Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4786

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
200.123.867
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Verdeling. Gezamenlijke bankrekening: onderscheid bevoegdheid over de rekening te beschikken en gerechtigdheid tot het saldo van de rekening. Vordering afgifte hyptoheekakte afgewezen op grond van karakter nu in kort geding bewijslevering niet aan de orde is. Eigendom woning Spanje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF Den Haag

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.123.867

Zaak-rolnummer Rechtbank : C/09/432579/KORT GEDING ZA 12-1367

arrest van 10 december 2013

inzake

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

appellante, tevens incidenteel geïntimeerde,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat: mr. J. Dongelmans te Nieuwerkerk aan den IJssel,

tegen

[de man]

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde, tevens incidenteel appellant,

hierna te noemen de man,

advocaat: mr. J.A.M. Koorn – Harkema te Leiden.

1 Het geding

Bij exploot van 7 februari 2013 is de vrouw in hoger beroep gekomen van het vonnis van 24 januari 2013 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag tussen de partijen gewezen.

De vrouw heeft op 15 maart 2013 een herstel exploot uitgebracht aangezien zij verzuimd had de uitgebrachte dagvaarding aan te brengen ter rolle van 5 maart 2013.

Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.

Bij memorie van grieven heeft de vrouw 4 grieven aangevoerd.

Bij memorie van antwoord heeft vrouw de grieven bestreden. Tevens heeft de man incidenteel appel ingesteld onder aanvoering van 1 grief.

Bij memorie van antwoord in het incidentele appel heeft de vrouw de grief bestreden.

De vrouw heeft haar procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.

2 Beoordeling van het hoger beroep

Algemeen

1. Voor zover tegen de feiten geen grief is gericht gaat het hof uit van de feiten zoals deze in het bestreden vonnis zijn vastgesteld.

2. Door de vrouw wordt gevorderd: te vernietigen het vonnis op 24 januari 2013, door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen, en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van de vrouw, integraal toe te wijzen, en derhalve:

- de man te veroordelen om binnen een week na het ten deze te wijzen arrest een bedrag van € 3.000,- te betalen op de zogenaamde hypotheekrekening bij de ABN-AMRO bank

nr. [nummer], te vermeerderen met een eventueel door de ABN-AMRO bank ter zake van de debetstand op deze rekening opgelegde debetrente c.q. boete,

- de man te veroordelen binnen een week na het ten deze te wijzen arrest een bedrag van € 10.450,25 te betalen aan de vrouw, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf heden tot aan de voldoening,

- de man te verbieden om van de zogenaamde hypotheekrekening bij de ABN-AMRO bank nr. [nummer] contante opnamen te doen in de toekomst, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per keer, voor iedere keer dat de man zulks doet,

- de man te veroordelen binnen een week na het ten deze te wijzen arrest een bedrag van € 5.281,15 te betalen aan de vrouw, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf heden tot aan de voldoening,

- de man te veroordelen om binnen een week na het ten deze te wijzen arrest aan de vrouw over te leggen een door de notaris gewaarmerkt afschrift van de in juni / juli 2010 verleden hypotheekakte met betrekking tot de woning in Spanje, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat de man daarmede in gebreke blijft,

- de man te veroordelen om binnen een week na het ten deze te wijzen arrest aan de vrouw over te leggen een door de verkopende makelaar afgegeven verklaring betreffende de verkoopactiviteiten ten aanzien van de woning in Spanje, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat de man daarmede in gebreke blijft,

- met veroordeling van de man in de kosten van beide instanties.

3. Door de man wordt gevorderd: het vonnis van de voorzieningenrechter sub 4.1 en 4.2 te vernietigen en te bepalen dat deze vorderingen van de vrouw alsnog worden afgewezen en voor zover de vrouw al dwangsommen heeft geïncasseerd, deze bedragen aan de man te vergoeden.

Grief 1

4. Het hof begrijpt uit de toelichting op de grief dat de vrouw van mening is dat de man niet mag beschikken over de gelden die staan op de bankrekening [nummer]; het hof verwijst naar punt 19 van de memorie van grieven. De man heeft gesteld dat de hiervoor genoemde bankrekening een gezamenlijke rekening is van partijen waarvan beide partijen een bankpas hebben. Het hof overweegt als volgt. Gezien het feit dat de bankrekening [nummer] op beider naam staat zijn beide partijen bevoegd om over deze bankrekening te beschikken. Het feit dat beide partijen over de bankrekening kunnen beschikken laat onverlet de vraag wie van de partijen gerechtigd is tot het saldo van de rekening of wie van de partijen verplicht (draagplicht) is om een negatief saldo aan te vullen. De kort geding procedure leent zich er niet voor om vorenstaande vragen te beantwoorden nu het hof niet op een eenvoudige wijze kan vaststellen door welke feiten en omstandigheden het saldo al dan niet positief of negatief is ontstaan. Voor zover de vrouw aanvoert dat zij in eerste aanleg niet heeft kunnen reageren op stellingen van de man, is dat in hoger beroep hersteld. De grief treft geen doel.

Grief 2

5. Deze grief richt zich tegen rechtsoverweging 3.2 van het bestreden vonnis. Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw aan deze grief in haar petitum geen vordering verbonden zodat het hof deze grief onbesproken zal laten. Voor zover de vrouw een verklaring van recht wenst te verkrijgen over de vraag of de man al dan niet onrechtmatig heeft gehandeld, is het hof van oordeel dat de onderhavige kort geding procedure zich hier eveneens niet voor leent.

Grief 3

6. Het hof begrijpt uit deze grief dat de vrouw het niet eens is met het oordeel van de voorzieningenrechter dat in kort geding de man niet veroordeeld kan worden tot afgifte van de akte. De man heeft gesteld dat hij de hypotheekakte al aan de vrouw heeft verstrekt. Het hof overweegt als volgt. Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat de kort geding procedure niet kan voorzien in de mogelijkheid te onderzoeken of de man al dan niet in verzuim is met betrekking tot het verstrekken van de hypotheekakte, nu bewijslevering in kort geding niet aan de orde is. De grief treft geen doel.

Grief 4

7. Deze grief komt naar het hof begrijpt er op neer dat de man in de visie van de vrouw in de proceskosten dient te worden veroordeeld omdat de vrouw door zijn (niet)handelen wordt gedwongen om te procederen. De voorzieningenrechter heeft gezien de relatie tussen partijen naar het oordeel van het hof de kosten tussen partijen kunnen compenseren als gedaan.

Grief 1 Incidenteel appel

8. De man stelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat partijen mede-eigenaar zijn van de woning te [plaatsnaam] Spanje. De man is alleen eigenaar van de hiervoor vermelde woning en op grond daarvan behoeft hij aan de vrouw geen informatie te verstrekken met betrekking tot de verkoop van de woning.

9. Door de vrouw wordt de stelling van de man niet bestreden dat hij alleen eigenaar is van de woning te[plaatsnaam] te Spanje.

10. Het hof overweegt als volgt. Gezien het feit dat de man alleen eigenaar is van de woning in [plaatsnaam] Spanje is er geen rechtsgrond aanwezig op grond waarvan hij aan de vrouw inlichtingen dient te verstrekken omtrent de verkoop van de hiervoor vermelde woning.

Gedeeltelijke vernietiging

11. Het vorenstaande brengt mee dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd voor zover de man is veroordeeld om binnen een maand na betekening van dit vonnis aan de vrouw over te leggen een door de verkopende makelaar afgegeven verklaring omtrent de verkoopactiviteiten ten aanzien van de bij de man en de vrouw gezamenlijk in eigendom zijnde woning in [plaatsnaam] Spanje, dit op straffen van een dwangsom van € 250, - voor iedere dag dat de man daarmee in gebreke blijft, dit tot een maximum van € 5.000, -.

Proceskosten

12. Gezien het feit dat er sprake is van ex-echtgenoten acht het hof het evenals de rechtbank redelijk en billijk om ook de proceskosten in hoger beroep tussen partijen te compenseren.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 24 januari 2013 tussen partijen gewezen voor zover daarbij de man is veroordeeld om binnen een maand na betekening van dit vonnis aan de vrouw over te leggen een door de verkopende makelaar afgegeven verklaring omtrent de verkoopactiviteiten ten aanzien van de bij de man en de vrouw gezamenlijk in eigendom zijnde woning in [plaatsnaam] Spanje, dit op straffe van een dwangsom van € 250, - voor iedere dag dat de man daarmee in gebreke blijft, dit tot een maximum van € 5.000, - en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

wijst de daartoe strekkende vordering van de vrouw in zoverre alsnog af;

bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen zijn eigen proceskosten draagt;

Dit arrest is gewezen door mrs. Labohm, Kamminga en Stollenwerck en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2013 in aanwezigheid van de griffier.