Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4574

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
22-005412-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft, nadat hij betrokken was geraakt bij een verkeersongeval, de plaats van het ongeval verlaten.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis en ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005412-12

Parketnummer: 09-268809-11

Datum uitspraak: 27 november 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 november 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1982,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rijnmond, Gevangenis De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 13 november 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 500,--, subsidiair 10 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden.

Voorts is de teruggave aan de rechthebbende gelast van de inbeslaggenomen goederen.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 3 september 2011 te Alphen aan den Rijn als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op Hofzichtstraat, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [benadeelde partij]) letsel en/of schade was toegebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd en de raadsvrouw bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, wegens gebrek aan voldoende wettig bewijs.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof het volgende

vast.

Op 3 september 2011 te 19.56 uur vindt een verkeersongeval plaats op de Hofzichtlaan te Alphen aan den Rijn, waarbij een persoon de plaats van het ongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit bekend te maken. Ter plaatse aangekomen treft de verbalisant [verbalisant] voor het voertuig van aangever aan een bumper, met daarop het kenteken [kentekennummer]. Uit ingesteld onderzoek is gebleken dat de tenaamgestelde van dit kenteken is:

[verdachte], geboren op [geboortejaar] 1982.

De getuige [getuige] heeft op 3 september 2011 tegenover de politie verklaard dat hij die dag omstreeks 19.55 uur op de parkeerplaats op de Hofzichtplaats te Alphen aan de Rijn reed, toen hij zag dat een man in een BMW met de voorkant tegen de voorkant van een geparkeerde Opel aanreed. Vervolgens zag hij dat de BMW naar achteren de parkeerplaats af reed. Hij nam waar dat de BMW het kenteken [kentekennummer] had. Voorts zag hij dat de bumper en het kenteken van de BMW achterbleef.

In het proces-verbaal van politie bevinden zich foto’s, waarop het kenteken [kentekennummer] is te zien met een verhoogde duplicaatcode cijfer 1.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij vanaf begin 2011 tot medio juni 2012, en derhalve ook op 3 september 2011, eigenaar was van een BMW met het kenteken [kentekennummer] voorzien van de verhoogde duplicaatcode cijfer 1. Voorts heeft hij verklaard dat deze auto bij aankoop reeds was voorzien van kentekenplaten met de cijfers [kentekennummer] met de verhoogde duplicaatcode cijfer 1 en dat, toen hij de auto in juni 2012 verkocht, deze kentekenplaten nog steeds op zijn auto waren bevestigd.

Het hof acht niet aannemelijk geworden dat een andere BMW met kenteken [kentekennummer] met de verhoogde duplicaatcode cijfer 1 betrokken is geweest bij het verkeersongeval op 3 september 2011. De aangetroffen kentekenplaat betreft namelijk, mede gelet op de verhoogde duplicatiecode, een uniek exemplaar, waarvan niet is komen vast te staan dat die –zoals het hof de verklaring van de verdachte ter zitting begrijpt- in de vorm van 2 identieke valse kentekenplaten op enig tijdstip, en in ieder geval op de dag van het ongeval, op zowel de voorzijde als achterzijde van een ander voertuig van het merk BMW aangebracht zijn geweest.

Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte op geen enkel moment heeft aangegeven dat hij op 3 september 2011 zijn auto aan een ander zou hebben uitgeleend en de omstandigheid dat op de plaats van het ongeval de op de naam van verdachte staande kentekenplaat is aangetroffen, waarvoor verdachte geen aannemelijke verklaring heeft, is het naar het oordeel van het hof de verdachte geweest die als bestuurder van voornoemde BMW het verkeersongeval heeft veroorzaakt.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 september 2011 te Alphen aan den Rijn als bestuurder van een motorrijtuig door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de Hofzichtstraat, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [benadeelde partij]) schade was toegebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft, nadat hij betrokken was geraakt bij een verkeersongeval, de plaats van het ongeval verlaten.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte vele malen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder tweemaal voor overtreding van artikel 7, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) maanden.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

Een kentekenplaat [kentekennummer],

1

stuk bumper.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J.J. van den Honert, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 november 2013.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.