Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5593

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
09-01-2013
Datum publicatie
03-04-2013
Zaaknummer
200.113.788-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen informatieregeling voor vader op afstand. Invulling van belang van minderjarigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 9 januari 2013

Zaaknummer : 200.113.788/01

Rekestnummer rechtbank : F2 RK 12-544

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. Verschoor te Rozenburg, gemeente Rotterdam,

tegen

[de vader],

wonende te [woonplaats], thans feitelijk verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Zuid-West, locatie Dordtse Poorten te Dordrecht,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. [de grootmoeder],

wonende te Rotterdam,

hierna te noemen: de grootmoeder (van moederszijde);

2. Stichting Bureau Jeugdzorg te Rotterdam,

in haar hoedanigheid van voogdes over de hierna te noemen minderjarigen,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 25 september 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 26 juni 2012 van de rechtbank Rotterdam. Op 26 september 2012 heeft de moeder een aanvullend hoger beroepsschrift ingediend.

Jeugdzorg heeft op 8 november 2012 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof is voorts het volgende stuk ingekomen:

van de zijde van de moeder:

- op 19 oktober 2012 een brief van diezelfde datum met bijlage.

De raad heeft bij brief van 17 oktober 2012 aan het hof laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

De zaak is op 28 november 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een begeleidster van Laurens,

mevrouw M. Spanenburg-Sieck;

- de heer R. Merison en de heer J.C.J. van Gammeren namens Jeugdzorg;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de grootmoeder.

De hierna te noemen minderjarige Marianetta is in raadkamer gehoord.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Het hof verwijst naar de bestreden beschikking.

Bij beschikking van 16 juli 2010 is Jeugdzorg krachtens artikel 1:253r van het Burgerlijk Wetboek benoemd tot voogdes over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats],

- [minderjarig 2], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], en

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats].

Bij de bestreden beschikking is bepaald dat Jeugdzorg de vader met ingang van 26 juni 2012 tweemaal per jaar schriftelijk op de hoogte stelt van summiere en algemene informatie over de schoolontwikkeling van de minderjarigen en over hun gezondheid. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de informatieregeling.

2. De moeder verzoekt het hof bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het inleidend verzoek van de vader af te wijzen, althans te bepalen dat het recht op informatie aan de vader zal worden ontzegd voor een door het hof te bepalen termijn, althans een zodanige beschikking af te geven als het hof zal vermenen te behoren.

3. Jeugdzorg verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en mitsdien het verzoek in hoger beroep, strekkende tot vernietiging van de bestreden beschikking, af te wijzen.

4. De moeder stelt zich op het standpunt dat de door de rechtbank vastgestelde informatieregeling niet in het belang van haar en de minderjarigen is. Zij stelt daartoe dat elke vorm van betrokkenheid bij de ontwikkeling van minderjarigen door de vader als zeer traumatisch wordt ervaren, met als gevolg dat daardoor het verwerkingsproces van haar en de minderjarigen in ernstige mate wordt belemmerd. Verder wijst de moeder erop dat de minderjarigen hun voogd hebben laten weten dat zij geen contact met de vader willen hebben. Indien aan de wensen van de minderjarigen wordt voorbijgegaan, wordt het vertrouwen dat de minderjarigen in de voogd moeten kunnen stellen, ondermijnd en hun relatie onder spanning gezet. Tot slot stelt de moeder dat de vader de verstrekte informatie zal misbruiken om zich met het gezin te blijven bemoeien. De vrijwillige informatieverstrekking van Jeugdzorg aan de vader acht de moeder een onwenselijke aangelegenheid, nu de belangen van haar en de minderjarigen hiermee worden doorkruist.

5. Jeugdzorg is van mening dat het in het belang van de minderjarigen is om de vader summier te informeren over hun levens, nu het onvermijdelijk is dat de vader en de minderjarigen – na de detentie van de vader – met elkaar geconfronteerd zullen worden. Verder wijst Jeugdzorg erop dat de vader zich niet realiseert wat hij heeft aangericht en welk trauma hij de minderjarigen en hun familie bezorgd heeft. Volgens Jeugdzorg zijn de verjaardagen van de minderjarigen hiervoor illustratief, doordat de vader dan steevast de neiging heeft telefonisch contact op te nemen met het pleeggezin en via de penitentiaire inrichting cadeaus bij de minderjarigen te laten bezorgen. Dat de minderjarigen hierdoor geschokt worden, lijkt niet tot de vader door te dringen. Jeugdzorg hoopt dat de vader stopt met het ongevraagd benaderen van de minderjarigen en de pleegouders, indien hij summiere en algemene informatie krijgt. Verder stelt Jeugdzorg de belangen van de moeder te borgen door de informatieverstrekking summier en algemeen te houden, waarbij de voogd ook voorafgaande aan de informatieverstrekking met de moeder overlegt. Daarnaast merkt Jeugdzorg op dat zij – gezien de weerstand van de moeder tegen de door de rechtbank vastgestelde informatieregeling – slechts eenmalig op 5 oktober 2011 informatie aan de vader heeft verstrekt. Ter terechtzitting heeft Jeugdzorg nog verklaard dat zij geen informatie aan de vader zou hebben gegeven indien de kinderrechter dit niet tijdens de zitting van 4 juli 2011 had verzocht. De vader kan ook na zijn detentie geïnformeerd worden over het leven van de minderjarigen, aldus Jeugdzorg.

6. De vader heeft ter terechtzitting verklaard dat hij meer en frequenter informatie over de minderjarigen wenst. Hij wijst erop dat Jeugdzorg er bij uitstek voor is om na te gaan waarmee de belangen van de minderjarigen gediend zijn. Nu Jeugdzorg niet heeft geoordeeld dat de informatieverstrekking dient te worden gelaten, wordt het verstekken van informatie door Jeugdzorg kennelijk nuttig geacht en belast het de minderjarigen niet, aldus de vader. Verder heeft de vader meegedeeld dat hij in zijn onschuld volhardt. Hij heeft cassatie ingesteld en volgens hem is vrijspraak niet ondenkbaar.

7. De grootmoeder heeft ter terechtzitting verklaard dat de vader een aantal maanden geleden voor het laatst telefonisch contact met haar gezin heeft opgenomen. Zij ontvangt geen post van de vader. Voorts heeft de grootmoeder meegedeeld dat de minderjarigen niet met hun vader in contact willen komen.

8. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat het belang van de minderjarigen en de vrouw vereist dat de door de man verzochte informatieregeling niet wordt vastgesteld. Het hof overweegt daartoe dat de vader door de rechtbank en het hof is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar vanwege een aanslag op de vrouw in december 2009. De vrouw en de minderjarigen zijn als gevolg van deze gebeurtenis ernstig getraumatiseerd geraakt. Het zal derhalve voor de vrouw zeer belastend zijn om telkens – ook indien de informatieverstrekking via Jeugdzorg verloopt – via de informatieregeling met de man geconfronteerd te worden. Het hof acht het risico aanwezig dat de vrouw hierdoor niet zal toekomen aan de verwerking van de door haar opgelopen trauma’s, hetgeen eveneens zijn weerslag zal hebben op de minderjarigen. Verder neemt het hof in aanmerking dat is gebleken dat de minderjarigen geen contact met hun vader willen. De vader toont daarbij geen enkel inzicht in de behoeftes van de minderjarigen naar aanleiding van wat de minderjarigen in deze kwestie hebben doorstaan en toont evenmin begrip voor de gevoelens van de minderjarigen. De man gaat uit van het feit dat het ‘zijn’ kinderen zijn en dat hij hen niet in de steek laat. Hij ziet niet het bezwaar voor de kinderen van zijn eenzijdige benadering en de schade die hij hiermede kan aanrichten. Hij gaat er van uit dat de kinderen beïnvloed zijn en hem daarom niet willen zien, zo verklaart de man ter zitting. Tot slot weegt het hof mee dat niet gebleken is waarom de informatieverstrekking juist op dit moment dient plaats te vinden. De vader kan immers ook in een later stadium, als verwerking van voornoemde trauma’s door tijd en ruimte mogelijk zal zijn geworden, op de hoogte gesteld worden van de levensomstandigheden van de minderjarigen. Het voorgaande brengt mee dat het belang van de minderjarigen zich tegen het op dit moment verschaffen van informatie aan de vader verzet. De bestreden beschikking van de rechtbank zal derhalve worden vernietigd.

9. Mitsdien beslist het hof als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en, in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst het inleidende verzoek van de vader tot het vaststellen van een informatieregeling af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Fockema Andreae-Hartsuiker, Van den Wildenberg en Van Leuven, bijgestaan door mr. Evertsen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2013.