Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1798

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
22-005601-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het gerechtshof veroordeelt een man voor diefstal van een kanarie in Stellendam. Bij deze diefstal kreeg de verkoopster een duw en een schop.

De verdachte heeft op 12 augustus 2013 in een vogelspeciaalzaak -na een discussie met de verkoopster over een daar eerder gekochte vogel- een kanarie uit een kooi gegrepen en heeft vervolgens de zaak met de kanarie verlaten. Toen de verkoopster de verdachte op straat probeerde tegen te houden door de vogelkooi met kanarie te pakken en de man aan zijn kraag te trekken, heeft de verdachte haar een duw en een schop gegeven.

De politierechter in Rotterdam had de man eerder veroordeeld tot 180 uur werken en 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk. In hoger beroep heeft het Openbaar Ministerie dezelfde straf geëist. Het hof heeft de man nu veroordeeld tot 40 uur werken en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast moet de verdachte een schadevergoeding betalen aan de vrouw. De reden dat het hof een andere straf oplegt dan de politierechter hangt samen met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005601-13

Parketnummer: 10-712211-13

Datum uitspraak: 28 mei 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 december 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 15 mei 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, alsmede tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:


hij op of omstreeks 12 augustus 2013 te Stellendam, gemeente Goeree-Overflakkee, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand heeft weggenomen een kanarie, althans een vogel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het duwen op/tegen het lichaam en/of het schoppen/trappen op/tegen het been en/of de heup, althans het lichaam van die [aangeefster], als gevolg waarvan die [aangeefster] ten val is gekomen;

subsidiair


hij op of omstreeks 12 augustus 2013 te Stellendam, gemeente Goeree-Overflakkee, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [aangeefster]), op/tegen het lichaam heeft geduwd en/op op/tegen het been en/of de heup, althans het lichaam heeft geschopt/getrapt (als gevolg waarvan die [aangeefster] ten val is gekomen), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 augustus 2013 te Stellendam, gemeente Goeree-Overflakkee, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand heeft weggenomen een kanarie, toebehorende aan [aangeefster], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [aangeefster], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het duwen tegen het lichaam en het schoppen tegen het been van die [aangeefster], als gevolg waarvan die [aangeefster] ten val is gekomen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat aangeefster hem een trap gaf tegen zijn been toen hij op straat zijn vogelkooi in elkaar stond te zetten, waarop hij zich heeft verweerd door aangeefster terug te schoppen.

Het hof begrijpt de verdachte aldus dat hij ter zake van het aan hem ten laste gelegde geweld een beroep doet op noodweer en overweegt te dien aanzien als volgt.

Uit de aangifte en de verklaring van de getuige [getuige] volgt dat aangeefster achter de verdachte is aangelopen, nadat de verdachte een kanarie uit een kooi in de winkel had gegrepen en de winkel had verlaten. Toen zij de verdachte probeerde tegen te houden door de vogelkooi te pakken en hem bij zijn kraag te grijpen, schopte hij haar tegen haar knie en gaf hij haar een duw waardoor zij in een plantenbak kwam te vallen. Gelet op het vorenstaande moet de verklaring van de verdachte dat hij zich verweerde tegen een trap van aangeefster als onaannemelijk ter zijde worden geschoven. Het hof is van oordeel dat de handelingen van aangeefster –mede gelet op de eigen gedragingen van verdachte die net een vogel uit haar winkel had gestolen- niet kunnen worden beschouwd als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding jegens verdachte, zodat een beroep op noodweer reeds hierom niet kan slagen.

Het bewezen verklaarde is derhalve, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken die de strafbaarheid uitsluit, strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is evenmin een omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld van een kanarie. Hij heeft zich -na een geschil met aangeefster over het al dan niet verstrekken van een nieuwe vogel- laten leiden door zijn emoties waar ander handelen geboden was. Aldus heeft hij voor aangeefster overlast en financiële schade veroorzaakt. Algemene ervaringsregels leren dat slachtoffers van een dergelijk delict nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan ondervinden, hetgeen door aangeefster ter terechtzitting in hoger beroep is bevestigd.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 april 2014.

Het hof ziet in de achtergrond waartegen het feit is begaan, alsmede in de omstandigheid dat het door de verdachte toegepaste geweld – alhoewel dit nog steeds als kwalijk en strafbaar dient te worden beschouwd – relatief gering van aard is, alsmede de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde zijn gekomen, aanleiding om een lagere straf op te leggen dan de politierechter in eerste aanleg heeft gedaan. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Vordering tot schadevergoeding [aangeefster]

In het onderhavige strafproces heeft [aangeefster]zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.836,46.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep en daarmee tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.336,46, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 383,55 materiële schade is geleden, te weten de kosten chirurgie en medicatie ten bedrage van € 307, 09 alsmede de gemaakte reiskosten, ten bedrage van € 76, 46. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het primair bewezen verklaarde.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het primair bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 450,-.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot een bedrag van in totaal € 833,55 worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, op de wijze als nader in het dictum te bepalen.

Voor het overige levert behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op, reden waarom de benadeelde partij in zoverre in de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Het vorenstaande brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[aangeefster]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 833,55 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster].

Vordering tot schadevergoeding [vogelspeciaalzaak]

In het onderhavige strafproces heeft [vogelspeciaalzaak] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 589,31.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep en daarmee tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het primair bewezen verklaarde. De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

1 (

één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van

40 (

veertig) uren,

indien niet naar behoren verricht te vervangen door

20 (

twintig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangeefster] ter zake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 833,55 (achthonderddrieëndertig euro en vijfenvijftig cent) bestaande uit € 383,55 (driehonderddrieëntachtig euro en vijfenvijftig cent) materiële schade en € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangeefster], een bedrag te betalen van € 833,55 (achthonderddrieëndertig euro en vijfenvijftig cent) bestaande uit € 383,55 (driehonderddrieëntachtig euro en vijfenvijftig cent) materiële schade en € 450,00 (vierhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [vogelspeciaalzaak]

Verklaart de benadeelde partij [vogelspeciaalzaak] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, mr. J.A.C. Bartels en mr. H.J.M. Smid-Verhage, in bijzijn van de griffier mr. N.N.D. Bos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 mei 2014.

mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.