Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4936

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-11-2013
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
22-004603-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een computer uit een woning en diefstal van een auto.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 123 (honderddrieëntwintig) dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004603-12

Parketnummers: 09-900633-12 en 09-900627-10 (tul)

Datum uitspraak: 7 november 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 21 september 2012 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1991,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 oktober 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 123 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland. Voorts is in eerste aanleg een beslissing genomen omtrent de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 10 september 2010, met parketnummer 09-900627-10, voorwaardelijk opgelegde straf, als nader in het vonnis omschreven. Het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 26 maart 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen:

- een computer (Apple iMac) en/of

- een notebook (Apple iPad) en/of

- geluidsapparatuur (Bose) en/of

- een of meerdere sleutel(s) en/of

- een of meerdere siera(a)d(en) en/of

- een harde schijf (iOmega) en/of

- een installatie cd-rom (Mac-os) en/of

- een bedrag van 400 euro, en/of

- een of meerdere autosleutel(s) (behorende bij een auto van het merk/type Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennr.]),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdacht en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door die woning in te sluipen, althans door middel van braak/verbreking en/of inklimming;

2:


hij op of omstreeks 26 maart 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto met kenteken [kentekennr.] (merk: Toyota, type Yaris), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door gebruik te maken van een autosleutel tot welk gebruik verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij op 26 maart 2012 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen:

- een computer (Apple iMac)

toebehorende aan [benadeelde partij];

2:


hij op 26 maart 2012 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto met kenteken [kentekennr.] (merk: Toyota, type Yaris), toebehorende aan [benadeelde partij].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

Voor zover de raadsman in hoger beroep heeft bedoeld te betogen dat de verklaring met betrekking tot de herkenning van verdachte door de getuige [getuige] niet voor het bewijs mag worden gebruikt, nu die als zijnde onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt, overweegt het hof als volgt. Noch uit de processtukken, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat [getuige] belastend heeft verklaard ten aanzien van de verdachte om ‘hem erbij te lappen’, zoals de raadsman heeft gesteld. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat [getuige] zeer kort na zijn waarneming en herkenning hierover ter plaatse reeds heeft verklaard tegenover de politie. Het hof ziet geen reden aan te nemen dat de verklaring van [getuige] niet op waarheid berust en acht deze verklaring dan ook betrouwbaar. Op grond van de inhoud van het dossier ziet het hof overigens ook geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de getuige.

Gelet op het voorgaande acht het hof het horen van [getuige] als getuige niet noodzakelijk en wijst het voorwaardelijk eerst bij pleidooi gedane verzoek daartoe, dan ook af.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft mondeling gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 93 dagen, met aftrek van voorarrest; daarnaast een gevangenisstraf van een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering, alsmede tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Blijkens de schriftelijke vordering van de advocaat-generaal heeft hij gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 123 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering, alsmede tot een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een computer uit een woning en diefstal van een auto. Door aldus te handelen heeft de verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer alsmede op diens eigendom.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

- waar verdachte onder andere heeft verklaard dat hij thans een vol dagprogramma heeft met studie en werk - ziet het hof geen noodzaak tot het opleggen van verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 10 september 2010 onder parketnummer 09-900627-10 is de verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep niet uitgelaten over de vordering tot tenuitvoerlegging.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Naar het oordeel van het hof zijn er evenwel geen termen aanwezig voor toewijzing van die vordering.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 123 (honderddrieëntwintig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te 's-Gravenhage van 22 juni 2012, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 10 september 2010, parketnummer 09-900627-10, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, in bijzijn van de griffier mr. C. Bossema.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 7 november 2013.