Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1640

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
12-05-2014
Zaaknummer
22-002052-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier oplichtingen. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een geldbedrag.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden. Het hof stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering. Daarnaast veroordeelt het hof de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/145

Uitspraak

Rolnummer: 22-002052-13

Parketnummers: 09-900172-12, 09-655064-12, 09-655607-12, 09-672520-11, 09-655279-09 (TUL) en 09-655003-08 (TUL)

Datum uitspraak: 16 april 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 april 2013 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1984,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 april 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij parketnummer 09/900172-12 onder 1 en 2, en bij de parketnummers 09/655064-12, 09/672520-11 en 09/655607-12 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en onder de bijzondere voorwaarden zoals in het vonnis waarvan beroep vermeld. Voorts is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] en is beslist op 2 vorderingen tot tenuitvoerlegging.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Bij vonnis, waarvan beroep, is op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ten onrechte niet beslist. Deze benadeelde partij heeft zich in hoger beroep gevoegd. De vordering is derhalve aan het oordeel van het hof onderworpen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen, zoals op de terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd.

Het hof heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien.

Het zal die nummering in dit arrest aanhouden.

Zaak met parketnummer 09-900172-12:


hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Delft en/of te Oldenzaal, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper en/of

- onder de (valse) naam [verdachte] en/of onder de (bedrijfs-)naam [bedrijfsnaam] en/of onder zijn, verdachtes, naam een laptop (merk HP pavilion) via internet te koop aangeboden en/of

- voor die laptop betaling van de afgesproken prijs voor verzending van die laptop gevraagd, waardoor die [benadeelde partij 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.


hij op of omstreeks 21 november 2011 te Assen en/of te Delft, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 250 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper en/of

- onder de (valse) naam [verdachte] en/of [verdachte] en/of [verdachte] en/of [verdachte] en/of als eigenaar van het bedrijf "[bedrijfsnaam]" en/of

- via een internetsite (Marktplaats.nl) een apple Imac te koop aangeboden en/of

- zich (aldus) voorgedaan als iemand die voor de levering van voornoemde Apple Imac kon/wilde zorgen en/of

- aan die [benadeelde partij 1] aangegeven dat een geldbedrag van 250 euro moest worden aanbetaald waardoor [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 09-672520-11 (gevoegd):


hij op of omstreeks 28 juni 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 699 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper en/of onder de (valse) naam [verdachte] wonende te Friesland, althans een andere naam dan die van hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) een laptop (Apple Macbook) via internet te koop aangeboden en/of voor die laptop betaling van de afgesproken prijs voor verzending van die laptop gevraagd, waardoor [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 09-655064-12 (gevoegd):

4.


hij op of omstreeks 10 februari 2010 te Schiedam, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 1350 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich heeft voorgedaan als rechtmatige eigenaar en/of verhuurder van de woning aan [adres] en/of

- ( daarbij) (vervolgens) een huurcontract voor de verhuur van de woning aan [adres] heeft opgemaakt en/of ondertekend, waardoor [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 09-655607-12 (gevoegd):

5.


hij op of omstreeks 09 maart 2012 te Uden, in elk geval in Nederland, een geldbedrag van (ongeveer) 1970 euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geldbedrag wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewijsoverweging

Door de raadsvrouw van de verdachte is bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 en 4 tenlastegelegde, nu het vereiste causale verband tussen de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen en de afgifte van het goed ontbreekt.

Ter zake het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw voorts aangevoerd dat het door de verdachte opgemaakte huurcontract niet valselijk is, nu de verdachte in feitelijke zin de verhuurder was. Of hij daartoe gerechtigd was in civielrechtelijke zin is niet van belang, aldus de raadsvrouw.

Het hof stelt de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Ter zake het onder 3 tenlastegelegde:

Uit de aangifte van de aangeefster [benadeelde partij 2] blijkt dat zij op 28 juni 2010 op de website www.marktplaats.nl een advertentie zag staan waarin een Apple Macbook Pro werd aangeboden voor een bedrag van € 799,-. De adverteerder was [verdachte], woonplaats Leeuwarden. De aangeefster heeft direct telefonisch contact opgenomen via het in de advertentie genoemde mobiele telefoonnummer. Zij werd te woord gestaan door [medeverdachte]. Met hem heeft zij de afspraak gemaakt om de Macbook te kopen en te betalen via internet. Vervolgens heeft zij een bedrag van € 699,- overgemaakt naar een rekeningnummer op naam van [medeverdachte 2] te Den Haag.

Als bijlage bij de aangifte zijn uitdraaien van de mailwisseling met de verkoper gevoegd. Hieruit blijkt dat de aangeefster van het e-mailadres [emailadres] een e-mail heeft ontvangen. De e-mail bevat een factuur d.d. 28 juni 2010 voor een Apple Macbook Pro ad € 699,-. Tevens wordt daarin een inkoopordernummer en een ordernummer genoemd. Als verkoper staat de naam [medeverdachte] genoemd. Voorts wordt melding gemaakt van de bedrijfsnaam NJC Web & Design, waarbij tevens een adres in Tilburg, een Kamer van Koophandel-nummer en een URL van een website (www.njcdesign.nl) is vermeld.

De verdachte heeft ter zake een verklaring afgelegd, inhoudende dat hij via www.marktplaats.nl goederen heeft aangeboden die hij niet in zijn bezit had en zodoende mensen heeft opgelicht. Het zou kunnen dat hij rond juni 2010 een Macbook heeft aangeboden op www.marktplaats.nl. Voorts verklaart hij dat mensen, als het gaat om zo’n dure Macbook, geen geld overmaken als zij niet met je over de telefoon hebben gesproken. Hij verklaart ook dat hij vaak de papieren kant deed, daarmee bedoelend dat hij de mailtjes beantwoordde en de geïnteresseerden informeerde over de gang van zaken. Ook stuurde hij de rekening naar de mensen en dat zag er dan professioneel uit. Daarbij maakte hij gebruik van een bedrijfsnaam. Over de naam [verdachte] verklaart hij dat dit de naam is van een vroegere schoolvriend en dat hij zijn naam heeft misbruikt.

Het hof stelt voorop dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot oplichting en de afbakening daarvan met de civielrechtelijke toerekenbare tekortkoming naar voren komt dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide verkoper – die in staat en voornemens is zijn verplichting na te komen – het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep oplevert (HR 15 december 1998, LJN ZD1177, HR 13 november 2001, LJN AD4320, HR 29 juni 2010, LJN BL8638).

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde geen sprake is van ‘de enkele omstandigheid’ dat de verdachte zich als bonafide verkoper voordeed. Door de gebruikmaking van een valse naam (ook in de directe communicatie met aangeefster), de gebruikmaking van een (valse) bedrijfsnaam en het toezenden van een factuur met daarop eveneens vermelding van een (valse) bedrijfsnaam heeft de verdachte een valse hoedanigheid aangenomen en gebruik gemaakt van een samenweefsel van verdichtsels. Deze gedragingen hadden kennelijk tot doel aangeefster in de waan te brengen dat de verdachte een betrouwbare verkoper was. Het hof acht het dan ook aannemelijk dat de aangeefster in casu door voormelde gedragingen van de verdachte, tezamen en in onderling verband bezien, is bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag.

Het verweer wordt in zoverre verworpen.

Ter zake het onder 4 tenlastegelegde:

Uit de aangifte van [benadeelde partij 3] volgt dat hij op 10 februari 2010 een huurcontract heeft getekend, betreffende de woning aan de [adres]. Het contract heeft hij afgesloten met de verdachte. Hij moest een borg betalen van € 750,- en een maand huur vooruit van € 600,. Dit heeft hij contant aan de verdachte betaald. Van de verdachte begreep hij dat hij de eigenaar van de woning was. De verdachte vertelde hem dat hij tijdelijk naar het buitenland zou gaan en daarom de woning verhuurde. Van de verdachte heeft hij een sleutel van de woning gekregen. Op 13 februari 2010 zou de verdachte een kopie van het huurcontract brengen. Hij is echter niet komen opdagen. De aangever heeft diverse malen geprobeerd de verdachte te bereiken maar hij nam niet op.

Er bevindt zich een kopie van de getekende huurovereenkomst in het dossier, waarop de verdachte als verhuurder staat vermeld.

Tegenover de politie heeft de verdachte verklaard dat hij in de woning aan de [adres] woonde en dat hij een huurschuld had. Hij had bedacht dat als hij een nieuwe huurder zou vinden, hij minder schuld zou hebben. Hij heeft een huurovereenkomst gemaakt waarop hij zijn eigen gegevens heeft geplaatst. Hij heeft de sleutel van de woning aan de huurder gegeven.

Ook heeft de verdachte verklaard dat hij de huurder verteld heeft dat hij naar Brazilië moest voor zijn studie en dat het huis daarom vrij kwam, en ook dat [betrokkene] de eigenaar was.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat het klopt dat in zijn huurovereenkomst met de eigenaar van de woning, de heer [betrokkene], staat dat onderverhuur niet is toegestaan. Voorts heeft hij verklaard dat hij de aangever niet heeft verteld dat hij een huurschuld had, omdat hij ervan uitging dat als de aangever dit zou horen hij de huurovereenkomst niet aan zou gaan.

Het hof acht de verklaring van de verdachte, voor zover deze inhoudt dat hij de huurder heeft verteld dat niet hij maar [betrokkene] de eigenaar van de woning was, niet aannemelijk. Het hof vermag niet inzien waarom de aangever hierover in strijd met de waarheid zou verklaren, terwijl het voor de verdachte – blijkens zijn eigen verklaring - essentieel was om er voor te zorgen dat de aangever de huurovereenkomst juist wel aan zou gaan. Om dat effect te sorteren had de verdachte zich reeds bediend van leugens omtrent de reden van verhuur van de woning en verzwijging van het feit dat hij de woning in strijd met zijn eigen huurovereenkomst met de eigenaar van de woning in onderhuur aanbood, alsmede verzwijging van zijn huurschuld. Het verzwijgen van het gegeven dat hij zelf niet de eigenaar van de woning was past bij de hieruit blijkende intentie van de verdachte.

Het hof stelt vast dat de verdachte niet gerechtigd was om de door hem gehuurde woning te verhuren c.q. onder te verhuren. Dit houdt tevens in dat de door hem opgemaakte en ondertekende huurovereenkomst met de aangever als vals is aan te merken.

Op basis van het voorgaande, in onderling samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte een valse hoedanigheid, te weten die van verhuurder, heeft aangenomen, alsmede dat hij zich heeft bediend van een of meer listige kunstgrepen, waardoor de aangever is bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien vers[benadeelde partij 2]de dat:

Zaak met parketnummer 09-900172-12:


hij op 17 augustus 2011 te Delft en te Oldenzaal, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper en

- onder de (valse) naam [verdachte] en onder de (bedrijfs-)naam [bedrijfsnaam] een laptop (merk HP pavilion) via internet te koop aangeboden en

- voor die laptop betaling van de afgesproken prijs voor verzending van die laptop gevraagd, waardoor die [benadeelde partij 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.


hij op 21 november 2011 te Assen en te Delft, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper en

- onder de (valse) naam [verdachte] en/of [verdachte] en/of [verdachte] en/of [verdachte] en/of als eigenaar van het bedrijf "[bedrijfsnaam]" en

- via een internetsite (Marktplaats.nl) een apple Imac te koop aangeboden en

- zich (aldus) voorgedaan als iemand die voor de levering van voornoemde Apple Imac kon/wilde zorgen en/of

- aan die [benadeelde partij 1] aangegeven dat een geldbedrag van 250 euro moest worden aanbetaald waardoor [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 09-672520-11 (gevoegd):


hij op 28 juni 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 699 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper en onder de (valse) naam [verdachte] wonende te Friesland, een laptop (Apple Macbook) via internet te koop aangeboden en voor die laptop betaling van de afgesproken prijs voor verzending van die laptop gevraagd, waardoor [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 09-655064-12 (gevoegd):

4.


hij op 10 februari 2010 te Schiedam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 1350 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich heeft voorgedaan als rechtmatige eigenaar en/of verhuurder van de woning aan [adres] en/of

- ( daarbij) (vervolgens) een huurcontract voor de verhuur van de woning aan de [adres] heeft opgemaakt en ondertekend, waardoor [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Zaak met parketnummer 09-655607-12 (gevoegd):

5.


hij op 09 maart 2012 te Uden, een geldbedrag van 1970 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat geldbedrag redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 tot en met 4 bewezenverklaarde levert op:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

Schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het bij parketnummer 09/900172-12 onder 1 en 2, en bij de parketnummers 09/655064-12, 09/672520-11 en 09/655607-12 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier oplichtingen. Aldus heeft hij gehandeld met als enige kennelijke doel zijn eigen financiële gewin. Dit soort feiten leiden niet alleen tot materiële schade, maar ook tot overlast in de vorm van ergernis en de ondermijning van het vertrouwen dat mensen in elkaar zouden moeten kunnen stellen. Het hof rekent de verdachte dit zwaar aan.

Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een geldbedrag. Een dergelijk feit bevordert het plegen van andere misdrijven, zoals diefstal, en draagt aldus indirect bij aan de door slachtoffers geleden vermogensschade.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 maart 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden – in geval van feit 3 zelfs kort na een voorafgaande veroordeling voor soortgelijke feiten - om de onderhavige feiten te plegen.

Het voorgaande maakt dat naar het oordeel van het hof, ook vanuit een oogpunt van normhandhaving, thans geen andere straf in aanmerking komt dan oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf. Het feit dat de verdachte daardoor mogelijk enige tijd niet zou kunnen werken maakt dit niet anders. De verdachte is naar zijn zeggen namelijk bij zijn moeder werkzaam, en gesteld noch gebleken is dat hij na ommekomst van door hem ondergane detentie niet naar die werkkring zou kunnen terugkeren.

Door de raadsvrouw van de verdachte is voorts bepleit dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.

Het hof stelt voorop dat de redelijke termijn aanvangt op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens

de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dwingt niet tot de opvatting dat het eerste verhoor van de verdachte door de politie steeds als zodanige handeling heeft te gelden. Wel dienen de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de inleidende dagvaarding als een zodanige handeling te worden aangemerkt.

De verdachte is in de zaken betreffende de oplichtingen van de aangevers [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 4] in verzekering gesteld, op respectievelijk 27 januari 2011 en 7 februari 2012. Het vonnis waarvan beroep is op 24 april 2013 uitgesproken.

Het hof stelt aldus vast dat inzake het onder 3 bewezenverklaarde de redelijke termijn van 2 jaren met ongeveer 3 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de op te leggen straf.

Het hof is – alles overwegende – van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en onder de bijzondere voorwaarden zoals hierna vermeld, alsmede een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis een passende en geboden reactie vormen.

Echter, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zoals hiervoor genoemd, zal het hof de duur van (het onvoorwaardelijk gedeelte van) de op te leggen gevangenisstraf matigen met één maand en aldus de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk opleggen.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 250,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 250,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 250,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 3]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 1.600,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van EUR 1.300,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van EUR 1.350,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 4 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 1.300,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3], te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 tenlastegelegde, tot een bedrag van EUR 699,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag EUR 699,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van EUR 699,- aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 4]

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 250,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4].

Vordering tenuitvoerlegging (09-655003-08)

Bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 15 april 2009 onder parketnummer 09-655003-08 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak onder 3 bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Vordering tenuitvoerlegging (09-655279-09)

Bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 25 maart 2010 onder parketnummer 09-655279-09 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak onder 3 bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 326 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 tot en met 5 bewezenverklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven, ook indien deze voorschriften en aanwijzingen inhouden het volgen van een behandeling bij De Waag.

Geeft eerstgenoemde instelling opdracht de verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien vers[benadeelde partij 2]de dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.300,00 (duizend driehonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3], een bedrag te betalen van € 1.300,00 (duizend driehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien vers[benadeelde partij 2]de dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 699,00 (zeshonderdnegenennegentig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], een bedrag te betalen van € 699,00 (zeshonderdnegenennegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis, met dien vers[benadeelde partij 2]de dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4], een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien vers[benadeelde partij 2]de dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 15 april 2009, parketnummer 09-655003-08, te weten van:

Gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te 's-Gravenhage van 25 maart 2010, parketnummer 09-655279-09, te weten van:

Gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. M. Pheijffer, in bijzijn van de griffier mr. R. van den Bosch.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 april 2014.

Mr. M. Pheijffer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.