Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:214

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
04-02-2014
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
22-004674-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie die gedurende een langere periode het oogmerk had om softdrugs binnen het grondgebied van Nederland te brengen, af te leveren, te vervoeren en aanwezig te hebben.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 486 (vierhonderdzesentachtig) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-004674-13

Parketnummer: 09-754008-02

Datum uitspraak: 4 februari 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

na terugwijzing door de Hoge Raad gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 maart 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) in het jaar 1952,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 19 april 2007, 21 juni 2011 en 6 juli 2011 en -na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden- het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 21 januari 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 4 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenis-straf voor de duur van twee jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is in eerste aanleg een beslissing genomen omtrent de in beslaggenomen geldbedragen als nader in het vonnis omschreven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van dit hof d.d. 20 juli 2011 is de verdachte van het onder 4 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

486 (vierhonderdzesentachtig) dagen, met aftrek van voorarrest.

Tegen dit arrest is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van
8 oktober 2013 voormeld arrest vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 ten laste gelegde en de strafoplegging. De Hoge Raad heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wat betreft het onder 3 ten laste gelegde en heeft de zaak naar dit gerechtshof teruggewezen teneinde de zaak wat betreft de strafopleg-ging op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Omvang van het hoger beroep

Gelet op voormelde procesgang is de zaak aan het oordeel van het hof onderworpen voor wat betreft de strafop-legging ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie die gedurende een langere periode het oogmerk had om softdrugs binnen het grondgebied van Nederland te brengen, af te leveren, te vervoeren en aanwezig te hebben. De verdachte heeft aldus een aanzienlijk aandeel gehad in de import en verspreiding van verdovende middelen over Nederland.

Hij heeft daarbij de risico’s voor de volksgezondheid en de schade voor de samenleving die uit het gebruik van dergelijke middelen kunnen voortvloeien genegeerd.

Voorts heeft de verdachte door aldus te handelen direct dan wel indirect bijgedragen aan andere vormen van criminaliteit en overlast die veelal gepaard gaan met de handel in drugs en het gebruik daarvan.

De verdachte heeft zijn eigen belangen vooropgesteld en op geen enkele wijze rekening gehouden met de kwalijke gevolgen van zijn handelen.

Het hof is van oordeel dat vanwege de ernst van de feiten een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en tien maanden een passende en geboden reactie zou vormen.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft het hof evenwel rekening gehouden met de zeer aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn alsmede met de ouderdom van de feiten, waarbij het hof wel opmerkt dat het namens de verdachte ingestelde cassatieberoep zonder doeltreffende cassatiemiddelen ertoe geleid heeft dat de zaak niet reeds in 2011 is afgewikkeld. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn acht het hof het in dit uitzonderlijke geval aangewezen om om die reden 2 jaren en vijf maanden in mindering te brengen op bovengenoemde straf.

Voorts heeft het hof bij de op te leggen straf nog rekening gehouden met de nog steeds slechte gezondheid van de verdachte en het ontbreken van recidive.

Het hof zal om die reden in plaats van de hiervoor overwogen gevangenisstraf een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, derhalve een gevangenisstraf voor de duur van 486 (vierhonderdzesentachtig) dagen, opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Veroordeelt de verdachte terzake van het door dit gerechtshof bij arrest van 20 juli 2011 onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 486 (vierhonderdzesentachtig) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.A.J. van 't Hul, H.M.A. de Groot en D. Jalink, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 februari 2014.

Mr. D. Jalink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.