Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:216

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
22-002739-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van hennepplanten. Nadat zij door aangever [benadeelde partij] werden betrapt hebben zij hem samen aangevallen op de bewezen verklaarde wijze. Daarbij is sprake geweest van grof geweld.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002739-13

Parketnummers: 09-926182-12 en 06-085086-11 (TUL)

Datum uitspraak: 3 februari 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 juni 2013 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1990,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

[adres] volgens eigen opgave ter terechtzitting.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 20 januari 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest.

Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij en de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 05 juli 2012 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet

- meermalen (met kracht) met een bezemsteel, althans een slagwapen of stok, op het hoofd van die (al dan niet op de grond liggende) [benadeelde partij] heeft geslagen en/of

- meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in en/of in de richting van het in het gezicht en/of lichaam van die [benadeelde partij] heeft gestoken en/of

- meermalen, al dan niet na het nemen van een aanloop, (met kracht) die (op de grond liggende) [benadeelde partij] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging doodslag in vereniging werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal, althans een poging diefstal, en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 juli 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [benadeelde partij], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een blijvend litteken in het gezicht, althans op het voorhoofd en/of blijvend verminderd zicht in een oog) heeft toegebracht, door

- deze [benadeelde partij] meermalen opzettelijk met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het gezicht en/of het lichaam te steken/prikken en/of

- meermalen (met kracht) met een bezemsteel, althans een slagwapen of stok, op het hoofd van die (al dan niet op de grond liggende) [benadeelde partij] heeft geslagen en/of

- meermalen, al dan niet na het nemen van een aanloop, die op de grond liggende [benadeelde partij] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 05 juli 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- meermalen (met kracht) met een bezemsteel, althans een slagwapen of stok, op het hoofd van die (al dan niet op de grond liggende) [benadeelde partij] heeft geslagen en/of

- meermalen met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp meermalen in en/of in de richting van het lichaam van die [benadeelde partij] heeft gestoken en/of

- meermalen, al dan niet na het nemen van een aanloop, die op de grond liggende [benadeelde partij] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


2:


hij op of omstreeks 05 juli 2012 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een loods (gelegen aan de Van Ostadestraat) weg te nemen hennepplanten en/of delen van hennepplanten, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] en/of anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die loods te verschaffen en/of die/dat weg te nemen hennepplanten en/of delen daarvan onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door over een hek te klimmen en/of een deur van die loods te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal in vereniging werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- meermalen met een bezemsteel, althans een slagwapen of stok, slaan op het hoofd van die [benadeelde partij] en/of

- omver schoppen van die [benadeelde partij] en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp meermalen steken in en/of in de richting van het lichaam van die [benadeelde partij] en/of

- meermalen, al dan niet na het nemen van een aanloop, schoppen van die (op de grond liggende) [benadeelde partij] tegen het hoofd en/of het lichaam.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 1 subsidiair is ten laste gelegd.

Het hof overweegt hiertoe het navolgende.

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde overweegt het hof dat het onderhavige dossier onder meer vele foto’s van het letsel van het slachtoffer [benadeelde partij] bevat, dat ernstig van aard lijkt. In het dossier is – anders dan in overweging gegeven door de officier van justitie in zijn appelmemorie – echter geen deskundig oordeel opgenomen omtrent de aard van dit letsel zodat het hof niet kan vaststellen door welke geweldshandelingen welk potentieel dodelijk letsel is toegebracht.

Daarnaast overweegt het hof dat de steller van de tenlastelegging het onder 1 primair ten laste gelegde aldus heeft geformuleerd dat de verdachte wordt verweten dat hij het slachtoffer in vereniging met de medeverdachte van het leven heeft willen beroven. De gedragingen die ter uitvoering van dit voorgenomen misdrijf zouden zijn ondernomen zijn aan de verdachte als dader tenlastegelegd en worden hem niet in vereniging met de medeverdachte verweten. Nu niet kan worden vastgesteld waardoor het potentieel dodelijk letsel is veroorzaakt en dus ook niet kan worden vastgesteld dat dit letsel door een gedraging van de verdachte is veroorzaakt, kan het onder 1 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, overweegt het hof dat aan het onderhavige dossier onvoldoende (medische) gegevens zijn te ontlenen die tot het bewijs kunnen leiden dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

Gelet op het vorenstaande behoort de verdachte dan ook van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1

meer subsidiair:

hij op 05 juli 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- meermalen (met kracht) met een bezemsteel op het hoofd van die (al dan niet op de grond liggende) [benadeelde partij] heeft geslagen en

- meermalen, al dan niet na het nemen van een aanloop, die op de grond liggende [benadeelde partij] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:


hij op 05 juli 2012 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een loods (gelegen aan de Van Ostadestraat) weg te nemen hennepplanten en/of delen van hennepplanten, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] en/of anderen, en zich daarbij de toegang tot die loods te verschaffen en/of die/dat weg te nemen hennepplanten en/of delen daarvan onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, te weten door een deur van die loods te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal in vereniging werd gevolgd van geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld bestond uit het

- meermalen met een bezemsteel, slaan op het hoofd van die [benadeelde partij] en

- omver schoppen van die [benadeelde partij] en

- meermalen, al dan niet na het nemen van een aanloop, schoppen van die (op de grond liggende) [benadeelde partij] tegen het hoofd en/of het lichaam.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot zware mishandeling.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Namens de verdachte is door de raadsman, overeenkomstig zijn pleitnotities, betoogd dat de verdachte heeft gehandeld uit noodweer dan wel noodweerexces dan wel in putatieve vorm.

Voor een geslaagd beroep op noodweer dient sprake te zijn van (onmiddellijk dreigend gevaar voor) een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding.

De stelling van de verdachte dat het slachtoffer een pistool in handen had, wordt door de aangever weersproken en vindt - te minder nu het slachtoffer heeft verklaard dat als hij een pistool voorhanden had gehad hij waarschijnlijk uit zelfbehoud geschoten zou hebben (zie dossierpagina 321) - in het onderhavige dossier geen enkele steun in objectieve bewijsmiddelen noch in de ter terechtzitting in hoger beroep getoonde camerabeelden.

Het hof is dan ook van oordeel dat de uiterst summiere feiten en omstandigheden die de raadsman aan het verweer ten grondslag heeft gelegd niet aannemelijk zijn geworden. Het beroep op noodweer wordt dan ook verworpen.

Het hof verwerpt voorts het beroep op noodweerexces nu van een noodweersituatie geen sprake is geweest.

Nu de raadsman op generlei wijze het beroep op putatief noodweer heeft onderbouwd gaat het hof hieraan voorbij.

Ook overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde en dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte bij een veroordeling ter zake van het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, zal worden veroordeeld.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van hennepplanten. Nadat zij door aangever [benadeelde partij] werden betrapt hebben zij hem samen aangevallen op de bewezen verklaarde wijze. Daarbij is sprake geweest van grof geweld jegens [benadeelde partij].

De verdachte heeft er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen en de lichamelijke integriteit van een ander. Daarnaast heeft hij voor de betrokkene overlast en financiële schade veroorzaakt.

De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin, zonder er bij stil te staan dat slachtoffers van delicten als het onderhavige in de regel nog geruime tijd lijden onder de psychische en lichamelijke gevolgen van hetgeen hun is aangedaan.

Feiten als het onderhavige brengen in de regel ook bij burgers heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. 

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 januari 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van in totaal € 5.107,13.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 4.357,13.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte deels betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 meer subsidiair en 2 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 meer subsidiair en 2 bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 4.357,13 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 meer subsidiair en 2 bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij].

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 5 maart 2012 onder parketnummer 06-085086-11 is de verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36f, 45, 47, 57, 63, 302 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 meer subsidiair en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 4.357,13 (vierduizend driehonderdzevenenvijftig euro en dertien cent) bestaande uit € 2.357,13 (tweeduizend driehonderdzevenenvijftig euro en dertien cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], een bedrag te betalen van € 4.357,13 (vierduizend driehonderdzevenenvijftig euro en dertien cent) bestaande uit € 2.357,13 (tweeduizend driehonderdzevenenvijftig euro en dertien cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 53 (drieënvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 5 maart 2012, parketnummer 06-085086-11, te weten van de:

gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering, mr. G.P.A. Aler en mr. H.P.Ch. van Dijk, in bijzijn van de griffier mr. M.J.J. van den Broek.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 februari 2014.

Mr. Schuering is buiten staat dit arrest te ondertekenen.