Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1006

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
200.122.258-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gesloten jeugdzorg in hoger beroep bekrachtigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 15 mei 2013

Zaaknummer : 200.122.258/01

Rekestnummer rechtbank : JE RK 13-119

[de minderjarige],

geboren op [geboortedatum en -plaats],

thans verblijvende te [verblijfplaats] in de Jeugdinrichting [naam jeugdinrichting],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de minderjarige,

advocaat mr. L. van Dijk te Den Haag,

tegen

de raad voor de kinderbescherming te Den Haag,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. [de moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

2. [de vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

3. Stichting Bureau Jeugdzorg te Leiden,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De minderjarige is op 20 februari 2013 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 29 januari 2013 van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de minderjarige:

- op 27 maart 2013 een brief van 26 maart 2013 met bijlage;

- op 15 april 2013 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

van de zijde van Jeugdzorg:

- op 16 april 2013 een brief van 15 april 2013 met bijlage.

De zaak is op 24 april 2013 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de minderjarige, bijgestaan door mr. A. van Eijck, waarnemend voor mr. L. van Dijk;

- mevrouw K.A. Hompert namens de raad;

- mevrouw C. Pronk en mevrouw P. van den Brink (gezinsvoogd) namens Jeugdzorg.

De moeder en de vader zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Het hof verwijst naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank de minderjarige van 29 januari 2013 tot 29 januari 2014 onder toezicht gesteld van Jeugdzorg, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg. Deze beslissing is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verder is Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg, gedurende de termijn van ondertoezichtstelling van 29 januari 2013 tot 29 januari 2014.

Het hof gaat uit van de door de kinderrechter vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de uithuisplaatsing van de minderjarige voor de periode van 29 januari 2013 tot 29 januari 2014 in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

2. De minderjarige verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van de minderjarige wordt afgewezen, althans wordt opgeheven, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

3. De raad bestrijdt het beroep.

4. De minderjarige stelt zich op het standpunt dat aan de wettelijke voorwaarden voor een gesloten plaatsing niet wordt voldaan. Volgens hem is geen sprake van een noodzaak tot opneming in een accommodatie voor gesloten Jeugdzorg om te voorkomen dat hij zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Verder wijst de minderjarige erop dat alternatieven voor een gesloten plaatsing niet zijn overwogen en geprobeerd. Ook zijn er geen onderzoeksgegevens beschikbaar die uitwijzen dat alleen een gesloten uithuisplaatsing effectief kan zijn. Het indicatiebesluit voldoet in die zin ook niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, aldus de minderjarige. Ter terechtzitting heeft de minderjarige nog verklaard dat het goed met hem gaat op Harreveld en dat hij zich – ook indien hij in de behandelgroep Lagune zal moeten blijven – 100% zal inzetten. Tevens wil hij het vertrouwen van zijn ouders terugwinnen.

5. De raad heeft ter terechtzitting verklaard dat de uithuisplaatsing van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk is vanwege zijn problematiek. De minderjarige heeft weinig inzicht in zijn problematiek en heeft 24 uur per dag begeleiding nodig. De behandeling is nodig om scheefgroei in de ontwikkeling van de minderjarige te voorkomen en kan volgens de raad alleen in een gesloten setting plaatsvinden. De ouders van de minderjarige zijn het met de gesloten plaatsing eens. De verwachting is dat de behandeling van de minderjarige een à twee jaar zal duren. Gelet op het voorstaande heeft de raad zijn verzoek ter zitting gehandhaafd.

6. Jeugdzorg heeft ter terechtzitting gesteld dat de minderjarige weinig probleeminzicht heeft en een nadere gedragsanalyse belangrijk is. De rapportage van het uitgevoerde psychologisch onderzoek is nog niet ontvangen.

7. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 29b lid 3 van de Wet op de jeugdzorg kan een machtiging tot opneming van een jeugdige in een accommodatie voor jeugdzorg worden verleend indien naar het oordeel van de rechter de jeugdige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

8. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof gebleken dat er bij de minderjarige sprake is van ernstige inter- en externaliserende problematiek en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag. De minderjarige lijkt weinig tot geen inzicht te hebben in de factoren, die tot seksueel grensoverschrijdend gedrag leiden. Om de bedreigde ontwikkeling op te heffen is de minderjarige aangewezen op professionele behandeling, die gericht is op het achterhalen van de achtergrond van zijn problematiek en op het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zonder adequate behandeling dient gevreesd te worden voor verdere scheefgroei van de seksuele- en sociaal-emotionele ontwikkeling. Bovendien moet het gevaar voor het ontstaan van persoonlijkheidsproblematiek op langere termijn niet worden onderschat. Verder is gebleken dat het noodzakelijk is om de behandeling van de minderjarige te laten plaatsvinden in de gesloten categorale groep voor jongeren met ernstige seksuele problematiek en meer specifiek de behandelgroep Lagune van jeugdinrichting Avenier. Dit is een veilige, beschermde en gestructureerde omgeving voor de minderjarige, waar hij de benodigde hulp kan krijgen. Opname in deze specifieke behandelgroep is tevens noodzakelijk om meer zicht te krijgen in de achtergrond van de problematiek van de minderjarige. Ook kan door middel van deze plaatsing het behandeleffect worden geoptimaliseerd. De behandeling van deze problematiek van de minderjarige kan niet elders of op een andere manier worden uitgevoerd.

9. Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van het hof nog altijd sprake van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen aan de zijde van de minderjarige die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat hij zich aan de benodigde zorg zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in gesloten jeugdzorg is dan ook op de juiste gronden verleend. De bestreden beschikking zal derhalve worden bekrachtigd.

10. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, van Nievelt en Bos, bijgestaan door mr. Evertsen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2013.