Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8792

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-01-2013
Datum publicatie
18-01-2013
Zaaknummer
22-004636-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte twee inheemse dieren, te weten een oehoe en een sperwer, heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden heeft gehad en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad. De verdachte wordt vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004636-11

Parketnummer: 10-994538-09

Datum uitspraak: 18 januari 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Rotterdam van

20 september 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte[,

geboren te [geboorteplaats op [geboortedatum],

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de penitentiaire inrichting [penitentiaire inrichting].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 januari 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,-, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:

hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 maart 2007 tot en met 12 juli 2007, te [plaats],

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

al dan niet opzettelijk,

een dier, behorende tot een beschermde inheemse diersoort,

als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Flora- en faunawet en opgenomen in bijlage 2 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten, te weten

een oehoe (Bubo bubo) (met pootring nummer 8 CT 97 Z),

heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden heeft gehad en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad;

2:

hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 maart 2007 tot en met 23 maart 2007, te [plaats],

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

al dan niet opzettelijk,

een dier, behorende tot een beschermde inheemse diersoort,

als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Flora- en faunawet en opgenomen in bijlage 2 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten, te weten

een sperwer (met pootring nummer 12 Falco Ireland 06 P),

heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden heeft gehad en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of onder zich heeft gehad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is - overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius,

mr. G. Dulek-Schermers en mr. M.A. van der Ham, in bijzijn van de griffier mr. L.E.M. Meekenkamp.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 januari 2013.

Mrs. Van der Ham en Meekenkamp zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.