Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7070

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
200.111.315.01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie. Gevolgen van niet (tijdig) overleggen financiele gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 23 januari 2013

Zaaknummer : 200.111.315/01

Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-1213

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. S. Ryder-Swint te Rotterdam,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. I. Aardoom-Fuchs te Gouda.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 8 augustus 2012 in hoger beroep gekomen van een beschik¬king van 10 mei 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De moeder heeft op 12 oktober 2012 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de vader:

- op 23 augustus 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlage; op diezelfde datum ook ingekomen als brief met bijlage.

- op 13 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;

- op 20 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;

- op 27 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;

van de zijde van de moeder:

- op 7 november 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen;

- op 9 november 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen.

De zaak is op 29 november 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is de door de vader met ingang van 11 januari 2012 te betalen bijdrage ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de na te noemen minderjarigen bepaald op € 772,- per maand voor beide kinderen samen, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna ook kinderalimentatie) van de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren [in 2002] te [geboorteplaats], en

- [minderjarige 2], geboren [in 2002] te [geboorteplaats].

2. De vader verzoekt het hof (naar het hof begrijpt) de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het inleidend verzoek van de moeder alsnog af te wijzen, althans een zodanige kinderalimentatie vast te stellen als het hof juist acht.

3. De moeder verweert zich daartegen en verzoekt het hof bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verzoek van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. De vader voert het volgende aan. In eerste aanleg heeft hij geen verweer gevoerd en daarom heeft de rechtbank geen rekening gehouden met zijn inkomensgegevens en lasten.

De vader legt in hoger beroep een draagkrachtberekening over. Bij deze berekening is hij uitgegaan van de volgende gegevens, aldus de vader:

- hij heeft een eigen onderneming waaruit hij een bruto maandinkomen van € 2.100,- kan genereren;

- zijn huurlasten bedragen € 850,- per maand;

- zijn premie zorgverzekering bedraagt € 241,- per maand, waarbij met het verplichte eigen risico rekening is gehouden; zijn werkgever levert geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet;

- hij voldoet de premie voor de levensverzekering ten bedrage van € 275,- per maand, die aan de koopwoning gekoppeld is.

Uit voornoemde draagkrachtberekening blijkt dat hij geen ruimte heeft voor het voldoen van het bedrag aan kinderalimentatie dat de moeder verzoekt. Ter zitting is namens de vader aangeboden de aangifte inkomensbelasting 2010 alsnog over te leggen.

5. De moeder verweert zich als volgt. Het lag op de weg van de vader om de rechtbank te informeren over zijn draagkracht. Hij was op de hoogte van de procedure en heeft er voor gekozen noch verweer te voeren noch de rechtbank te informeren. De moeder merkt op dat in het vonnis van de voorzieningenrechter van 11 januari 2012 een voorlopige kinderalimentatie van € 250,- per maand met ingang van 1 januari 2012 is vastgesteld. Bij dit kort geding waren de inkomensgegevens over 2009 van de vader bekend. Na het plaatsvinden van dit kort geding had het zeker op de weg van de vader gelegen de moeder te informeren over zijn huidige financiële situatie. De grief van de vader kan dan ook niet slagen.

De moeder merkt, in het geval het hof zou oordelen dat de grief van de vader wel dient te slagen, het volgende op. De behoefte van de minderjarigen wordt door de vader niet betwist, zodat deze als vaststaand kan worden beschouwd. Van de door de vader genoemde lasten zijn geen onderbouwende stukken overgelegd. De moeder betwist dan ook primair deze lasten. Subsidiair stelt zij met betrekking tot de huurlasten dat deze onredelijk hoog zijn, gelet op het feit dat de vader alleenstaand is en ten tijde van het kort geding bij zijn ouders stond ingeschreven. Ook de premie ziektekostenverzekering is volgens de moeder onredelijk hoog. Met betrekking tot het gestelde inkomen valt het de moeder op dat de vader enerzijds melding maakt van een eigen onderneming en anderzijds van zijn werkgever, hetgeen in ieder geval op meerdere inkomens duidt. Los van de inkomenssituatie beschikt de vader nog over vermogen, ten bewijze waarvan de moeder verwijst naar de door haar overgelegde producties. Daarnaast beschikt de vader over een bankrekening in Zwitserland bij de Kantonale Bank Illanz (rekeningnummer: [nummer]) en in Duitsland in Stadthagen bij de Sparkasse (rekeningnummer: [nummer] en [nummer]). De vader voldoet de door de voorzieningenrechter vastgestelde kinderalimentatie niet, en evenmin de woonhuisverzekering. De moeder is van mening dat de vader zeker in staat moet zijn de verzochte kinderalimentatie te voldoen.

Aanbod vader tot het alsnog overleggen van de aangifte Inkomstenbelasting 2010

6. Het hof stelt voorop dat de vader niet zal worden toegelaten om alsnog de aangifte inkomstenbelasting 2010 over te leggen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de vader, ondanks herhaalde verzoeken van het hof daartoe, in het geheel geen schriftelijke bescheiden heeft overgelegd teneinde inzicht te bieden in zijn financiële situatie. Het hof betrekt daarbij in het bijzonder de omstandigheid dat uit de in het dossier aanwezige stukken (welke de moeder heeft overgelegd) blijkt dat de vader een omvangrijk vermogen heeft, dan wel heeft gehad, en het mitsdien naar het oordeel van het hof op zijn weg had gelegen zijn stelling, dat dit vermogen intussen geheel verdampt zou zijn, te onderbouwen met de nodige bescheiden.

Kinderalimentatie

7. Ten aanzien van de door de rechtbank bepaalde kinderalimentatie overweegt het hof als volgt. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting concludeert het hof dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld zoals zij heeft gedaan. In hoger beroep is niet gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan het hof tot een andersluidend oordeel zal komen. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking dat de vader noch in hoger beroep noch bij de behandeling van de zaak in eerste aanleg inzage heeft gegeven in zijn financiële positie, ondanks dat hij hiertoe meerdere mogelijkheden heeft gehad, als ook de stellingen van de moeder omtrent zijn financiële positie – in het bijzonder zijn bronnen van inkomen en zijn vermogenspositie - onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken.

8. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking derhalve bekrachtigen, met dien verstande dat het hof het door de rechtbank bepaalde bedrag aan kinderalimentatie, teneinde mogelijke complicaties in de toekomst te voorkomen, zal splitsen over de twee minderjarigen, zoals ter zitting aan partijen is voorgehouden.

9. Het hof beslist daarom als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking, met dien verstande dat het door de rechtbank bepaalde totaal bedrag aan kinderbijdrage aldus zal worden verdeeld dat de door de vader met ingang van 11 januari 2012 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren [in 2002] te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren [in 2002] te [geboorteplaats], € 386,- per kind per maand bedraagt ;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Kamminga en Otter, bijgestaan door mr. Rasmijn als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2013.