Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1625

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-05-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
22-002605-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich met haar mededaders op bewezenverklaarde wijze op bedrijfsmatige wijze schuldig gemaakt aan mensenhandel van een zestal (jonge) Roemeense vrouwen.

Daarnaast heeft de verdachte zich ten aanzien van een zevental Roemeense vrouwen op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 197a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (illegaal verblijf in Nederland).

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-002605-12

Parketnummer: 10-603057-06

Datum uitspraak: 13 mei 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortejaar] 1967,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van [geboortejaar] 2014 en 1 mei 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 4 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de dagvaarding voor feit 1 nietig verklaard voor zover het betreft het onderdeel “[slachtoffer 1], geboren op [geboortejaar] 1981 en/of een of meer anderen”. Daarnaast is er een beslissing genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen overeenkomstig de inhoud van het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis onbeperkt hoger beroep ingesteld.


De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep medegedeeld dat het hoger beroep zich niet richt tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak ter zake van feit 4.

Het hof stelt voorts vast dat de advocaat-generaal geen grieven tegen feit 4 heeft geformuleerd. Daarom zal het hof het openbaar ministerie, gelet op het bepaalde in artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.


zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in de gemeente(n) Zaanstad en/of Amsterdam en/of 's-Gravenhage en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Utrecht en/of elders in Nederland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer anderen, te weten

-[slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 3], geboren op [geboortejaar] 1982 in [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 5] (ook "[slachtoffer 5]" en "[slachtoffer 5]" genoemd), geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 6], geboren op [geboortejaar] 1981 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 7], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 8], geboren op [geboortejaar] 1984 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 1], geboren op [geboortejaar] 1981 en/of

een of meer anderen,

a. door dwang en/of geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door fraude en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en/of

heeft aangeworven en/of meegenomen met het oogmerk genoemde persoon/personen in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

door dwang en/of geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door fraude en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die persoon/personen zich daardoor beschikbaar stelde(n) tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

door dwang en/of geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door fraude en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon/personen gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde

bestaande die dwang en/of dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid en/of die fraude en/of die afpersing en/of die misleiding en/of dat misbruik en/of die (ondernomen) handeling(en) hierin dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen, al dan niet met voormeld oogmerk

-voor wat betreft [slachtoffer 2], voornoemd

die [slachtoffer 2], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare en/of slechte (economische) positie in Roemenië kende(n), in Roemenië heeft/hebben benaderd om in Nederland, althans elders, (als hostess) in de horeca te gaan werken en/of genoemde [slachtoffer 2] in de veronderstelling laten verkeren dat zij in Nederland of elders (als hostess) in de horeca zou gaan werken, en/of haar originele paspoort en/of haar originele geboorteakte heeft/hebben ingenomen en/of haar (achtereenvolgens) heeft/hebben voorzien van een (vals of vervalst) paspoort op naam [slachtoffer 2] en/of van een (vals of vervalst) paspoort op naam van [SLACHTOFFER 2][slachtoffer 2], en/of een (vals of vervalst) paspoort op naam van [slachtoffer 2], onder welke naam/namen zij moest gaan werken en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben verteld dat die [slachtoffer 2] een contract had met verdachte en/of verdachtes mededader(s) aangezien die betalingen had(den) gedaan voor (het verkrijgen van) die [slachtoffer 2] en/of ingevolge dat (vermeend) contract een jaar lang, althans gedurende langere tijd, voor verdachte

en/of verdachtes mededader(s) moest gaan werken in de prostitutie en/of dat die [slachtoffer 2] de/een ontstane schuld moest aflossen (ontstaan als gevolg van de overname van die [slachtoffer 2] van een ronselaar, althans een ander) en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat zij 6 dagen per week moest werken en/of per dag 250,- of daaromtrent (uit de opbrengst van de prostitutie) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s)moest afdragen en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben verboden relaties aan te gaan en/of contact op te nemen met haar familie en/of een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 2] heeft/hebben geregeld en/of haar heeft/hebben gedreigd terug te sturen naar Roemenië waardoor zij (mogelijk) een uitreisverbod uit Roemenië kon krijgen voor de duur van 5 jaar,

en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 2], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft/hebben gezet en/of in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 2] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 2] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s), en/of

-voor wat betreft [slachtoffer 3], voornoemd:

die [slachtoffer 3], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare en/of slechte (economische) positie in Roemenië kende(n), in Roemenië de indruk heeft/hebben gegeven dat zij in Nederland legaal voor verdachte en/of verdachtes mededader(s) zou gaan werken en/of die [slachtoffer 3] van Roemenië naar Nederland heeft/hebben vervoerd of doen vervoeren en/of het originele paspoort en/of identiteitskaart heeft/hebben ingenomen en/of onder zich gehouden en/of die [slachtoffer 3] een (vals of vervalst) paspoort (naar Hongaars model) gesteld op naam [slachtoffer 3], heeft/hebben verstrekt onder welke naam die [slachtoffer 3] zou moeten gaan werken en/of die [slachtoffer 3] heeft/hebben meegedeeld dat zij een jaar lang, althans gedurende langere tijd, voor verdachte en/of verdachtes mededader(s) moest gaan werken in de prostitutie ingevolge een (vermeend) contract en/of om de/een ontstane schuld (ontstaan als gevolg van de overname van die [slachtoffer 3] van een ronselaar, althans een ander) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) af te lossen en/of die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd niet over de activiteiten van verdachte en/of verdachtes mededader(s) te gaan praten omdat verdachte en/of verdachtes mededader(s) dan de familieleden van haar zou(den) opzoeken en haar en haar familie zou(den) liquideren en/of een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 3] heeft/hebben geregeld, en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 3], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft/hebben gezet en/of in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachten/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 3] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 3] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s),

en/of

-voor wat betreft die [slachtoffer 4], voornoemd:

van genoemde [slachtoffer 4], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare (economische) positie in Roemenië kende(n) en/of die door verdachte en/of verdachtes mededader(s) was verteld dat zij (genoemde [slachtoffer 4]) in Nederland in de horeca zou moeten gaan werken voor verdachte en/of verdachtes mededader(s) en/of het originele paspoort van genoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben ingenomen en/of onder zich gehouden en/of die [slachtoffer 4] een (vals of vervalst) paspoort (naar Hongaars model) gesteld op naam [slachtoffer 4], heeft/hebben verstrekt onder welke naam die [slachtoffer 4] voor verdachte en/of verdachtes mededader(s) moest gaan werken in de prostitutie en/of dat die [slachtoffer 4] een jaar lang, althans gedurende langere tijd, 600,- per maand voor (het gebruik van dat) paspoort en/of 200,- per dag, althans (telkens) enig geldbedrag, (uit de opbrengst van de prostitutie) diende te betalen aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben verteld dat deze nu twee identiteiten bezat waardoor ze niet terug kon keren naar Roemenië en/of een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 4] heeft/hebben geregeld, en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 4], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft/hebben gezet en/of in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 4] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 4] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s), en/of

Voor wat betreft [slachtoffer 5], voornoemd:

die [slachtoffer 5] (in Roemenië), van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare of slechte (economische) positie in Roemenië kende(n), in Roemenië heeft/hebben verteld dat er veel geld te verdienen was in de prostitutie in Nederland en/of dat verdachten en/of verdachtes mededader(s) haar in Nederland wel wegwijs kon(den) maken in de prostitutiebranche en/of dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) haarwel met de taal en/of de regels en/of de Nederlandse contacten wel helpen kon(den) en/of die [slachtoffer 5] (in Nederland aangekomen) geld heeft/hebben geleend voor levensonderhoud en/of de huur van woonruimte en/of kleding [waardoor een schuld ontstond van die [slachtoffer 5] aan verdachte en/of verdachtes mededader(s)] en/of een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 5] heeft/hebben geregeld, en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 5], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft/hebben gezet en/of in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 5] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 5] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s), en/of

-voor wat betreft [slachtoffer 6], voornoemd:

die [slachtoffer 6], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare of slechte (economische) positie in Roemenië kende(n), heeft/hebben voorzien van een (vals of vervalst) paspoort op naam gesteld van [slachtoffer 6](onder welke naam die [slachtoffer 6] moest gaan werken) en/of een of meer werplekken en/of verblijfplaatsen die [slachtoffer 6] heeft/hebben geregeld, en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 5], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 6] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 6] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s), en/of

voor wat betreft [slachtoffer 7], voornoemd:

die [slachtoffer 7], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare of slechte (economische) positie in Roemenië kende(n), in Roemenië heeft/hebben voorgesteld in Nederland in de horeca te gaan werken en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben meegedeeld dat de onkosten voor het paspoort en/of het vervoer en/of het onderdak en/of het eten voor rekening van verdachte en/of verdachtes mededader(s) kwamen en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben ondergebracht in een perceel aan de [adres] te Amsterdam en/of het originele paspoort heeft/hebben ingenomen en/of onder zich gehouden en/of die [slachtoffer 7] een (vals of vervalst) paspoort (naar Hongaars model) gesteld op naam [slachtoffer 7], heeft/hebben verstrekt, onder welke naam die [slachtoffer 7] zou moeten gaan werken en of die [slachtoffer 7] heeft/hebben meegedeeld dat zij een jaar lang, althans gedurende langere tijd, voor verdachte en/of verdachtes mededader(s) moest gaan werken in de prostitutie ingevolge een (vermeend) contract en/of om de/een ontstane schuld (ontstaan als gevolg van de overname van die [slachtoffer 7] van een ronselaar, althans een ander) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) af te lossen en/of dat die [slachtoffer 7] (gedurende een jaar, althans langere tijd) 500,- per maand voor (het gebruik van) het (valse of vervalste) paspoort en/of 250,- per dag (uit de opbrengst van de prostitutie), althans (telkens) enig geldbedrag, diende te betalen aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) en/of een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 7] heeft/hebben geregeld en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben gedreigd te slaan wanneer deze niet aan het werk zou gaan en/of (ook feitelijk) heeft/hebben geslagen, en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 7], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft/hebben gezet en/of in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 7] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 7] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s), en/of

voor wat betreft [slachtoffer 8], voornoemd:

die [slachtoffer 8], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de kwetsbare of slechte (economische) positie in Roemenië kende(n), in Roemenië heeft/hebben voorgesteld in Nederland in de verzorging te gaan werken en/of die [slachtoffer 8] vanuit Roemenië naar Nederland heeft/hebben doen of laten reizen en/of haar aldaar heeft/hebben opgevangen en/of ondergebracht in een woning en/of haar heeft/hebben gezegd dat zij zich moest prostitueren en/of daartoe een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 8] heeft/hebben geregeld en aldus en in ieder geval die [slachtoffer 8], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft/hebben gezet en/of in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben gebracht en/of gehouden en/of die [slachtoffer 8] sociaal en/of maatschappelijk heeft/hebben geïsoleerd of afgeschermd, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 8] daardoor werd gedwongen of bewogen zich te prostitueren en/of de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan en/of te laten afnemen door verdachte en/of verdachtes mededader(s);

2.


zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 13 februari 2007, in de gemeente(n) Zaanstad en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans aanmaal, (telkens) een of meer reisdocumenten, te weten

a. een paspoort op naam van [SLACHTOFFER 2][slachtoffer 2], geboren op [geboorteplaats] (Polen) op [geboortejaar] 1986 en/of

b. een paspoort op naam van [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1985 en/of c. een paspoort op naam [slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1976, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdaches mededader(s) toen daar (telkens) het/de paspoort(en) onder a. en onder b. voorzien van een foto van [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] en/of het paspoort onder c. voorzien van een pasfoto [slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats];

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 13 februari 2007, in de gemeente(n) Zaanstad en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in het bezit is geweest van een reisdocument, te weten

a. een paspoort op naam van [SLACHTOFFER 2][slachtoffer 2], geboren op [geboorteplaats] (Polen) op [geboortejaar] 1986 en/of

b. een paspoort op naam van [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1985 en/of

c.een paspoort op naam [slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1976,

waarvan zij, verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/die document(en) vals of vervalst was/waren, bestaande die valsheid hierin dat het/de paspoort(en) onder a. en/of onder b. was/waren voorzien van een foto van [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] en/of het paspoort onder c. was voorzien van een pasfoto [slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats];

en/of

toen daar (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer niet op naam van verdachte en/of op naam van verdachtes mededader(s) gesteld(e) reisdocument (en), te weten

a. een paspoort op naam van [SLACHTOFFER 2][slachtoffer 2], geboren op [geboorteplaats] (Polen) op [geboortejaar] 1986 en/of

b. een paspoort op naam van [slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1985 en/of

c. een paspoort op naam [slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1976,

door dat/die reisdocument(en) (telkens) opzettelijk te overhandigen aan en/of te laten gebruiken door [slachtoffer 2] [voor wat betreft het/de paspoort(en) genoemd onder a. en/of b.) en/of [slachtoffer 4] (voor wat betreft het paspoort genoemd onder c.);


3.


zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met [geboortejaar] 2006, in de gemeente(n) Zaanstad en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of elders in Nederland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans aanmaal, (telkens)

a. een of meer anderen, te weten

-[slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 3], geboren op [geboortejaar] 1982 in [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 9] geboren op [geboortejaar] 1986 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 10], geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 5] (ook "[slachtoffer 5]" en "[slachtoffer 5]" genoemd), geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 6], geboren op [geboortejaar] 1981 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 7], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 8], geboren op [geboortejaar] 1984 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 1], geboren op [geboortejaar] 1981

behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, ofdie ander(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte, en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

en/of

b. een of meer anderen, te weten

-[slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 3], geboren op [geboortejaar] 1982 in [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 9] geboren op [geboortejaar] 1986 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 10], geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 5] (ook "[slachtoffer 5]" en "[slachtoffer 5]" genoemd), geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 6], geboren op [geboortejaar] 1981 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 7], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 8], geboren op [geboortejaar] 1984 te [geboorteplaats] (Roemenië) en/of

-[slachtoffer 1], geboren op [geboortejaar] 1981

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of die persoon/personen daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dit verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen daar al dan niet in vereniging en/of al dan niet uit winstbejag genoemde personen of een of meer van hen vanuit Roemenië naar Nederland vervoerd of doen of laten vervoeren en/of gelegenheid gegeven naar Nederland te reizen en/of die persoon/personen voorzien of doen of laten voorzien van informatie en/of middelen en/of van (een) vals(e) paspoort(en) en/of die persoon/personen (in Nederland) heeft/hebben vervoerd of doen of laten vervoeren en/of die persoon/personen onderdak heeft/hebben verschaft dan wel bij het verschaffen daarvan daarbij heeft/hebben bemiddeld en/of die persoon/personen werk heeft verschaft, dan wel bij het verschaffen van werk heeft bemiddeld, dan wel inlichtingen heeft verstrekt aan die persoon/personen waardoor die werk konden vinden/verrichten;

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in de gemeente(n) Zaanstad en/of Amsterdam en/of ’s-Gravenhage en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Utrecht en/of elders in Nederland en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, waarvan behalve verdachte, ook [medeverdachte 1] (alias [medeverdachte 1]) en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen deel uitmaakten, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

-het plegen van mensenhandel (artikel 273fa/273f WvSr) en/of

-het plegen van mensensmokkel (artikel 197a WvSr) en/of

-het vervalsen en/of valselijk opmaken, gebruiken en/of het bezit van reisdocumenten en/of andere documenten (art. 231 WvSr).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Partiële nietigheid inleidende dagvaarding

Het hof heeft vastgesteld dat feit 1 op de dagvaarding niet feitelijk is uitgewerkt, voor zover het betreft de verweten gedraging met betrekking tot het gedeelte “-[slachtoffer 1], geboren op [geboortejaar] 1981 en/of een of meer anderen;”.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat derhalve niet is voldaan aan het in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering neergelegde vereiste dat de dagvaarding een voldoende feitelijke omschrijving van de verweten gedraging van de verdachte behelst. De inleidende dagvaarding zal derhalve in zoverre nietig worden verklaard.

Vrijspraken

Feit 1 (partieel)

Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is naar ’s hofs oordeel genoegzaam komen vast te staan dat de Roemeense [slachtoffer 6] in de ten laste gelegde periode in Nederland, in ieder geval op bepaalde momenten, voor de verdachte in de prostitutie heeft gewerkt.

Naar ’s hofs oordeel ontbreekt het evenwel aan voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte en/of haar mededader(s) dwangmiddelen heeft/hebben gebruikt in de zin van artikel 273f (273a, oud), eerste lid, sub 1, 4 en 9 van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van [slachtoffer 6]. Derhalve zal het hof de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 6] vrijspreken van het onder feit 1, onderdelen a, c en d ten laste gelegde.

Voorts ontbreekt naar ’s hofs oordeel wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte en/of haar mededader(s) die [slachtoffer 6] heeft/hebben aangeworven en/of meegenomen als bedoeld in artikel 273f (273a, oud), eerste lid, sub 3 van het Wetboek van Strafrecht.

Uit de verklaring van [slachtoffer 6] blijkt dat een man die zij via het internet had leren kennen, haar reis naar Nederland had geregeld. Deze man kwam haar ook ophalen en zij heeft gedurende een jaar bij hem gewoond. Zij is naar eigen zeggen pas later in de prostitutie gaan werken voor de verdachte. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de verdachte ten aanzien van deze vrouw eveneens vrijspreken van het onder feit 1, onderdeel b ten laste gelegde.

Feit 2 (integraal)

Naar het oordeel van het hof is – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van hetgeen aan de verdachte onder 2 subsidiair is tenlastegelegd overweegt het hof als volgt.

Overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, zal het hof de verdachte vrijspreken van hetgeen de verdachte onder 2 subsidiair ten laste is gelegd, voor zover het betreft het paspoort op naam van [slachtoffer 4].

Voorts zal het hof de verdachte ter zake feit 2 subsidiair vrijspreken voor wat betreft het paspoort op naam van [slachtoffer 2].

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep overweegt het hof dat de verdachte heeft verklaard dat zij wist dat de vrouwen die voor haar in de prostitutie werkzaam waren met valse paspoorten werkten en dat zij die vrouwen, om aan die valse paspoorten te komen, naar een vriend verwees die hen daaraan kon helpen. Op basis van het voorgaande, noch op basis van de overige stukken in het dossier, kan worden vastgesteld dat de verdachte en/of haar mededader(s) daadwerkelijk in het bezit is/zijn geweest van het valse of vervalste reisdocument van die [slachtoffer 2]. De verklaring van [slachtoffer 2] - inhoudende dat de verdachte voornoemd paspoort voor haar heeft geregeld - maakt dat oordeel niet anders, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Tot slot zal het hof de verdachte ter zake van feit 2 subsidiair vrijspreken voor wat betreft het paspoort op naam van [slachtoffer 2].

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de zich in het dossier bevindende stukken kan niet worden vastgesteld dat de verdachte en/of haar mededaders in het bezit is/zijn geweest van een paspoort op naam van [slachtoffer 2]. De bij de politie afgelegde verklaring door [slachtoffer 2] houdt weliswaar in dat zij van [verdachte] (de verdachte) een door [verdachte] geregeld paspoort heeft ontvangen maar onduidelijk blijft om welk paspoort het precies gaat. Derhalve dient de verdachte ook van dit onderdeel te worden vrijgesproken.

Uit het voorgaande volgt dat het hof de verdachte ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde zowel voor het primaire als subsidiair ten laste gelegde in al zijn onderdelen zal vrijspreken.

Feit 3 (partieel)

Naar het oordeel van het hof is – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, voor zover het betreft [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 1] zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

Ten aanzien van [slachtoffer 2]

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in Amsterdam en/of 's-Gravenhage en/of Alkmaar en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

[slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië)

a. door bedreiging met een andere feitelijkheid en misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en

heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

door bedreiging met een andere feitelijkheid en misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die persoon zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en

door bedreiging met een andere feitelijkheid en misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde

bestaande die bedreiging met die andere feitelijkheid en die misleiding en dat misbruik hierin dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, al dan niet met voormeld oogmerk

[slachtoffer 2], voornoemd

die [slachtoffer 2], van wie verdachte en/of verdachtes mededader(s) de slechte economisch positie in Roemenië kende(n), in Roemenië heeft benaderd in de veronderstelling laten verkeren dat zij in Nederland als hostess) in de horeca zou gaan werken, en haar originele paspoort en haar originele geboorteakte heeft ingenomen en die [slachtoffer 2] heeft verteld dat die [slachtoffer 2] een contract had met verdachte aangezien die betalingen had gedaan voor het verkrijgen van die [slachtoffer 2] en ingevolge dat vermeend contract een jaar lang voor verdachte

moest gaan werken in de prostitutie en dat die [slachtoffer 2] een schuld moest aflossen ontstaan als gevolg van de overname van die [slachtoffer 2] van een ronselaar, althans een ander en die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij 6 dagen per week moest werken en per dag 250,- uit de opbrengst van de prostitutie aan verdachte moest afdragen en die [slachtoffer 2] heeft verboden relaties aan te gaan en werkplekken en verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 2] heeft geregeld en haar heeft gedreigd terug te sturen naar Roemenië waardoor zij (mogelijk) een uitreisverbod uit Roemenië kon krijgen voor de duur van 5 jaar,

en aldus die [slachtoffer 2], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft gezet en in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte heeft gebracht en gehouden, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 2] daardoor werd bewogen zich te prostitueren en de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan verdachte;

Ten aanzien van [slachtoffer 3]

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in 's-Gravenhage in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, te weten

[slachtoffer 3], geboren op [geboortejaar] 1982 in [geboorteplaats] (Roemenië)

a. door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en

heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die persoon zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde

bestaande die misleiding en dat misbruik hierin dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, al dan niet met voormeld oogmerk

-voor wat betreft [slachtoffer 3], voornoemd:

die [slachtoffer 3], in Roemenië de indruk heeft gegeven dat zij in Nederland voor verdachte zou gaan werken en het originele paspoort heeft ingenomen en onder zich gehouden en die [slachtoffer 3] een vals of vervalst paspoort naar Hongaars model gesteld op naam [slachtoffer 3], heeft verstrekt onder welke naam die [slachtoffer 3] zou moeten gaan werken en die [slachtoffer 3] heeft meegedeeld dat zij een jaar lang voor verdachte moest gaan werken in de prostitutie ingevolge een vermeend contract en om een ontstane schuld (ontstaan als gevolg van de overname van die [slachtoffer 3] van een ander) aan verdachte af te lossen en een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 3] heeft geregeld,

en aldus die [slachtoffer 3], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft gezet en in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte heeft gebracht en gehouden, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 3] daardoor werd bewogen zich te prostitueren en de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan verdachte;

Ten aanzien van [slachtoffer 4]

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in, een ander, te weten

-[slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats] (Roemenië)

a. door een andere feitelijkheid door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en

door een andere feitelijkheid en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en

door een andere feitelijkheid en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde

bestaande die andere feitelijkheid en dat misbruik en die ondernomen handelingen hierin dat verdachte, al dan niet met voormeld oogmerk

voor wat betreft die [slachtoffer 4], voornoemd:

van genoemde [slachtoffer 4], van wie verdachte de kwetsbare economische positie in Roemenië kende en het originele paspoort van genoemde [slachtoffer 4] onder zich heeft gehouden en enig geldbedrag uit de opbrengst van de prostitutie diende te betalen aan verdachte en een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 4] heeft geregeld, en aldus die [slachtoffer 4], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte heeft gehouden, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 4] daardoor werd bewogen zich te prostitueren en de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan verdachte;

Ten aanzien van [slachtoffer 5]

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in Amsterdam en elders in, een ander, te weten

[slachtoffer 5] (ook "[slachtoffer 5]" en "[slachtoffer 5]" genoemd), geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië)

a. door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en

heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde

bestaande dat misbruik en die ondernomen handelingen hierin dat verdachte, al dan niet met voormeld oogmerk

Voor wat betreft [slachtoffer 5], voornoemd:

die [slachtoffer 5], van wie verdachte de slechte economische positie in Roemenië kende, in Roemenië heeft verteld dat er veel geld te verdienen was in de prostitutie in Nederland en dat verdachte haar in Nederland wel wegwijs kon maken in de prostitutiebranche en dat verdachte haar wel met de taal en de regels en de Nederlandse contacten helpen kon en die [slachtoffer 5] in Nederland aangekomen geld heeft geleend voor levensonderhoud en de huur van woonruimte en kleding en een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 5] heeft geregeld, en aldus die [slachtoffer 5], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte heeft gebracht en gehouden, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 5] daardoor werd bewogen zich te prostitueren en de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan verdachte;

Ten aanzien van [slachtoffer 7]

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in Amsterdam en/of Haarlem en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

[slachtoffer 7], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië)

a. door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en

heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die persoon zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

en

door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de door die genoemde persoon gepleegde seksuele handelingen met of voor een derde

bestaande die misleiding en dat misbruik hierin dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, al dan niet met voormeld oogmerk

[slachtoffer 7], voornoemd:

die [slachtoffer 7], in Roemenië heeft voorgesteld in Nederland in de horeca te gaan werken en die [slachtoffer 7] heeft meegedeeld dat de onkosten voor het paspoort en het vervoer en het onderdak en het eten voor rekening van verdachte kwamen en die [slachtoffer 7] heeft ondergebracht in een perceel aan de [adres] te Amsterdam en het originele paspoort heeft ingenomen en onder zich gehouden en die [slachtoffer 7] een vals of vervalst paspoort naar Hongaars model gesteld op naam [slachtoffer 7], heeft verstrekt, onder welke naam die [slachtoffer 7] zou moeten gaan werken en die [slachtoffer 7] heeft meegedeeld dat zij een jaar lang voor verdachte moest gaan werken in de prostitutie ingevolge een vermeend contract en om de ontstane schuld (ontstaan als gevolg van de overname van die [slachtoffer 7] van een ander) aan verdachte af te lossen en dat die [slachtoffer 7] gedurende een jaar 500,- per maand voor het gebruik van het valse of vervalste paspoort en 250,- per dag uit de opbrengst van de prostitutie diende te betalen aan verdachte en een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 7] heeft geregeld,

en aldus die [slachtoffer 7], die de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was, onder druk heeft gezet en in een zeer afhankelijke positie ten opzichte van verdachte heeft gebracht en gehouden, een en ander zodanig dat die [slachtoffer 7] daardoor werd bewogen zich te prostitueren en de opbrengst uit de door haar gepleegde prostitutie of een deel daarvan af te dragen aan verdachte;

Ten aanzien van [slachtoffer 8]

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 13 februari 2007, in Amsterdam en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

[slachtoffer 8], geboren op [geboortejaar] 1984 te [geboorteplaats] (Roemenië

a. door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die ander

en

heeft aangeworven met het oogmerk genoemde persoon in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

bestaande die misleiding en dat misbruik hierin dat verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, al dan niet met voormeld oogmerk

voor wat betreft [slachtoffer 8], voornoemd:

die [slachtoffer 8], in Roemenië heeft voorgesteld in Nederland in de verzorging te gaan werken en die [slachtoffer 8] vanuit Roemenië naar Nederland heeft doen of laten reizen en haar aldaar heeft opgevangen en ondergebracht in een woning en haar heeft gezegd dat zij zich moest prostitueren en daartoe een of meer werkplekken en/of verblijfplaatsen voor die [slachtoffer 8] heeft geregeld;

3.


zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met [geboortejaar] 2006, in Amsterdam en/of elders in Nederland

anderen, te weten

-[slachtoffer 2], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en

-[slachtoffer 3], geboren op [geboortejaar] 1982 in [geboorteplaats] (Roemenië) en

-[slachtoffer 4], geboren op [geboortejaar] 1979 te [geboorteplaats] (Roemenië) en

-[slachtoffer 5] (ook "[slachtoffer 5]" en "[slachtoffer 5]" genoemd), geboren op [geboortejaar] 1978 te [geboorteplaats] (Roemenië) en

-[slachtoffer 6], geboren op [geboortejaar] 1981 te [geboorteplaats] (Roemenië) en

-[slachtoffer 7], geboren op [geboortejaar] 1987 te [geboorteplaats] (Roemenië) en

-[slachtoffer 8], geboren op [geboortejaar] 1984 te [geboorteplaats] (Roemenië)

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en die personen daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl verdachte wist dat dit verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft verdachte toen daar uit winstbejag genoemde personen voorzien of doen of laten voorzien van valse paspoorten en die personen onderdak heeft verschaft en die personen werk heeft verschaft.



Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen

Medeplegen mensenhandel

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is naar ’s hofs oordeel genoegzaam komen vast te staan dat de verdachte zich in vereniging met één of meer anderen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel van een viertal Roemeense vrouwen.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Zowel [slachtoffer 3], [slachtoffer 7] als [slachtoffer 8] hebben verklaard dat zij in Roemenië op enig moment kennis hebben gemaakt met een man genaamd “[medeverdachte 4]” dan wel “[medeverdachte 4]”. Via deze [medeverdachte 4] werden zij in contact gebracht met de verdachte. De verdachte heeft hun vervolgens een aanbod gedaan om in Nederland te werken in de horeca of in de verzorging. Dat het prostitutiewerk zou betreffen is toen niet medegedeeld door de verdachte. De vrouwen gingen op dit aanbod in. [medeverdachte 4] verzorgde de reis van Roemenië naar Nederland. In Nederland aangekomen, werden de vrouwen door de verdachte en/of verdachtes broer [medeverdachte 5] dan wel [medeverdachte 5] opgehaald. Enige tijd later werd door de verdachte aan de vrouwen medegedeeld dat zij niet in de horeca of de verzorging, maar in de prostitutie moesten gaan werken.

[slachtoffer 2] heeft niet specifiek over “[medeverdachte 4]” verklaard, maar zij heeft wel verklaard dat zij met een personenauto naar Nederland is gebracht en dat [verdachte] (met deze naam werd de verdachte aangeduid) een man had die meisjes voor haar naar Nederland bracht. Ook [slachtoffer 2] dacht dat zij in de horeca zou gaan werken, ook zij is in Nederland door de verdachte opgehaald en ook aan haar is later door de verdachte medegedeeld dat zij niet in de horeca, maar in de prostitutie moest gaan werken.

Gelet op het vorenoverwogene is naar ’s hofs oordeel sprake van een zodanig bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en één of meer anderen, zodat er sprake is van medeplegen als bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

De Nederlandse taal

De slachtoffers [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] zijn allen afkomstig uit Roemenië. Zij zijn tijdens hun verhoor met gebruikmaking van een tolk gehoord. Gelet op deze omstandigheden wordt bewezen geacht dat zij de Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig waren.

Economische situatie

Het hof gaat ervan uit dat de verdachte in de jaren 2005 tot en met 2007 op de hoogte was van de algehele slechte economische situatie in haar moederland Roemenië en in het bijzonder van de slechte economische omstandigheden waarin [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] die naar Nederland kwamen om zich daar later te prostitueren, in Roemenië hadden geleefd. Het hof leidt dat mede af uit de omstandigheid dat deze vrouwen zonder noemenswaardige financiële middelen afreisden naar Nederland en van verdachte financieel afhankelijk waren om in ieder geval in de eerste periode in hun levensonderhoud te voorzien. De verdachte verstrekte hun volgens verklaringen van deze vrouwen geldleningen voor het kunnen betalen van huisvesting en eten, totdat deze vrouwen in de prostitutie gingen werken en de verdachte dit geld terug konden betalen.

Wederrechtelijk verblijf

Het hof stelt vast dat niet ter discussie staat dat alle Roemeense slachtoffers illegaal in Nederland prostitutiewerkzaamheden verrichten. Ook de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij wist dat de slachtoffers illegaal in Nederland waren.

Dwangmiddelen (misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en de kwetsbare positie waarin de vrouwen zich bevonden)

Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van de kwetsbare positie waarin de vrouwen zich bevonden.

Nu de wetgever ervoor heeft gekozen art. 250a (oud) Sr te incorporeren in art. 273a (oud) Sr, heeft de totstandkomingsgeschiedenis van en de rechtspraak met betrekking tot die bepaling en art. 250ter (oud) Sr, waarin de strafbaarstelling van art. 250a (oud) Sr was opgenomen voordat deze bij wet van 28 oktober 1999, Stb. 264, werd vernummerd tot art. 250a (oud) Sr, niet hun belang verloren.

In dit verband wijst het hof op de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 9 december 1993, Stb. 679 waarin wordt opgemerkt:

“misbruik van uit feitelijk overwicht voortvloeiende verhoudingen" kan worden verondersteld: "indien de prostitué(e) in een situatie verkeert of komt te verkeren die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostitué(e) in Nederland pleegt te verkeren. Met deze objectivering van het bestanddeel inzake misbruik wordt in artikel 250bis Sr (nieuw) bescherming geboden aan personen die in een seksinrichting in een uitbuitingssituatie werkzaam zijn en wordt zowel bestuurlijk als justitieel optreden mogelijk gemaakt tegen personen die iemand in een dergelijke situatie houden. Voorts wordt door deze objectivering van het bestanddeel misbruik justitieel optreden in het geldend recht mogelijk gemaakt tegen personen die, gebruik makend van een uitbuitingssituatie, iemand in de prostitutie brengen dan wel gebruik makend van een uitbuitingssituatie enige handeling ondernemen met het oogmerk iemand in de prostitutie te brengen. (…) De hier bedoelde uitbuitingssituaties zullen zich onder meer nogal eens voordoen ten aanzien van personen, die uit het buitenland komen (…).” (Kamerstukken II, 1988-1989, 21 207, nr. 3, p. 3 e.v.)

In de Memorie van Antwoord staat hierover:

“Daarbij kan onder meer worden gedacht aan schulden, aangegaan om de reis naar Nederland te betalen. De afbetalingsverplichting kan van dien aard zijn dat de zich prostituerende gedwongen is zich te blijven prostitueren. Meer in het algemeen kan worden gesteld dat het niet kunnen beschikken over eigen financiële middelen als een uitbuitingssituatie moet worden aangemerkt. De omstandigheid dat de prostitué(e) niet kan beschikken over haar paspoort of dat haar visum is verlopen, brengt de betrokkene eveneens in de hier bedoelde afhankelijke situatie.”

De Hoge Raad verwijst nadrukkelijk naar de situatie dat de prostitué(e) illegaal in Nederland verblijft als een situatie waarin zich de voornoemde uitbuitingssituatie voordoet (zie HR 5 februari 2001,ECLI:NL:HR:2002:AD5235 en HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099) en die van misbruik van een kwetsbare positie (zie HR 18 april 2000, LJN ZD1788, NJ 2000, 443 en HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7097).

In aanmerking genomen het voorgaande en gelet op de illegale status van de bewezenverklaarde slachtoffers, de economische slechte situatie waarin zij in Roemenië leefden, de schuldrelatie waarin zij in sommige gevallen tot de verdachte stonden, alsmede het ontbreken van dan wel hun gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal acht het hof voorts bewezen dat zij zich niet bevonden in een situatie waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren, dat derhalve sprake was van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en dat zij zich om voormelde omstandigheden eveneens in een kwetsbare positie bevonden. Verdachte en haar mededaders hebben van dit uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en deze kwetsbare positie misbruik gemaakt.

Uitbuiting

Het hof heeft hiervoor bewezenverklaard dat verdachte de aldaar genoemde personen heeft uitgebuit in de seksindustrie, dan wel dat de verdachte met het oogmerk tot uitbuiting van die personen heeft gehandeld.

Dit oordeel baseert het hof op het navolgende.

Mensenhandel is gericht op uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid.

Het in art. 273f, eerste lid, (oud) Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten.

De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van 'uitbuiting' in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval.

Kenmerkend voor uitbuiting is de aanwezigheid van dwang in ruime zin of misleiding.

Bij de beantwoording van die vraag dient volgens de rechtspraak van de Hoge Raad onder meer betekenis te worden toegekend aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (HR 5 juli 2011 ECLI:NL:HR:2011:BQ6691).

Verdachte heeft de Roemeense vrouwen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] gebruikt binnen de door haar ontplooide bedrijfsmatige activiteiten. In dat kader is gebruik gemaakt van de kwetsbare verblijfsrechtelijke positie van die vrouwen, hun onbekendheid met Nederland en het ontbreken van (voldoende) kennis van de Nederlandse taal. Door tussenkomst van dan wel met wetenschap van de verdachte zijn de vrouwen in het bezit gesteld van valse documenten die hetzij gekocht moesten worden voor aanzienlijke bedragen hetzij waarvoor maandelijkse aanzienlijke sommen betaald dienden te worden aan verdachte en/of anderen. Voorts had verdachte bedongen dat van de inkomsten van de dagelijkse prostitutiewerkzaamheden 50% dan wel een aanzienlijk vastgesteld bedrag aan de verdachte diende te worden afgedragen. Tegenover het ontbreken van enige substantiële inspanning van verdachte stonden - in dat licht - exorbitante afdrachten en daarmee een zeer aanzienlijk (eenzijdig)economisch voordeel voor de verdachte. Gezien de feitelijke situatie waarin deze vrouwen zich bevonden (illegaal in Nederland, onbekendheid met het land en de taal, slechte economische perspectieven in hun thuisland en de in sommige gevallen aan de verdachte (vermeend) verschuldigde bedragen van de vrouwen) bestond voor hen redelijkerwijs geen alternatief dan te berusten in de door verdachte gecreëerde en/of in standgehouden situatie.

Gelet op hetgeen hiervoor is opgemerkt over de aard van de verhoudingen tussen de verdachte en voornoemde vrouwen, de exorbitante afdracht aan de verdachte door de vrouwen voor hun prostitutiewerkzaamheden en het ontbreken van een substantiële daar tegenover staande tegenprestatie van de verdachte, afgezet tegen de daarbij aan te leggen Nederlandse maatstaven, is naar het oordeel van het hof sprake geweest van uitbuiting.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

mensenhandel, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

een ander uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het protocol genoemd in artikel 197a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich met haar mededaders op bewezenverklaarde wijze op bedrijfsmatige wijze schuldig gemaakt aan mensenhandel van een zestal (jonge) Roemeense vrouwen. Mensenhandel is een zeer vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit waarbij zij, met miskenning van de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, haar eigen financieel gewin gedurende een langere periode op de voorgrond heeft gesteld. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog gedurende lange tijd de psychische en emotionele schade ondervinden.

Daarnaast heeft de verdachte zich ten aanzien van een zevental Roemeense vrouwen op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 197a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Door aldus te handelen heeft de verdachte het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 maart 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder in Nederland onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Het hof heeft geconstateerd dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden in eerste aanleg aanzienlijk is overschreden. Het hof leidt uit de zich in dossier bevindende stukken af dat bedoelde termijn is aangevangen op 13 februari 2007 toen de verdachte in verzekering werd gesteld, terwijl niet binnen twee jaar nadien, doch eerst op 11 mei 2012 een eindvonnis is gewezen door de rechtbank. Het hof zal de overschrijding van bedoelde termijn verdisconteren in de stafmaat en de beoogde op te leggen gevangenisstraf van 24 maanden met 4 maanden bekorten.

Het hof heeft rekening gehouden met de ouderdom van de feiten en heeft feit 1 beoordeeld aan hand van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (in het bijzonder ook de daarin opgenomen strafmaxima) zoals deze tot 1 juli 2009 gold.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Gelet op de ernst van de feiten, de relatief lange periode gedurende welke de feiten zijn begaan alsmede de hoeveelheid slachtoffers kan naar ’s hofs oordeel niet worden volstaan met een gevangenisstraf, gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis.

Beslag

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 11 april 2014 gevorderd dat ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen wordt besloten overeenkomstig de beslissing van de rechtbank. De raadsman van de verdachte heeft zich niet uitgelaten over de in beslag genomen voorwerpen. De beslaglijst is als bijlage aan dit arrest gehecht.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof zal de voorwerpen op de – aan dit arrest gehechte beslaglijst – onder 20 en 21 genoemde voorwerpen onttrekken aan het verkeer, nu de bewezenverklaarde feiten met deze voorwerpen zijn begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Ten aanzien van de voorwerpen, genummerd als 2 t/m 18 en 23 t/m 31, zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene bij wie zij in beslag zijn genomen, nu het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen voorwerpen, genummerd als 19 en 22, zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 57, 197a en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in het hoger beroep ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.

Verklaart de dagvaarding partieel nietig zover het betreft de woorden “-[slachtoffer 1], geboren op

[geboortejaar] 1981 en/of een of meer anderen;” zoals ten laste gelegd onder feit 1.

Verklaart zoals hiervoor overwogen niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslist ten aanzien van de van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen op de beslaglijst genummerd als 20 en 21;

- gelast de teruggave van de voorwerpen op de beslaglijst genummerd als 2 t/m 18 en 23 t/m 31 aan degene bij wie zijn in beslag zijn genomen;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende de voorwerpen op de beslaglijst genummerd als 19 en 22.

Dit arrest is gewezen door mr. W.J. van Boven, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. C. Klomp, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 mei 2014.