Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1647

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
12-05-2014
Zaaknummer
22-002823-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich gedurende een aanzienlijke periode en op grote schaal schuldig gemaakt aan oplichting en tevens aan flessentrekkerij zoals bewezenverklaard.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/164

Uitspraak

Rolnummer: 22-002823-13

Parketnummer: 10-651025-12

Datum uitspraak: 16 april 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 juni 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1992,

[GBA-adres] (Bondsrepubliek Duitsland).

[verblijfsadres] volgens opgave van de verdachte ter terechtzitting [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 april 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Voorts is een beslissing genomen ter zake de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.


hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 november 2010 tot en met 13 augustus 2011 te Rotterdam en/of te Arnhem, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [ benadeelde partij 1] en/of

- [ benadeelde partij 2] en/of

- [ benadeelde partij 3] en/of

- [ benadeelde partij 4] en/of

- [ benadeelde partij 5] en/of

- [ benadeelde partij 6] en/of

- [ benadeelde partij 7] en/of

- [ benadeelde partij 8] en/of

- [ benadeelde partij 9] en/of

- [ benadeelde partij 10] en/of

- [ benadeelde partij 11] en/of

- [ benadeelde partij 12] en/of

- [ benadeelde partij 13] en/of

- [ benadeelde partij 14] en/of

- [ benadeelde partij 15] en/of

- [ benadeelde partij 16] en/of

- [ benadeelde partij 17] en/of

- [ benadeelde partij 18] en/of

- [ benadeelde partij 19]

heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite www.marktplaats.nl een of meer advertentie(s) geplaatst waarin (een) goed(eren), zoals onder meer een of meerdere Iphone(s) en/of Blackberry('s) en/of laptop(s), althans een of meerdere goed(eren) te koop aangeboden en/of

- ( vervolgens) met voornoemde perso(o)n(en) een prijs voor de aankoop van genoemd(e) goed(eren) afgesproken en/of

- ( vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en), zijn, verdachte's rekeningnummer(s) gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en/of

- zich (aldus) (telkens) onder meer voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemd(e) goed(eren) gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde rekening, die/dat te koop aangeboden goed(eren) (telkens) niet afgeleverd en/of verstrekt en/of opgestuurd aan/naar voornoemde perso(o)n(en), waardoor die perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed;

2.


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 september 2010 tot en met 12 januari 2012 te Rotterdam en/of Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, in genoemde periode

- een of meerdere (huishoudelijk(e)) goed(eren) en/of gebruiksartikel(en), (onder meer een of meerdere 3-zitsbank(en) en/of smartphone(s) en/of laptop(s) en/of dekbedovertrek(ken) en/of een krabpaal) gekocht bij Wehkamp BV en/of

- een of meerdere bedrijfsprodukt(en), althans een of meerdere goed(eren) (onder meer een muismat en/of memoblaadjes en/of een metalen visitekaarthouder en/of een mok en/of een stempel en/of adresstickers en/of enveloppen en/of visitekaartjes) gekocht bij Vistaprint BV.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Partiële vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde

Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de goederen bij Wehkamp heeft besteld met het oogmerk om zich zonder volledige betaling de beschikking over die goederen te verzekeren.

Het hof zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Nadere bewijsoverweging ter zake het onder 1 tenlastegelegde

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er een bewezenverklaring kan volgen voor alle tenlastegelegde oplichtingen. In casu bestaat er geen twijfel of er sprake is van meer dan het enkel aanbieden, betalen en vervolgens niet leveren. De verdachte heeft blijkens zijn eigen verklaring nooit de intentie gehad om de telefoons te leveren. Hij heeft niet alleen in vrijwel alle gevallen een gefingeerde naam gebruikt, maar ook steeds gebruik gemaakt van e-mailadressen waarin zijn eigen naam niet voorkwam. De verdachte heeft op bedrieglijke wijze gebruik gemaakt van een in het maatschappelijk verkeer geldend gedragspatroon. Relevant daarbij is de wijze waarop hij zijn waren aanprees en het vertrouwen van de potentiële kopers wekte.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde oplichting van [benadeelde partij 14]. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte zich uitsluitend heeft voorgedaan als een bonafide verkoper, hetgeen geen oplichting oplevert.

Het oordeel van het hof

In artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr.) is als oplichting strafbaar gesteld – voor zover hier relevant en kort weergegeven - hij die, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, een ander beweegt tot de afgifte van een goed met gebruikmaking van één of meerdere van vier met name genoemde oplichtingmiddelen. Als oplichtingsmiddelen worden in het artikel genoemd: het aannemen van een valse naam, het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad komt met betrekking tot oplichting en de afbakening daarvan met de civielrechtelijke toerekenbare tekortkoming naar voren dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide verkoper – die in staat en voornemens is zijn verplichting na te komen – het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep oplevert (HR 15 december 1998, LJN ZD1177, HR 13 november 2001, LJN AD4320, HR 29 juni 2010, LJN BL8638).

Het hof stelt de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Om aan geld te komen waarmee hij schulden kon afbetalen is de verdachte op het idee gekomen om via Marktplaats goederen, met name telefoons, te koop aan te bieden. Dit deed hij niet onder zijn eigen naam. Om het binnenkomende geld te kunnen ontvangen heeft de verdachte bij een aantal banken rekeningen geopend en een groot aantal zogenaamde Gmail-emailadressen aangemaakt. Deze emailadressen verwezen naar namen en in meerdere gevallen ook naar een ander geslacht dan die/dat van verdachte.

In de door de verdachte op Marktplaats geplaatste advertenties bood hij iPhones en later Blackberries aan voor een bedrag van (gemiddeld zo’n) € 250. In de advertentietekst (en in voorkomende gevallen ook in de daarna via e-mail gevoerde communicatie) maakte hij melding van een (valse) reden van verkoop en deed hij het voorkomen alsof het om gloednieuwe toestellen zou gaan, waar de boekjes, accessoires en (garantie)bonnen bijgeleverd zouden worden. Ook werden de betreffende telefoons aangeprezen als simlockvrij. Steeds heeft de verdachte gebruik gemaakt van een valse naam, een e-mailadres bevattende (een verwijzing naar) de valse naam en een vals adres en/of woonplaats. De advertenties waren ook voorzien van foto’s van de aangeboden telefoontypes. De verdachte beschikte in geen van de gevallen over de betreffende telefoons en was ook nimmer voornemens deze te leveren.

Op de door de verdachte geplaatste advertenties is vervolgens door veel mensen, waaronder aangevers, per e-mail en/of telefonisch gereageerd. De verdachte reageerde vervolgens heel snel op deze berichten – in de regel eveneens per e-mail - en vermeldde daarin een met de in de advertentie voorkomende valse naam en/of emailadres. In de regel verzekerde de verdachte in de reactiemails en –telefoontjes de telefoon direct na betaling op te sturen. In een aantal gevallen heeft de verdachte ook beloofd een zogenoemde Track & Trace-code op te sturen.

Daarna maakten de aangevers de overeengekomen koopsom geheel of in de vorm van een gedeeltelijke aanbetaling naar de verdachte over. Op die manier is er per saldo een aanzienlijk bedrag door de verdachte ontvangen. Het geld dat op zijn rekeningen werd bijgeschreven gebruikte hij voor zichzelf. Hij heeft daarvan allerlei goederen gekocht en hij is verschillende keren naar het casino geweest.

Ook blijkens de aangifte van [benadeelde partij 14] heeft de verdachte zich bediend van een valse naam, te weten [verdachte] of [verdachte], alsmede het e-mailadres [e-mailadres] Het verweer van de raadsvrouw dat de verdachte in dit geval geen valse naam heeft gebruikt mist aldus feitelijke grondslag.

Het hof acht het aannemelijk dat bovengenoemde gedragingen van de verdachte, in het bijzonder het na het plaatsen van de advertentie onder een valse (bedrijfs)naam en met gebruikmaking van niet op zijn naam gestelde, doch wel op “echte” namen gelijkende emailadressen communiceren door de verdachte met de aangevers en het daarbij doen van concrete beloften over toezending op zeer korte termijn en/of op een bepaalde wijze, tezamen en in onderling verband bezien, er in belangrijke mate toe hebben bijgedragen dat de aangevers in de waan werden gebracht met een echt bestaande, betrouwbare en bona fide verkoper van doen te hebben. Aldus is naar het oordeel van het hof geen sprake van “de enkele omstandigheid” dat iemand niet van plan of in staat is zijn (civielrechtelijke) leveringsverplichting na te komen, niettegenstaande het feit hij zich als een bona fide verkoper presenteerde, maar veeleer van een situatie waarin de verdachte bedrieglijk misbruik heeft gemaakt van een op marktplaats.nl geldend handelspatroon met een daaraan verbonden specifieke rolverwachting van de deelnemers.

De vertrouwenwekkende aard, het aantal en het elkaar versterkende karakter van de onware mededelingen en daarbij aansluitende misleidende emailadressen, alsook het gegeven dat deze tot particuliere personen waren gericht maken dat verdachtes handelingen tezamen naar het oordeel van het Hof (tevens) moeten worden gekwalificeerd als een “weefsel van verdichtsels”

Het Hof heeft bij vorenstaande kwalificatie tevens betrokken dat de aangevers naar het oordeel van het hof in hun verkeer met de verdachte hebben gehandeld met de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid om zich niet lichtvaardig te laten bedriegen. Zij hebben immers niet reeds op basis van de enkele advertentie van verdachte besloten hun betaling te doen, doch eerst pas nadat zij per e-mail of telefoon ook daadwerkelijk contact met de verdachte hadden gezocht en gekregen. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat de door de verdachte voorgestelde koopsom zodanig is dat niet reeds deswege van de aangevers een verdergaande onderzoeksplicht kan worden gevergd.

Concluderend is het hof dan ook van oordeel dat de verdachte zowel door het gebruik van een valse naam, als door het aannemen van een valse hoedanigheid (namelijk die van bonafide verkoper) als door gebruikmaking van een weefsel van verdichtsels aangevers heeft bewogen tot afgifte van hun geld en dat hij zich aldus schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde oplichting.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in de periode van 3 november 2010 tot en met 13 augustus 2011 te Rotterdam en/of te Arnhem, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,

- [ benadeelde partij 1] en

- [ benadeelde partij 2] en

- [ benadeelde partij 3] en

- [ benadeelde partij 4] en

- [ benadeelde partij 5] en

- [ benadeelde partij 6] en

- [ benadeelde partij 7] en

- [ benadeelde partij 8] en

- [ benadeelde partij 9] en

- [ benadeelde partij 10] en

- [ benadeelde partij 11] en

- [ benadeelde partij 12] en

- [ benadeelde partij 13] en

- [ benadeelde partij 14] en

- [ benadeelde partij 15] en

- [ benadeelde partij 16] en

- [ benadeelde partij 17] en

- [ benadeelde partij 18] en

- [ benadeelde partij 19]

heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite www.marktplaats.nl een of meer advertentie(s) geplaatst waarin (een) goed(eren), zoals onder meer een of meerdere Iphone(s) en/of Blackberry('s) te koop werd(en) aangeboden en

- ( vervolgens) met voornoemde personen een prijs voor de aankoop van genoemd(e) goed(eren) afgesproken en

- ( vervolgens) voornoemde personen een rekeningnummer gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en

- zich (aldus) (telkens) onder meer voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemd(e) goed(eren) gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde rekening, die te koop aangeboden goed(eren) (telkens) niet afgeleverd en/of verstrekt en/of opgestuurd aan/naar voornoemde personen, waardoor die personen (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van een geldbedrag;

2.


hij in de periode van 4 september 2010 tot en met 12 januari 2012 te Rotterdam en/of te Arnhem, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, in genoemde periode

- een of meerdere bedrijfsproducten, gekocht bij Vistaprint BV.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich gedurende een aanzienlijke periode en op grote schaal schuldig gemaakt aan oplichting en tevens aan flessentrekkerij, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard. Door aldus te handelen heeft de verdachte groot financieel nadeel toegebracht en misbruik gemaakt van het vertrouwen dat anderen in hem hadden gesteld. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich bij het plegen van de onderhavige feiten uitsluitend heeft laten leiden door geldelijk gewin en zich op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevolgen voor de benadeelden.

De eis van de advocaat-generaal is gebaseerd op een bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Ondanks dat het hof is gekomen tot een partiële vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde volgt het hof de eis wel, met name gelet op de ernst en omvang van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten.

De ernst en omvang van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen naar het oordeel van het hof in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Uit het onderzoek ter terechtzitting is echter gebleken dat de verdachte werk heeft en sedert zijn aanhouding voor de onderhavige feiten in 2012 niet opnieuw voor soortgelijke feiten met justitie in contact is gekomen. Voorts heeft het hof meegewogen de ten tijde van het plegen van de feiten relatief jonge leeftijd van de verdachte (19 jaar), het feit dat sedertdien meer dan twee jaren zijn verstreken, alsook de omstandigheid dat ook de slachtoffers ermee gediend zijn dat de verdachte zijn huidige economische activiteiten kan voortzetten, zodat hij ook in staat is om hun schade te vergoeden.

Het hof is, alles overwegende en met de advocaat-generaal en de rechtbank, van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur in combinatie met een langdurige voorwaardelijke gevangenisstraf (teneinde de verdachte van het opnieuw begaan van soortgelijke strafbare feiten te weerhouden) een passende en geboden reactie vormen.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 20]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 20] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 200,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 200,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 20]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 200,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 20]

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 19]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 19] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 250,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 250,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 19]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 250,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 19].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 12]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 12] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 224,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 224,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. Blijkens de aan de vordering gehechte aangifte ziet de vordering op de schade die is ontstaan ten gevolge van de diefstal van een telefoon, hetgeen een ander feit is dan het onder 1 bewezenverklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 260,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 6]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 220,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 100,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 6]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 100,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 6].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 21]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 21] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 200,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 200,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 21]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 200,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 21].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 10]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 10] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 175,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 175,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 10]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 175,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 10].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 4]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 75,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 75,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 75,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 4]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 131,75.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 131,75.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 131,75 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 16]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 16] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 300,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 300,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 16]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 300,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 16].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 18]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 18] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 300,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 300,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 18]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 300,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 18]

Vordering tot schadevergoeding Wehkamp BV

In het onderhavige strafproces heeft Wehkamp BV zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van EUR 3.325,71.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 1.838,71.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde partieel wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 326 en 326a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 8], een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 19]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 19] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 19], een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 12]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 12] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 12], een bedrag te betalen van € 260,00 (tweehonderdzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 6], een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 22]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 22] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 22], een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 10] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 10], een bedrag te betalen van € 175,00 (honderdvijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 75,00 (vijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4], een bedrag te betalen van € 75,00 (vijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 131,75 (honderdeenendertig euro en vijfenzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4], een bedrag te betalen van € 131,75 (honderdeenendertig euro en vijfenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 16] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 16], een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 18]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 18] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 18], een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij Wehkamp BV

Verklaart de benadeelde partij Wehkamp BV in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. M. Pheijffer, in bijzijn van de griffier mr. R. van den Bosch.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 april 2014.

Mr. M. Pheijffer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.