Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1683

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
02-05-2014
Datum publicatie
16-07-2014
Zaaknummer
BK-13/00718
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2013:8707, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Energiebelasting. Belanghebbende is in de hoedanigheid van leverancier energiebelasting verschuldigd ter zake van al het verbruik door de leden van B. De gegevens wijzen uit dat het belanghebbende is die, in de voor heffing in aanmerking komende zin, de elektriciteit aan de leden van B levert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2014/1487
V-N 2014/40.29 met annotatie van Redactie
FutD 2014-1720
mr. E.G. Borghols, Van den Bosch & partners annotatie in NTFR 2014/2026
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-13/00718

Uitspraak van 2 mei 2014

in het geding tussen:

[X] B.V. h/o [Y], statutair gevestigd te [Z], belanghebbende,

en

de directeur van de Belastingdienst/kantoor [P], de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 juli 2013, nummer SGR 12/11121.

Voldoening op aangifte, bezwaar en beroep

1.1. Belanghebbende heeft aangifte voor de energiebelasting gedaan over het tijdvak van februari 2012 ter grootte van € 187.999 en heeft dat bedrag voldaan.

1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de voldoening op aangifte gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld bij de rechtbank. Een griffierecht van € 310 is geheven

1.4. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Hoger beroep

2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Een griffierecht van € 478 is geheven.

2.2. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

2.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 11 april 2014 in Den Haag. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

In hoger beroep is op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde, als tussen partijen niet in geschil dan wel door de ene partij gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1. Belanghebbende is handelaar in en leverancier van elektriciteit. Zij is door de landelijke netbeheerder [A] erkend als partij die bevoegd is tot het dragen en uitvoeren van programmaverantwoordelijkheid voor zichzelf en ten behoeve van anderen. Belanghebbende is in het bezit van een vergunning tot levering aan kleinverbruikers.

3.2. [B] is een landelijk opererende coöperatieve vereniging. De leden van [B] zijn natuurlijke personen. Het doel van [B] is de opwekking van duurzame energie ten behoeve van haar leden. [B] plaatst windturbines in eigen beheer en exploiteert vier windturbines waarmee zij elektriciteit opwekt.

3.3. Belanghebbende en [C] B.V. ([C]) hebben 9 augustus 2005 een overeenkomst gesloten, te weten de Raamovereenkomst voor de levering van elektriciteit opgewekt met windturbines door [C] of deelnemingen van [C] aan belanghebbende. In de overeenkomst is opgenomen:

"(…)

1.

Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

(…)

7.

Leveringspunt: het punt ter plaatse van de windturbine waar de fysieke Duurzame Elektriciteit wordt ingevoed op het Net;

(…)

3.

Koop en levering

3.1

Gedurende de looptijd zoals aangegeven per addendum koopt [belanghebbende] van [C], gelijk [C] aan [belanghebbende] verkoopt en daarom verplicht is te leveren alle opgewekte elektriciteit van de per addendum vastgelegde windturbine(s).

3.2

De levering geschiedt ten tijde van het tot stand komen van deze overeenkomst door invoeding van de fysieke elektriciteit op het Net op het Leveringspunt.

(…)"

3.4.

[B] (de producent) en [C] (de afnemer) hebben op 13 februari 2006 een overeenkomst gesloten, te weten de Raamovereenkomst voor de levering van duurzame elektriciteit door de [B] aan [D] VOF. In de overeenkomst is opgenomen:

"(…)

1.

Definities

(…)

5.

kWh: de door Producent geproduceerde en aan het Net geleverde kilowattuur elektriciteit;

6.

Leveringspunt: het punt ter plaatse van de windturbine waar de fysieke Duurzame Elektriciteit wordt ingevoed op het Net;

(…)

10.

Programmaverantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid van afnemers, niet zijnde beschermde afnemers, en vergunninghouders om programma’s met betrekking tot de productie, het transport en het verbruik van elektriciteit op te stellen of te doen opstellen ten behoeve van de Netbeheerder en zich met inachtneming van de voorwaarden, bedoeld in artikel 31 van de Elektriciteitswet 1998, te gedragen overeenkomstig die programma’s zoals omschreven in artikel 1, lid 1, aanhef onder o van de Elektriciteitswet 1998;

2.

Koop en levering

2.1

Afnemer koopt van Producent, gelijk Producent aan Afnemer verkoopt en daarom verplicht is te leveren (i) alle gedurende de looptijd van deze overeenkomst door de '[E]' opgewekte Duurzame elektriciteit, alsmede (…)

(…)

2.3

De levering geschiedt ten tijde van het tot stand komen van deze overeenkomst:

- wat betreft de (fysieke) Duurzame Elektriciteit door invoeding op het Net op het Leveringspunt;

(…)

19.1

Het staat partijen niet vrij om zonder schriftelijke toestemming van de andere partij rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst geheel of ten dele over te dragen aan derden. Deze toestemming zal niet op onredelijke gronden geweigerd worden.

19.2

De bovenstaande toestemming is echter niet vereist voor overdracht door Producent aan de financier van de windturbine of een door de financier aan te wijzen derde (…)

20.

Looptijd raamovereenkomst/aanvang levering

Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de tijdsduur van 10 jaren, de overeenkomst gaat in op 1 maart 2005 en eindigt 10 jaren later.

(…)"

3.5.

[B] heeft op 10 maart 2011 een overeenkomst met belanghebbende gesloten, te weten de Overeenkomst tot facilitering van eigen verbruik van elektriciteit door leden van de [B]. In de overeenkomst is opgenomen:

"(…)

(1) [Belanghebbende] is handelaar in, en leverancier van, elektriciteit, is door de landelijke netbeheerder [A] erkend als partij bevoegd tot het dragen en uitvoeren van programmaverantwoordelijkheid voor zichzelf en ten behoeve van anderen, en is in het bezit van een vergunning tot levering aan kleinverbruikers.

(…)

(3) [B] en [C] zijn schriftelijk overeengekomen, dat [B] de door de windturbine opgewekte elektriciteit uitsluitend zal verkopen en leveren aan [C] (Leveringscontract)

(4) [C] en [belanghebbende] zijn schriftelijk overeengekomen, dat [C] de door [C] van [B] gekochte elektriciteit zal doorverkopen en leveren aan [belanghebbende] (Raamovereenkomst).

(5) In het kader van Leveringscontract en Raamovereenkomst is [belanghebbende] al leverancier in de betekenis van de Elektriciteitswet voor de windturbines van [B].

(6) [B] wenst een deel van de door de windturbine opgewekte elektriciteit aan te wenden voor Eigen Verbruik door haar leden (…), en de resterende elektriciteit (Restdeel) te blijven verkopen en leveren aan [C] conform het Leveringscontract.

(7) [C] wenst het Restdeel te blijven doorverkopen en leveren aan [belanghebbende] conform de Raamovereenkomst.

(8) Het Leveringscontract en de Raamovereenkomst blijven overigens onverminderd van kracht.

(9) Gegeven dat het Leveringscontract [B] verplicht alle door haar windturbine geproduceerde elektriciteit aan [C] te leveren, is [C] slechts bereid tot medewerking aan Eigen Verbruik onder de voorwaarde dat dit voor haar geen negatieve financiële gevolgen heeft. Partijen willen alles dusdanig regelen dat de financiële gevolgen van het Eigen Verbruik door de Leden zonder financiële gevolgen blijft in deze keten van contracten, leveringen en betalingen.

(…)

14.

Partijen wensen in deze Overeenkomst de voorwaarden vast te leggen voor de wijze waarop, met inachtneming van deze overwegingen, Eigen Verbruik gefaciliteerd zal worden.

(…)

1.

Definities en interpretatie

1) Eigen Verbruik (EV), (ook wel genoemd 'zelflevering'): Het verbruiken van elektriciteit op een andere aansluiting dan de productielocatie, waarbij de rechthebbende op de aanleveringslocatie als Lid van [B] tevens mede-eigenaar is van het productiemiddel.

2) Faciliteren van Eigen Verbruik (FEV): Alle activiteiten die nodig zijn om EV te realiseren.

3) In deze Overeenkomst worden verder termen gebruikt die in de Algemene voorwaarden voor levering aan Kleinverbruikers van [belanghebbende] reeds zijn gedefinieerd. Die definities zijn ook voor deze Overeenkomst van toepassing.

(…)

2.

Faciliteren van Eigen Verbruik

1) De elektriciteit die valt onder EV wordt door [B] niet meer, conform het Leveringscontract, verkocht en geleverd aan [C]. [Belanghebbende] faciliteert het EV tot een maximum van 3.500 kWh per Lid per jaar. Genoemde hoeveelheid kan op verzoek van [B] worden bijgesteld.

3.

Aanmelding van Leden

1) [B] zal de leden uitnodigen om deel te nemen aan FEV. [B] zal aan de leden uitleg over het project geven, en aan hen alle bijbehorende instructies verstrekken,

2) [Belanghebbende] zal een web-aanmeldpagina aanmaken die alleen voor aanmelding van Leden voor toetreding tot FEV bestemd is. Deze pagina zal aansluiten bij de look and feel van de website van [B]

3) Leden kunnen bij aanmelding kiezen uit het aangaan van een overeenkomst voor FEV van elektriciteit met een variabele, of met een vaste prijs per kWh. Alleen groene stroom is mogelijk. De in rekening te brengen tarieven zullen op elk moment gelijk liggen aan de openbare tarieven van [belanghebbende], die [belanghebbende] in rekening brengt aan haar andere klanten.

4) Afname boven 3500 kWh per jaar zal aan het Lid in rekening worden gebracht tegen vergelijkbare tarieven die [belanghebbende] in rekening brengt aan haar andere klanten.

5) Alvorens de door een Lid een via de web-aanmeldpagina aangemaakte overeenkomst tot FEV van elektriciteit te accepteren, zal [belanghebbende], naast haar andere controles, controleren of de naam van het betreffende Lid voorkomt op de door [B] aan [belanghebbende] te verstrekken ledenlijst van [B] voorkomt.

6) Indien Leden er voor kiezen om ook gas af te nemen van [belanghebbende], dan valt een dergelijke overeenkomst geheel buiten het kader van deze Overeenkomst.

(…)

4.

Levering aan Leden

1) [Belanghebbende] zal zich naar netbeheerders en Energiekamer opstellen als leverancier van de deelnemende Leden, en de daarbij behorende taken vervullen.

2) [Belanghebbende] zal bij het in rekening brengen van de aan de deelnemende Leden elektriciteit geen energiebelasting in rekening brengen, doch onder de noemer fonds EV een bedrag gelijk aan de energiebelasting inclusief BTW die in andere gevallen in rekening zou zijn gebracht. (…)

5.

Facturatie aan leden

1) [Belanghebbende] factureert aan de deelnemende leden zoveel als mogelijk gebruik makend van de standaard systemen.

2) De posten op de factuur aan een deelnemend lid zullen andere omschrijvingen en boekingshoofden krijgen:

a. a) Levering Elektriciteit  vergoeding voor FEV

b) Vastrecht levering  vastrecht FEV

c) Energiebelasting  fonds EV v.w.b. de eerste 3.500 kWh, en Energiebelasting voor de verdere levering

d) Heffingskorting  geen verandering

e) Netwerkkosten  geen verandering

(…)

3) Betalingscondities blijven gelijk aan de standaardlevering van [belanghebbende]

(…)

8.

Discussie

1) (…)

2) Indien er een rechtszaak gevoerd dient te worden over de legitimiteit van het niet in rekening brengen van energiebelasting inzake EV gedane leveringen van elektriciteit (…)

13.

Slotbepalingen

(…)

6) Behalve de bij deze Overeenkomst gevoegde 'Algemene Voorwaarden voor levering aan Kleinverbruikers door [belanghebbende]' (…)

(…)"

3.6.

[B], [C] en belanghebbende hebben op 10 maart 2011 een Overeenkomst tot aanpassing van verrekening van elektrische energie gesloten. In de overeenkomst is opgenomen:

"(…)

5

[B] wenst (een deel van) de door de windturbines opgewekte elektriciteit aan te wenden voor eigen gebruik door haar leden, en de resterende elektriciteit (Restdeel) te blijven verkopen en leveren aan [C] conform het Leveringscontract;

6

[C] wenst het Restdeel te blijven doorverkopen en leveren aan [belanghebbende] conform de Raamovereenkomst;

7

Het Leveringscontract en de Raamovereenkomst blijven onverminderd van kracht.

8

Partijen wensen in deze Overeenkomst de voorwaarden vast te leggen voor de wijze waarop het Restdeel tussen Partijen wordt verkocht, gekocht en geleverd.

(…)"

3.7.

De leden sluiten ieder afzonderlijk met belanghebbende een Overeenkomst van levering van energie aan kleinverbruikers. In de overeenkomst is opgenomen:

"(…)

[Belanghebbende], (…), verder te noemen de Leverancier en [verbruiker], verder te noemen de Contractant komen het volgende overeen:

1.

De Leverancier zal aan de Contractant zo spoedig mogelijk/vanaf 02-12-2011 of zoveel later als de Levering door de Leverancier aan de Contractant daadwerkelijk een aanvang neemt elektriciteit en of gas leveren op de Aansluiting van de Contractant op het in de Annex(en) van deze overeenkomst genoemde aansluitadres.

2.

Het tarief en de bij deze overeenkomst behorende algemene voorwaarden waartegen de Leverancier aan de Contractant elektriciteit en of gas levert staan vermeld in de Annex(en).

4.

De Leverancier gaat bij berekeningen van voorschotten, jaarrekening en eindafrekening uit van de gegevens zoals aan haar verstrekt door de Netbeheerder van de Contractant. De Leverancier draagt hierbij zorg voor de communicatie en validatie van de meterstanden van de Contractant aan de Netbeheerder.

(…)

7.

Deze overeenkomst en de vaste prijsperiode (conform de annex) gaan in op de datum dat de levering aan de Contractant door de Leverancier tot stand is gebracht.

8.

De vaste prijsperiode eindigt op de datum dat de looptijd van deze prijsperiode is verstreken. De tarieven en de looptijd bij een vaste prijsperiode worden automatisch geactualiseerd en met een zelfde periode verlengd, nadat de looptijd verstreken is.

9.

Contractant gaat akkoord en is bekend met het doorberekenmodel (leveranciersmodel/nota verlegging) en de algemene voorwaarden voor kleinverbruikers van de netbeheerder.

(…)

Belangrijke Informatie omtrent overeenkomst

Tarieven/Tariefswijzigingen

De tarieven van de Leverancier worden door haar vastgesteld op basis van de actuele marktsituatie, vermeerderd met energiebelasting, BTW en eventueel verminderd met een heffingskorting. Door de overheid bepaalde verhogingen of verlagingen van energiebelasting, BTW en eventuele toekomstige heffingen worden aan de Contractant in rekening gebracht.

(…)

Transportkosten

In de voorschotfacturen zijn de transportkosten van de netbeheerder inbegrepen. Per netbeheerder worden verschillende doorberekenmodellen en algemene voorwaarden gehanteerd (notaverlegging leveranciersmodel). Met deze overeenkomst gaat u akkoord met het door de netbeheerder gehanteerde model en haar algemene voorwaarden. Deze informatie kunt u terugvinden op de website van de netbeheerder, of bij de Leverancier opvragen.

(…)

Facturatie/Automatische incasso

Uw eerste factuur wordt berekend op basis van het aantal resterende dagen na de switchdatum en wordt zo snel mogelijk geïnd of verstuurd.

(…)"

In de annex bij de overeenkomst worden de in rekening te brengen tarieven per kWh aangegeven.

3.8.

De door [B] opgewekte elektriciteit wordt op de productielocatie op het net ingevoed en door de netbeheerder getransporteerd naar de leden.

3.9.

De energiebelasting die verband houdt met het verbruik door de leden van de door [B] opgewekte groene stroom (groene stroom) in februari 2012 (tot 3.500 kWh per lid) bedraagt € 3.888,23. Dat bedrag is in de aangifte begrepen en voldaan.

De rechtbank

4.

De Rechtbank heeft overwogen:

"(…)

De relevante wetgeving

15.

Ingevolge artikel 48, eerste lid, van de Wbm wordt onder de naam energiebelasting een belasting geheven op aardgas en elektriciteit. Artikel 50, eerste lid, van de Wbm luidt: “Met betrekking tot aardgas en elektriciteit wordt de belasting geheven ter zake van de levering via een aansluiting aan de verbruiker”. Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Wbm wordt met betrekking tot elektriciteit de belasting geheven van degene die de levering verricht.

Het begrip levering

16.

Nu de Wbm geen eigen definitie van het begrip levering geeft en doel en strekking van de Wbm evenmin een andere dan civielrechtelijke interpretatie rechtvaardigen, dient dit begrip conform het civiele recht te worden verstaan.

Is [belanghebbende] belastingplichtig?

17.

De rechtbank stelt voorop dat de opwekking van de elektriciteit geschiedt met windturbines in eigendom van de [B], zodat ook de [B] gerechtigd is tot die elektriciteit en niet de Leden. De [B] is immers een zelfstandige rechtspersoon. Verbruik van de elektriciteit door de Leden is vervolgens eerst mogelijk na overdracht aan de Leden. De daartoe door de [B], [belanghebbende] en de Leden gesloten overeenkomsten beschouwt de rechtbank als overeenkomst van verkoop en levering van de elektriciteit via [belanghebbende]. De rechtbank heeft hierbij het volgende in aanmerking genomen.

18.

Ingevolge artikel 7:1, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is koop de overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank is [belanghebbende] met de deelnemende Leden een overeenkomst aangegaan welke is aan te merken als consumentenkoop in de zin van artikel 7:5, eerste lid van het BW, waarin elektriciteit uitdrukkelijk onder de roerende zaken wordt begrepen. Ingevolge artikel 3:84, eerste lid, van het BW wordt voor overdracht van een goed vereist een levering krachtens geldige titel, verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. Ingevolge artikel 3:95, eerste lid, van het BW geschiedt de levering door een daartoe bestemde akte.

19.

De [B] kan de door haar opgewekte elektriciteit feitelijk niet rechtstreeks aan de Leden ter beschikking stellen. [Belanghebbende] heeft ter zitting verklaard dat de Directie Toezicht Energie van de NMA weliswaar heeft geconcludeerd dat de [B] geen vergunning nodig heeft voor de levering van elektriciteit aan haar leden maar dat dit in de praktijk niet kan omdat de leveranties en afname(s) niet geadministreerd kunnen worden, daar [B] niet over een leveringsvergunning beschikt en derhalve geen programmaverantwoordelijkheid (zie ook onderdeel 4 hiervoor) kan dragen. Nu de [B], die niet door [A] als programmaverantwoordelijke is erkend, geen programmaverantwoordelijkheid mag dragen, is het noodzakelijk dat [belanghebbende] als leverancier en programmaverantwoordelijke fungeert. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het onder 5 vermelde contract tot gevolg dat [belanghebbende] de elektriciteit aan de Leden kan leveren conform het in 7 vermelde contract. Hierdoor hebben [belanghebbende] en de [B] het voor de Leden mogelijk gemaakt de door de [B] opgewekte elektriciteit te gebruiken. De rechtbank acht hierbij voorts van belang dat [belanghebbende] en de [B] telkens de begrippen ‘leveren’, ‘levering’ en ‘leverancier’ in relatie tot [belanghebbende] hanteren. Ook in de overeenkomst tussen [belanghebbende] en de Leden worden deze begrippen gehanteerd. De stelling van [belanghebbende] dat zij niet heeft geleverd, acht de rechtbank in het licht van de gedingstukken en hetgeen zij verder heeft verklaard en bij gebrek aan (nader) bewijs onaannemelijk. Dat in de onder 5 vermelde overeenkomst begrippen als ‘eigen verbruik’ en faciliteren eigen gebruik’ zijn opgenomen en dat bepaalde posten op de factuur een andere benaming krijgen, doet aan voorgaand oordeel niet af. De rechtbank acht hierbij van belang dat [belanghebbende] het elektriciteitsverbruik van de Leden bijhoudt en, naar zij ter zitting heeft toegelicht, een bedrag naar rato daarvan aan hen factureert op basis van de tarieven per KWh geleverde stroom die gelden in de actuele marktsituatie (zie onder ‘Tarieven/Tariefswijzigingen’ in onderdeel 7 hiervoor) en dat zij, naar zij ter zitting heeft verklaard, de door de Leden betaalde vergoeding voor aan hen geleverde (groene) stroom aan [B] doorbetaalt.

20.

De Leden zijn niet degenen die elektriciteit op het distributienet hebben ingevoed, dit is de [B]. Gelet hierop is artikel 50, tweede lid, van de Wbm niet van toepassing. Nu er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een levering door [belanghebbende] in de zin van artikel 50, eerste lid, van de Wbm, kunnen het vierde en vijfde lid van dat artikel evenmin aan de orde komen.

Verschuldigdheid energiebelasting

21.

Ingevolge artikel 56, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, van de Wbm wordt de belasting met betrekking tot de levering van elektriciteit verschuldigd in geval een voorschotnota wordt uitgereikt op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt. De door [de Inspecteur] betwiste stelling van [belanghebbende] dat zij geen factuur aan de Leden heeft gestuurd voor de groene stroom strookt niet met hetgeen is opgenomen in artikel 5 1) ‘Facturatie aan leden’ van de in [3.5] hiervoor opgenomen overeenkomst en de in [3.7] vermelde overeenkomst (onder ‘Transportkosten’ en ‘Facturatie/Automatische incasso’). Voorts worden in de annex bij laatstgenoemde overeenkomst de in rekening te brengen tarieven per kWh aangegeven. Gelet hierop en met name ook op de toelichting van [belanghebbende] ter zitting dat zij naar rato van elektriciteitsverbruik en op basis van voornoemde tarieven aan de Leden factureert acht de rechtbank de – niet met bewijs gestaafde – stelling van [belanghebbende] dat de vergoeding van de Leden niet ziet op een vergoeding per verbruikte kWh stroom maar enkel ziet op een vergoeding voor de dienstverlening van en het dragen van programmaverantwoordelijkheid door [belanghebbende] en ter compensatie voor het feit dat de groene stroom niet op de markt wordt gebracht, niet aannemelijk. De rechtbank heeft hierbij tevens in aanmerking genomen dat de aan de Leden in rekening gebrachte vergoeding per kWh groene stroom gelijk is aan de vergoeding die [belanghebbende] in rekening brengt voor de extra geleverde stroom.

22.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft [belanghebbende] terecht energiebelasting afgedragen. Verlening van een (buitenwettelijke) vrijstelling van belasting op de grond dat dit in overeenstemming zou zijn met doel en strekking van de energiebelasting dan wel op grond van onverenigbaarheid met Nederlandse en Europese (fiscale) milieudoelstellingen, is naar het oordeel van de rechtbank, niet mogelijk.

23.

Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

(…)"

Geschil en standpunten van partijen

5.1. Partijen houdt in hoger beroep, net als voor de rechtbank, het antwoord op de vraag verdeeld of belanghebbende energiebelasting is verschuldigd over het verbruik door de leden van [B] tot 3.500 kWh, en of, zo dat het geval is, artikel 50, lid 2, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) toepassing vindt, hetgeen belanghebbende bepleit en de Inspecteur betwist. Over de bedragen bestaat geen geschil.

5.2. Voor de standpunten van partijen en de gronden verwijst het Hof naar de gedingstukken.

Beoordeling van het hoger beroep

6.1. De rechtbank heeft naar 's Hofs oordeel op alle onderdelen met juistheid beslist dat het beroep ongegrond is.

6.2. Het geheel van voorhanden zijnde gegevens in aanmerking nemende komt het Hof tot de conclusie, de overwegingen van de rechtbank overnemend, dat belanghebbende in de hoedanigheid van leverancier energiebelasting is verschuldigd ter zake van al het verbruik door de leden van [B]. De gegevens wijzen uit dat het belanghebbende is die, in de voor heffing in aanmerking komende zin, de elektriciteit aan de leden van [B] levert. Zo niet kan worden uitgegaan van de civielrechtelijke betekenis van (de vormen van) het begrip leveren, moet in elk geval worden vastgesteld dat de leden over de door of door tussenkomst van belanghebbende verstrekte elektriciteit kunnen beschikken als waren zij eigenaar. Wanneer in aanmerking wordt genomen dat de elektriciteit is opgewekt en aan het net ter beschikking is gesteld door de zelfstandige rechtspersoon [B] en deze elektriciteit aldus uit de beschikkingsmacht van [B] verdwijnt, waarna de elektriciteit van of door tussenkomst van [C] en belanghebbende door de leden wordt afgenomen, concludeert het Hof dat zich geen andere situatie voordoet dan van levering via een aansluiting aan de verbruiker. Niet kan worden gezegd dat sprake is van eigen verbruik door de leden. De regeling in artikel 50, tweede lid, van de Wbm is in dit geval evenmin van toepassing, reeds omdat die bepaling ziet op de verbruiker die op hetzelfde punt invoert en afneemt, waarvan hier geen sprake is.

6.3. Belanghebbendes beroep op toepassing van het gelijkheidsbeginsel faalt naar 's Hofs oordeel. Belanghebbende vergelijkt feitelijk en rechtens ongelijke dan wel niet vergelijkbare situaties. Ook is naar het oordeel van het Hof, gelet op de door partijen gekozen juridische structuur, geen sprake van een organisatorische eenheid van [B] en haar leden. De door belanghebbende bepleite saldering kan niet worden toegepast.

6.4. Dat voert het Hof tot de slotsom dat het hoger beroep ongegrond is. Bijgevolg moet worden beslist zoals hierna is vermeld.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig een partij te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is vastgesteld door mrs. U.E. Tromp, J.T. Sanders en H.A.J. Kroon, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.J. Jansen. De beslissing is op 2 mei 2014 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1.

Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2.

Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20.303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.