Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1566

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
06-05-2014
Datum publicatie
09-04-2015
Zaaknummer
200.114.877-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

executiegeschil, levering certificaten, decertificering, onmogelijkheid tot nakoming?, gebondenheid administratievoorwaarden statuten, voldongen feit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/618
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.114.877/01

Rolnummer rechtbank : 422796 / KG 12-703

arrest van 6 mei 2014

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. P. van Riessen te Gouda,

tegen

ARS Traffic & Transport Technology B.V.,

gevestigd te Den Haag,

hierna te noemen: ARS T&TT,

Beryl B.V., voorheen genaamd ARS Technology Holding B.V.,

gevestigd te Den Haag,

hierna te noemen: ARS Holding,

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk te noemen: ARS c.s.,

advocaat: mr. S.M. Bartman te Amsterdam.

Het verdere verloop van het geding

Bij tussenarrest van 4 december 2012 is een comparitie van partijen gelast die op 18 maart 2013 heeft plaatsgevonden. Van deze comparitie van partijen is een proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens heeft [appellant] bij memorie van grieven (met producties) vijf grieven aangevoerd, die door ARS c.s. zijn bestreden bij memorie van antwoord (met producties). Partijen hebben hun zaak doen bepleiten op 15 april 2014. Van het pleidooi is proces-verbaal opgemaakt. Partijen hebben arrest gevraagd. Arrest wordt gewezen op basis van de pleitdossiers.

Verdere beoordeling van het hoger beroep

1.

[appellant] is op 1 april 2000 in dienst getreden van ARS T&TT als manager en senior consultant. Gedurende de periode van september 2004 tot medio 2005 maakte [appellant] deel uit van het directieteam van ARS T&TT. Nadien is hij weer werkzaamheden gaan verrichten in zijn oude functie.

2.

Op 30 december 2000 heeft ARS T&TT het "Aandelenoptieplan 2001" (hierna: het aandelenoptieplan) vastgesteld. Dit plan vermeldt voor zover hier van belang:

"1 Hoofdlijnen aandelen optieplan/certificatenplan

De directie van ARS Traffic and Transport Technology B.V. (hierna: ARS) zal aan bepaalde medewerkers op bepaalde tijdstippen optierechten op certificaten ARS toekennen. De optierechten hebben een looptijd van zes jaar.

Daarnaast kan de directie van ARS medewerkers de mogelijkheid bieden om certificaten ARS te kopen.

[…]

Er geldt een aanbiedingsplicht voor de in het kader van dit plan verworven certificaten aan de Stichting Administratiekantoor Personeel ARS Traffic & Technology.

[…]

De certificaten zullen tegen zakelijke vergoedingen worden geleverd onder de in dit plan geldende voorwaarden.

[…]

4.5 Beëindiging dienstverband

Als het dienstverband van de medewerker met ARS of een andere tot de ARS groep behorende maatschappij eindigt, anders dan om reden van arbeidsongeschiktheid, (pre)pensionering of overlijden, zal de medewerker of diens rechtsopvolger onder algemene titel elk certificaat dat in het kader van dit plan is verworven terugleveren aan ARS.

Het certificaat wordt teruggeleverd aan ARS voor de waarde op het tijdstip van de beëindiging van het dienstverband.

Indien het dienstverband wordt ontbonden als gevolg van aan de medewerker toe te rekenen gedragingen (bijvoorbeeld: gronden voor ontslag op staande voet, of schending van concurrentiebeding) zal een door de directie nader vast te stellen korting worden toegepast op de vergoeding.

5

Bevoegdheden

De directie van ARS beschikt over toestemming van Stichting Administratiekantoor Personeel ARS Traffic & Technology en ARS Technology Holding om aan medewerkers certificaten te verkopen en dividenden op certificaten uit te betalen."

3.

Op 17 december 2001 is opgericht de Stichting Administratiekantoor Personeel ARS Traffic & Transport Technology te 's-Gravenhage (hierna: “STAK”).

4.

Bij notariële akte van 17 december 2001 zijn de administratievoorwaarden van STAK vastgesteld. Daarin zijn mede de rechten en plichten van de houders van certificaten van aandelen in ARS T&TT vastgelegd. Art. 5 lid 1 van die voorwaarden bepaalt - zowel voor als na de wijziging op 12 mei 2012 (zie hierna onder 6) - dat de levering van certificaten geschiedt door een daartoe bestemde akte.

5.

[appellant] heeft deelgenomen aan het aandelenoptieplan. In dat kader heeft hij op 5 juli 2002 400 certificaten van aandelen in ARS T&TT gekocht, welke nadien ook aan hem zijn geleverd. De levering van de certificaten is bij brief d.d. 21 oktober 2002 van de heer [directeur] (hierna:[directeur]), directeur van ARS T&TT, aan [appellant] bevestigd, onder meer als volgt:

“In overeenstemming met de gemaakte afspraken bevestig ik dat de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden. Deze brief is tevens eigendomsbewijs van de 400 certificaten ARS T&TT.”

6.

Bij notariële akten van 12 mei 2012 zijn de statuten en administratievoorwaarden van STAK gewijzigd. Zo is in art. 8 lid 2 van de statuten - waarin is geregeld wanneer STAK gehouden is de door haar gehouden aandelen te vervreemden - aanvullend op de oude statuten bepaald dat in een dergelijk geval de opbrengst van de aandelen aan de certificaathouders pro rata wordt uitgekeerd "waarmee de certificaten zijn vervallen".

7.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard (deel)vonnis van 31 mei 2012 (verder: het deelvonnis) heeft de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage in conventie onder meer:

a. ARS T&TT veroordeeld om binnen veertien dagen na de betekening van dat vonnis 1.000 certificaten van aandelen in ARS T&TT te leveren aan [appellant] tegen betaling van een bedrag van € 109,30 per certificaat, en

b. ARS Holding veroordeeld om binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis het nodig te doen om te waarborgen dat ARS T&TT aan haar veroordeling tot levering van de certificaten aan [appellant] zal voldoen;

c. een en ander op straffe van verbeurte van dwangsommen.

In dezelfde zaak heeft ARS c.s. in reconventie tegen [appellant] een vordering ingesteld tot teruglevering van de certificaten aan ARS T&TT. Daarbij is in het deelvonnis overwogen dat voor het bepalen van de verkoopprijs die [appellant] toekomt bij van de certificaten aan ARS T&TT, een deskundigenonderzoek dient plaats te vinden. Verder werd overwogen dat de waarde van de certificaten berekend dient te worden per einde van elk jaar, ingaande en vanaf 2009.

8.

Binnen een periode van drie weken na het uitspreken van het deelvonnis heeft ARS c.s. verscheidene keren 1.000 certificaten van aandelen in ARS T&TT aangeboden aan [appellant] tegen een prijs van € 109,30 per certificaat, onder toezending van een (concept van een) notariële, dan wel onderhandse akte, waarin de overdracht van de certificaten is vastgelegd. Daarbij werd steeds aangegeven dat op (de levering van) de certificaten bij uitsluiting de leveringsakte en de administratievoorwaarden van STAK van toepassing zouden zijn. [appellant] heeft die aanbiedingen niet aanvaard. De certificaten zijn niet geleverd.

9.

Bij brief van 28 juni 2012 heeft (de advocaat van ARS c.s. namens) STAK aan [appellant] bericht dat STAK de door haar gehouden en gecertificeerde aandelen in ARS T&TT heeft verkocht en overgedragen aan ARS Holding, en verklaard dat zij - op grond van haar statuten en administratievoorwaarden - daartoe gehouden was vanwege de mededeling van ARS T&TT dat de houders van de niet door de stichting gehouden aandelen (lees: ARS Holding, opm. hof) te kennen hebben gegeven al hun aandelen te zullen overdragen aan een of meer derden. In die brief is voorts medegedeeld dat de opbrengst van de aandelen minus de aankoopprijs van de certificaten aan [appellant] zou worden uitbetaald en dat daarna de certificaten zijn vervallen. Ten aanzien van de waarde van de aandelen en daarmee de certificaten is opgemerkt dat deze zal worden vastgesteld aan de hand van de intrinsieke waarde van ARS T&TT "per ultimo 2009", maar dat onverplicht een "glijclausule" zou worden toegepast inhoudende dat als de rechter in hoogste ressort een hogere prijs vaststelt, het verschil alsnog zou worden uitgekeerd.

10.

Bij exploten van 29 juni 2012 heeft [appellant] het vonnis van 31 mei 2012 laten betekenen aan ARS c.s. met bevel om binnen veertien dagen aan de veroordelingen betreffende de te leveren certificaten te voldoen, onder aanzegging dat bij niet (tijdige) voldoening zal worden overgegaan tot executie van het vonnis, in het bijzonder door middel van beslaglegging en openbare verkoop van zaken.

11.

Bij brieven van 13 juli 2012 heeft [appellant] ARS c.s. (nogmaals) gesommeerd om te voldoen aan de veroordelingen in het deelvonnis, bij gebreke waarvan dwangsommen zullen zijn verbeurd met ingang van 14 juli 2012.

12.

De voorzieningenrechter heeft bij het bestreden vonnis - op vordering van ARS c.s. -[appellant] geboden de executie van het deelvonnis te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

13.

De arbeidsovereenkomst tussen [appellant] en ARS T&TT is door de kantonrechter ontbonden per 1 mei 2013, onder toekenning aan [appellant] van een vergoeding op basis van de kantonrechtersformule met C=1,5. ARS T&TT heeft tegen de ontbindingsbeschikking hoger beroep en vervolgens beroep in cassatie ingesteld. Ten tijde van het wijzen van dit arrest is in dat cassatieberoep nog geen uitspraak gedaan.

14.

In hoger beroep vordert [appellant] vernietiging van het vonnis van de voorzieningenrechter en het alsnog afwijzen van de vorderingen van ARS c.s., alsmede een verklaring voor recht dat ARS c.s. de door de kantonrechter in het deelvonnis genoemde dwangsommen tot hun maximale verloop heeft verbeurd en veroordeling van ARS c.s. deze aan [appellant] te betalen.

15.

De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling als volgt.

16.

Onderhavig kort geding betreft een executiegeschil. ARS c.s. stelt dat [appellant] de executie van het deelvonnis moet staken en gestaakt houden. Zij voert daartoe het volgende aan.
Onmiddellijk na kennisneming van het deelvonnis heeft ARS c.s. al het redelijkerwijs mogelijke gedaan om 1.000 certificaten van aandelen in ARS T&TT te leveren aan [appellant]. Tot vijf maal toe heeft zij hem daartoe benaderd, onder toezending van een (concept) akte van levering. [appellant] weigerde daaraan echter steeds mee te werken, in het bijzonder omdat volgens hem de administratievoorwaarden van STAK niet van toepassing zijn. Evident is dat deze wel van toepassing zijn. Uit de opstelling van [appellant] hebben ARS c.s. mogen afleiden dat hij afzag van de verkrijging van de certificaten. Van ARS c.s. kan niet worden verlangd de certificaten informeel en zonder de toepasselijkheid van de administratievoorwaarden van STAK aan [appellant] te leveren. Bovendien is ARS T&TT inmiddels niet meer in staat de 1.000 certificaten te leveren als gevolg van de verkoop en overdracht van de door STAK gehouden - en de in verband daarmee gedecertificeerde - aandelen in ARS T&TT aan ARS Holding. De gehele opbrengst van de verkoop van de certificaten aan ARS Holding, minus de door [appellant] ingevolge het vonnis van de kantonrechter te betalen prijs voor de 1.000 certificaten, is uitgekeerd aan [appellant], als enige certificaathouder. Gelet hierop en op de zogenaamde glijclausule in de verkoopovereenkomst tussen STAK en ARS Holding is gewaarborgd dat [appellant] te allen tijde de waarde van de certificaten ontvangt. Daarmee is maximaal rekening gehouden met de belangen van [appellant], zodat hij geen belang meer heeft bij (verdere) executie van het vonnis, hetgeen in de onderhavige situatie ook nog eens in strijd is met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

17.

Het hof stelt verenigt zich met het oordeel van de voorzieningenrechter dat het deelvonnis [appellant] niet verplichtte om binnen drie weken na het uitspreken daarvan mee te werken aan de levering van de certificaten zoals ARS c.s. van hem verlangde, maar dat het daarentegen aan ARS c.s. was om op verlangen van [appellant] de certificaten te leveren binnen veertien dagen na betekening van het deelvonnis. Het hof acht ook de conclusie juist dat het in beginsel aan [appellant] was om de ingangsdatum van de door de kantonrechter bepaalde termijn voor de levering te bepalen.

18.

Het hof zal vervolgens beoordelen of van ARS c.s. in redelijkheid mocht worden verwacht dat zij de certificaten van de aandelen na het betekenen van het deelvonnis opnieuw aan [appellant] zou aanbieden, nu – zoals zij stelt – te verwachten was dat [appellant] dat aanbod opnieuw zou afwijzen. Daartoe zal het hof eerst beoordelen of ARS c.s. heeft voldaan aan de veroordeling door de certificaten aan te bieden onder de uitsluitende toepasselijkheid van de administratievoorwaarden en de statuten van STAK. Het hof overweegt als volgt.

19.

In het dictum van het deelvonnis is niet te lezen dat op de levering van de certificaten de administratievoorwaarden en/of de statuten van STAK van toepassing is/zijn. Ook elders in het vonnis is dat niet te lezen.

20.

Het hof ziet onvoldoende grond om in het kader van dit kort geding aan te nemen dat [appellant] gebonden is (geweest) aan de - oude en vervolgens per 12 mei 2012 gewijzigde - administratievoorwaarden en statuten van STAK. In het aandelenoptieplan en de brief van 21 oktober 2002 wordt niet aan die stukken gerefereerd. Het feit dat in het aandelenoptieplan (het bestaan van) STAK genoemd wordt wijst niet op de toepasselijkheid van onderhavige (gewijzigde) administratievoorwaarden en statuten. Dat geldt ook als het in de praktijk gebruikelijk is dat er administratievoorwaarden en statuten gelden. Ook als veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat [appellant] er van uit moest gaan dat er statuten en/of administratievoorwaarden van toepassing zouden zijn, is onvoldoende onderbouwd dat hij er van uit moest gaan dat deze de onderhavige - in geschil zijnde - inhoud zouden hebben. In dat kader is ook van belang dat het aandelenoptieplan zelf ook regels kent met betrekking tot de certificaten, zoals de bepaling (art. 4.5) dat en onder welke voorwaarden verworven certificaten bij het einde dienstverband moeten worden teruggeleverd.

21.

Van belang is voorts dat [appellant] onweersproken heeft gesteld dat de toepasselijkheid van de administratievoorwaarden en/of de statuten van STAK ook niet met hem is besproken, en dat hij eerst na het deelvonnis met die stukken bekend is geworden. Gesteld noch gebleken is dat er redelijke beletsels waren om [appellant] over de toepasselijkheid en inhoud van de statuten en administratievoorwaarden, alsmede de recente wijzigingen daarvan te informeren. Een dergelijk beletsel ligt ook niet voor de hand nu [appellant] steeds de enige certificaathouder van STAK was en de heer[directeur], directeur van ARS c.s., steeds de enig bestuurder was van STAK.

22.

In het licht van het voorgaande mocht [appellant] in ieder geval de toepasselijkheid van de statuten en administratievoorwaarden ter discussie stellen. ARS c.s. is daarover ten onrechte niet met hem in overleg getreden. Dat had gezien de context, met name het feit dat [appellant] de enige certificaathouder was, en hij onvoldoende weersproken heeft gesteld dat hij voor overleg beschikbaar was, wel voor de hand gelegen. Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] daarom niet onredelijk gehandeld door de aangeboden levering te weigeren in het door ARS c.s. opgedrongen korte tijdbestek. Daar komt bij dat [appellant] onvoldoende gemotiveerd weersproken heeft gesteld dat hij enige tijd nodig had om de (aanzienlijke) koopprijs te financieren. Dit betekent dat van ARS c.s. in redelijkheid mocht worden verlangd dat zij de certificaten na betekening opnieuw aan [appellant] zou aanbieden.

23.

Dit wordt niet anders door de omstandigheden geschetst in de brief van 28 juni 2012, waarbij het hof mede in aanmerking neemt dat ARS c.s. geen open kaart heeft gespeeld. Het had immers voor de hand gelegen dat ARS c.s. het voornemen tot decertificering van de aandelen op korte termijn, en het daardoor vervallen van de certificaten, alsook de redengeving daarvoor, onder de aandacht van [appellant] had gebracht, hetgeen niet gebeurd is. Daarbij zal een rol hebben gespeeld dat het de kennelijke bedoeling van ARS c.s. was [appellant], die - naar zeggen van ARS c.s. - als een "nuisance" werd gezien, voor een voldongen feit te plaatsen met betrekking tot de waardering van de aandelen, namelijk op basis van de intrinsieke waarde per ultimo 2009, om hem zodoende niet te laten profiteren van de waardestijging van de aandelen nadien. Duidelijk is dat [appellant] als certificaathouder, die zich (nog) niet heeft gecommitteerd aan de (gewijzigde) statuten en administratievoorwaarden, een wezenlijk betere onderhandelingspositie ten opzichte van ARS c.s. heeft over de af te rekenen waarde, dan in de situatie waarin hij met het voorstel van 28 juni 2012 werd geplaatst. De bedoelde glijclausule neemt dat niet weg, nu [appellant] dan nog steeds "achter de feiten aanloopt".

24.

Uit het voorgaande volgt dat ARS c.s. niet heeft voldaan aan de veroordeling uit het deelvonnis. Niet kan worden geoordeeld dat [appellant] afzag van de levering van de certificaten.Van crediteursverzuim van [appellant] is geen sprake.

25.

Naar het oordeel van het hof staat het decertificeren van de aandelen van STAK niet in de weg aan het alsnog feitelijk voldoen aan de veroordeling. Immers, ARS c.s. heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de aandelen van Beryl (ARS Holding) in ARS T&TT alsnog zouden kunnen worden gecertificeerd ten behoeve van [appellant]. Dat ARS c.s. dit onwenselijk acht werpt daar geen ander licht op. Voor zover wordt gesteld dat het voortbestaan van ARS c.s. en de daarmee gemoeide werkgelegenheid in serieus gevaar zouden komen en het daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is alsnog aandelen te certificeren, is dat onvoldoende onderbouwd. Dat de arbeidsovereenkomst tussen [appellant] en ARS T&TT inmiddels per 1 mei 2013 is ontbonden en [appellant] als gevolg daarvan vervolgens “zijn” certificaten moet terugleveren was in eerste aanleg nog niet aan de orde (het bestreden kortgedingvonnis dateert van 5 september 2012) en was destijds geen reden om te oordelen dat de executie moest worden gestaakt en gestaakt gehouden. Dat inmiddels wel sprake is van een terugleverplicht leidt niet tot een ander oordeel. Onvoldoende onderbouwd is dat de executie van het deelvonnis vanwege deze terugleverplicht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Verder is de rechtspositie/onderhandelingspositie van [appellant] met de (op grond van het deelvonnis geleverde) gecertificeerde certificaten over de terugleverprijs wezenlijk anders dan zonder die certificaten. Duidelijk is dat partijen van mening verschillen over - onder meer – per welk moment de waardering van de terugleverprijs dient plaats te vinden, terwijl de advocaat van ARS c.s. ter gelegenheid van het pleidooi ter zitting - voor het eerst; bij memorie van antwoord is daar niets over gezegd - heeft verklaard dat het aanbod om bedoelde glijclausule toe te passen reeds veel eerder is ingetrokken. In dat licht is onvoldoende onderbouwd dat [appellant] geen redelijk geen belang meer heeft bij (verdere) executie van het vonnis. Daar komt bij dat het er naar uitziet dat ARS c.s. in de periode van 14 juli 2012 tot 1 mei 2013 het maximale bedrag aan dwangsommen heeft verbeurd en het vonnis in zoverre - in praktische zin - is "uitgewerkt".

26.

De conclusie is dat de grieven in zoverre slagen dat het bestreden vonnis niet in stand kan blijven. Het hof komt niet toe aan de behandeling van de eerst in hoger beroep ingestelde vordering van [appellant] c.s. met betrekking tot de dwangsommen, nu art. 353 lid 1 Rv daaraan in de weg staat.

27.

Aan bewijslevering door middel van getuigen komt het hof in dit kort geding niet toe.

28.

Het vonnis zal worden vernietigd en ARS c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld van beide instanties. De proceskosten veroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard zoals gevorderd.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van
5 september 2012,

en opnieuw rechtdoende:

  • -

    wijst de vorderingen van ARS c.s. af;

  • -

    veroordeelt ARS c.s. in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 267,-- aan griffierecht en € 816,-- aan salaris advocaat;

  • -

    veroordeelt ARS c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 114,17 aan explootkosten, € 291,-- aan griffierecht en € 2.682,-- aan salaris advocaat;

  • -

    verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.J. van der Ven, R.S. van Coevorden en R. F. Groos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2014 in aanwezigheid van de griffier.