Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6577

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
28-03-2013
Datum publicatie
08-04-2013
Zaaknummer
22-002413-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:2780, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van goederen uit een hotelkamer.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-002413-12

Parketnummers: 09-900452-12 en 09-758091-09 (TUL)

Datum uitspraak: 28 maart 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 2 mei 2012 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortejaar] 1973,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 14 maart 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken met aftrek van voorarrest en is een een beslissing gegeven ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging en voorts is de gevangenneming van de verdachte ter terechtzitting bevolen, een en ander als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 30 april 2012 te Delft met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een weegschaal en/of een koffie servies en/of een of meerdere badhanddoek(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Shanghai hotel (filiaal Kleveringweg), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bespreking bewijsverweren

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte met betrekking tot het ten laste gelegde primair vrijspraak bepleit omdat het bestanddeel 'oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening' niet kan worden bewezen, omdat de verdachte die avond ongemerkt door derden met verdovende middelen was bedwelmd. Subsidiair heeft de raadsman om deze reden ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, een en ander als nader omschreven in de door hem overgelegde pleitaantekeningen.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Blijkens het proces-verbaal van het verhoor van de getuige [getuige 1], nachtportier van het Shanghai Hotel te Delft, (nr. PL1581 2012091057-7, pagina 17) werd hij op 30 april 2012 omstreeks 02.40 uur gebeld door de vrouw die in kamer 412 verbleef - zijnde naar later bleek, de verdachte - die hem vroeg een taxi te bestellen. Dezelfde vrouw is omstreeks 02.45 uur door [getuige 2], hoofd van het schoonmaakpersoneel en beveiliging van voornoemd hotel, (nr. PL1581 2012091057-1, pagina 3) aangesproken. Zij heeft toen vrijwillig uit het hotel weggenomen spullen uit haar tas gehaald. De voornoemde getuige [getuige 1] heeft ook beschreven dat de verdachte vrijwillig spullen van het hotel uit haar tas haalde. Vervolgens heeft de verdachte het hotel verlaten en heeft zij te voet haar weg vervolgd.

Op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden acht het hof niet aannemelijk geworden dat de verdachte - blijkens haar uiterlijke gedragingen - heeft gehandeld terwijl zij was bedwelmd door verdovende middelen. Zij was immers in staat om telefonisch een taxi te bestellen bij de receptie van het hotel, haar kamer te verlaten en naar de lobby te lopen, een conversatie met het hotelpersoneel te hebben, spullen uit haar tas te halen en het hotel op eigen gelegenheid te verlaten.

Het primair en subsidiair gevoerde verweer worden derhalve verworpen.

Met betrekking tot het voorwaardelijk gedane verzoek de getuige 'Suzan die woont op de [adres] (...) en in het buitenland verblijft' te horen overweegt het hof dat, gelet op het ontbreken van een onderbouwing van dit verzoek, in het bijzonder met betrekking tot de onderwerpen waarover deze getuige met het oog op de beantwoording van de door het hof te beantwoorden vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering, zou moeten verklaren, het hof het niet noodzakelijk acht deze getuige te horen.

Met betrekking tot het voorwaardelijk verzoek de zaak aan te houden met het oog op het afwachten van de antwoorden van de heer Stoffer van Palier naar aanleiding van de email d.d. 12 maart 2013 met vragen betreffende de verdachte van de raadsman aan de heer Stoffer, overweegt het hof dat, gelet op het reclasseringsrapport over de verdachte d.d. 2 mei 2012 en de waarschuwing/informatie van Reclassering Nederland d.d. 25 oktober 2012, het hof het niet noodzakelijk acht nog verdere informatie over de persoon van de verdachte af te wachten. Het hof merkt in dit verband ook nog op gelet op de laatste aan de heer Stoffer gestelde vraag, dat de verdachte in voorlopige hechtenis met betrekking tot deze zaak heeft gezeten en dat het dossier geen aanknopingspunten biedt dat het tot problemen voor de verdachte zou hebben geleid.

Het hof wijst derhalve beide voorwaardelijke verzoeken af.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 30 april 2012 te Delft met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een weegschaal en een koffie servies en meerdere badhanddoeken toebehorende aan Shanghai hotel (filiaal Kleveringweg).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Met betrekking tot het subsidiair door de raadsman gevoerde verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging, verwijst het hof naar hetgeen daaromtrent onder de kop "Bespreking bewijsverweren" is overwogen.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van goederen uit een hotelkamer. Met deze handelwijze heeft de verdachte schade en overlast voor het betreffende bedrijf veroorzaakt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 27 februari 2013, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Bovendien liep de verdachte ten tijde van het begaan van het onderhavige feit nog in de proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling ter zake van valsheid in geschrift en oplichting, waarvoor een deels voorwaardelijke gevangenisstraf was opgelegd. Al deze eerdere veroordelingen hebben haar er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof heeft voorts in aanmerking genomen een Reclasseringsadvies d.d. 2 mei 2012. De Reclassering heeft evenwel geen advies over de sanctie gegeven, nu de verdachte het ten laste gelegde ontkent.

Het hof is - overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal - van oordeel dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, zodat het omzetten van een gevangenisstraf in een taakstraf als door de raadsman is bepleit, niet aan de orde is. De omstandigheid dat de verdachte, zoals de raadsman ter terechtzitting heeft aangevoerd, met Palier bezig is haar leven op orde te krijgen, maakt dit oordeel niet anders, temeer nu de raadsman ter onderbouwing van die stelling geen stukken heeft overgelegd.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat uit oogpunt van generale en speciale preventie een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 februari 2010 onder parketnummer 09-758091-09 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Het hof is - overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal - van oordeel dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, zodat het omzetten van de gevangenisstraf van veertien dagen in een taakstraf als door de raadsman is bepleit, niet aan de orde is. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank

's-Gravenhage van 23 februari 2010, parketnummer 09-758091-09, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) dagen.

Dit arrest is gewezen door mr. A. Kuijer, mr. T.L. Tan en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier

mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 maart 2013.