Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8966

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-01-2013
Datum publicatie
21-01-2013
Zaaknummer
200.100.780-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verkoop van een paard door in Nederland gevestigde verkoper aan in Duitsland gevestigde koper. Non-conformiteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Zaaknummer: 200.100.780/01

Zaak-rolnummer rechtbank: 387488/JG ZA 11-861

Arrest d.d. 8 januari 2013

in de zaak van

Hoeve de Hazelaar B.V.,

gevestigd te Heerle,

appellante,

hierna te noemen: Hoeve de Hazelaar,

advocaat: mr. S.A. Wensing te Coevorden,

tegen

de rechtspersoon naar Duits recht

Melisa Internationales Reitzentrum GmbH,

gevestigd te Mannheim, Duitsland,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Melisa,

advocaat: mr. F.W.M. Groot te Purmerend.

Het geding

Bij exploot van 23 januari 2012, waarbij een eerder exploot van 21 november 2011 buiten effect is gesteld, is Hoeve de Hazelaar in hoger beroep gekomen van het vonnis van 24 oktober 2011 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam tussen partijen in kort geding heeft gewezen. Bij memorie van grieven heeft Hoeve de Hazelaar tegen dat vonnis grieven aangevoerd die Melisa bij memorie van antwoord heeft bestreden. Ten slotte heeft Melisa stukken overgelegd voor arrest.

De beoordeling van het hoger beroep

1. Ten aanzien van de geldigheid van de appeldagvaarding wordt ambtshalve het volgende overwogen. Gelet op het niet weersproken relaas in de memorie van grieven onder 22 tot en met 25 was voor Melisa duidelijk dat het niet de intentie was van Hoeve De Hazelaar om het op 21 november 2011 tijdig ingestelde appel in te trekken, maar om een nieuwe verschijndatum aan te zeggen in verband met het vermeende in het ongerede raken van een postbestelling aan het hof.

2. De in het vonnis onder 2 vastgestelde feiten zijn niet bestreden zodat ook het hof van deze feiten zal uitgaan.

3. Grief I richt zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat Melisa een spoedeisend belang heeft bij haar vordering in dit kort geding. Daarbij richt Hoeve de Hazelaar haar pijl op de overweging dat met het op stal houden van Parcona maandelijkse kosten en risico’s gemoeid zijn. Volgens Hoeve de Hazelaar is Melisa geen kleine vennootschap die door Parcona in de problemen is geraakt. De vennootschap behoort toe aan [X] en wordt door haar gebruikt om sportpaarden in te kopen. Melisa heeft geen enkel bewijs overgelegd waaruit blijkt dat zij door [X] wordt aangesproken, aldus Hoeve de Hazelaar.

4. Het hof stelt voorop dat het spoedeisend belang al volgt uit de door Hoeve de Hazelaar niet bestreden overwegingen dat bij Parcona neurectomie is geconstateerd waardoor zij gezien de FEI regels niet voor de paardensport kan worden ingezet. Nu dit het doel van de koop was en -eveneens in hoger beroep niet bestreden- aan de stalling en verzorging van Parcoma aanzienlijke risico’s en kosten verbonden zijn, had en heeft Melisa een spoedeisend belang bij haar vordering waardoor zij van die kosten en risico’s wordt bevrijd. Wat de aangevallen overweging betreft, Melisa heeft de kennelijke suggestie van de grief betwist dat niet het financieel belang van Melisa, maar uitsluitend dat van [X] in het geding is. Het hof volgt Melisa daarin. Parcona was verkocht en geleverd aan Melisa, niet aan [X]. Het is dus Melisa die recht en belang heeft bij de vordering zoals die door haar is ingesteld. Dat mogelijk [X] een afgeleid (financieel) belang heeft, kan daaraan niet afdoen. De grief mist doel.

5. De koop is op of omstreeks 9 mei 2011 gesloten tussen een in Nederland gevestigde verkoper en een in Duitsland gevestigde koper. Daarmee valt de koopovereenkomst binnen het materiële en formele toepassingsgebied van het op 11 april 1980 te Wenen gesloten Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken, hierna Weens Koopverdrag (WKV) te noemen. Het gaat namelijk om een koopovereenkomst betreffende een roerende zaak die niet van het toepassingsgebied is uitgesloten, terwijl de bij de koopovereenkomst betrokken partijen zijn gevestigd in verschillende staten waarvoor het WKV op het moment van het sluiten van de overeenkomst in werking was getreden (art. 100 lid 2 WKV). Partijen hebben in de koopovereenkomst gekozen voor de toepasselijkheid van het Nederlandse recht. Hoewel niet met zoveel woorden in de overeenkomst opgenomen, kan uit de stellingen van partijen worden afgeleid dat zij de toepasselijkheid van het WKV hebben willen uitsluiten. Daarbij komt dat in dit kort geding centraal staat de vraag of Melisa terecht de koopovereenkomst heeft vernietigd op grond van bedrog. Volgens artikel 4 aanhef en onder a heeft het WKV geen betrekking op de geldigheid van de overeenkomst. Een en ander betekent dat de vordering van Hoeve de Hazelaar zal worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse recht, zoals ook de voorzieningenrechter heeft gedaan.

6. Grief II klaagt over het oordeel dat niet voor redelijke twijfel vatbaar is dat een neurectomie heeft plaatsgevonden. Hoeve de Hazelaar is van mening dat dierenarts [naam dierenarts] “het alleen maar waarschijnlijk heeft geacht dat het paard duidelijk symptomen van neuroomvorming vertoont”. Het hof kan Hoeve de Hazelaar hierin niet volgen. Voor deze bevinding is in het rapport van [de dierenarts] (productie 14) geen steun te vinden. Daarentegen houdt dat rapport als onderdeel van het antwoord op vraag 4 in: “Het paard vertoont duidelijke symptomen van neuroma vorming.” Waaraan wordt toegevoegd: “Een gekende complicatie na neurectomie.” Daarmee is de basis aan de grief ontvallen.

7. Grief III en een deel van de toelichting van grief II vechten het oordeel aan dat voldoende aannemelijk is dat Parcona op het moment van levering de neurectomie al had ondergaan. De voorzieningenrechter heeft dit oordeel uitvoerig gemotiveerd. Het hof kan zich met deze motivering verenigen. Hoeve de Hazelaar onderbouwt de grieven niet met tegen de motivering gerichte concrete klachten. Opgemerkt wordt nog dat Hoeve de Hazelaar niet de overweging (onder 4.6.2.) heeft bestreden dat onverklaard is gebleven waarom Melisa de ingreep zou laten verrichten en daarover vervolgens bij Hoeve de Hazelaar zou gaan klagen, zodat zij de ingreep ook niet stil kon houden en dus geen wedstrijden kon rijden. Ook deze grieven falen.

8. Grief IV bouwt in feite voort op de vorige grieven, waar de toelichting slechts inhoudt dat uit de geschetste feiten en omstandigheden genoegzaam blijkt dat van een kunstgreep geen enkele sprake is. Voor zover Hoeve de Hazelaar heeft beoogd te verwijzen naar door haar in de alinea’s 3 tot en met 20 van de memorie van grieven vermelde feiten en omstandigheden waaraan zij argumenten voor haar verweer ontleent, constateert het hof dat de voorzieningenrechter deze argumenten gemotiveerd heeft verworpen. Het hof kan deze verwerping onderschrijven. De grief deelt het lot van de vorige grieven.

9. De slotsom is dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij is Hoeve de Hazelaar terecht in de kosten veroordeeld. Daarom faalt ook grief V die deze kostenveroordeling betreft. Hoeve de Hazelaar zal ook in hoger beroep de kosten hebben te dragen.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt Hoeve de Hazelaar in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Melisa begroot op € 666,= vast recht en € 894,= salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.J. van Sandick, D. den Hertog en C.J.J.C. van Nispen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.