Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8710

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
200.085.175/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDOR:2010:BM0264, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDOR:2011:BP1520, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

tekortkomingen bij sterilisaties?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.085.175/01

Rolnummer rechtbank : 76854 / HA ZA 08-2505

arrest d.d. 22 januari 2013

inzake

[Appellante],

wonende te [Woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. A.C. de Bakker te Zwijndrecht,

tegen

Stichting Rivas Zorggroep,

gevestigd te Gorichem,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Rivas,

advocaat: mr. O.L. Nunes te Utrecht.

Het geding

Bij exploot van 28 maart 2011 is [appellante] in hoger beroep gekomen van twee door de rechtbank Dordrecht, sector civiel recht, tussen partijen gewezen vonnissen van respectievelijk 31 maart 2010 (verder: het bestreden tussenvonnis) en 19 januari 2011 (verder: het bestreden eindvonnis). Bij memorie van grieven tevens houdende akte vermeerdering van eis (met productie) heeft [appellante] drie grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft Rivas de grieven bestreden.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. De door de rechtbank in het bestreden tussenvonnis vastgestelde feiten zijn door partijen niet bestreden, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1 Op 6 december 2006 is [appellante] (geboren [geboortedatum) via een met spoed uitgevoerde keizersnede bevallen van haar vijfde kind. De operatie is verricht door […] (verder: [de gynaecoloog]), de op die dag dienstdoende gynaecoloog van het Beatrixziekenhuis te Gorinchem (verder: het ziekenhuis). Het ziekenhuis maakt deel uit van (de organisatie van) Rivas. Tijdens de operatie is tevens een op sterilisatie gerichte ingreep met zogenaamde Filshie clip (hierna: sterilisatie) verricht.

2.2 Kort na de operatie werd [appellante] opnieuw zwanger.

2.3 Bij brief van 10 oktober 2007 heeft de raadsman van [appellante] Rivas aansprakelijk gesteld voor haar schade voortvloeiende uit een tijdens de operatie gemaakte beroepsfout.

2.4 Bij brief van 26 november 2007 heeft Medirisk, de verzekeraar van Rivas, aansprakelijkheid afgewezen.

2.5 Op 26 januari 2008 is [appellante], opnieuw via een met spoed uitgevoerde keizersnede, bevallen van haar zesde kind. Deze keizersnede is uitgevoerd door […], de op die datum dienstdoende collega van [de gynaecoloog]. Tijdens de operatie is tevens een sterilisatie-ingreep verricht (verder: de resterilisatie).

2.6 [appellante] heeft Rivas gedagvaard en - zakelijk weergegeven - gevorderd: een verklaring voor recht dat Rivas aansprakelijk is voor de bij [appellante] op 6 december 2006 verrichte ondeugdelijke, althans niet succesvolle sterilisatie, veroordeling van Rivas tot vergoeding van de door [appellante] geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat, alsmede tot betaling van een voorschot van € 30.000,-- en vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zij legde aan deze vordering ten grondslag dat [de gynaecoloog] is tekortgeschoten in de nakoming van de medische behandelingsovereenkomst en dat Rivas hiervoor aansprakelijk is, althans dat sprake is van aan [de gynaecoloog] toe te rekenen onrechtmatig handelen, waarvoor Rivas aansprakelijk is.

2.7 Bij het bestreden tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat voor zover [appellante] zich erop beriep dat zij in de periode rondom de sterilisatie onvoldoende is geïnformeerd/voorgelicht, de vordering niet toewijsbaar is, bij gebreke van voldoende gesteld causaal verband tussen de gestelde onzorgvuldige informatieverstrekking/ voorlichting en de na de sterilisatie opgetreden zwangerschap. Voor beantwoording van de vraag of bij de uitvoering van de sterilisatie sprake is geweest van een toerekenbare tekortkoming heeft de rechtbank een deskundigenbericht gelast door prof. dr. J.M. Trimbos, verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.

2.8 Bij het bestreden eindvonnis heeft de rechtbank de vorderingen van [appellante] afgewezen en daartoe overwogen, dat mede gelet op haar overwegingen in het bestreden tussenvonnis, van [appellante] verwacht had mogen worden dat zij haar stellingen over causaal verband tussen de gestelde onzorgvuldige voorlichting/informatie en de zwangerschap nader had onderbouwd. De enkele stelling dat [appellante] bij een betere voorlichting meerdere/andere anticonceptiva had kunnen gebruiken achtte de rechtbank daartoe onvoldoende, mede in aanmerking genomen dat [appellante] er geen blijk van heeft gegeven dat zij veel waarde hecht aan de advisering door het ziekenhuis. Op basis van het door de deskundige uitgebrachte advies achtte de rechtbank voorts niet aangetoond dat [de gynaecoloog] bij de uitvoering van de sterilisatie is tekortgeschoten in die zin dat zij niet heeft gehandeld zoals onder gelijke omstandigheden mocht worden verwacht van een redelijk handelend en redelijk bekwaam gynaecoloog.

3.1 In hoger beroep heeft [appellante] haar eis vermeerderd: zij vordert thans vernietiging van de bestreden vonnissen en opnieuw recht doende toewijzing van haar inleidende vorderingen, alsmede toewijzing van een bedrag van € 45.000,--. Aan laatstgenoemde vordering legt zij ten grondslag dat de resterilisatie zonder haar toestemming is uitgevoerd, terwijl de gebruikte sterilisatiemethode definitief is, althans dat de kans dat deze met succes ongedaan kan worden gemaakt zeer klein is. Vanwege de resterilisatie heeft [appellante] regelmatig pijn in haar buik en ondervindt ze psychische problemen. Er is dus sprake van een onrechtmatige daad. Voor zover ervan moet worden uitgegaan dat er een overeenkomst tussen partijen heeft bestaan ten aanzien van de resterilisatie, is [appellante] van mening dat ook ten aanzien van de resterilisatie niet aan de informatieverplichting is voldaan.

Omvang hoger beroep

3.2 Rivas heeft bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering. Zij meent dat van strijd met de eisen van een goede procesorde sprake is, omdat de stelling van [appellante] dat zij eerst na het uitbrengen van de dagvaarding in eerste aanleg bekend werd met het feit dat direct na de geboorte van haar zesde kind de resterilisatie heeft plaatsgevonden, evident onjuist is. Volgens Rivas had [appellante] haar vermeerderde eis daarom direct in eerste aanleg kunnen instellen. Het hof overweegt dat wat hiervan ook zij, hoger beroep tevens dient voor herstel van fouten uit de eerste aanleg. Dit betekent dat de omstandigheid dat [appellante] haar vermeerderde eis ook al in eerste aanleg had kunnen instellen, niet leidt tot het oordeel dat sprake is van strijd met de goede procesorde. Het hof zal daarom recht doen op de vermeerderde vordering.

3.3 Geen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat niet is aangetoond dat [de gynaecoloog] bij de uitvoering van de sterilisatie is tekortgeschoten in die zin dat zij niet heeft gehandeld zoals onder gelijke omstandigheden mocht worden verwacht van een redelijk handelend en redelijk bekwaam gynaecoloog. Dit betekent dat het hoger beroep zich beperkt tot de vraag of de resterilisatie is uitgevoerd zonder toestemming van [appellante] alsmede de vraag of Rivas is tekortgeschoten in haar informatieverplichting/voorlichting ter zake van zowel de sterilisatie en de resterilisatie.

Tekortkoming in de informatieverplichting/voorlichting voorafgaande aan de sterilisatie?

3.4 [appellante] stelt dat zij niet voldoende is voorgelicht omtrent (de methode van) sterilisatie. Zij wenste op zodanige wijze gesteriliseerd te worden, dat de kans op zwangerschap zo klein mogelijk zou zijn, alsmede dat later nog een eventuele ongedaanmaking zou kunnen worden uitgevoerd (MvG onder 34). Dat er meerdere methoden van sterilisatie zijn, wist [appellante] niet. Als [appellante] had geweten dat de gebruikte methode minder betrouwbaar was dan andere methoden, zou zij daar nimmer voor hebben gekozen. Bovendien zou zij - als zij geweten had dat sterilisatie niet iedere kans op zwangerschap uitsluit - er voor hebben gekozen tevens een andere methode van anticonceptie te gebruiken. Nu er geen spoedeisend belang bestond om direct na de keizersnede de sterilisatie uit te voeren, had Rivas zich - gelet op het gebrek aan voorlichting - daarvan moeten onthouden, aldus [appellante].

3.5 Het hof overweegt dat Rivas het verwijt dat zij niet aan haar informatieverplichting heeft voldaan, onvoldoende - althans onvoldoende gemotiveerd - heeft weersproken. Rivas heeft weliswaar gesteld dat de betrokken gynaecoloog de methode van sterilisatie - zoals dat gebruikelijk is - aan de orde heeft gesteld, maar door wie, wanneer en op welke wijze dat is gebeurd, onderbouwt zij niet. Dat de gebruikelijke voorlichting is gegeven blijkt ook niet uit het overgelegde medische dossier van [appellante]. Dit betekent dat het hof het ervoor moet houden dat niet aan de informatieplicht is voldaan en aldus sprake is van een toerekenbare tekortkoming.

3.6 Het hof acht gelet op de in deze procedure door [appellante] ingenomen stellingen niet aannemelijk dat [appellante] bij voldoende voorlichting zou hebben afgezien van sterilisatie tijdens de keizersnede, dan wel zou hebben gekozen voor sterilisatie door middel van een andere methode dan Filshieclips. [appellante] heeft immers gesteld dat zij - ten tijde van de eerste sterilisatie - een sterilisatie wenste met een zo klein mogelijke kans op zwangerschap, maar tegelijkertijd dat later nog een eventuele ongedaanmaking zou kunnen worden uitgevoerd. Dat betekent dat zij hoe dan ook zou hebben gekozen voor een mechanische sterilisatiemethode uitgevoerd tijdens de keizersnede (bij open buik) en niet voor een (bovendien risicovollere met het oog op eventuele complicaties) sterilisatie door elektrocoagulatie of een later uitgevoerde sterilisatie via larcoscopie. In zoverre acht het hof niet aannemelijk dat sprake is van schade. [appellante] heeft echter ook gesteld dat zij bij een adequatere voorlichting aanvullende methoden van anticonceptie zou hebben toegepast. Indien [appellante] een aanvullende methode van anticonceptie zou hebben gebruikt, zou daardoor de kans op zwangerschap zijn verkleind. Dit betekent dat de verwijzing naar een schadestaatprocedure voor toewijzing gereed ligt. Voor een dergelijke verwijzing is immers voldoende dat de mogelijkheid van schade als gevolg van de gestelde wanprestatie aannemelijk is. Dat mogelijk factoren aanwezig zijn die tot vermindering van de schadevergoeding aanleiding kunnen geven (toerekenbaarheid van de schade, eventuele eigen schuld, billijkheidscorrectie) is een omstandigheid die in die procedure verder zal moeten worden bekeken. Voor toewijzing van het gevraagde voorschot van € 30.000,-- op de schadevergoeding ziet het hof geen aanleiding, omdat onvoldoende vaststaat tot welke hoogte [appellante] schade heeft geleden.

Resterilisatie uitgevoerd zonder toestemming?Voldaan aan informatieverplichting /voorlichting?

3.6 Naar het oordeel van het hof heeft [appellante] haar stelling dat de resterilisatie is uitgevoerd zonder haar toestemming onvoldoende onderbouwd gelet op de volgende omstandigheden. In eerste aanleg heeft zij hierover niet gerept, hetgeen - zonder nadere toelichting, die ontbreekt - onbegrijpelijk is. Daar komt bij dat [appellante] zich blijkens de brief van haar gemachtigde van 5 februari 2008 en in de inleidende dagvaarding op het standpunt heeft gesteld dat zij heeft gevraagd om video-opnamen van de resterilisatie. Dit verzoek is niet te begrijpen, indien zij niet tevens om resterilisatie had verzocht. Het hof gaat er daarom van uit dat [appellante] toestemming heeft gegeven om opnieuw tot sterilisatie over te gaan.

3.7 De volgende vraag die beantwoord moet worden, is of Rivas ten aanzien van de methode van resterilisatie aan haar informatieverplichting heeft voldaan, c.q. [appellante] voldoende heeft voorgelicht.

3.8 Het antwoord op deze vraag kan naar het oordeel van het hof in het midden blijven, omdat [appellante] op geen enkele wijze het causale verband tussen een eventuele tekortkoming en de door haar gestelde schade, alsmede de door haar gesteld geleden schade heeft onderbouwd. Zij stelt thans wel dat zij nimmer zou hebben gekozen voor de bij de resterilisatie gebruikte methode, omdat de kans dat deze omkeerbaar is, minder groot is dan bij sterilisatie met gebruik van Filshie-clips of de Faloperingen, maar verklaart niet waarom zij, blijkens de brief van haar advocaat van 26 maart 2008, eerder meende dat tijdens de sterilisatie ten onrechte voor Filshie-clips was gekozen in plaats van voor - de minder omkeerbare methode - van doorknippen en dichtschroeien van de eileiders. Deze stellingen zijn onderling tegenstrijdig. Ook voor de door [appellante] gestelde schade (bestaande uit buikpijn en psychische problemen) ontbreekt iedere nadere (medische) onderbouwing. De aannemelijkheid van enige schade die in causaal verband staat met de gestelde tekortkoming is dan ook niet komen vast te staan. Dit betekent dat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

3.9 Bij gebreke van stellingen die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden leiden, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.

Slotsom

3.10 De slotsom is dat het hoger beroep deels slaagt en het bestreden vonnis niet in stand kan blijven. De vermeerderde eis zal worden afgewezen. Bij deze uitkomst past dat Rivas wordt veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg en dat de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt. Voor de toekenning van buitengerechtelijke kosten ziet het hof geen aanleiding, omdat Rivas heeft bestreden dat dergelijke kosten zijn gemaakt en [appellante] daarna niet nader heeft onderbouwd dat sprake was van kosten die - naast de proceskostenveroordeling - voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de (nog te maken) nakosten van de eerste aanleg geeft onderstaande veroordeling een executoriale titel (HR 19 maart 2010, LJN BL1116).

Nu in het bestreden tussenvonnis geen te executeren beslissingen zijn opgenomen, zal het hof ten aanzien van dat vonnis geen beslissing opnemen in het dictum.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het tussen partijen gewezen eindvonnis van rechtbank Dordrecht, sector civiel recht van 19 januari 2011;

en opnieuw rechtdoende:

- verklaart voor recht dat Rivas aansprakelijk is voor de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichting ten aanzien van de op 6 december 2006 uitgevoerde sterilisatie;

- veroordeelt Rivas de uit deze tekortkoming voortvloeiende schade aan [appellante] te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffen volgens de wet;

- veroordeelt Rivas in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [appellante] tot op 19 januari 2011 begroot op € 3.714,44 waarvan te voldoen:

(a) aan de griffier van de rechtbank € 3.521,44, te weten € 580,-- voor in debet gesteld griffierecht, € 1.500,-- voor in debet gestelde kosten van de deskundige; € 85,44 voor kosten dagvaarding en € 1.356,-- voor salaris advocaat, waarmee de griffier zal handelen overeenkomstig het bepaalde in art. 243 Rv, en

(b) aan [appellante] € 193,-- voor niet in debet gesteld griffierecht;

- bepaalt dat het aan de griffier van de rechtbank verschuldigde bedrag, te weten € 3.521,44 bijgeschreven dient te zijn op bankrekeningnummer 56.99.90.580 ten name van Ministerie van Justitie Arrondissement Den Haag 537, zulks onder vermelding van de namen van partijen en het zaaknummer;

- bepaalt dat dit bedrag uiterlijk twee weken na heden moet zijn voldaan;

- compenseert de kosten van het hoger beroep in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

- wijst af het anders of meer gevorderde.

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.V. van den Berg, M.J. van der Ven en G.R.B. van Peursem en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.