Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2014:1327

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
24-07-2014
Zaaknummer
Bk-13-00431.su.mb.def
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2012:22593, Bekrachtiging/bevestiging
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:3425, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

BIZ-heffing. De activiteiten waarvan de kosten uit de opbrengst van de BIZ-bijdrage Hofkwartier worden bestreden voldoen niet aan het publiekbelangvereiste. Verordening onverbindend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1776
V-N Vandaag 2014/1551
Belastingblad 2014/417
mr. dr. G. Groenewegen annotatie in NTFR 2014/2210

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-13/00431

Uitspraak d.d. 9 april 2014

in het geding tussen:

[X] te [Z], belanghebbende,

en

de directeur der Gemeentebelastingen Den Haag, de Inspecteur,

op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 9 april 2013, nummer SGR 12/11053 betreffende de onder 1.1 vermelde aanslag.

Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Met dagtekening 31 januari 2012 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een aanslag in de BIZ-bijdrage van de gemeente Den Haag voor het jaar 2012 opgelegd (hierna: de aanslag).

1.2. Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 19 oktober 2012 heeft de Inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag herroepen.

Loop van het geding in hoger beroep

2.1. De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Inspecteur nadien nadere stukken ingediend.

2.2. Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 26 februari 2014. Partijen zijn daar verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten

In hoger beroep is op grond van de stukken van het geding als tussen partijen niet in geschil dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:

3.1. Belanghebbende dreef op 1 januari 2012 een winkel onder de naam ‘[naam]’. De winkel was gevestigd in de onroerende zaak [a-straat 1] te Den Haag (hierna: het pand).

3.2. De raad van de gemeente Den Haag heeft in zijn openbare vergadering van 23 september 2010 vastgesteld de ‘Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie van de BI-zone Hofkwartier 2011’(hierna: de Verordening). De Verordening luidt, voor zover hier van belang:

‘Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a. BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het gebied omvat de objecten gelegen in de volgende straten of delen van straten: (…) [a-straat] [..] t/m [..], (…);

b. de wet: de Experimentenwet BI-zones;

c. het college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

d. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Den Haag en de Vereniging BIZ Hofkwartier gesloten Uitvoeringsovereenkomst;

e. winkel: een onroerende zaak, vrij publiek toegankelijk, met een étalagefunctie waargoederen verkocht of diensten verricht worden.

Artikel 2

Aanwijzing vereniging

De Vereniging BIZ Hofkwartier wordt aangewezen als de vereniging als bedoeld in artikel 7 van de wet. In de navolgende bepalingen wordt deze aangehaald als de vereniging.

(…)

Artikel 3

Aard van de belasting

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.

Artikel 4

Belastbaar feit en belastingplicht

1.

De belasting wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.

2.

De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken als dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken

(…)

(…)

Artikel 5

Belastingobject

1.

Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient.

(…)

(…)

Artikel 6

Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak.

Artikel 7

Belastingtarief

1.

De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 250,00

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de

BIZ-bijdrage voor onroerende zaken, niet zijnde

horeca-aangelegenheden of winkels € 0,00

Artikel 8

Wijze van heffing

1.

De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.

2.

Aanslagen van € 0,00 worden niet opgelegd.

(…)

Artikel 12

Subsidieverlening

1.

Het college verleent jaarlijks aan de vereniging subsidie voor de uitvoering van activiteiten, die zijn opgenomen in de met deze vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van een jaarplan.

2.

De subsidie wordt berekend op basis van het geraamde bedrag van de BIZ-bijdragen die in de in artikel 4, eerste lid, bedoelde periode worden geheven.

3.

Het college is bevoegd de subsidieverlening in te trekken of ten nadele van de vereniging te herzien, voorzover het verleende subsidiebedrag met de opbrengst van de BIZ-bijdragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid niet kan worden gedekt.

Artikel 13

Voorschot

Het college verleent de vereniging jaarlijks een voorschot op de subsidie. Het voorschot bedraagt 95% van het voor dat jaar verleende subsidiebedrag en wordt uitgekeerd in één termijn na indiening van het jaarplan.

(…)’

3.3. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) heeft bij besluit van 31 augustus 2010 ingestemd met een concept van de ‘Uitvoeringsovereenkomst BIZ Hofkwartier’. In de toelichting op het voorstel van dit besluit wordt onder meer opgemerkt:

‘De besturen van de BIZ-verenigingen hebben zich schriftelijk bereid verklaard deze overeenkomst te tekenen. Als het College besluit in te stemmen met deze teksten van de uitvoeringsovereenkomst kan de gezamenlijke ondertekening plaatsvinden voordat de Raad over de heffingsverordening beslist.’

3.4. In het concept van de ‘Uitvoeringsovereenkomst BIZ Hofkwartier’ (hierna: de Uitvoeringsovereenkomst) is onder meer het volgende bepaald:

‘Artikel 4

4.1. De Vereniging staat ervoor in dat de BIZ-subsidie wordt aangewend – en uitsluitend wordt aangewend – voorde volgende activiteiten -= voor zover die activiteiten en daaraan verbonden uitgaven in overeenstemming zijn met de Wet, de Verordening, de Beschikking en de Statuten:

Thema Schoon, heel en veilig

- Pilot anders inzamelen bedrijfsafval

- Graffitibestrijding

- Extra afval- en peukenbakken

- Collectieve winkelontzegging

- Invulling geven aan leegstaande panden

- Aanpak fietsparkeerproblematiek

- Extra groenvoorziening plus onderhoud

- Keurmerk Veilig Ondernemen

Thema Attractiviteit en gastvrijheid

- Kerstverlichting

- Kerstboom

- Evenementen

- Vlaggen en banieren

- Ontwikkelen website over BIZ

Thema bereikbaarheid en overig

- Betere bewegwijzering

- Informatiezuilen of -borden

- Betere aansluiting bij andere winkelgebieden

De onderliggende activiteiten zijn gespecificeerd in het bijgevoegde BIZ-plan.

4.2 De Vereniging zal deze activiteiten financieren op de wijze, die in onderstaande begroting is vastgelegd. Wijziging van de bedragen en de aard van de activiteiten vergt instemming van de algemene ledenvergadering van de vereniging en dienen in het jaarplan te worden vermeld.

Begroting BIZ Hofkwartier

2011

2012

2013

2014

2015

INKOMSTEN

Netto BIZ bijdrage

62.500

62.500

62.500

62.500

62.500

Bijdrage KVO

7.500

Totale inkomsten

70.000

62.500

62.500

62.500

62.500

UITGAVEN

Schoon, heel en veilig

9.000

1.500

1.500

1.500

1.500

Attractiviteit & gastvrijheid

43.000

43.000

43.000

43.000

43.000

Bereikbaarheid en overig

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

Projectondersteuning

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Management en administratie

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Reserve

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Totale uitgaven

70.000

62.500

62.500

62.500

62.500

4.3 De Vereniging is verplicht de activiteiten daadwerkelijk uit te voeren, behoudens voor zover het niet of niet volledig uitvoeren daarvan in redelijkheid niet van de vereniging kan worden gevergd, bijvoorbeeld omdat de werkelijke kosten daarvan hoger blijken dan begroot en daardoor het totaal de verstrekte BIZ-subsidie en de in artikel 12 bedoelde subsidies te boven gaan. Indien de Vereniging niet aan haar verplichtingen voldoet kan de Verordening worden ingetrokken, onverminderd de overige voor de gemeente uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten.

(…)

Artikel 8

Deze overeenkomst is rechtens afdwingbaar, (…).

3.5. Het door het bestuur van de vereniging opgestelde ‘BIZ jaarplan 2012 Hofkwartier’ (hierna: het Jaarplan 2012) bevat de volgende begroting voor het jaar 2012:

Begroting 2012

INKOMSTEN

Netto BIZ-bijdragen

€ 62.750,00

Rereservering uit jaarplan 2011

€ 13.250,00

Totale inkomsten

€ 76.000,00

UITGAVEN

Schoon, heel en veilig

€ 1.500,00

Attractiviteit & gastvrijheid

€ 51.000,00

Bereikbaarheid en overig

€ 57.250,00

Management- & Administratiekosten/project ondersteuning

€ 17.350,00

Reservemarge

€ 1.400,00

Totale uitgaven

€ 76.000,00

3.6. In het Jaarplan 2012 worden de begrotingsposten ‘Schoon, heel & veilig’, ‘Attractiviteit & Gastvrijheid’ en Bereikbaarheid & overig’ als volgt gespecificeerd:

Schoon, heel & veilig 2012

Beschikbaar budget

€ 1.500,00

Activiteiten 2012

Collectieve winkelontzegging

€ 1.250,00

Graffiti- en posterverwijdering

€ 250,00

Schouw

€ 0

Totale uitgaven

€ 1.500,00

Attractiviteit & gastvrijheid 2012

Beschikbaar budget

€ 51.000,00

Activiteiten 2012

Kerstverlichting

€ 30.000,00

Aanschaf extra kerstverlichting

€ 8.000,00

Evenementen

€ 10.000,00

Onderhoud website

€ 3.000,00

Totale uitgaven

€ 51.000,00

Bereikbaarheid & overig 2012

Beschikbaar budget

€ 4.750,00

Activiteiten 2012

(Digitale) nieuwsbrief

€ 1.250,00

Bijdrage krant Het Hofkwartier

€ 3.500,00

Totale uitgaven

€ 4.750,00

3.7. Het college heeft bij de ‘Beschikking BIZ-subsidie 2012’ van 14 februari 2012 de BIZ-subsidie voor 2012 bepaald op maximaal € 62.750, berekend op basis van de begrote opbrengst van de heffing van de BIZ-bijdrage voor dat jaar. In afwachting van de definitieve vaststelling van het subsidiebedrag heeft het college de vereniging een voorschot van 95 percent van het zo-even vermelde bedrag, oftewel € 59.612,50, verstrekt.

Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

4.1. In geschil is of de Inspecteur de aanslag terecht aan belanghebbende heeft opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de krachtens de Verordening geheven BIZ-bijdrage strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.

4.2. De Inspecteur beantwoordt deze vragen bevestigend, belanghebbende daarentegen ontkennend.

4.3. Voor hetgeen partijen ter onderbouwing van hun standpunten hebben aangevoerd, verwijst het Hof naar de stukken van het geding.

Conclusies van partijen

5.1. De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en ongegrondverklaring van het beroep.

5.2 Belanghebbende concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.

Oordeel van de rechtbank

6.

De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, het volgende overwogen, waarbij de rechtbank belanghebbende als ‘eiser’ en de Inspecteur als ‘verweerder’ heeft aangeduid:

“5. In geschil is of verweerder terecht voor 2012 een BIZ-bijdrage van € 250 van eiser heeft geheven. Niet in geschil is dat de onroerende zaak van eiser is gelegen binnen de BI-zone, derhalve binnen het gebied waarbinnen de verordening van toepassing is. Evenmin is in geschil dat de onroerende zaak niet in hoofdzaak tot woning dient.

(…)

9.

In artikel 1, eerste lid, van de Experimentenwet BI-zones is bepaald dat de gemeenteraad onder de naam BIZ-bijdrage een heffing kan instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente (BI-zone) gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Volgens het tweede lid van dit artikel is de BIZ-bijdrage een belasting die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.

10.

In de in de Memorie van Toelichting wordt met betrekking tot de hiervoor genoemde bepalingen onder meer het volgende opgemerkt:

"Dit artikel bevat de expliciete bevoegdheid de belasting op te leggen zoals die wordt geëist door artikel 132, zesde lid, van de Grondwet, geeft de belastinggrondslag en karakteriseert de belasting als een bestemmingsheffing. De heffingsverordening zal nader moeten specificeren om welk gebied het gaat, welke activiteiten worden uitgevoerd, welke vereniging of stichting deze activiteiten uit zal voeren, welke kosten hieraan verbonden zijn en wat de hoogte van de heffing zal bedragen. Ook worden eisen gesteld aan het soort te subsidiëren activiteiten, naar verwachting vooral op het gebied van leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en veiligheid (zie ook paragraaf 7.1.2 in het algemene deel). Een belangrijke beperking is ook dat het moet gaan om behartiging van een publiek belang in de openbare ruimte. ( ... )" (MvT, Kamerstukken II 2007/2008, 31 430, nr. 3).

11.

Naar het oordeel van de rechtbank laat het bepaalde in artikel 1, leden 1 en 2, van de Experimentenwet BI-zones, mede gelet op de hiervoor aangehaalde passage uit de Memorie van Toelichting, de gemeenteraad niet de vrijheid om een BIZ-bijdrage in te voeren waarvan de opbrengst ingevolge de ter uitvoering van de verordening gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Experimentenwet BI-zones, wordt gebruikt voor de bestrijding van andere kosten dan die welke zijn genoemd in artikel 1, tweede lid, van de Experimentenwet BI-zones genoemde kosten.

12.

In dit geval is de uitvoeringsovereenkomst BIZ Hofkwartier de overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Experimentenwet BI-zones. De rechtbank is van oordeel dat de in deze overeenkomst opgenomen activiteiten deels zo globaal zijn omschreven dat niet vaststaat dat de BIZ-bijdrage uitsluitend wordt gebruikt voor kosten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Experimentenwet BI-zones. Hoewel de onder de thema's 'Veilig en Schoon' en 'Bereikbaarheid en overig' gerangschikte activiteiten deels kunnen worden aangemerkt als activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone, geldt dit niet voor alle daar gerangschikte activiteiten. De onder het thema 'Attractiviteit en gastvrijheid' gerangschikte activiteiten vormen geen activiteiten gericht op activiteiten bedoeld in artikel I, tweede lid, van de Experimentenwet BI-zones.

Dit klemt naar het oordeel van de rechtbank te meer, nu blijkens de op het internet gepubliceerde jaarverslagen van de BIZ Hofkwartier, waarnaar eiser heeft verwezen en welke ter zitting zijn besproken, feitelijk ook slechts een klein deel van de BIZ subsidie wordt besteed aan activiteiten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Experimentenwet BI-zones. Voor een aantal wel genoemde én mogelijk onder artikel 1, tweede lid, van de Experimentenwet BI-zones vallende activiteiten, zoals pilot anders inzamelen bedrijfsafval, extra afval- en peukenbakken, aanpak fietsenparkeerproblematiek, betere bewegwijzering, zijn in de jaren 2012-2013 in het geheel geen kosten begroot of gemaakt.

13.

Zoals de rechtbank in zijn uitspraak van 24 januari 2013, LJN BZ1701, heeft overwogen volgt uit het in de Experimentenwet BI-zones gekozen systeem, waarbij enerzijds een BIZ-bijdrage wordt geheven en anderzijds subsidie verleend, dat er een bestedingsverplichting rust op de voor de uitvoering van de activiteiten aangewezen vereniging of stichting. Verweerder heeft gesteld dat deze verplichting is neergelegd in artikel 8 van de uitvoeringsovereenkomst BIZ Hofkwartier. Dit artikel luidt:

Deze overeenkomst is rechtens afdwingbaar, en wordt - behoudens verplichtingen die naar hun aard eerder aanvangen aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de verordening wordt vastgesteld en in werking is getreden en de beschikking tot stand komen.

De rechtbank overweegt dat, voor zover uit deze bepaling al zou volgen dat verweerder de vereniging BIZ Hofkwartier heeft verplicht de overeengekomen activiteiten te verrichten en het gehele per jaar te ontvangen bedrag aan BIZ-subsidie te besteden aan deze activiteiten, verweerder in ieder geval niet aannemelijk heeft gemaakt dat en zo ja, op welke wijze, hij zich ervan heeft vergewist dat de overeenkomst is uitgevoerd.

14.

Uit het voorgaande volgt dat niet is voldaan aan de door de formele wetgever in het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Experimentenwet BI-zones neergelegde voorwaarde voor de BIZ-bijdrage. Dit heeft naar het oordeel van de rechtbank tot gevolg dat geen BIZ-bijdrage kan plaatsvinden. De rechtbank zal daarom zowel de uitspraak op bezwaar als de aanslag BIZ-bijdrage vernietigen.

15.

Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond.”

Beoordeling van het hoger beroep

7.1 Naar volgt uit de bewoording van artikel 1, lid 2, van de Experimentenwet en gelet op de bedoeling van de wetgever, zoals deze blijkt uit de in onderdeel 10 van de uitspraak van de rechtbank geciteerde passage uit de memorie van Toelichting, eist de wet dat uitsluitend kosten van activiteiten waarmee mede een publiek belang in de openbare ruimte wordt behartigd uit de opbrengst van de BIZ-bijdrage worden bestreden (hierna: het publiekbelangvereiste).

7.2 Naar het oordeel van het Hof voldoen de activiteiten waarvan de kosten uit de opbrengst van de BIZ-bijdrage Hofkwartier worden bestreden, niet aan het publiekbelangvereiste. Bij dit oordeel neemt het Hof het volgende in aanmerking.

7.3 De kosten van de activiteiten die uit de opbrengst van de BIZ-bijdrage worden bestreden, zoals vermeld in de begroting die is opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst (zie onder 3.5 en 3.6; hierna: de Begroting) en die voor het jaar 2012 is ingevuld en – kennelijk op de voet van artikel 4.2, tweede volzin, van de Uitvoeringsovereenkomst – is aangepast in het Jaarplan 2012, kunnen worden onderverdeeld in directe kosten en indirecte kosten. De directe kosten zijn rechtstreeks toerekenbaar aan de activiteiten in de categorieën ‘Schoon, heel & veilig’, ‘Attractiviteit & gastvrijheid’ en ‘Bereikbaarheid & overig’. De indirecte kosten (in de Begroting aangeduid als Projectondersteuning, Management en administratie en Reserve; in het Jaarplan 2012 aangeduid als Management- & Administratiekosten/project ondersteuning en Reservemarge) zijn niet rechtstreeks aan deze activiteiten toerekenbaar. Naar de opvatting van het Hof dienen bij de beoordeling of is voldaan aan het publiekbelangvereiste de indirecte kosten naar evenredigheid van de kosten van de activiteiten in de categorieën ‘Schoon, heel & veilig’, ‘Attractiviteit & gastvrijheid’ en ‘Bereikbaarheid & overig’ aan die activiteiten te worden toegerekend. Ter zitting van het Hof hebben partijen met deze opvatting ingestemd.

7.4 De in de Begroting en het Jaarplan 2012 voor het jaar 2012 geraamde kosten van de activiteiten in de categorie ‘Schoon, heel & veilig’ bedragen € 1.500. In het Jaarplan 2012 zijn deze activiteiten voor het jaar 2012 ingevuld; het betreft ‘Collectieve winkelontzegging’ en ‘Graffiti- en posterverwijdering’. Gelet op deze invulling en de daarop gegeven toelichting acht het Hof aannemelijk dat met de activiteiten in de categorie ‘Schoon, heel en veilig’ een publiek belang in de openbare ruimte wordt behartigd.

7.5 De in de Begroting en in het Jaarplan 2012 voor het jaar 2012 geraamde kosten van de activiteiten in de categorie ‘Attractiviteit & gastvrijheid’ bedragen respectievelijk € 43.000 en € 51.000. In het Jaarplan 2012 zijn deze activiteiten nader ingevuld; het gaat om ‘Kerstverlichting’(€ 30.000), ‘Aanschaf extra kerstverlichting’ (€ 8.000), ‘Evenementen’ (€ 10.000) en ‘Onderhoud website’ (€ 3.000). Uit hetgeen uit de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting over deze activiteiten blijkt, leidt het Hof af dat zij eerst en vooral zijn gericht op de promotie van de in de BI-zone gevestigde winkels en horecagelegenheden in de donkere dagen van het jaar (‘Kerstverlichting en ‘Aanschaf extra kerstverlichting’), in het kader van Koninginnedag en andere straatfeesten (‘Evenementen’) en op het internet (‘Onderhoud website’). Daarbij kent het Hof wat betreft de activiteiten ‘Kerstverlichting’, ‘Aanschaf extra kerstverlichting’ en ‘Evenementen’ mede betekenis toe aan de omstandigheid dat, naar ter zitting is gebleken, het aanbrengen van kerstverlichting en het organiseren van evenementen in het Hofkwartier niet pas na de invoering van de BI- zones ter hand zijn genomen. In eerdere jaren zorgde de winkeliersvereniging voor (de bekostiging van) deze activiteiten, naar aannemelijk is omdat zulks in het belang van haar leden was. Gelet op het een en ander is het Hof van oordeel dat de activiteiten in de categorie ‘Attractiviteit & gastvrijheid’ hooguit zijdelings verband houden met het publieke belang in de openbare ruimte. Mitsdien voldoen deze activiteiten niet aan het publiekbelangvereiste.

7.6 De in de Begroting en het Jaarplan 2012 voor het jaar 2012 geraamde kosten van de activiteiten in de categorie ‘Bereikbaarheid en overig’ bedragen respectievelijk € 3.500 en € 4.750. In het Jaarplan 2012 zijn deze activiteiten voor het jaar 2012 ingevuld; het betreft de ‘Digitale nieuwsbrief’ en de ‘Bijdrage krant Het Hofkwartier’. Uit de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting blijkt dat met de ‘Digitale brief’ de communicatie met de ondernemers in de BI-zone wordt onderhouden en dat de bijdrage aan Het Hofkwartier wordt verstrekt met als doel het aantal (herhalings-)bezoeken aan de BI-zone te vergroten. Hieruit leidt het Hof af dat de beide activiteiten eerst en vooral zijn gericht op de promotie van de in de BI-zone gevestigde winkels en horecagelegenheden. Gelet op het een en ander is het Hof van oordeel dat de activiteiten in de categorie ‘Bereikbaarheid en overig’ hooguit zijdelings verband houden met het publieke belang in de openbare ruimte. Mitsdien voldoen deze activiteiten niet aan het publiekbelangvereiste.

7.7 Uit het vorenstaande blijkt dat van de in de Begroting en het Jaarplan 2012 vermelde directe kosten niet meer dan een te verwaarlozen gedeelte zich (in beginsel; zie hierna) leent voor financiering door middel van een BIZ-bijdrage. Omdat, naar volgt uit hetgeen onder 7.3 is overwogen, bij de beoordeling of is voldaan aan het publiekbelangvereiste de indirecte kosten naar evenredigheid van de kosten van de activiteiten in de categorieën ‘Schoon, heel & veilig’, ‘Attractiviteit & Gastvrijheid’ en ‘Bereikbaarheid & overig’ aan die activiteiten dienen te worden toegerekend, geldt hetzelfde voor de totale in de Begroting en het Jaarplan 2012 vermelde kosten. Naar het oordeel van het Hof heeft de gemeentelijke wetgever onder deze omstandigheden, door de heffing van een BIZ-bijdrage ter bestrijding van de kosten van de in de Begroting en het Jaarplan 2012 genoemde activiteiten in te voeren, de grenzen van zijn regelgevende bevoegdheid overschreden. Mitsdien is de Verordening onverbindend en dient te worden beslist zoals hierna is vermeld.

Proceskosten en griffierecht

8.

Het Hof ziet aanleiding voor een veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en stelt deze vast op € 4.20 (reiskosten openbaar vervoer op de dag van de zitting).

Beslissing

Het Hof

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 4.20;

- bepaalt dat van de Inspecteur een griffierecht wordt geheven van € 478.

Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. G.J. van Leijenhorst, B. van Walderveen en J.J.J. Engel, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.J. Jansen. De beslissing is op 9 april 2014 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1.

Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2.

Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

- - de naam en het adres van de indiener;

- - de dagtekening;

- - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

- - de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.