Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3856

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21-05-2013
Datum publicatie
20-06-2013
Zaaknummer
200.079.817/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Koop onder toepassing Weens Koopverdrag. Leer gebrekkig? Prijsvermindering tot nihil; klachtplicht onder het WKV

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel recht

Zaaknummer : 200.079.817/01

Rolnummer Rechtbank : 62426/HA ZA 05-2847

arrest van 21 mei 2013

inzake

de vennootschap naar vreemd recht WORLD SKINS S.R.L.,

gevestigd te Castelfranco di Sotto (Pisa), Italië,

appellante,

hierna te noemen: World Skins,

advocaat: mr. S.G.A. van der Horst te Tilburg,

tegen

1. de vennootschap onder firma [...],

mede h.o.d.n. […],

gevestigd te […], gemeente […],

2. […],

wonende te […], gemeente […],

3. […],

wonende te […], gemeente […],

geïntimeerden,

hierna tezamen te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

Verloop van het geding

Bij exploot van 19 juli 2010, hersteld bij exploot van 10 november 2010, is World Skins in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Dordrecht van 14 juni 2006, 23 augustus 2006, 24 oktober 2007, 20 februari 2008, 1 oktober 2008, 18 maart 2009 en 21 april 2010. Bij memorie van grieven heeft World Skins zestien grieven aangevoerd, die door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord zijn bestreden.

Vervolgens hebben partijen, onder overlegging van hun procesdossiers, arrest gevraagd.

Beoordeling van het beroep

1. Op grond van de stukken en de in zoverre niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen staat tussen hen het volgende vast.

1.1. In januari 2003 heeft [geïntimeerde] via […] (hierna: [X]), agent van World Skins, een partij leer van World Skins gekocht. De partij is in februari 2003 geleverd. Op verzoek van [geïntimeerde] is een deel van de partij door World Skins bij [X] afgeleverd. Deze heeft een aantal van de rollen gecontroleerd, geen bijzonderheden geconstateerd en de partij doorgestuurd aan GKK Exports (hierna: GKK) in India, ter verwerking tot eindproducten. Het andere deel is door World Skins bij [geïntimeerde] afgeleverd, die de partij heeft doorgeleverd aan de firma Rapel in Roemenië, eveneens ter verwerking tot eindproducten.

1.2. Op 27 februari 2003 heeft World Skins terzake van de geleverde goederen een factuur aan [geïntimeerde] verzonden, voor een bedrag van € 55.036,25. Voor een bedrag van € 53.840,81 ziet de factuur op zwart, middenbruin en donkerbruin leer; het resterende bedrag van € 1.195,44 ziet op rood, geel en blauw leer.

1.3. Bij bericht van 11 april 2003 heeft Rapel [geïntimeerde] in kennis gesteld van een aantal problemen met betrekking tot het (zwarte en bruine) leer, waaronder: een onregelmatige vorm en de aanwezigheid van kleine krasjes en schade, waardoor een deel van het leer niet verwerkt kon worden. Uit het bericht blijkt dat het zwarte en donkerbruine leer reeds was verwerkt, maar het middenbruine nog niet. [geïntimeerde] heeft opdracht gegeven ook het middenbruine leer te verwerken.

1.4. Eind april 2003 heeft [geïntimeerde] de eindproducten uit India ontvangen. Het leer vertoonde een witte uitslag. [geïntimeerde] heeft daarop onderzoek verricht naar de oorzaak en daartoe contact opgenomen met GKK. In juni 2003 arriveerden de eindproducten uit Roemenië. Deze zijn door [geïntimeerde] uitgeleverd aan afnemers (lederwarenwinkels en kantoorboekhandels). Enige tijd daarna kreeg [geïntimeerde] klachten van de afnemers.

1.5. Bij brief van 3 juli 2003 heeft [geïntimeerde] aan World Skins laten weten dat het geleverde leer niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en aangegeven de factuur niet te zullen betalen. In een brief van 14 juli 2004 heeft de advocaat van [geïntimeerde] aan de advocaat van World Skins meegedeeld:

"Tijdens de bewerking van de door uw cliënte geleverde partij leer bleek dat het zwarte, middenbruine en donkerbruine leer niet goed gelooid is door uw cliënte. Tijdens en na de bewerking van het leer door cliënt vertoonde de leer producten - als gevolg van een foutief looi proces door uw cliënte - een witte uitslag zijnde zouten en vetten. Het grootste gedeelte van de bewerkte producten bleek waardeloos en derhalve niet verkoopbaar te zijn. Cliënt heeft dit direct kenbaar gemaakt bij tussenpersoon [X].

Het door uw cliënte geleverde rode, blauwe en gele leer ter waarde van € 1.195,44 was wel van goede kwaliteit. Cliënte betwist de factuur ten aanzien van dit gedeelte van de factuur dan ook niet. (...)

(...) Ten aanzien van het restant ad € 53.840,81 stelt cliënte zich op het standpunt dat deze partij leer niet aan de kwaliteitseisen voldeed. Cliënt zal deze partij leer dan ook niet betalen. Zoals ik u vertelde heeft cliënte alles bewaard zodat u en/of uw cliënte met eigen ogen kunnen zien dat deze partij leer van onvoldoende kwaliteit is. Voorts wil cliënte gedeeltelijk vergoeding van de door hem gemaakte kosten in verband met de bewerking van het leer ad € 28.000,-"

1.6. World Skins betwist dat het door haar aan [geïntimeerde] geleverde leer als gevolg van fouten in het looiproces niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet.

1.7. Bij [X] bevindt zich een aantal vellen (onbewerkt) leer afkomstig uit dezelfde partij als die welke door World Skins aan [geïntimeerde] is geleverd.

2. Bij dagvaarding van 25 november 2005 is World Skins de onderhavige procedure begonnen. Zij vordert betaling van de voormelde factuur, met rente en kosten.

In reconventie vordert [geïntimeerde] betaling van € 29.963,45, vermeerderd met rente. Bij conclusie na deskundigenbericht heeft zij deze eis vermeerderd tot een bedrag van

€ 45.814,73. [geïntimeerde] grondt zowel haar verweer tegen de in conventie gevorderde betaling, als haar vordering, op haar stelling dat de producten, vervaardigd uit het door World Skins geleverde zwarte, middenbruine en donkerbruine leer, gebreken vertonen, te weten: witte uitslag, een loslatende lijmlaag, een loslatende verflaag, vlekvorming en het vettig aanvoelen van de producten. Daardoor is volgens haar de gehele partij onverkoopbaar en zijn de kosten voor de bewerking van het leer nodeloos gemaakt.

3. Met instemming van partijen heeft de rechtbank een deskundigenbericht gelast. Zij heeft daartoe benoemd Textile Lab te Hengelo en de volgende vragen gesteld (vonnis van 18 maart 2009):

a. Kunt u vaststellen wat de oorzaak is van de gebreken (witte uitslag, loslatende lijmlaag, loslatende verflaag, vlekvorming en het vettig aanvoelen van de producten) van de bij [geïntimeerde] opgeslagen leerproducten?

b. Indien vraag a. met ja kan worden beantwoord: is de oorzaak van deze gebreken te wijten aan een foutief looiproces aan de zijde van World Skins?

c. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

4. Blijkens het deskundigenbericht heeft de deskundige aan de hand van verschepingsdocumenten twintig eindproducten geselecteerd (samples TL1 tot en met 20). Zeventien daarvan heeft de deskundige van [geïntimeerde] ontvangen; twee daarvan voldeden niet aan de specificaties. Voorts heeft de deskundige drie vellen onbewerkt leer (zwart, middenbruin en donkerbruin) bij [X] opgevraagd en ontvangen (samples A tot en met C). Bij eerste waarneming heeft de deskundige vastgesteld dat bij de samples T1 en TL12 sprake is van vlekkenvorming, dat de samples TL3, TL4, TL6, en TL9 beschadigd zijn en dat bij de samples TL13 tot en met TL17 en TL 19 sprake is van witte uitslag. Met betrekking tot de samples A tot en met C heeft de deskundige vermeld: "geen directe constateringen". Na uitvoering van een licht microsopie onderzoek, een GC/MS analyse, een infrarood spectroscopie, een chemische analyse, een microbiologische analyse, een test op kleurechtheid en een aanhechtingtest, is de deskundige tot de volgende conclusies gekomen:

"De witte verkleuring is veroorzaakt door een substantie van Cyclisch en Aromatische structuur, echter een exacte match kan niet worden achterhaald. Deze substanties ontstaan tijdens de leer productie, echter de exacte productie stap kan niet worden achterhaald.

(...) is het hoogst onwaarschijnlijk dat de witte verkleuring veroorzaakt is door vet afbreuk en migratie naar de oppervlakte van het leer (...).

Op basis van chemische analyse met Dichlormethane extraheerbare substanties produceert het leer significant hogere waardes dan men normaal zou kunnen verwachten t.o.v. vergelijkbare lederen producten.

De witte verkleuring is alleen zichtbaar aan de randen van de naad. Met het licht microscopie onderzoek is aangetoond dat de producten uit India aan de binnenkant van de randen is verdund ten opzichte van de rest van het leer. Dit wordt gedaan om het leer gemakkelijker aan elkaar te kunnen naaien. In de dwarsdoorsnede van de randen is aan de binnenkant een lijm aangebracht. (...). De leer artikelen geproduceerd in Roemenië zijn niet op dezelfde wijze in elkaar gezet. Hier zijn de randen niet verdund. Waardoor er hoogs[t]waarschijnlijk minder substantie uit kan komen die kan verkleuren. De aanwezigheid van lijm of oplosmiddelen kan eventueel het effect verergeren echter is niet de hoofdoorzaak van de witte verkleuring.

Op basis van de gepresenteerde resultaten is de witte uitslag ontstaan doordat de substantie simpelweg uitgeknepen wordt tijdens de productie (het naaien) uit het leer. Het gebruikte leer heeft een uitzonderlijke hoge waarde van dichlormethane extraheerbare substanties. Men mag dus aannemen dat de boven leer lagen chemisch overladen zijn. De grote hoeveelheid achtergebleven chemische leer hulpmiddelen (komen in het leer tijdens de leer fabricage) zijn zeer ongelijk[ ]verdeeld in het leer waardoor hoog[st]waarschijnlijk tijdens de verwerking meer en minder substantie vrij kan komen en dus meer en minder verkleurd op een vroeger of later tijdstip.

De beschadigingen en vlekken zijn het gevolg van een slechte aanhechting van de aanverving. Welke een gevolg is van een verkeerde technologisch[e] bewerking tijdens het leer fabricage proces. (Fysisch onderzoek: slechte aanhechting en slechte wrijfechtheid voor het toepassing gebied)."

5. Bij conclusie na deskundigenbericht heeft World Skins, onder overlegging van een rapport van TNO, de deugdelijkheid van het deskundigenonderzoek uitvoerig gemotiveerd bestreden. Daarnaast heeft zij erop gewezen dat geen hoor en wederhoor is toegepast, nu de deskundige partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, noch een concept van zijn rapportage aan partijen heeft gezonden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.

[geïntimeerde] heeft in haar conclusie na deskundigenbericht de resultaten daarvan onderschreven.

6. Na te hebben vastgesteld dat het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Weens Koopverdrag, hierna: WKV) en, zo nodig, het Italiaanse recht van toepassing is, heeft de rechtbank in haar eindvonnis de bezwaren van World Skins gepasseerd en de conclusies van de deskundige overgenomen. Daarvan uitgaande is zij tot het oordeel gekomen dat het door World Skins geleverde (zwarte en bruine) leer niet aan de overeenkomst beantwoordde. Na te hebben vastgesteld dat [geïntimeerde] zich binnen een redelijke termijn na ontdekking van de gebreken op de tekortkoming heeft beroepen, heeft de rechtbank geoordeeld dat [geïntimeerde] bevoegd was de koopprijs te verlagen tot nihil. Op grond daarvan heeft zij de vordering in conventie van World Skins tot een bedrag van € 53.840,81 afgewezen. Voor zover de factuur betrekking had op het rode, gele en blauwe leer (€ 1.195,44), is de vordering toegewezen. In reconventie heeft de rechtbank, overwegend dat het tevergeefs maken van kosten van bewerking van het leer een voorzienbaar gevolg was van de tekortkoming, de vordering van [geïntimeerde] tot een bedrag van € 26.556,64 toegewezen. De kosten van verwerking van het middenbruine leer door Rapel heeft zij afgewezen, omdat [geïntimeerde] door Rapel was gewaarschuwd voordat tot verwerking werd overgegaan en het leer toch heeft laten verwerken.

Procedurele bezwaren tegen het deskundigenbericht

7. De grieven 1 tot en met 5 richten zich tegen de benoeming van de deskundige en de wijze waarop deze zijn onderzoek heeft verricht.

8. In haar eerste grief klaagt World Skins erover dat de rechtbank haar bezwaren tegen de benoeming van de deskundige heeft gepasseerd en dat de rechtbank geen consequenties heeft verbonden aan het handelen van [geïntimeerde] dat tot die benoeming heeft geleid. De rechtbank had vervolgens het deskundigenbericht buiten beschouwing moeten laten en een nieuwe deskundige moeten benoemen, aldus World Skins.

9. De grief faalt. Uit het verloop van de procedure blijkt dat het niet gemakkelijk was een deskundige te vinden die beschikbaar was en niet eerder bij de zaak betrokken is geweest. De door World Skins tegen Textile Lab geuite bezwaren (namelijk dat haar agent [X] en de door deze geraadpleegde bronnen deze instelling niet kenden) kon de rechtbank redelijkerwijs passeren, te meer nu zij zelf navraag heeft gedaan en haar is gebleken dat Textile Lab over de benodigde expertise beschikte. World Skins specificeert het door haar genoemde handelen van [geïntimeerde] voorts niet. Mogelijk doelt zij op de omstandigheid dat [geïntimeerde] eerder een mogelijke deskundige (BLC) eenzijdig heeft benaderd en onderzoek heeft laten doen. Wat daarvan ook zij, het stond de rechtbank vrij bij die stand van zaken een andere deskundige te benoemen.

De stelling dat de rechtbank vervolgens het deskundigenbericht buiten beschouwing had moeten laten en een nieuwe deskundige had moeten benoemen onderbouwt World Skins in deze grief niet. Kennelijk is die onderbouwing te vinden in de daarop volgende grieven.

10. In haar tweede grief klaagt World Skins erover dat de rechtbank niets gedaan heeft met haar legitieme onderzoekswensen, te weten: dat wordt vastgesteld a) of de te onderzoeken partij wel door World Skins is geleverd, b) hoe groot de bij [geïntimeerde] opgeslagen partij is en hoe deze voorraad zich verhoudt tot de steekproefselectie, c) hoe de gebreken zich ten opzichte van de gehele voorraad verhouden, d) welke van de te onderzoeken eindproducten in India zijn bewerkt en welke in Roemenië en e) dat de steekproef representatief en onafhankelijk is.

11. Een deel van deze onderzoekswensen is te vinden in de aktes die World Skins voorafgaand aan de benoeming van de deskundige heeft genomen. Anders dan zij in haar grief suggereert, heeft World Skins de betrokken wensen echter niet naar voren gebracht als aan het deskundigenonderzoek te stellen eisen, maar wenste zij dat voorafgaand aan dat onderzoek een deurwaarder zou worden ingeschakeld om een aantal vaststellingen te doen, in het bijzonder ten aanzien van de voorraad en de selectie van producten ten behoeve van de steekproef. Zoals blijkt uit haar vonnis van 24 oktober 2007, heeft de rechtbank het niet noodzakelijk geacht daartoe een deurwaarder aan te stellen. Zij is er klaarblijkelijk vanuit gegaan dat de betreffende werkzaamheden tot de verantwoordelijkheid van de deskundige behoren. Het hof deelt dat oordeel. Of de deskundige een en ander op juiste wijze heeft gedaan komt bij de waardering van het deskundigenbericht aan de orde. Overigens verwerpt het hof in dit verband reeds nu de stelling dat [geïntimeerde] niemand toegang heeft willen verlenen tot haar voorraad, ook de deskundige niet. [geïntimeerde] heeft dit gemotiveerd betwist en World Skins heeft geen op bedoelde stelling toegesneden bewijsaanbod gedaan.

12. Voor zover het bezwaar van World Skins betrekking heeft op het uitgangspunt van de rechtbank dat de bij [geïntimeerde] opgeslagen producten gemaakt zijn uit de door World Skins geleverde partij (zwart en bruin) leer geldt dat, zoals [geïntimeerde] terecht aanvoert, het World Skins is geweest die bezwaar heeft gemaakt tegen de door [geïntimeerde] voorgestelde vragen c. tot en met f. Deze vragen strekten er, kort gezegd, toe de deskundige te doen vaststellen of de bij [X] opgeslagen vellen onbewerkt leer van dezelfde levering afkomstig zijn als de bij [geïntimeerde] opgeslagen eindproducten (en, zo ja, of deze gebreken vertonen als gevolg van een foutief looiproces). In haar akte van 28 februari 2007 heeft World Skins aangegeven de betreffende vragen overbodig te achten omdat ter comparitie van partijen is besloten dat de deskundige over de bij [X] opgeslagen vellen leer kan beschikken indien hij dat nodig acht en omdat World Skins niet ter discussie stelt of de door [geïntimeerde] opgeslagen producten wel zijn geproduceerd uit de onderhavige door World Skins geleverde partij. De rechtbank heeft haar daarin gevolgd. Onder die omstandigheden kan World Skins er thans niet met succes over klagen dat het betreffende punt niet (expliciet) tot onderwerp van de vraagstelling aan de deskundige is gemaakt. Om die reden faalt ook grief 3, waarin World Skins de rechtbank verwijt de deskundige niet te hebben opgedragen de bij [X] aanwezige vellen onbewerkt leer bij het onderzoek te betrekken teneinde vast te stellen of de bij [geïntimeerde] opgeslagen producten uit de door World Skins geleverde partij zijn vervaardigd. Overigens heeft de deskundige wel degelijk vellen onbewerkt leer van [X] bij zijn onderzoek betrokken.

13. Voor zover World Skins bestrijdt a) dat alle producten gemaakt uit de door haar geleverde partij (zwart en bruin) leer gebrekkig zijn en b) dat [geïntimeerde] niets daarvan heeft kunnen verkopen, ziet haar bezwaar op de vaststelling van de omvang van de tekortkoming, respectievelijk de schade. Het hof zal daar later op ingaan.

14. World Skins beklaagt zich er voorts over dat de deskundige partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, noch een concept van zijn rapportage aan partijen heeft gezonden teneinde hen in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Uit het deskundigenbericht blijkt inderdaad niet dat de deskundige zich aan de dienovereenkomstige instructie heeft gehouden. [geïntimeerde] heeft voorts bevestigd dat dit niet is gebeurd. Dit nalaten brengt echter niet zonder meer mee dat aan het deskundigenbericht iedere betekenis moet worden ontzegd. Het hof zal bij de beoordeling van de overige grieven bezien of er aanleiding bestaat consequenties aan deze onvolkomenheid in de door de deskundige gevolgde procedure te verbinden.

15. In de grieven 4 en 5 beklaagt World Skins zich over de betrouwbaarheid en representativiteit van de door de deskundige uitgevoerde steekproef. Volgens World Skins had de deskundige - uitgaande van [geïntimeerde] opgave van haar voorraad - tenminste tachtig producten moeten selecteren. De deskundige heeft slechts twintig monsters opgevraagd, waarvan er vijftien door [geïntimeerde] zijn aangeleverd. Daarvan heeft de deskundige er slechts zeven onderzocht, aldus World Skins. Bovendien heeft de deskundige, zo betoogt World Skins, geen onderscheid gemaakt tussen producten gemaakt in India respectievelijk Roemenië. Daartoe bestond volgens World Skins alle aanleiding, nu de klachten over beide partijen verschilden, sprake was van uiteenlopende bewerkings-, verschepings- en opslagcondities, en de rode, gele en blauwe partijen leer(producten) helemaal geen gebreken vertoonden.

16. Zoals het hof hiervoor reeds heeft overwogen, behoorde het tot de verantwoordelijkheid van de deskundige te bepalen op welke wijze hij zijn onderzoek zou inrichten, ook ten aanzien van de selectie van de te onderzoeken producten. Hiervoor, in rov. 4, is weergegeven op welke wijze de deskundige dat heeft gedaan. Het hof is van oordeel dat noch de wijze van selectie, noch het aantal geselecteerde producten als ongeschikt of onvoldoende kan worden aangemerkt, dit mede gelet op het hierna volgende.

17. De stelling van World Skins dat niet duidelijk is of de door de deskundige onderzochte eindproducten uit India, dan wel Roemenië afkomstig zijn is niet juist. Weliswaar zijn de verschepingsdocumenten waaraan de deskundige refereert niet aan het deskundigenbericht gehecht, maar uit de, onder 1) van het deskundigenbericht opgesomde, producten en specificaties blijkt dat het gaat om de documenten overgelegd als productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie/van eis in reconventie en (wat betreft GKK) productie 23 bij conclusie na deskundigenbericht van World Skins. Uit die lijsten blijkt dat de door de deskundige opgevraagde samples TL 1 tot en met 12 producten betreffen afkomstig uit Roemenië (en niet India, zoals [geïntimeerde] bij memorie van antwoord kennelijk bij vergissing vermeldt) en de samples TL 13 tot en met 20 uit India.

Ook onjuist is de stelling dat de deskundige geen onbewerkte leervellen van [X] bij het onderzoek heeft betrokken: uit het deskundigenbericht blijkt dat de deskundige drie vellen (van elke kleur één) bij [X] heeft opgevraagd en heeft verkregen (samples A tot en met C). Hij heeft deze vellen betrokken bij het visuele onderzoek en bij onderzoek G.

18. Met betrekking tot het bezwaar van World Skins dat de deskundige een te kleine hoeveelheid samples heeft onderzocht om op basis daarvan een conclusie te kunnen trekken ten aanzien van de gehele partij en het bezwaar dat [geïntimeerde] zelf (binnen de door de deskundige aangegeven specificaties) de samples heeft uitgezocht, overweegt het hof het volgende. Op basis van het deskundigenrapport kan (al dan niet) een conclusie worden getrokken omtrent de oorzaak van de aan de onderzochte samples klevende gebreken. Of en in hoeverre de gehele partij (zwart, middenbruin en donkerbruin) leer die gebreken vertoont, staat daarmee nog niet vast. Zoals hierna (rov. 35) zal worden overwogen, zal dat nader moeten worden vastgesteld.

Inhoudelijke bezwaren tegen het deskundigenbericht

19. Gelet op het voorgaande kunnen de grieven 1 tot en met 5 op zichzelf niet tot vernietiging leiden. Een andere, door de grieven 6 tot en met 10 en 12 aan de orde gestelde, vraag is echter of het deskundigenbericht, mede in het licht van de gedetailleerde kritiek die World Skins, onder verwijzing naar het rapport van TNO van 5 november 2009 (productie 21 bij conclusie na deskundigenbericht), daarop heeft geleverd, van voldoende gewicht is om tot het oordeel te kunnen komen dat de partij zwart en bruin leer gebrekkig was wegens een foutief looiproces.

20. Zoals in rov. 4 is weergegeven, heeft de deskundige bij eerste (het hof neemt aan: visuele) waarneming bij TL14 tot en met 17 en TL 19 witte uitslag geconstateerd. Dit betreft producten gefabriceerd in India. Bij de in Roemenië gefabriceerde producten is geen witte uitslag geconstateerd, evenmin als bij de vellen onbewerkt leer. Bij de producten uit Roemenië zijn wel andere gebreken geconstateerd, te weten 'vlekkenvorming' en (niet nader omschreven) beschadigingen.

21. In het lichtmicroscopisch onderzoek heeft de deskundige twee producten uit India en één uit Roemenië betrokken. De deskundige heeft geconstateerd dat de producten uit India op de hoeken, vooral aan de binnenkant van de naad, een duidelijke witte substantie afgeven. Het leer is aan de binnenkant van de randen verdund, om het in elkaar naaien te vergemakkelijken. De producten uit Roemenië zijn niet aan de randen verdund en vertonen geen witte uitslag. In het onderzochte product is wel sprake van duidelijke gebieden met kleurverlies. Voorts heeft de deskundige in dit onderzoek geconstateerd dat het leer 'analine finished' is, met een dunne finishlaag zonder pigmenten.

22. De GC/MS analyse is uitgevoerd op de TL1, 4, 12, 13, 14 en 19, derhalve producten uit zowel India, als Roemenië. De deskundige heeft hierbij geconstateerd dat het leer van alle samples op dezelfde wijze is geproduceerd en dat de producten met en zonder witte uitslag geen significant verschil vertonen. Dit betekent volgens de deskundige dat de witte substantie geen vluchtige stof is en ook aanwezig is in de producten die geen witte uitslag vertonen.

23. De chemische analyse is uitgevoerd op TL 1 (Roemenië) en TL 14 (India). De deskundige heeft geconstateerd dat de geanalyseerde waardes (dichlormethane extraheerbare substanties; respectievelijk 18,9 en 16,5) hoger zijn dan gebruikelijk.

24. Het microbiologisch onderzoek, waarbij producten geproduceerd in Roemenië en India veertien dagen op kweek zijn gezet, is uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen over de relatie tussen schimmels tijdens productie en transport en de witte uitslag. Schimmels kunnen vetten afbreken, waarna witte uitslag ontstaat, zo leert de deskundige. Het resultaat van dit onderzoek was dat de producten niet besmet zijn met schimmels. World Skins onderschrijft die conclusie.

25. Vervolgens heeft de deskundige TL 1 (Roemenië) en TL14 (India) getest op wrijfechtheid, volgens DIN en ISO 11640 'Leertest voor kleur echtheid'. Blijkens de tabel zijn twee tests uitgevoerd: één 'Loading for upholstery leather, aniline finish' en één 'Loading for upholstery leather pigmented finish'. Onder het kopje "Staining of the rubbing felt" staan (op een schaal van 1-5, waarbij 1 slecht is en 5 goed) resultaten variërend van 3-4 (TL1) en 4-5 (TL14) voor 'analine finish' en 1-2 (TL1) en 2-3 (TL14) voor 'pigmented finish'. Onder het kopje 'Color charge of the rubbed area' zijn voor beide samples als resultaten 5 en 4-5 vermeld. Geconcludeerd wordt dat het leer voldoet aan de eisen van wrijfechtheid voor aniline leer, maar dat het voor 'het toepassingsgebied' geheel ongeschikt is. Bij het verhogen van het aantal wrijvingen zijn de kleurafgifte en kleurverandering volgens de deskundige duidelijk waarneembaar.

26. Tot slot heeft de deskundige een aanhechtingtest gedaan door middel van plakband. Bij dit onderzoek heeft hij producten uit Roemenië betrokken, alsook ook de onbewerkte vellen leer. Volgens de tabel was de beoordeling bij alle samples matig (TL2 en B), dan wel zeer slecht (TL1,TL3, A en C).

27. De deskundige trekt uit deze tests de hiervoor, in rov. 4 weergegeven conclusies, kort samengevat:

- de witte verkleuring is niet het gevolg van schimmel, maar van een substantie van cyclisch en aromatische structuur, die ontstaat tijdens de productie;

- het leer produceert 'significant hogere' hogere waarden dichlormethane extraheerbare substanties dan men normaal, ten opzichte van vergelijkbare lederen producten, zou mogen verwachten (derde alinea), respectievelijk 'uitzonderlijk hoge' waarden dichlormethane extraheerbare substanties (vijfde alinea);

de bovenlagen zijn (dus) 'chemisch overladen', respectievelijk er is sprake van 'een grote hoeveelheid achtergebleven chemische leer hulpmiddelen', die 'zeer ongelijk verdeeld' zijn in het leer;

- de witte uitslag is ontstaan doordat de witte substantie tijdens de productie (het naaien) uit het leer geknepen wordt; bij verdunde randen gebeurt dit ('hoogstwaarschijnlijk') eerder dan bij niet verdunde randen;

- lijm en oplosmiddelen kunnen het effect verergeren, maar zijn niet de hoofdoorzaak van de witte uitslag;

- de beschadigingen en vlekken zijn het gevolg van een slechte aanhechting van de aanverving, welke een gevolg is van een verkeerde technologische bewerking tijdens het leerfabricageproces.

28. World Skins heeft bij conclusie na deskundigenbericht, in het kielzog van TNO,

- afgezien van de procedurele kanttekeningen die in het kader van de beoordeling van de grieven 1-5 reeds besproken zijn - de volgende bezwaren tegen het onderzoek geformuleerd:

i) de vellen onbewerkt leer zijn slechts bij het visuele onderzoek en de aanhechtingtest gebruikt; zij hadden als referentiemateriaal bij alle onderzoeken moeten worden gebruikt;

ii) bij de chemische analyse wordt niet duidelijk gemaakt naar welke leerproducten wordt verwezen, hoe groot de afwijking is en of deze significant is; World Skins heeft daaraan zelf nog toegevoegd dat, blijkens een verklaring van Consorzio Vera Penne Italiana Conciata Al Vegetale van 15 september 2009 (productie 24 bij conclusie na deskundigenbericht), de gevonden waardes voor plantaardig gelooide vellen volstrekt normaal zijn;

iii) de belastingstest voor meubelleer met pigment coating (test II) in de kleurechtheidtest is ongebruikelijk voor artikelen als tassen, koffers, etui's, documentmappen etc.;

in het kader van de beoordeling van wrijfechtheid mag geen sprake zijn van vlekvorming en de aankleuring, respectievelijk beschadiging, mag minimaal 3-4, respectievelijk 4 zijn; behoudens het gebruikte vilt ('felt') in test II voldoen de resultaten daaraan;

iv) de aanhechting test is niet uitgevoerd volgens een gestandaardiseerde internationale norm en daardoor onbetrouwbaar;

v) de mogelijkheid van interactie tussen bij de levering gebruikt vloeipapier en plastic zakjes en het leer had moeten worden onderzocht, evenals andere invloedsfactoren, zoals temperatuur en luchtvochtigheid tijdens het transport en het gebruik van lijm en oplosmiddelen bij de verwerking van het materiaal;

vi) de conclusie dat het gebruik van lijm of oplosmiddelen de witte verkleuring kan verergeren, maar niet de hoofdoorzaak is, is ongefundeerd;

vii) uit het licht microscopie onderzoek blijkt dat de wijze van fabricage (het wel (India) of niet (Roemenië) aan de binnenkant van de randen verdunnen van het leer) van doorslaggevend belang is voor het ontstaan van de witte uitslag; de deskundige had hier nader onderzoek naar moeten doen;

viii) de conclusie dat de witte uitslag ontstaat doordat het leer bij het naaien wordt uitgeknepen is ongefundeerd; bij naaien is de uitgeoefende druk minimaal en bij niet verdunde randen is de druk op het leer juist groter dan bij verdunde randen.

29. [geïntimeerde] heeft haar conclusie na deskundigenbericht op dezelfde datum genomen als World Skins de hare. [geïntimeerde] heeft derhalve pas voor het eerst bij memorie van antwoord op de door World Skins geformuleerde bezwaren (en het TNO-rapport) kunnen reageren. Bij memorie van antwoord brengt [geïntimeerde] tegen bedoelde bezwaren in dat de deskundige ook bij de producten bewerkt in Roemenië en bij de drie vellen onbewerkt leer van [X] witte uitslag heeft geconstateerd, ontstaan door dezelfde oorzaak (memorie van antwoord 56 en 162). Daaruit volgt volgens [geïntimeerde] dat die uitslag niet veroorzaakt kan zijn door het bewerkingsproces. [geïntimeerde] schaart daarbij alle gestelde gebreken (witte uitslag, loslatende lijmlaag, loslatende verflaag, vlekvorming en het vettig aanvoelen van de producten) onder de verzamelterm 'witte uitslag' (zie memorie van antwoord 17).

Voor het overige volstaat zij met de opmerking dat de bezwaren van World Skins en TNO alle van procedurele aard zijn, dat TNO zelf geen onderzoek heeft gedaan, dat de oorzaak van de klachten door de deskundige eenduidig is vastgesteld en dat dus geen onderzoek naar andere oorzaken nodig was.

30. Het hof is van oordeel dat de hiervoor in rov. 28 opgesomde bezwaren van World Skins terecht zijn opgeworpen en dat deze door [geïntimeerde] en de deskundige onvoldoende zijn weerlegd. Onjuist is dat bij alle onderzochte monsters dezelfde gebreken zijn geconstateerd. De onbewerkte leervellen zijn slechts betrokken in het visuele onderzoek (waarbij geen afwijkingen zijn geconstateerd) en de aanhechtingtest met plakband. Ten aanzien van de witte uitslag (sec) geldt dat, hoewel deze bij de producten uit Roemenië niet is waargenomen, wel is vastgesteld dat de stof, die voor het ontstaan daarvan verantwoordelijk is, ook in die producten aanwezig is. Echter, de conclusie van de deskundige, dat het verschil in het verschijnen van witte uitslag zijn oorzaak moet vinden in de omstandigheid dat de randen van het leer in het ene geval wel en in het andere geval niet zijn verdund, is - gelet op voomelde kritiek - vooralsnog onvoldoende onderbouwd.

Ook de conclusie dat de aanwezigheid van dichlormethane extraheerbare substanties 'significant hoger' dan gebruikelijk of zelfs 'uitzonderlijk hoog' zijn en dat het leer 'chemisch overladen is', is zonder nadere toelichting onvoldoende onderbouwd, hetgeen te meer klemt in het licht van de hiervoor genoemde verklaring van het Consorzio Vera Penne Italiana Conciata Al Vegetale.

Voorts is zonder nadere toelichting niet begrijpelijk dat de deskundige bij de wrijfechtheidtest de in de tabel vermelde resultaten aldus interpreteert dat het leer voldoet aan de eisen van wrijfechtheid voor aniline leer (waarvan blijkens het licht microscopie onderzoek sprake is), maar voor 'het toepassingsgebied' geheel ongeschikt is.

31. Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd, zoals [geïntimeerde] stelt, dat de oorzaak van de geconstateerde gebreken door de deskundige "eenduidig is vastgesteld". Immers, het rapport roept zodanige vragen op dat de door de deskundige getrokken conclusie, dat alle gebreken zijn terug te voeren op een verkeerde technologische bewerking tijdens het leerfabricageproces, zonder nadere toelichting niet zonder meer overtuigt. Zolang dat het geval is, kan niet worden gezegd dat andere oorzaken van de gebreken zijn uitgesloten. In dit verband is nog van belang dat, hoewel uit de microbiologische analyse volgt dat de witte uitslag van de producten uit India niet het gevolg is van een schimmel, en niet als gevolg daarvan kan zijn ontstaan tijdens de productie en het transport van de producten, de invloed van omstandigheden als klimaat en het gebruik van lijm en oplosmiddelen in het deskundigenrapport niet eenduidig wordt uitgesloten.

32. Voornoemde vraagpunten hadden kunnen worden opgehelderd wanneer de deskundige partijen had uitgenodigd hun visie op de zaak en het concept-rapport te geven, zoals de rechtbank hem had opgedragen. Dat dit niet is gebeurd staat, gelet op het voorgaande, er aan in de weg aan de bevindingen van de deskundige zonder meer de waarde toe te kennen die de rechtbank eraan heeft toegekend en daarop het oordeel te baseren dat het door World Skins aan [geïntimeerde] geleverde (zwarte en bruine) leer als gevolg van een foutief looiproces gebrekkig was en geen enkele waarde vertegenwoordigde. De grieven slagen in zoverre. Het hof is van oordeel dat voormelde vraagpunten alsnog door de deskundige dienen te worden beantwoord.

Prijsvermindering tot nihil/de gehele partij gebrekkig en onverkoopbaar?

33. In grief 10 klaagt World Skins niet alleen over de vaststelling van de tekortkoming, maar ook over het oordeel dat de gehele partij zwart en bruin leer waardeloos is. Ook grief 12 bevat deze klacht. World Skins betwist in dat verband dat [geïntimeerde] nog 90% van de partij op voorraad heeft liggen en dat de gehele voorraad onverkoopbaar is (al dan niet tegen een gereduceerde prijs). Voorts wijst zij erop dat 10% dus kennelijk wel is verkocht.

34. [geïntimeerde] brengt daar tegenin dat bedoelde 90% ziet op het percentage leer ten opzichte van de gehele partij. Met andere woorden: 90% ziet op het zwarte en bruine leer en 10% op het rode, gele en blauwe leer. [geïntimeerde] stelt voorts dat de gehele voorraad producten uit zwart en bruin leer nog bij haar ligt opgeslagen (memorie van antwoord 98) en dat deze wel degelijk onverkoopbaar is. Zij biedt aan de producten om niet aan World Skins te leveren.

35. World Skins klaagt terecht niet over het oordeel van de rechtbank dat de koopprijs kan worden verlaagd indien het leer niet aan de overeenkomst beantwoordt. Art. 50 WKV bepaalt immers dat, indien de zaken niet beantwoorden aan de overeenkomst, de koper de koopprijs kan verlagen in dezelfde verhouding als waarin de waarde die de zaken hadden op het tijdstip van aflevering staat tot de waarde die wel aan de overeenkomst beantwoordende zaken op dat tijdstip zouden hebben gehad. World Skins weerspreekt ook niet dat, indien de uit het leer vervaardigde producten onverkoopbaar zijn gebleken, [geïntimeerde] bevoegd was de koopprijs tot nihil te reduceren. Nu World Skins betwist dat alle uit het zwarte en bruine leer vervaardigde producten zodanige gebreken vertonen dat zij onverkoopbaar zijn gebleken en nog op voorraad liggen, zal [geïntimeerde] dat te zijner tijd (indien en nadat is vastgesteld dat het leer niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet), overeenkomstig haar aanbod, moeten bewijzen. In zoverre is de grief gegrond.

Klachtplicht

36. Grief 11 is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] aan haar klachtplicht als bedoeld in artikel 39 WKV heeft voldaan. Lid 1 van deze bepaling luidt:

De koper verliest het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming.

Het hof zal reeds thans beoordelen of [geïntimeerde], uitgaande van de door haar gestelde gebreken, aan de klachtplicht heeft voldaan. Immers, indien dit niet het geval zou zijn vervallen de rechten van [geïntimeerde] en hoeft geen verder onderzoek naar de gebrekkigheid van het leer plaats te vinden. In het hierna volgende zal dus veronderstellenderwijs van de door [geïntimeerde] gestelde gebreken worden uitgegaan.

37. Volgens World Skins heeft de rechtbank ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen de uit India en de uit Roemenië afkomstige partij. Voor beide partijen geldt volgens World Skins dat [geïntimeerde] het gestelde gebrek kende of had behoren te kennen in februari 2003, bij de aflevering. Indien [geïntimeerde] de partij niet of niet voldoende heeft gekeurd of laten keuren komt dat voor haar risico. Subsidiair geldt volgens World Skins dat [geïntimeerde] de gebreken van het in Roemenië bewerkte leer kende in april 2003, toen zij gewaarschuwd werd door de fabrikant aldaar. Ook voor het naar India verzonden leer geldt dat [geïntimeerde] de gebreken in april 2003 kende, omdat de aldaar gemaakte producten toen bij haar werd afgeleverd. De toen geconstateerde gebreken had zij vervolgens ook moeten terugkoppelen naar Roemenië. De klachttermijn is dus voor Roemenië gaan lopen in februari 2003, althans april 2003, maar niet in juni 2003, zoals de rechtbank heeft geoordeeld. Toen de producten uit Roemenië in juni 2003 werden afgeleverd, heeft [geïntimeerde] immers geen gebreken geconstateerd. Ook wat betreft de producten uit India is de klachttermijn gaan lopen in februari, althans april 2003. Daarnaast wijst zij erop dat [geïntimeerde] de factuur, die haar in februari 2003 is toegezonden, onbetaald heeft gelaten, waaruit kan worden afgeleid dat zij de gebreken binnen de betalingstermijn heeft geconstateerd. Bij die stand van zaken was de brief van 3 juli 2003 te laat, aldus World Skins. Zij wijst daarbij op de klachttermijn ingevolge artikel 7:23 BW, die volgens haar twee maanden bedraagt, of nog korter in geval van een professionele koper zoals [geïntimeerde].

38. [geïntimeerde] heeft daar tegen aangevoerd dat de partijen bij aankomst in februari 2003 door [X], respectievelijk haar zelf zijn geïnspecteerd. Daarbij was het bekijken van twee rollen leer voldoende. Meer was ook niet doenlijk, omdat dan alle rollen helemaal zouden hebben moeten worden uitgerold. Aan het leer was bovendien niets te zien. Er is dan ook sprake van een verborgen gebrek, aldus [geïntimeerde]. Het bericht van Rapel uit Roemenië betrof het relatief hoge percentage uitval door beschadigingen en niet de thans geconstateerde gebreken. Na ontvangst van de producten uit India lag een fout in het bewerkingsproces meer voor de hand en heeft [geïntimeerde] dan ook eerst de fabrikant aldaar aangesproken. Pas toen zij (in juni 2003) de bestelling uit Roemenië ontving en ook daarbij enkele gebrekkige producten zaten, had zij aanleiding om de oorzaak in het leer zelf te zoeken, aldus [geïntimeerde]. De niet-betaling van de factuur had volgens [geïntimeerde] niets te maken met kennis van de gebrekkigheid van het leer, maar met haar beleid om een langere betalingstermijn te hanteren in verband met de tijd die verstrijkt tussen de inkoop van het leer en de verkoop van de daaruit vervaardigde producten, en de gevolgen daarvan voor haar liquiditeitspositie. Tot slot betwist [geïntimeerde] dat de maximale klachttermijn twee maanden bedraagt. Zij betoogt dat het antwoord op de vraag of tijdig is geklaagd afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval. Voorts stelt zij dat zij voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat niet is gebleken van enige benadeling van World Skins.

39. Art. 39 WKV strekt ertoe de verkoper te beschermen tegen late en moeilijk te betwisten klachten en beoogt hem in staat te stellen zijn wanprestatie ongedaan te maken en zijn schade te beperken. Welke termijn als redelijk kan worden aangemerkt is niet nader gedefinieerd: dat hangt af van de omstandigheden van het geval. In verband met de aanvang van de redelijke termijn is van belang art. 38 WKV, dat bepaalt dat de koper de zaken binnen een, gelet op de omstandigheden zo kort mogelijke, termijn moet keuren of doen keuren. In dit verband valt een drietal situaties te onderscheiden. De eerste situatie betreft het geval waarin de tekortkomingen direct bij ontvangst en zonder enige soort keuring constateerbaar zijn. De termijn begint dan te lopen na de ontvangst. De tweede situatie betreft het geval waarin de tekortkomingen pas bij keuring ontdekt zijn en kunnen worden. De termijn begint dan te lopen na de keuring. De derde situatie betreft het geval waarin de tekortkomingen pas na verloop van enige tijd geconstateerd kunnen worden. De termijn begint dan te lopen na de constatering, althans vanaf het moment waarop de tekortkomingen geconstateerd hadden moeten worden.

40. World Skins betwist niet dat aan het leer zoals dat is afgeleverd aan [X] en [geïntimeerde] niets te zien is geweest. De visuele inspectie, door de deskundige, van de onbewerkte vellen leer afkomstig van [X], bevestigt dat. World Skins stelt dan ook niet dat een uitvoeriger (visuele) inspectie de gestelde gebreken aan het licht zou hebben gebracht. World Skins stelt evenmin, althans niet voldoende gemotiveerd, dat [geïntimeerde] de rollen leer aan een (chemische) analyse had moeten onderwerpen. De klachttermijn is derhalve niet reeds in februari 2003 gaan lopen.

Uit het niet tijdig betalen van de factuur van Van Wezel kan voorts niet worden afgeleid dat [geïntimeerde] reeds binnen de daarin gestelde betalingstermijn (29 maart 2003) besefte of rekening hield met de mogelijkheid dat het leer gebrekkig was. [geïntimeerde] heeft dit immers betwist, onder aanvoering van een andere (niet onaannemelijke) reden daarvoor.

Ten aanzien van de in Roemenië vervaardigde producten geldt dat het bericht van Rapel van 11 april 2003 [geïntimeerde] geen aanleiding behoefde te geven te veronderstellen dat aan het leer het gebrek kleefde waarop zij zich in de onderhavige procedure beroept (een foutief looiproces). Immers, in dat bericht wordt gemeld dat het leer "irregular shape and a lot of small scratches and damages" heeft, wat gevolgen heeft voor het percentage bruikbaar leer. Met het looiproces heeft dat niets van doen. Nu de partij eerst in juni 2003 bij [geïntimeerde] is afgeleverd, kan de klachttermijn niet eerder dan in die maand zijn gaan lopen.

Wat betreft het in India bewerkte leer geldt dat dit is afgeleverd in april 2003 en dat toen direct witte uitslag is geconstateerd. Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde] redelijkerwijs kon besluiten eerst te onderzoeken of de oorzaak daarvan in het bewerkingsproces was gelegen. Bij de inspectie van het onbewerkte leer waren immers geen afwijkingen geconstateerd. Het antwoord van GKK, van 27 mei 2003 (productie 15 bij conclusie van antwoord in reconventie), gaf [geïntimeerde] nog geen uitsluitsel. GKK oppert daarin immers de mogelijkheid dat de vlekken zijn ontstaan tijdens de opslag voorafgaand aan de verzending naar [geïntimeerde]. Daarvan uitgaande was de ontvangst door [geïntimeerde] van de partij uit India in juni 2003, het eerste moment waarop (volgens haar eigen stellingen) zij redelijkerwijs rekening diende te gaan houden met de mogelijkheid dat er met het leer zelf iets niet in orde was. Door World Skins daarop bij schrijven van 3 juli 2003 aan te spreken heeft zij, ook met het oog op de gerechtvaardigde belangen van World Skins, voldoende voortvarend gehandeld en binnen de in art. 39 WKV genoemde redelijke termijn geprotesteerd. De grief faalt derhalve.

Bewerkingskosten

41. In grief 13 bestrijdt World Skins het oordeel van de rechtbank dat World Skins gehouden is tot vergoeding van de door [geïntimeerde] tevergeefs gemaakte bewerkingskosten, omdat dit een voorzienbaar gevolg was van de tekortkoming. Volgens World Skins dienen de kosten van bewerking voor rekening van [geïntimeerde] te blijven, omdat laatstgenoemde de partij leer onvoldoende heeft geïnspecteerd, dan wel de partij, ondanks klachten uit Roemenië, toch heeft laten bewerken. World Skins meent voorts dat, waar voor de bedrijven in India en Roemenië niet voorzienbaar was dat de kosten vergeefs zouden worden gemaakt, dit voor World Skins al helemaal niet voorzienbaar was. Voorts stelt World Skins dat niet vaststaat dat de kosten tevergeefs zijn gemaakt, nu niet vaststaat dat de gehele partij ongeschikt was voor verwerking en onverkoopbaar is.

42. Uit hetgeen het hof in rov. 40 heeft overwogen, volgt dat [geïntimeerde] - uitgaande van de door haar gestelde gebreken - naar 's hofs oordeel aan haar keuringsplicht heeft voldaan, althans dat World Skins haar niet kan tegenwerpen dat zij de rollen leer niet uitvoeriger heeft gekeurd dan zij heeft gedaan.

43. Volgens art. 74 WKV kan de partij jegens wie een tekortkoming is vastgesteld aanspraak maken op vergoeding van de schade die als gevolg van de tekortkoming is geleden. De schadevergoeding mag echter niet hoger zijn dan de schade die de partij die is tekortgeschoten bij het sluiten van de overeenkomst voorzag of had behoren te voorzien als mogelijk gevolg van de tekortkoming, gegeven de feiten die zij kende of had behoren te kennen.

44. Het hof is van oordeel dat, indien komt vast te staan dat het (zwarte en bruine) leer gebrekkig was door een foutief looiproces, World Skins had behoren te voorzien dat dit tot uiting zou kunnen komen in de kwaliteit van de uit dat leer vervaardigde producten, dat deze daardoor niet of beperkt verhandelbaar zouden zijn en dat de bewerkingskosten in zoverre tevergeefs zouden worden gemaakt (met andere woorden: dat [geïntimeerde] die kosten niet zou kunnen terugverdienen met de verkoop van de betreffende producten). Haar argument dat, nu de bewerkers van het leer dit niet hebben voorzien, World Skins dit ook niet heeft kunnen voorzien, stuit af op het feit dat World Skins kennis draagt van het onder haar verantwoordelijkheid uitgevoerde looiproces en de bewerkers van het leer niet.

45. Voor zover World Skins in deze grief ter discussie stelt of alle producten onverkoopbaar zijn zij verwezen naar hetgeen het hof daarover in rov. 35 heeft overwogen.

46. World Skins trekt voorts in twijfel of [geïntimeerde] de bewerkingskosten heeft voldaan. [geïntimeerde] zal, indien komt vast te staan dat het (zwarte en bruine) leer gebrekkig was door een foutief looiproces, te zijner tijd bewijzen van betaling van bedoelde bewerkingskosten moeten overleggen.

Tot slot

47. De grieven 14 tot 16 betreffen de rente, de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en het dictum en bouwen voort op de voorgaande. Daarop zal in een later stadium worden beslist.

48. Gelet op hetgeen in de rov. 32 en 35 is overwogen, is nadere instructie nodig.

Het hof is voornemens de deskundige te verzoeken nader te rapporteren over de in rov. 28 genoemde en in rov. 30 besproken vraagpunten. Het hof zal partijen gelegenheid geven zich over voormeld voornemen uit te laten, met het oog op de aan de deskundige te verlenen opdracht (vraagstelling) en de daaraan verbonden kosten. Met het oog daarop zal het hof een comparitie van partijen gelasten.

Het in rov. 35 bedoelde bewijs betreffende de staat en de waarde van de voorraad eindproducten zal het hof opschorten totdat de nadere rapportage door de deskundige is afgerond, tenzij partijen te kennen zouden geven dit geschilpunt tot onderwerp van het nadere deskundigenbericht te willen maken. Het hof geeft partijen in overweging om in elk geval in onderling overleg, voorafgaand aan de te bepalen comparitie van partijen, een bezichtiging van de betreffende voorraad door World Skins te doen plaatsvinden. World Skins heeft immers aangegeven daaraan behoefte te hebben en [geïntimeerde] heeft daarop gereageerd door te stellen dat die voorraad zich nog bij haar bevindt en dat zij die steeds voor inspectie door World Skins beschikbaar heeft gehouden.

Tijdens de comparitie van partijen kan tevens een schikking worden beproefd.

Beslissing

Het hof:

- beveelt partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat, deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling te verschijnen voor de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. T.H. Tanja-van den Broek in één der zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te Den Haag op 1 juli 2013 om 13.30;

- bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen in de maanden juni tot en met september van 2013, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de comparitie zal vaststellen;

- verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor de comparitie niet nodig is;

- bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij ter comparitie een beroep zouden willen doen, zullen overleggen door deze uiterlijk twee weken vóór de comparitie in kopie aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. T.H. Tanja-van den Broek, M.J. van der Ven en E.M. Dousma-Valk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2013 in aanwezigheid van de griffier.