Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6560

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-01-2013
Datum publicatie
08-04-2013
Zaaknummer
22-003357-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich gedurende de bewezen verklaarde periode, samen met anderen, bezig gehouden met de handel in vuurwapens en, gelet op de duur en intensiteit van zijn betrokkenheid daarbij, daarvan een gewoonte gemaakt.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003357-12

Parketnummer: 10-661382-11

Datum uitspraak: 25 januari 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 juni 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1989,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in PI Rijnmond, De Schie, R'dam te Rotterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 januari 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover aan het oordeel van het hof is onderworpen - ten laste gelegd dat:

1 primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met 13 december 2011 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt van het zonder erkenning vervaardigen en/of transformeren en/of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen en/of verhuren en/of anderszins ter beschikking stellen en/of herstellen en/of beproeven en/of verhandelen van één of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten (een) vuurwapen(s) dat/die zodanig is/zijn vervaardigd en/of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd en/of

één of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: (een) vuurwapen(s) in de vorm van (een) gewe(e)r(en) en/of (een) revolver(s) en/of (een) pisto(o)l(en) en/of één of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie III onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten: (een) alarmpisto(o)l(en) en/of startpisto(o)l(en) en/of (een) alarmrevolver(s) en/of (een) startrevolver(s);

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met 13 december 2011 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder erkenning één of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten (een) vuurwapen(s) dat/die zodanig is/zijn vervaardigd en/of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd en/of één of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: (een) vuurwapen(s) in de vorm van (een) gewe(e)r(en) en/of (een) revolver(s) en/of (een) pisto(o)l(en) en/of één of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie III onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten: (een) alarmpisto(o)l(en) en/of startpisto(o)l(en) en/of (een) alarmrevolver(s) en/of startrevolver(s) heeft vervaardigd, getransformeerd en/of in de uitoefening van een bedrijf heeft uitgewisseld en/of verhuurd en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of hersteld en/of beproefd en/of verhandeld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 01 augustus 2011 tot en met 13 december 2011 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het zonder erkenning verhandelen van wapens als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten: vuurwapens in de vorm van revolvers en pistolen en/of wapens als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie III onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten: een alarmpistool .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd - zakelijk weergegeven - dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van hetgeen hem is ten laste gelegd.

Primair heeft de raadsman hiertoe betoogd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wapenhandel.

Subsidiair heeft de raadsman hiertoe betoogd dat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen, omdat de in de voorhanden zijnde bewijsmiddelen genoemde wapens niet nader zijn omschreven. Derhalve is niet komen vast te staan dat de verdachte heeft gehandeld in wapens zoals omschreven in de tenlastelegging. Overigens staat in de tenlastelegging niet dat het ook kan gaan over een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte heeft zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode broadcast/pingberichten heeft ontvangen en doorgestuurd, waarin vuurwapens en/of munitie werd aangeboden. Een wapen dat hij in bezit had, heeft hij ook op deze wijze verkocht. Voorts volgt uit het grote aantal - zich in het dossier bevindende - pingberichten en verklaringen van de verdachte en medeverdachten dat de verdachte zich actief opstelde ten opzichte van potentiële kopers en betrokken was bij de aflevering van de wapens, waaronder (onder meer) (alarm)pistolen en/of revolvers. Derhalve is het hof -met de advocaat-generaal- van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl hij van het verhandelen van wapens een gewoonte heeft gemaakt.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich gedurende de bewezen verklaarde periode, samen met anderen, bezig gehouden met de handel in vuurwapens en, gelet op de duur en intensiteit van zijn betrokkenheid daarbij, daarvan een gewoonte gemaakt.

De illegale handel in vuurwapens dient met het oog op de veiligheid van personen en - in samenhang daarmede - ter voorkoming van gevoelens van onveiligheid in de samenleving streng te worden bestraft.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 december 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, zij het voor andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend rapport van Reclassering Nederland d.d. 29 mei 2012, waarin wordt geadviseerd, teneinde de verdachte een dagbesteding en structuur in zijn leven te geven, aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarde van een meldingsgebod en deelname aan een gedragsinterventie, te weten een cognitieve vaardigheidstraining en een arbeidsvaardigheden training.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur met de na te melden bijzondere voorwaarde, een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot

5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, door of namens deze instelling te geven.

Geeft eerstgenoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de opgelegde voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman,

mr. M.J.J. van den Honert en mr. M. Moussault, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 januari 2013.

mr. S. Imami is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.