Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4573

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
22-005932-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van hoofdagent van politie.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005932-11

Parketnummer: 11-711239-08

Datum uitspraak: 27 november 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Dordrecht van 22 juli 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1981,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2009 en -na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden- het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 6 april 2012 en 13 november 2013.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 22 november 2011 het arrest van dit hof van 18 mei 2009 vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 ten laste gelegde en de strafoplegging, en de zaak teruggewezen naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Omvang van het hoger beroep

Gelet op voormelde procesgang is, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad bij arrest van 22 november 2011, het vonnis waarvan beroep aan het oordeel van het hof onderworpen voor zover onder 3 aan de verdachte is ten laste gelegd en in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd, dat:

hij op of omstreeks 10 maart 2008 te Hardinxveld-Giessendam opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde partij], hoofdagent van politie Zuid-Holland-Zuid, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid en/of in het openbaar (middels een internetsite) schriftelijk heeft toegevoegd de woorden "En aan meneer de agent die dit leest je moch gister zeker niet over je wijf heen" en/of "En de agenten in hardinxveld kunnen mij ASS kussen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 maart 2008 te Hardinxveld-Giessendam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [benadeelde partij], hoofdagent van politie Zuid-Holland-Zuid, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid en in het openbaar middels een internetsite schriftelijk heeft toegevoegd de woorden "En aan meneer de agent die dit leest je moch gister zeker niet over je wijf heen" en "En de agenten in hardinxveld kunnen mij ASS kussen".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde, gelet op het feit dat de door verdachte gebezigde bewoordingen in het algemeen niet beledigend zijn en dat de context waarin deze bewoordingen zijn gebruikt evenmin voldoende grond biedt voor het oordeel dat van zodanige belediging sprake is, een en ander zoals nader toegelicht in de door haar overgelegde pleitnotities.

Het hof overweegt ten aanzien van het verweer als volgt.

Een uitlating kan als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft een ander aan te randen in zijn eer en goede naam.

Het hof overweegt dat het gebruik van de door de verdachte gebezigde bewoordingen in het algemeen niet beledigend is, maar dat de context waarin deze bewoordingen zijn gebezigd voldoende grond biedt voor het oordeel dat sprake is van een zodanige belediging.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij boos was op de politieagenten, waaronder verbalisant Hoekstra, omdat zij een geluidscontrole hadden uitgevoerd op de auto van de verdachte, waarbij bleek dat de auto van de verdachte meer geluid produceerde dan toegestaan. Vervolgens is na controle het kentekenbewijs deel 1A van de verdachte ingevorderd.

De verdachte was hierover dusdanig boos en gefrustreerd, dat hij op de internetsite www.xsf-hardinxveld.nl, waarvan hij wist dat verbalisant Hoekstra deze bezocht, de navolgende teksten heeft geplaatst: “En aan meneer de agent die dit leest je moch gister zeker niet over je wijf heen” en “En de agenten in hardinxveld kunnen mijn ASS kussen”, en “hij kan beter uit mijn buurt blijven voordat ik hem ook 15 meter achter een motor mee sleur zoals ik bij zijn collega heb gedaan”.

Het hof is van oordeel dat de twee eerstgenoemde op internet geplaatste teksten, gericht tegen verbalisant Hoekstra in zijn functie als politiefunctionaris en vervolgens tegen de overige agenten, in combinatie met de laatst genoemde uiting, die als een bedreiging met zware mishandeling gericht tegen verbalisant Hoekstra kan worden gekwalificeerd, maken dat sprake is van een zodanige context die voldoende grond biedt voor het oordeel dat bedoelde teksten als beledigend kunnen worden gekwalificeerd.

Derhalve wordt het verweer van de raadsman door het hof verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf en de strafmaat acht geslagen op het Uittreksel Justitiële documentatie d.d. 30 oktober 2013 omtrent de verdachte, waaruit naar voren komt dat de verdachte weliswaar eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit, maar niet ter zake van feiten als thans bewezen verklaard.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat gezien de ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gekomen persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsmede gelet op het totale tijdsverloop en op de impact die het voorarrest op de verdachte heeft gehad, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Rechtdoende na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J.J. van den Honert, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier R. Luijken.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 november 2013.

Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.