Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4810

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
22-004662-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Het hof heeft eerder het verzoek om beide aangeefsters ter terechtzitting als getuigen te mogen horen, afgewezen onder verwijzing naar artikel 288, eerste lid aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering en een rapportage van dr. R. Bullens waarin wordt geadviseerd de beide aangeefsters niet op te roepen voor de zitting, omdat het plausibel is te achten dat het psychische welbevinden van beiden (verder) kan worden aangetast. Het gevolg van deze beslissing is dat de verdediging niet in de gelegenheid is geweest gebruik te maken van haar in artikel 6, eerste en derde lid 3 aanhef en onder d EVRM neergelegde ondervragingsrecht ten aanzien van beide getuigen met betrekking tot de aan verdachte verweten gedragingen. Dit recht raakt aan de kern het recht op een eerlijk proces.

Gelet op de omstandigheid dat het bewijs voor de aan verdachte verweten gedragingen in beslissende mate steunt op de verklaringen van deze beide getuigen en dat de verdediging geen compensatie op dit punt kan worden geboden, omdat naar het oordeel van het hof bij de afweging van het belang van strafvordering tegen de mogelijke risico’s voor hun psychische gezondheid dit laatste belang zwaarder moet wegen en derhalve deze getuigen niet kunnen worden gehoord noch ter terechtzitting noch op andere wijze, is het hof van oordeel dat de verklaringen van deze getuigen niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden.

Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/44

Uitspraak

Rolnummer: 22-004662-10

Parketnummers: 10-750076-08, 10-751019-09,

09-535001-08 (TUL) en 22-006974-04 (TUL)

Datum uitspraak: 24 december 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Rijnmond, Gevangenis De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van

20 februari 2012, 7 februari 2013, 21 februari 2013 en

10 december 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1, 2, 3, 4 en 5 en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-663052-08 onder 1 en 2, het in de zaak met parketnummer 10-751004-09 onder 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen en de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen, zoals nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de advocaat-generaal is blijkens de appelakte d.d. 30 augustus 2010 niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-663052-08 onder 1 en 2, het in de zaak met parketnummer 10-751004-09 onder 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 3 ten laste gelegde. Het hoger beroep richt zich tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1, 2, 3, 4 en 5 en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 en 2 ten laste gelegde waarbij de verdachte is vrijgesproken.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg alsmede ter terechtzitting in hoger beroep van 7 februari 2013 - ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 10-750076-08:

1.
hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2007 tot en met 25 mei 2008 te Rotterdam, in elk geval in Nederland met iemand, te weten [aangeefster 1], van wie hij, verdachte, wist dat die [aangeefster 1] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [aangeefster 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[aangeefster 1], namelijk het een of meermalen inbrengen/houden van zijn, verdachtes penis in de mond en/of vagina en/of anus van die [aangeefster 1];


subsidiair:


dat hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 25 mei 2008 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen althans eenmaal door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of met een andere feitelijkheid [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk daartoe genoemde [aangeefster 1] meermalen althans eenmaal geslagen, geschopt, geduwd en/of gewelddadig vastgehouden en/of meermalen althans eenmaal opgesloten in een ruimte waar die handelingen werden ondergaan en/of die [aangeefster 1], die vanwege haar geestelijke beperkingen meer dan normaal mondige vrouwen beïnvloedbaar is, dwingend en/of dreigend toegesproken, onder verband waarvan die [aangeefster 1] door hem, verdachte, werd gedwongen tot onvrijwillige seksuele gedragingen en/of het ondergaan van onvrijwillige seksuele gedragingen, namelijk het meermalen althans eenmaal oraal, vaginaal en/of anaal binnendringen van verdachtes penis en/of vinger(s) in het lichaam van die [aangeefster 1];

2.
hij op één of meer tijdstippen in op of omstreeks de periode van 01 juli tot en met 25 mei 2008 te Rotterdam en/of te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal met

[aangeefster 1], van wie hij, verdachte, wist dat die [aangeefster 1] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [aangeefster 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

(telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, namelijk het een of meermalen inbrengen/houden van zijn, verdachtes penis in de mond en/of vagina en/of anus van die [aangeefster 1] en/of,

(telkens) die [aangeefster 1] heeft verleid tot het (telkens) door die [aangeefster 1] laten dulden dat derden hun penis in de mond en/of vagina en/of anus van die [aangeefster 1] brachten/hielden;

3.
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2007 tot en met 25 mei 2008 te Rotterdam en/of te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans éénmaal (telkens) een persoon genaamd [aangeefster 1] door dwang en/of geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster 1] (in de prostitutie),

bestaande die/dat dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) uit, dat verdachte (telkens)

- die [aangeefster 1] sloeg en/of stompte en/of daarmee dreigde en/of

- die [aangeefster 1] met een mes stak en/of daarmee dreigde en/of

- die [aangeefster 1] met een sigaret brandde en/of daarmee dreigde en/of

- die [aangeefster 1] dreigde af te maken en/of dood te maken en/of

- die [aangeefster 1] opsloot in de kelderbox van de woning van die [aangeefster 1] en/of

- die [aangeefster 1] geen eten en/of drinken bracht, terwijl zij opgesloten was in de kelderbox van de woning van die [aangeefster 1] en/of

- die [aangeefster 1] de keel dichtkneep en/of een kussen op het hoofd van die [aangeefster 1] drukte, zodat die [aangeefster 1] niet kon ademen en/of

- de verdiensten van die [aangeefster 1] (uit de prostitutie) geheel en/of (groten)deels heeft afgepakt en/of zich heeft toegeeigend en/of die

[aangeefster 1] heeft gedwongen die verdiensten geheel en/of (groten)deels aan hem, verdachte, af te staan en/of

- de bankpas van die [aangeefster 1] onder zich heeft gehouden;

en/of

bestaande dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte, (telkens)

- een relatie met die [aangeefster 1] is aangegaan en/of

- die [aangeefster 1], onder druk van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, heeft bewogen het door haar in de prostitutie verdiende geld (telkens) aan hem, verdachte, af te dragen en/of

- een nieuwe bankpas en/of een tweetal 'comfortcards' op naam van die [aangeefster 1] heeft aangeschaft en/of heeft laten aanschaffen, waardoor die [aangeefster 1] (ondanks haar verminderd verstandelijk vermogen) schulden kon oplopen en/of

- die [aangeefster 1], waarvan hij wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij over een verminderd verstandelijk vermogen beschikt, heeft aangeboden voor het verrichten van seksuele handelingen met derden,

terwijl hij, verdachte, wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat die [aangeefster 1] zich in een kwetsbare positie bevond vanwege haar verminderd verstandelijk vermogen en haar afhankelijkheid van de (financiele) begeleiding en/of ondersteuning door [familielid], welke begeleiding/ondersteuning van [familielid] door verdachte is belemmerd;


4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2007 tot en met 25 mei 2008 te Rotterdam en/of te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [aangeefster 1] met één van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder één of meer van de onder lid 1, sub 1° van voornoemd artikel genoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [aangeefster 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, immers heeft verdachte;

- die [aangeefster 1] één of meermalen geslagen en/of gestompt en/of daarmee gedreigd en/of

- die [aangeefster 1] met een mes gestoken en/of daarmee gedreigd en/of

- die [aangeefster 1] met een sigaret gebrand en/of daarmee gedreigd en/of

- die [aangeefster 1] gedreigd af te maken en/of dood te maken en/of

- die [aangeefster 1] opgesloten in de kelderbox van de woning van die [aangeefster 1] en/of

- die [aangeefster 1] geen eten en/of drinken gebracht, terwijl zij opgesloten was in de kelderbox van de woning van die [aangeefster 1] en/of

- die [aangeefster 1] de keel dichtgeknepen en/of een kussen op het hoofd van die [aangeefster 1] gedrukt, zodat die [aangeefster 1] niet kon ademen en/of

- de verdiensten van die [aangeefster 1] (uit de prostitutie) geheel en/of (groten)deels afgepakt en/of zich toegeeigend en/of die [aangeefster 1] gedwongen die verdiensten geheel en/of (groten)deels aan hem, verdachte, af te staan en/of

- de bankpas van die [aangeefster 1] onder zich gehouden;

en/of

- is verdachte een relatie met die [aangeefster 1] is aangegaan en/of

- heeft verdachte die [aangeefster 1], onder druk van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bewogen het door haar in de prostitutie verdiende geld (telkens) aan hem, verdachte, af te dragen en/of

- heeft verdachte een nieuwe bankpas en/of een tweetal 'comfortcards' op naam van die [aangeefster 1] aangeschaft en/of aan laten schaffen, waardoor die [aangeefster 1] (ondanks haar verminderd verstandelijk vermogen) schulden kon oplopen en/of

- heeft verdachte die [aangeefster 1], waarvan hij wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij over een verminderd verstandelijk vermogen beschikt, aangeboden voor het verrichten van seksuele handelingen met derden;

terwijl hij, verdachte, wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat die [aangeefster 1] zich in een kwetsbare positie bevond vanwege haar verminderd verstandelijk vermogen en haar afhankelijkheid van de (financiele) begeleiding en/of ondersteuning door [familielid], welke begeleiding/ondersteuning van [familielid] door verdachte is belemmerd;


5.
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks de periode van 01 juli 2007 tot en met 25 mei 2008 te Rotterdam en/of te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [aangeefster 1] met één van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van [aangeefster 1] met of voor een derde, immers heeft verdachte;

- die [aangeefster 1] één of meermalen geslagen en/of gestompt en/of daarmee gedreigd en/of

- die [aangeefster 1] met een mes gestoken en/of daarmee gedreigd en/of

- die [aangeefster 1] met een sigaret gebrand en/of daarmee gedreigd en/of

- die [aangeefster 1] gedreigd af te maken en/of dood te maken en/of

- die [aangeefster 1] opgesloten in de kelderbox van de woning van die [aangeefster 1] en/of

- die [aangeefster 1] geen eten en/of drinken gebracht, terwijl zij opgesloten was in de kelderbox van de woning van die [aangeefster 1] en/of

- die [aangeefster 1] de keel dichtgeknepen en/of een kussen op het hoofd van die [aangeefster 1] gedrukt, zodat die [aangeefster 1] niet kon ademen en/of

- de verdiensten van die [aangeefster 1] (uit de prostitutie) geheel en/of (groten)deels afgepakt en/of zich toegeeigend en/of die [aangeefster 1] gedwongen die verdiensten geheel en/of (groten)deels aan hem, verdachte, af te staan en/of

- de bankpas van die [aangeefster 1] onder zich gehouden;

en/of

- is verdachte een relatie met die [aangeefster 1] is aangegaan en/of

- heeft verdachte die [aangeefster 1], onder druk van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bewogen het door haar in de prostitutie verdiende geld (telkens) aan hem, verdachte, af te dragen en/of

- heeft verdachte een nieuwe bankpas en/of een tweetal 'comfortcards' op naam van die [aangeefster 1] aangeschaft en/of aan laten schaffen, waardoor die [aangeefster 1] (ondanks haar verminderd verstandelijk vermogen) schulden kon oplopen en/of

- heeft verdachte die [aangeefster 1], waarvan hij wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij over een verminderd verstandelijk vermogen beschikt, aangeboden voor het verrichten van seksuele handelingen met derden;

terwijl hij, verdachte, wist en/of redelijkerwijs kon vermoeden dat die [aangeefster 1] zich in een kwetsbare positie bevond vanwege haar verminderd verstandelijk vermogen en haar afhankelijkheid van de (financiele) begeleiding en/of ondersteuning door [familielid], welke begeleiding/ondersteuning van [familielid] door verdachte is belemmerd;


Zaak met parketnummer 10-751019-09:

1.
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 28 september 2009 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, en/of Capelle aan den IJssel en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met iemand, te weten [aangeefster 1], van wie hij, verdachte, wist dat die [aangeefster 1] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [aangeefster 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 1], namelijk het een of meermalen inbrengen/houden van zijn, verdachtes penis in de mond en/of vagina en/of anus van die [aangeefster 1];

subsidiair:

dat hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 28 september 2009 te Rotterdam en/of Poortugaal (gemeente Albrandswaard) en/of Capelle aan den IJssel en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, in elk geval in Nederland, meermalen althans eenmaal door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of met een andere feitelijkheid [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk daartoe genoemde [aangeefster 1] meermalen althans eenmaal geslagen, geschopt, geduwd en/of gewelddadig vastgehouden en/of meermalen althans eenmaal opgesloten in een ruimte waar die handelingen werden ondergaan en/of die [aangeefster 1], die vanwege haar geestelijke beperkingen meer dan normaal mondige vrouwen beïnvloedbaar is, dwingend en/of dreigend toegesproken, onder verband waarvan die [aangeefster 1] door hem, verdachte, werd gedwongen tot onvrijwillige seksuele gedragingen en/of het ondergaan van onvrijwillige seksuele gedragingen, namelijk het meermalen althans eenmaal oraal, vaginaal en/of anaal binnendringen van verdachtes penis en/of vinger(s) in het lichaam van die [aangeefster 1];

2.
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 29 september 2009 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, en/of Capelle aan den IJssel en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, met iemand, te weten

[aangeefster 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [aangeefster 2] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [aangeefster 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 2], namelijk het een of meermalen inbrengen/houden van zijn, verdachtes vinger en/of penis in de mond en/of vagina en/of anus van die [aangeefster 2];

en/of

Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 29 september 2009 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, en/of Capelle aan den IJssel en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, met iemand, te weten [aangeefster 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [aangeefster 2] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [aangeefster 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 2], namelijk het een of meermalen inbrengen/houden van zijn, verdachtes vinger en/of penis in de mond en/of vagina en/of anus van die [aangeefster 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

dat hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2009 tot en met 29 september 2009 te Rotterdam en/of Poortugaal (gemeente Albrandswaard) en/of Capelle aan den IJssel en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, in elk geval in Nederland, meermalen althans eenmaal door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of met een andere feitelijkheid [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk daartoe genoemde [aangeefster 2] meermalen althans eenmaal geslagen, geschopt, geduwd en/of gewelddadig vastgehouden en/of meermalen althans eenmaal opgesloten in een ruimte waar die handelingen werden ondergaan en/of die [aangeefster 2], die vanwege haar geestelijke beperkingen meer dan normaal mondige vrouwen beïnvloedbaar is, dwingend en/of dreigend toegesproken, onder verband waarvan die [aangeefster 2] door hem, verdachte, werd gedwongen tot onvrijwillige seksuele gedragingen en/of het ondergaan van onvrijwillige seksuele gedragingen, namelijk het meermalen althans eenmaal oraal, vaginaal en/of anaal binnendringen van verdachtes penis en/of vinger(s) in het lichaam van die [aangeefster 2];

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 primair en onder 2, 3, 4 en 5 en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 subsidiair en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

Vrijspraak

Het hof is met de verdediging en de advocaat-generaal van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 primair en onder 2, 3, 4 en 5 en het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 primair en onder 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 subsidiair en in de zaak met parketnummer

10-751019-09 onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair ten laste gelegde evenmin wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte ook daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt te dien aanzien als volgt.

Op 20 februari 2012 heeft in de zaak van de verdachte een regiezitting plaatsgevonden. Het hof heeft daarbij de verzoeken toegewezen om de getuigen [aangeefster 1] en [aangeefster 2] te horen bij de raadsheer-commissaris. Deze verhoren hebben plaatsgevonden op 19 juni 2013.

Ter terechtzitting van 7 februari 2013 heeft de advocaat-generaal een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ingediend om aan feit 1 in de zaak met parketnummer 10-750076-08 en aan feit 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-751019-09 een subsidiair verwijt toe te voegen. Het hof heeft deze vordering tot wijziging toegestaan. De verdediging heeft daarop wederom een verzoek tot het horen van deze getuigen gedaan om de getuigen naar aanleiding van deze nieuwe beschuldigingen te bevragen.

Het hof heeft de beslissing op dit verzoek op de terechtzitting van 21 februari 2013 aangehouden in afwachting van de resultaten van het onderzoek van een deskundige naar het antwoord op de vraag of de gezondheid of het welzijn van de getuigen door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht.

Het hof heeft ter terechtzitting van 10 december 2013 dit verzoek afgewezen onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 288, eerste lid aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering en de Rapportage van het Diagnostisch Expertise Centrum d.d. 1 juli 2013 opgesteld door dr. R. Bullens waarin wordt geadviseerd [aangeefster 1] en [aangeefster 2] niet op te roepen voor de zitting, omdat het plausibel is te achten dat het psychische welbevinden van beiden (verder) kan worden aangetast.

Het gevolg van deze beslissing is dat de verdediging niet in de gelegenheid is geweest gebruik te maken van haar in artikel 6, eerste en derde lid 3 aanhef en onder d EVRM neergelegde ondervragingsrecht ten aanzien van beide getuigen met betrekking tot de nieuwe aan verdachte verweten gedragingen. Dit recht raakt aan de kern het recht op een eerlijk proces.

Gelet op de omstandigheid dat het bewijs voor de aan verdachte verweten gedragingen in beslissende mate steunt op de verklaringen van deze beide getuigen en dat de verdediging geen compensatie op dit punt kan worden geboden, omdat naar het oordeel van het hof bij de afweging van het belang van strafvordering tegen de mogelijke risico’s voor hun psychische gezondheid dit laatste belang zwaarder moet wegen en derhalve deze getuigen niet kunnen worden gehoord noch ter terechtzitting noch op andere wijze, is het hof van oordeel dat de verklaringen van deze getuigen niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden.

Gelet op het vorenstaande ontbreekt voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 subsidiair en in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding [aangeefster 1]

In het onderhavige strafproces heeft [aangeefster 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 30.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 2.000,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering is door en namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 primair en subsidiair, 2, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Het hof merkt op dat de bij vonnis van de rechtbank van 23 april 2013 genomen beslissingen ten aanzien van -onder meer- het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 3 ten laste gelegde reeds onherroepelijk zijn geworden. Dit brengt met zich mee dat de beslissing ter zake van de vordering van de benadeelde partij, die betrekking heeft op de geleden schade als gevolg van het aan de verdachte in bovengenoemde zaak onder 3 ten laste gelegde, dat is bewezen verklaard, eveneens onherroepelijk is geworden en derhalve in stand blijft.

Vordering tot schadevergoeding [aangeefster 2]

In het onderhavige strafproces heeft [aangeefster 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 5.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 2.000,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering is door en namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Het hof merkt op dat de bij vonnis van de rechtbank van 23 april 2013 genomen beslissingen ten aanzien van -onder meer- het in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 3 ten laste gelegde reeds onherroepelijk zijn geworden. Dit brengt met zich mee dat de beslissing ter zake van de vordering van de benadeelde partij, die betrekking heeft op de geleden schade als gevolg van het aan de verdachte in bovengenoemde zaak onder 3 ten laste gelegde, dat is bewezen verklaard, eveneens onherroepelijk is geworden en derhalve in stand blijft.

Vorderingen tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 13 mei 2005 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Het openbaar ministerie heeft voorts gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 2 januari 2008 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vorderingen van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straffen, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In het deel van het vonnis waartegen het beroep zich niet richt, is de vordering tot tenuitvoerlegging van bovengenoemde straf toegewezen, op de grond dat de verdachte ten aanzien van respectievelijk de bewezen verklaarde feiten onder parketnummers 10/66305208 en 10/751004-09 en van het bewezen verklaarde feit onder parketnummer 10/751019-09, niet zijnde de onderhavige feiten, werd veroordeeld. De veroordeling voor deze feiten is inmiddels onherroepelijk geworden.

Dit brengt met zich mee dat de beslissingen ter zake van de vorderingen tot tenuitvoerlegging eveneens onherroepelijk zijn geworden.

Het hof zal het openbaar ministerie derhalve in lijn met de uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2003:AL6828, r.o. 5.4) niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot tenuitvoerlegging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-750076-08 onder 1 primair en subsidiair, 2, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 10-751019-09 onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 1]

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster 1] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [aangeefster 2]

Verklaart de benadeelde partij [aangeefster 2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 13 mei 2005, rolnummer 22-006974-04, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 2 januari 2008, parketnummer 09-535001-08, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Dit arrest is gewezen door mr. C.M. le Clercq-Meijer,

mr. M.J.J. van den Honert en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier mr. J. van der Vegte.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 december 2013.