Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4575

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
22-005933-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een laptop uit een woning en aan diefstal van een sleutel uit een hotel.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005933-12

Parketnummers: 09-103490-12 en 09-191442-12

Datum uitspraak: 27 november 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 18 december 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1985,

blijkens opgave van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep feitelijk woonachtig op het [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van13 november 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is bij voornoemde parketnummers en achtereenvolgens door het hof doorlopend genummerd ten laste gelegd dat:

1. (

parketnummer 09-103490-12):

hij op of omstreeks 9 november 2011 te Delft met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

2. (

parketnummer 09-191442-12):

hij op of omstreeks 17 juni 2012 te Delft met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hotel Grand Canal en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

1

en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenis-straf voor de duur van 12 weken, met aftrek van voorarrest.

Voorts is de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde partij 1] Vigo, toegewezen tot een bedrag van € 600,-- en is aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde partij 1] Vigo, opgelegd tot een bedrag van € 600,--, subsidiair 12 dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:



1.
hij op 9 november 2011 te Delft met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning heeft weggenomen een laptop, toebehorende aan [benadeelde partij 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

2.


hij op 17 juni 2012 te Delft met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sleutel, toebehorende aan Hotel Grand Canal.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere overweging met betrekking tot feit 1

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, primair nu het dactyloscopisch onderzoek niet voldoet aan de regelen der kunst en zodoende niet redengevend kan zijn voor het bewijs en subsidiair nu het enkele aantreffen van een vingerafdruk van verdachte onvoldoende is voor een bewezenverklaring, een en ander zoals nader toegelicht in de door haar overgelegde pleitnotities.

Het hof overweegt omtrent het primaire verweer als volgt.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof het volgende vast.

Op 11 november 2011 wordt door [benadeelde partij 1] aangifte gedaan van diefstal uit zijn woning gelegen aan de [adres], gepleegd op 9 november 2011 tussen 17.30 uur en 19.00 uur.

Blijkens het proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 15 november 2011 met nr. PL15J1 2011237657-2 is op 11 november 2011 door [ambtenaar 1], buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, 1e Lijns Forensisch Technisch Onderzoek bureau forensische onderzoeken politie Haaglanden en [ambtenaar 2], buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, Bureau Forensische Opsporing politie Haaglanden, een forensisch onderzoek naar sporen verricht aan de [adres].

Tegen de voorgevel van het pand stond een stalen stellage in verband met verfwerkzaamheden. De betreffende woning van aangever bevond zich op de 1e etage aan de voorzijde van het pand. Door de verbalisanten is vanaf de stellage het dactyspoor dat op het linker raam was achtergelaten door de dader, gefotografeerd en veiliggesteld. Het betreffende dactyloscopisch spoor was gezet in verse aangebrachte groene verf.

Vervolgens zijn de genoemde sporen/sporendragers omschreven, gewaarmerkt en op de daartoe geëigende wijze veiliggesteld en voor nader onderzoek aangeboden aan de daartoe bestemde deskundigen onder vermelding van AADD7931NL.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2012 nr. PL15J1 2011237657-16 opgemaakt door M.F. den Besten, werkzaam als senior deskundige forensische opsporing (dactyloscopisch) bij Bureau Forensische Opsporing van politie Haaglanden, blijkt dat Den Besten op 30 maart 2012 het dactyloscopisch spoor SVO AADD7931NL vergeleken heeft met het dactyloscopisch signalement van de verdachte en dat daaruit is gebleken dat het spoor SVO AADD7931NL identiek is aan de afdruk van de linker duim (biometrienummer 310000929478) van de verdachte.

Naar het oordeel van het hof dienen bovenomschreven handelingen te worden aangemerkt als een technisch onderzoek, hetgeen geen inschakeling van een deskundige in de zin van artikel 51k Wetboek van Strafvordering vereist. Voorts is het hof van oordeel dat het technisch onderzoek voldoet aan de daarvoor geldende kwaliteitseisen. Het hof zal de resultaten van het technisch onderzoek dan ook voor het bewijs bezigen.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Gelet op het voorgaande wordt door het hof ook het subsidiair en geheel voorwaardelijke verzoek van de raadsvrouw afgewezen, inhoudende om een deskundige te benoemen zodat het onderzoek alsnog met inachtneming van de wettelijke voorschriften kan worden uitgevoerd.

Meer subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat het enkele aantreffen van een dactyloscopisch spoor onvoldoende is voor een bewezenverklaring.

Naar het oordeel van het hof is de locatie van het aangetroffen spoor (op de eerste etage) en het tijdstip waarop het spoor is gezet (toen de verf nog nat was hetgeen blijkens de aangifte het geval was op 9 november bij het verlaten van de woning door de aangever) in combinatie met het ontbreken van een verklaring van de verdachte voor het aantreffen van het spoor op die plaats en tijd voldoende om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een laptop uit een woning en aan diefstal van een sleutel uit een hotel.

Dergelijke delicten brengen naast onrustgevoelens ook financiële schade voor de slachtoffers met zich mee.

Daarnaast brengen feiten zoals het onderhavige bij de burgers in het algemeen gevoelens van onbehagen teweeg.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte vele malen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder voor vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Het hof acht een taakstraf in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep subsidiair is bepleit niet op zijn plaats, gelet op de ernst van de feiten en de hiervoor genoemde justitiële documentatie.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.200,--.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 1.200,--.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 600,-- (kosten laptop), met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 600,-- materiële schade (kosten laptop) is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 600,-- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) weken.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] Vigo ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 600,00 (zeshonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 600,00 (zeshonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J.J. van den Honert, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 november 2013.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.