Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4570

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
14-10-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
22-001048-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan vernieling.

Het Hof verklaart het primair bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging. Wat betreft het subsidiair bewezen verklaarde veroordeelt het Hof de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-001048-13

Parketnummer: 09-817576-13

Datum uitspraak: 14 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage van 28 februari 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1976,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Holland – Huis van Bewaring De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 september 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 februari 2013 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel weg te nemen (een) goed(eren) van zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij] (gevestigd: [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door (meermalen) tegen de (toegangs)deur(en) van te trappen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 26 februari 2013 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk (een) (toegangs)deur(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk (meermalen) tegen die (toegangs)deur(en) te trappen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 26 februari 2013 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel weg te nemen (een) goed(eren) van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij] (gevestigd: [adres]) en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak door meermalen tegen de toegangsdeuren te trappen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op 26 februari 2013 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk toegangsdeuren, toebehorende aan [benadeelde partij] en/of [benadeelde partij], beschadigd door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk meermalen tegen die toegangsdeuren te trappen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde

De officier van justitie heeft zich in zijn appèlmemorie op het standpunt gesteld dat de verdachte op basis van de tenlastelegging kan worden veroordeeld ter zake van poging tot diefstal door middel van braak. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep de officier van justitie in dit standpunt gevolgd.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Artikel 45, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht luidt:

“Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.”

Naar de letter van de tenlastelegging genomen beschrijft deze uitsluitend een voornemen, zonder enige uitvoeringshandeling.

Nadat de advocaat-generaal hierop was gewezen heeft zij desgevraagd te kennen gegeven de tenlastelegging onverkort te handhaven. Naar het oordeel van het hof bestaat er reeds om die reden geen ruimte voor het hof om de op de tenlastelegging gebaseerde bewezenverklaring met het oog op de beoordeling van de strafbaarheid daarvan verbeterd te lezen.

Nu het primair bewezenverklaarde niet meer is dan de beschrijving van een voornemen kan dit niet als strafbaar feit worden gekwalificeerd, zodat het hof de verdachte terzake daarvan zal ontslaan van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van het subsidiair bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. Aansluitend heeft de advocaat-generaal primair gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf weken, met aftrek van voorarrest. Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan vernieling. Met zijn handelen heeft hij gebrek aan respect voor andermans eigendom getoond en heeft hij tevens overlast en financiële schade veroorzaakt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 september 2013, waaruit blijkt dat de verdachte vele malen eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Onder die eerdere veroordelingen bevinden zich vele wegens diefstal gepaard gaande met braak. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies (beknopt) d.d. 28 februari 2013, opgemaakt door reclasseringswerker M. Blaauw, en het reclasseringsadvies d.d. 13 november 2012, opgemaakt door reclasseringswerker G. Ingosi-Out.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals subsidiair is gevorderd door de advocaat-generaal een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit rechtens geldt dan wel gold.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde alsmede het subsidiair tenlastegelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels, mr. R.M. Bouritius en mr. J.M. van de Poll, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 oktober 2013.