Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4746

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
22-001103-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

veroordeling ter zake van poging tot moord

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/23

Uitspraak

Rolnummer: 22-001103-13

Parketnummer: 11-710069-12

Datum uitspraak: 17 december 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 maart 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 3 december 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het impliciet primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met de bijzondere voorwaarde:

- dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

- dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet houden aan het meldingsgebod;

- dat verdachte tijdens de proeftijd een psychologische behandeling ondergaat bij een forensische polikliniek als De Waag of Het Dok of een soortgelijke instelling.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 mei 2011 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] (zijn echtgenote) van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp ter hand heeft genomen en na deze met beide handen boven het hoofd te hebben gehouden vervolgens met kracht tegen het hoofd van de in slaap zijnde [naam slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:
hij op of omstreeks 31 mei 2011 te Dordrecht zijn levensgezel, althans een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een hoofdwond), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, welke hij eerst boven zijn verdachtes hoofd hield met kracht tegen het hoofd van (de slapende) [naam slachtoffer] te slaan;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 31 mei 2011 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel, althans een persoon genaamd

[naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp ter hand heeft genomen en na deze met beide handen boven het hoofd te hebben gehouden vervolgens met kracht tegen het hoofd van de in slaap zijnde [naam slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het impliciet primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 31 mei 2011 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] (zijn echtgenote) van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een honkbalknuppel, ter hand heeft genomen en na deze met beide handen boven het hoofd te hebben gehouden vervolgens met kracht tegen het hoofd van de in slaap zijnde [naam slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsmotivering

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het impliciet primair (poging tot moord) ten laste gelegde, nu hij, kort gezegd, niet met voorbedachten raad heeft gehandeld, een en ander zoals nader toegelicht in de door de raadsvrouw overgelegde pleitnotities.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep van

3 december 2013, stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.

De verdachte heeft verklaard dat hij en zijn gezin op

1 juni 2011 uit hun woning zouden worden gezet, tenzij hij voordien de huurachterstand zou hebben opgelost. Zijn vrouw was niet op de hoogte van de dreigende uitzetting. De verdachte heeft tot op het laatst geprobeerd orders binnen te krijgen om aan te tonen dat hij op korte termijn over geld zou kunnen beschikken en zodoende zijn huurachterstand alsnog op te lossen. Op 31 mei 2011 rond 02.00 uur is hij wakker geworden en is hij gaan piekeren over een oplossing.

De verdachte is die nacht twee maal naar beneden gegaan om op internet te kijken of een mogelijke klant alsnog had gereageerd op zijn offerte. Nadat de verdachte had geconstateerd dat ook deze order niet doorging, raakte hij in paniek en zag hij geen uitweg meer. Eerst dacht hij: “Ik doe mezelf iets aan” maar bedacht dat hij dan zijn vrouw met twee kinderen achterliet “met alle sores”. Toen dacht hij: “We gaan met zijn allen”. Omstreeks 06.00 uur is de verdachte uit bed gestapt. Hij heeft toen, met de bedoeling om zijn vrouw te vermoorden, een honkbalknuppel, die in hun slaapkamer lag, gepakt. Vervolgens heeft hij één been op het bed gezet, de honkbalknuppel met beide handen boven zijn hoofd geplaatst en met kracht in de richting van het hoofd van zijn vrouw geslagen, waarbij zij met de knuppel op de linkerzijde van haar hoofd boven haar oor is geraakt.

Nadat de verdachte bemerkte dat zijn vrouw zich omdraaide begon hij te gillen en is hij volledig in paniek geraakt.

Het hof is op grond van deze gang van zaken van oordeel dat de impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord bewezen is. De verdachte heeft vanaf 02.00 uur gezocht naar een oplossing, en heeft, toen die oplossing zich niet aandiende, welbewust en overwogen besloten zijn vrouw om het leven te brengen. Hij heeft, gelet op het tijdverloop tussen denken en handelen en de door hem zelf gemelde overwegingen in die periode, de gelegenheid gehad en genomen na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Derhalve heeft de verdachte naar het oordeel van het hof gehandeld met de ten laste gelegde voorbedachte rade.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Poging tot moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw ter zake van het primair ten laste gelegde bepleit

dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu er sprake is geweest van vrijwillige terugtred als bedoeld in artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht, een en ander zoals nader toegelicht in de door haar overgelegde pleitnotities.

Het hof verwerpt dit verweer.

De verdachte heeft verklaard dat hij de honkbalknuppel met beide handen boven zijn hoofd heeft geplaatst en dat hij met kracht in de richting van het hoofd van zijn vrouw heeft geslagen met de bedoeling haar te doden. Zijn vrouw is met de knuppel op de linkerzijde van haar hoofd boven haar oor geraakt.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat een  dergelijke gerichte klap met een honkbalknuppel in beginsel geschikt is om iemand dodelijk letsel toe te brengen en dat in casu derhalve sprake is geweest van een voltooide poging, zodat van vrijwillige terugtred geen sprake is. Dat de verdachte vervolgens de knuppel heeft weggegooid en niet nogmaals heeft geslagen, is gelet op het voorgaande niet relevant.

Er is ook anderszins geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het impliciet primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met de bijzondere voorwaarde zoals in eerste aanleg is opgelegd, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot moord op zijn echtgenote. De verdachte en zijn gezin verkeerden destijds in financiële problemen en dreigden de volgende dag door een huurachterstand, waar alleen de verdachte van op de hoogte was, uit hun woning te worden gezet. De verdachte kon een uithuiszetting voorkomen door alsnog een opdracht binnen te halen. Toen dit mislukte heeft verdachte, uit schaamte voor en wanhoop over de dreigende uithuiszetting, ’s nachts het plan opgevat om eerst zijn echtgenote en kinderen en daarna zichzelf van het leven te beroven. Verdachte heeft in de vroege morgen een honkbalknuppel gepakt en heeft daarmee zijn echtgenote met kracht op haar hoofd geslagen. Zij heeft aan de klap een wond en een bult op haar hoofd over gehouden. Dat dit incident niet met andere, fatale gevolgen is afgelopen is slechts een gelukkig toeval.

Een delict als het onderhavige draagt een voor de rechtsorde schokkend karakter en brengt bij de burgers angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Het hof heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële documentatie d.d. 19 november 2013 omtrent de verdachte, waaruit naar voren komt dat de verdachte nimmer is veroordeeld voor strafbare feiten.

Ter terechtzitting in hoger beroep is, onder meer blijkens de verklaring van de echtgenote van de verdachte, komen vast te staan dat de verdachte een goede relatie heeft met zijn vrouw en kinderen. In het gezin is het nodige veranderd, bijvoorbeeld waar het gaat om het praten over problemen en het gezamenlijk zoeken naar oplossingen. De financiële problemen zijn, met hulp van familie, opgelost. De verdachte werkt op dit moment op contractbasis in loondienst, welke contract in de toekomst hoogstwaarschijnlijk zal worden omgezet naar een vast dienstverband.

Daarnaast heeft de verdachte, om te trachten te achterhalen hoe het zover heeft kunnen komen en om herhaling te voorkomen, zich onder behandeling van het DOK te Dordrecht gesteld. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven het nut van deze behandeling in te zien en deze te willen voltooien.

Hoewel gelet op de ernst van het feit een straf zoals in eerste aanleg is opgelegd in de rede ligt, is het hof van oordeel, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, dat gelet op de bijzondere omstandigheden in dit geval de navolgende voorwaardelijke gevangenisstraf een passende en geboden reactie vormt op het aan de verdachte verweten en bewezenverklaarde strafbare feit. Gezien de huidige omstandigheden van de verdachte heeft het daarnaast opleggen van een taakstraf, zoals door de advocaat-generaal geëist, geen toegevoegde waarde.

Gelet op het bovenstaande en teneinde herhaling van een dergelijk feit door de verdachte te voorkomen, acht het hof het noodzakelijk aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te koppelen, zoals in eerste aanleg is opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of t.b.v. vaststelling identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs a.b.i. art. 1 Wet o/d identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit nodig oordeelt, ook indien de aanwijzingen inhouden een psychologische behandeling ondergaan bij een forensisch polikliniek als De Waag of Het Dok of een soortgelijke instelling.

Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Moussault, mr. S.A.J. van ’t Hul en mr. C.M.P. Flint-Van Noort, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 december 2013.

Mr. C.M.P. Flint-Van Noort is buiten staat dit arrest te ondertekenen.