Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5969

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-01-2013
Datum publicatie
02-04-2013
Zaaknummer
200.023.381-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Brandverzekering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Zaaknummer: 200.023.381/01

Zaak-rolnummer rechtbank: 277386 / HA ZA 07-273

Arrest d.d. 15 januari 2013

in de zaak van

de naamloze vennootschap

AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.,

voorheen geheten FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

appellante,

advocaat J.P. Heering te ‘s-Gravenhage,

tegen

de naamloze vennootschap

HAMPDEN INSURANCE N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

1 Het geding

Bij exploot van 24 oktober 2008 is appellante (hierna: Amlin) in hoger beroep gekomen van het vonnis van 10 september 2008 dat de rechtbank Rotterdam tussen partijen heeft gewezen. Bij memorie van grieven heeft Amlin tegen dat vonnis twee grieven aangevoerd die geïntimeerde (hierna: Hampden) bij memorie van antwoord heeft bestreden. Ten slotte hebben partijen hun stukken overgelegd voor arrest.

2 Vaststaande feiten

2.1 Tussen partijen staan in hoger beroep als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken en op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties dan wel als door de rechtbank vastgesteld en in hoger beroep niet bestreden, de navolgende feiten vast.

2.2 Op 28 januari 1999 is tussen Bleijenberg Holding B.V. en/of Bleijenberg Verhuur B.V. en/of Bleijenberg B.V. (hierna: Bleijenberg) en Hampden een verzekeringsovereenkomst van gebouwen, bedrijfsuitrusting/inventaris, goederen en bedrijfsschade gesloten onder polisnummer 7.289.339.7 (hierna: de verzekering). De verzekerde zaken zijn in de polis beschreven in een aantal categorieën. Voor de categorieën 3 en 5 geldt een uitgebreide dekking, voor categorie 6 alleen dekking voor brandschade.

2.3 Op 12 november 2001 is in het bedrijf van Bleijenberg bij het uitvoeren van werkzaamheden schade, niet zijnde brandschade, ontstaan aan de draaibank Tos-Trens AS, type SUI 80 GB, serienummer 10307983184, bouwjaar 2001. De schade is door het expertisebureau Bangma vastgesteld op € 8.999,05. De expertisekosten bedroegen € 1.515,00. Op 11 november 2004 heeft Bleijenberg aan Fortis overgedragen alle rechten die zij ter zake van het voorval van 12 november 2001 geldend kan maken tegen alle verzekeraars die onder enige verzekering aansprakelijk zijn tot vergoeding van de schade.

2.4 Op 13 november 2001 is door ABN AMRO als assurantietussenpersoon namens de verzekerde aan de verzekeraar melding gedaan van een mutatie op de verzekering met als omschrijving:

verhogen met NLG 75.000,00 (E 34.034,00) tot NLG 23.934.325,00

10.6 NLG 246.250,00 ->->-> NLG 321.250,00 een kotterbank met aan- en toebehoren ad NLG 246.250,00 alsmede een draaibank SUI80 bj. 2001 ad. NLG 75.000,00

en als ingangs/ mutatiedatum 8 november 2001. De aanduiding "10.6" verwijst naar categorie 6 van de verzekerde zaken.

3 De beoordeling van het hoger beroep

3.1 Onder 5.1 tot en met 5.6 van het bestreden vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat Hampden niet op grond van de verzekering verplicht is de gevallen schade aan de draaibank te vergoeden. Daartegen komt Amlin op met haar grief I. Zij bestrijdt daarin onder meer de verwerping door de rechtbank van de stelling dat de in het mutatieformulier genoemde draaibank kennelijk een andere is dan de op 12 november 2001 beschadigde draaibank.

3.2 Het hof echter acht met de rechtbank deze stelling onaannemelijk. De omschrijving in het mutatieformulier ("een draaibank SUI80 bj. 2001") stemt zo zeer overeen met de omschrijving van de beschadigde draaibank in het schaderapport van Bangma ("een nieuwe machine fabrikaat Tos-Trens AS, type Soei 80GB, serienummer 10307983184, bouwjaar 2001, welke machine nog niet in gebruik was genomen") dat ondanks het ontbreken van een vermelding van producent en serienummer in het mutatieformulier aangenomen moet worden dat het om dezelfde draaibank gaat. Ware het anders, dan had van Amlin als rechtsopvolger van Bleijenberg namens wie immers de mutatie is gemeld verwacht mogen dat zij op onderscheidende wijze had meegedeeld welke draaibank in die mutatie dan wel bedoeld was geweest.

3.3 De rechtbank is er dus terecht van uitgegaan dat het mutatieformulier betrekking heeft op de op 12 november 2001 beschadigde draaibank. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze draaibank niet met ingang van 9 november 2001 (de datum waarop Bleijenberg er de eigendom van verwierf) automatisch in de categorie 5 verzekerd was. Zij heeft daar echter aan toegevoegd dat, al ware het anders, uit het mutatieformulier toch volgt dat de draaibank met terugwerkende kracht tot 8 november 2001 onder categorie 6 was gedekt.

3.4 Dit acht het hof juist. Amlin heeft er slechts tegen aangevoerd dat het mutatieformulier een dergelijke terugwerkende kracht "uiteraard" niet kan hebben. Dat vermag het hof echter niet in te zien. Bleijenberg heeft blijkens het mutatieformulier aangegeven dat zij wenste dat de draaibank tussen partijen bij de verzekeringsovereenkomst geacht zou worden met ingang van 8 november 2001 in categorie 6 te zijn verzekerd. Als Hampden dat aanvaardde (en dat deed zij want zij heeft het op het polisblad aangetekend), is dat tussen Bleijenberg en Hampden overeengekomen en moet de draaibank tussen hen geacht worden met ingang van 8 november 2001 in categorie 6 en dus uitsluitend tegen brandschade te zijn verzekerd. Dat deze terugwerkende kracht een zekere beperking ten gevolge kan hebben van de vergoedingsplicht van de verzekeraar voor in beginsel gedekte schade die voor de totstandkoming van de mutatie gevallen zou zijn en waarvan de verzekerde bij die totstandkoming op de hoogte zou zijn geweest, doet hieraan niet af. Hieruit volgt dat grief I, wat er overigens ook van zij, faalt.

3.5 Grief II heeft betrekking op de expertisekosten, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten en bouwt voort op grief I. Nu grief I faalt, moet grief II dat lot delen. Het bestreden vonnis dient daarom te worden bekrachtigd met verwijzing van Amlin in de kosten van het hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 september 2008;

veroordeelt Amlin in de kosten van het hoger beroep en bepaalt deze, voor zover tot op heden aan de zijde van Hampden gevallen, op:

? € 419,00 voor vast recht;

? € 894,00 voor salaris advocaat, nasalaris daaronder niet begrepen;

? € 131,00 voor nasalaris advocaat;

? en voorts, indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak is voldaan en betekening heeft plaatsgevonden, nogmaals € 68,00 voor nasalaris advocaat alsmede de kosten van het exploot van betekening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.J. van Sandick, H.Th. Bouma en R.F. Groos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.