Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4747

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
22-001466-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een destijds ruim vijftienjarig meisje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-001466-13

Parketnummer: 09-715588-12

Datum uitspraak: 17 december 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 maart 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 3 december 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, waarvan 120 dagen, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 februari 2011 te Voorhout, gemeente Teylingen, met [naam slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of (daarbij) een of meerdere op- en neergaande beweging(en) gemaakt.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 februari 2011 te Voorhout, gemeente Teylingen, met [naam slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de vagina van die [naam slachtoffer] gebracht en gehouden en daarbij op- en neergaande bewegingen gemaakt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman het verweer gevoerd dat verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, op gronden zoals in zijn overgelegde pleitaantekeningen vermeld.

De kern van zijn verweer is dat het ontuchtige karakter van de handelingen door omstandigheden is komen te vervallen.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende:

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte op 25 februari 2011 te Voorhout seksueel is binnengedrongen bij [naam slachtoffer], geboren op 2 augustus 1995. Verdachte heeft dit onder meer tijdens de terechtzitting in hoger beroep bekend. Aangeefster had op 25 februari 2011 de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt, zodat zijn handelen, gelet op het bepaalde in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht in beginsel strafbaar is. De leeftijdsgrens van 16 jaar is een geobjectiveerd grens.

Blijkens vaste jurisprudentie kan het ontuchtig karakter van handelingen zoals tenlastegelegd aan de verdachte echter ontbreken bijvoorbeeld bij een vrijwillig contact tussen personen die in geringe mate in leeftijd verschillen terwijl bij een aanzienlijk leeftijdsverschil het seksuele contact in de regel ontuchtig zal zijn. Of het seksuele contact plaatsvond terwijl er enige relatie tussen betrokkenen was, lijkt niet doorslaggevend. In deze zaak is er sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil. Bovendien was geen sprake van een affectieve relatie, maar een eenmalig seksueel contact, zodat ook hierdoor het ontuchtig karakter van het handelen niet kan komen te vervallen.

Met betrekking tot de vraag of er overigens feiten en omstandigheden zijn waardoor het ontuchtig karakter van de handelingen komt te vervallen, overweegt het hof als volgt.

Het hof merkt daarbij allereerst op dat zij de verklaring van aangeefster op essentiële onderdelen zoals het gedwongen karakter van de ten laste gelegde handelingen, op geen enkele wijze aannemelijk acht geworden, gelet op de overige in het strafdossier aanwezige verklaringen. Gelet hierop zal het hof uitgaan van de verklaring zoals die door de verdachte is afgelegd. Die verklaring wordt op een aantal punten ondersteund door andere zich in het dossier bevindende verklaringen.

Volgens verdachte heeft hij de avond voorafgaand aan de tenlastegelegde handelingen in café X [naam slachtoffer] en haar 19 jarige vriendin [Y] ontmoet. Verdachte was op de hoogte van de leeftijd van [Y]. Vervolgens is hij met een aantal vrienden naar [Z] te Noordwijk gegaan, waar je 18 jaar of ouder moet zijn om te worden binnengelaten. In Noordwijk is hij aangeefster wederom tegengekomen, heeft met haar gesproken en zij hebben samen wat alcohol gedronken. Zij vertelde hem dat zij 19 jaar oud was aan welke mededeling hij geen moment heeft getwijfeld, mede gelet op haar uiterlijk. Niet alleen verdachte heeft verklaard dat hij geen ogenblik heeft getwijfeld over de door aangeefster zelf genoemde leeftijd, ook uit de verklaringen van [naam] en [naam] leidt het hof af dat  [naam slachtoffer] er niet zonder meer als een 15 jarig meisje uit heeft gezien op betrokken datum. Bovendien is uit geen van de verklaringen in het dossier naar voren gekomen dat aangeefster moeite heeft gehad te worden binnen gelaten in [Z] ondanks de daar geldende leeftijdsgrens van 18 jaar. 

Bij sluitingstijd tegen 03.00 uur is besproken met een aantal naar Voorhout te gaan voor een afterparty. Ook aangeefster en [naam] zijn daarheen gegaan, hoewel aangeefster daarvoor met een andere vriendin, [naam] had afgesproken dat ze met haar mee naar huis zou gaan om daar te blijven slapen. Op de afterparty heeft de aangeefster de verdachte herhaalde malen betast. De aangeefster vroeg de verdachte op de afterparty of hij met haar mee wilde gaan. Vervolgens zijn de verdachte en aangeefster een steeg doorgelopen en hebben zij daar seksueel contact gehad. Verdachte heeft verklaard dat [naam slachtoffer] die nacht al eerder een aantal maal toenadering tot hem zocht en hem in feite heeft overgehaald verder te gaan met het lichamelijk contact.

[naam] heeft voorts verklaard dat aangeefster zich bij het uitgaan wel eens vaker losbandig gedroeg en dat zij beiden de betreffende avond alcoholhoudende drank hebben gebruikt.

Alles overwegende zijn er naar het oordeel van het hof onvoldoende feiten en omstandigheden die het ontuchtig karakter aan de bewezen verklaarde handelingen tussen aangeefster en verdachte ontnemen.

Derhalve wordt het verweer van de raadsman door het hof verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid van de verdachte

Door de raadsman is subsidiair aangevoerd dat de verdachte geen verwijt gemaakt kan worden van zijn handelen, waardoor de strafbaarheid van hem dient te komen vervallen en hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De hof is met de rechtbank van oordeel dat de bescherming van de minderjarige bij het bepaalde in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht centraal staat, zodat een beroep op afwezigheid van alle schuld met betrekking tot de leeftijd niet gemakkelijk aanvaard kan worden. Hoewel aannemelijk is dat de verdachte niet geweten heeft dat [naam slachtoffer] de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt is dat naar het oordeel van het hof onvoldoende reden hem te ontslaan van rechtsvervolging. Zoals hiervoor reeds aangegeven, is de leeftijd geobjectiveerd.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, waarvan 120 dagen, subsidiair 60 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Strafoplegging

Bij het bepalen van de strafmaat houdt het hof rekening met de navolgende omstandigheden:

Verdachte is niet eerder wegens een strafbaar feit veroordeeld

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van een destijds ruim vijftienjarig meisje. Een dergelijk feit rechtvaardigt in principe een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Gelet op de feiten en omstandigheden, zoals weergegeven in de nadere bewijsoverweging, is het hof echter van oordeel dat het in deze specifieke zaak, niet opportuun is om deze verdachte een straf op te leggen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Moussault, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. C.M.P. Flint-Van Noort, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 december 2013.

Mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. C.M.P. Flint-Van Noort zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.