met die honkbalknuppel en/of (houten) stok meermalen, althans eenmaal, tegen de nek en/of de arm(en) en/of de zijkant van het lichaam, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door met die [medeverdachte (geboren op [geboortedatum] 1986) naar de school van [slachtoffer 2] te gaan en/of naar die [slachtoffer 2] te zoeken en/of te informeren naar die [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) met de auto te rijden naar het Minervaplein en/of aan [medeverdachte (geboren op [geboortedatum] 1986) kenbaar te maken dat [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] zich aldaar

bevonden en/of (vervolgens) samen met [medeverdachte (geboren op [geboortedatum] 1986) uit de auto te stappen en/of op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] toe te lopen;

2
hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer 2]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken knokkel in de (rechter)hand), heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk

- die [slachtoffer 2] met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok tegen diens hand te slaan en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, een vuistslag tegen het gezicht en/of hoofd te geven en/of

- zijn arm stevig om de keel van die [slachtoffer 2] te slaan (waardoor die [slachtoffer 2] werd belemmerd in zijn ademhaling);

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet

- die [slachtoffer 2] met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok tegen diens hand heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) meermalen, althans eenmaal, een vuistslag tegen het gezicht en/of hoofd heeft gegeven en/of

- zijn arm stevig om de keel van die [slachtoffer 2] heeft geslagen (waardoor die [slachtoffer 2] werd belemmerd in zijn ademhaling), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer 2], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk

- met een honkbalknuppel en/of een (houten) stok tegen diens hand heeft geslagen en/of

- ( met kracht) meermalen, althans eenmaal, een vuistslag tegen het gezicht en/of hoofd heeft gegeven en/of

- zijn arm stevig om de keel van die [slachtoffer 2] heeft geslagen (waardoor die [slachtoffer 2] werd belemmerd in zijn ademhaling), tengevolge waarvan [slachtoffer 2] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.


hij op of omstreeks 07 oktober 2013 te Delft opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer 2]), met een hand bij de keel heeft gepakt en/of in de keel heeft geknepen en/of in/tegen het gezicht heeft geslagen (terwijl verdachte een grote ring droeg), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair, en onder 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Feiten 1 en 2 voorbedachten rade

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is niet komen vast te staan dat er ten aanzien van de ten laste gelegde feiten sprake was van voorbedachten rade, nu niet is gebleken van het voor voorbedachten rade noodzakelijke kalm beraad en rustig overleg.

Het hof overweegt daartoe het volgende.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij samen met zijn broer met de auto naar het Minervaplein is gereden en dat zij daar beiden zijn uitgestapt; hij heeft niet gezien dat zijn broer een stok bij zich had en daarmee heeft geslagen. Ook heeft hij niet gehoord dat er op het Minervaplein werd geschreeuwd.

De aangever [slachtoffer 1] heeft kort samengevat gesteld dat een man uit de auto stapte, op harde toon riep wie [naam slachtoffer 1] was en direct op hem afliep en hem met een honkbalknuppel op het hoofd sloeg, toen hij hem had geantwoord dat hij [naam slachtoffer 1] was. Daarna was hij door deze man nog een aantal keer met de honkbalknuppel tegen het lichaam geslagen terwijl de man meerdere keren schreeuwde ‘je gaat dood’. Hij heeft gezien dat verdachte op dat moment ook ter plaatse was.

Uit deze verklaring van [slachtoffer 1], in samenhang bezien met het incident tussen de verdachte en {slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], dat een dag eerder speelde, blijkt volgens de advocaat-generaal dat sprake is geweest van voorbedachten rade.

Het hof kan zich met dat standpunt niet verenigen omdat de gang van zaken zoals door de aangever [slachtoffer 1] is geschetst, genuanceerd wordt door de verklaringen van getuigen. Getuige [getuige 1] (blz. 67) heeft verklaard dat hij een groep jongens hoorde schreeuwen en vervolgens zag dat er met een houten voorwerp op een jongen werd ingeslagen. Getuige [getuige 2] (blz. 65) heeft verklaard over een woordenwisseling en het slaan van een jongen met een houten stok. Geen van deze getuigen heeft bevestigd dat de broer van de verdachte heeft geschreeuwd dat er iemand dood moest. Deze verklaringen staan naar het oordeel van het hof in de weg aan een interpretatie van de feiten die erop neer komt dat de verdachte en zijn broer het vooropgezette plan hadden om een rekening te vereffenen met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], daarom naar hen op zoek waren en ook het voornemen hadden om hen met een stuk hout te slaan. Zowel verdachte als zijn broer hebben bovendien steeds verklaard het probleem van de vorige dag met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te hebben willen uitpraten, iets wat niet geheel is uit te sluiten. Daarnaast is in het dossier verder geen bewijs voorhanden dat sprake is geweest van kalm beraad en rustig overleg.

Het hof overweegt voorts dat het zich in het dossier bevindende whats-app bericht waarin de verdachte aan [slachtoffer 2] enkele dagen voor 8 oktober 2013 heeft bericht: “Mij ring afdruk blijft op je voorhoofd voor altijd”, terwijl de verdachte [slachtoffer 2] op 7 oktober 2013 met die ring op zijn hoofd heeft geslagen zodanig dat deze daaraan een litteken heeft overgehouden, onvoldoende redengevend is om daaraan het bewijs te ontlenen dat hij op 8 oktober 2013 met voorbedachten rade heeft gehandeld. Het komt het hof voor dat de verdachte impulsief handelde naar de omstandigheden van dat moment.

Feiten 1 en 2 medeplegen

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat ten aanzien van het handelen van de verdachte en zijn medeverdachte op basis van de beschikbare informatie niet kan worden gesproken van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht, nu niet in voldoende mate is gebleken van de vereiste bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte. Het hof beschouwt de handelingen van de verdachte als losstaand van de handelingen van de medeverdachte.

Feit 1 medeplichtigheid

Nu niet zonder gerede twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte enige wetenschap had omtrent de bedoelingen van zijn broer zoals hiervoor is overwogen noch uit enig ander bewijsmiddel blijkt dat de verdachte op enige wijze zoals ten laste is gelegd gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft ten behoeve van de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1], dient hij ook voor de medeplichtigheid daaraan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2
hij op 08 oktober 2013 te Delft, opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer 2],

- met kracht meermalen een vuistslag tegen het gezicht heeft gegeven ten gevolge waarvan [slachtoffer 2] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3
hij op 07 oktober 2013 te Delft opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer 2]), met een hand bij de keel heeft gepakt en tegen het gezicht heeft geslagen terwijl verdachte een grote ring droeg, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 meer subsidiair en 3 bewezen verklaarde levert op:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de opgelegde taakstraf. De advocaat-generaal vordert dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen jeugddetentie, bestaande uit 120 uren werkstraf, subsidiair 60 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest en 30 uren leerstraf (Tools4u), subsidiair 15 dagen jeugddetentie.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 7 oktober 2013 heeft een incident plaatsgevonden waarbij de verdachte [slachtoffer 2] in het gezicht heeft geslagen, met een grote ring aan zijn vinger, en hem bij de keel heeft gepakt. Voor dat feit werd hij door de oudere broer van [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] – mogelijk hardhandig – aangehouden op heterdaad en overgedragen aan de politie die vervolgens een onderzoek heeft ingesteld.

De verdachte is vervolgens – naar eigen zeggen om een en ander uit te praten – op 8 oktober 2013 samen met zijn eveneens veel oudere broer op zoek gegaan naar

[slachtoffer 2]. Eerst hebben zij op school gezocht en vervolgens troffen zij [slachtoffer 2] aan op het Minervaplein te Delft. De verdachte en zijn broer zijn daar uitgestapt en hebben op straat in het bijzijn van willekeurige passanten de confrontatie gezocht. De verdachte heeft vervolgens meerdere keren in het gezicht van [slachtoffer 2] geslagen op dezelfde plek als waar hij hem op 7 oktober ook had geslagen en verwond.

De verdachte heeft zich derhalve in een kort tijdsbestek van twee dagen tweemaal schuldig gemaakt aan mishandeling van dezelfde persoon. Dat zijn ernstige feiten, temeer gezien de jeugdige leeftijd van de verdachte (toentertijd 13 jaar).

Blijkens de slachtofferverklaring heeft het gebeurde een grote impact gehad op het leven van [slachtoffer 2]. Niet alleen heeft hij na het voorval te kampen gehad met angstgevoelens, maar ook heeft hij aan het gebeurde een litteken in het gezicht overgehouden. Ter terechtzitting is door de raadsvrouw van de benadeelde partij naar voren gebracht dat [slachtoffer 2] ook op dit moment nog last heeft van lichamelijke klachten en psychische problemen naar aanleiding van de onderhavige feiten.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 juni 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof heeft voorts gelet op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 8 januari 2014 en het psychologisch onderzoek door Pro Justitia, opgemaakt door drs. N. Cairo, GZ-psycholoog, van 2 januari 2014. Ter terechtzitting in hoger beroep is door B. de Kruik, medewerkster van de jeugdreclassering, medegedeeld dat vanuit de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering het advies onveranderd blijft. Te kennen gegeven is dat begeleiding gewenst is en dat geadviseerd wordt de leerstraf Tools4u op te leggen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een taakstraf van na te melden duur alsmede een voorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 6.118,09, met verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 5.618,09, gericht tegen de ouders gelet op de leeftijd van de verdachte.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 meer subsidiair en onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.933,55, met verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.183,55, gericht tegen de ouders in verband met de leeftijd van de verdachte.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist, in die zin, dat door de raadsman geen opmerkingen zijn gemaakt ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van de benadeelde partij, maar dat gevorderde bedrag materiële schade dient te worden gematigd.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 339,99 materiële schade is geleden (schoenen € 139,99 en jas € 200,00). Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 2 meer subsidiair en onder 3 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het onder 2 meer subsidiair en onder 3 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 400,00 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Gelet op de leeftijd van de verdachte wordt de vordering geacht te zijn gericht tegen de ouders van de verdachte. Net als de rechtbank legt het hof niet de schadevergoedingsmaatregel op ten laste van de ouders, nu de wet die mogelijkheid niet biedt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 1 meest subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 meer subsidiair en 3 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een leerstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen jeugddetentie.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de volledige proeftijd stelt onder toezicht van Bureau Jeugdzorg en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven.

Geeft deze instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 meer subsidiair en onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 739,99 (zevenhonderdnegenendertig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 339,99 (driehonderdnegenendertig euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in zijn vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, mr. H.J.M. Smid-Verhage en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. M. Simpelaar.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 juli 2014.