Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4560

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
200.101.863-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0162
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Autoverzekering; bewijs diefstal auto; verzekerde wordt in hoger beroep alsnog tot bewijslevering toegelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.101.863/01

Zaaknummer rechtbank : 390620/ HA ZA 11-977

arrest d.d. 10 december 2013

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. A.G.M. Haase te Den Haag,

tegen

Unigarant N.V.,

gevestigd te Den Haag,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Unigarant,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Het verloop van het geding

1.1 Bij exploot van 6 januari 2012 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank ’s-Gravenhage tussen partijen gewezen vonnis van 9 november 2011. Bij memorie van grieven heeft hij, onder overlegging van drie producties, twee grieven tegen dat vonnis aangevoerd en toegelicht. Bij memorie van antwoord heeft Unigarant de grieven bestreden.

1.2 Vervolgens is arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

2.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.9 een aantal feiten vastgesteld. Tegen die door de rechtbank vastgestelde feiten zijn geen grieven gericht of bezwaren ingebracht, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

3.

Het gaat in deze zaak om het volgende. [appellant] heeft in november 2008 bij Unigarant een Oldtimer autoverzekering gesloten voor zijn Mercedes Benz 240t/240 D, ook wel bekend als type W114, bouwjaar 1975, met kenteken [kenteken]. Volgens de toepasselijke polisvoorwaarden is onder meer schade, ontstaan door diefstal, verzekerd. Op 2 september 2009 omstreeks 15.24 uur heeft [appellant] bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de Mercedes. Volgens de verklaring van [appellant] zoals weergegeven in het proces-verbaal van aangifte had hij zijn auto op dinsdag 1 september 2009 omstreeks 18.00 uur geparkeerd in de [A-straat] te [plaats], in het stuk straat tussen de [B-straat] en de [C-straat], keerde hij op woensdag 2 september 2009 omstreeks 14.00 uur terug op de plaats waar hij zijn auto had geparkeerd en zag hij zijn auto daar toen niet meer staan. Eveneens op 2 september 2009 heeft [appellant] de diefstal gemeld bij Unigarant. [appellant] heeft in verband daarmee twee autosleutels, een afstandsbediening voor een autoalarm en een losse ronde sleutel aan Unigarant ter beschikking gesteld. Unigarant heeft dekking geweigerd; zij stelt zich op het standpunt dat de Mercedes niet is gestolen, dat [appellant] niet heeft aangetoond dat deze is gestolen en dat hij tracht Unigarant te misleiden. Hierbij beroept Unigarant zich op een onderzoek(srapport) van het door haar ingeschakelde bureau VIDI, waarin wordt geconcludeerd dat de door [appellant] ingeleverde sleutels niet de originele sleutels van de Mercedes zijn.

4.

[appellant] vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat Unigarant op grond van de verzekeringsovereenkomst gehouden is tot betaling over te gaan van de door [appellant] geleden schade ter zake van diefstal van de Mercedes, alsmede veroordeling van Unigarant tot ongedaanmaking van de opneming van de gegevens van [appellant] in het incidentenregister, het doorgeven van die gegevens aan de stichting CIS in Zeist en het op de hoogte brengen van het Bureau Justitiële Zaken van het Verbond van Verzekeraars. Unigarant vordert in reconventie vergoeding van de door haar gemaakte onderzoekskosten en advocaatkosten, waaraan zij ten grondslag legt dat [appellant] tekortschiet in zijn polisverplichtingen, althans onrechtmatig jegens haar handelt, door te proberen onder valse voorwendselen een uitkering te krijgen onder de polis. De rechtbank heeft de vorderingen in conventie afgewezen en de reconventionele vordering deels toegewezen en voor het overige afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank met name betekenis toegekend aan het feit dat [appellant] twee gelijke sleutels heeft ingeleverd, terwijl uit het rapport van VIDI volgt dat het portier- en contactslot en het kofferbakslot bij het onderhavige type Mercedes niet gelijk zijn. [appellant] heeft zijn stelling dat de sloten van zijn Mercedes met één sleutel konden worden bediend, onvoldoende onderbouwd volgens de rechtbank.

5.

Met zijn grieven verwijt [appellant] de rechtbank ten onrechte de conclusies van het rapport van VIDI te hebben overgenomen en komt [appellant] op tegen het oordeel dat hij zijn stelling dat zijn auto is gestolen, onvoldoende heeft onderbouwd. [appellant] voert ter toelichting onder meer aan dat de stelling / constatering van VIDI dat het portier- en contactslot en het kofferbakslot bij het onderhavige type Mercedes niet gelijk zijn, niet onomstotelijk is bewezen. [appellant] wijst erop dat de voormalige eigenaar [oud-eigenaar 1] tegenover VIDI heeft verklaard dat hij niet meer weet hoeveel sleutels er bij de auto zaten, hoe deze eruit zagen en ook niet of er aparte tankdopsleutels of achterbaksleutels bij zaten. [appellant] wijst er verder op dat de voormalige eigenaar [oud-eigenaar 2] tegenover VIDI heeft verklaard dat hij denkt dat hij bij de verkoop van de auto 4 of 6 sleutels heeft meegeleverd: 2 sleutels voor de tankdop, 2 sleutels voor de kofferbak en 2 sleutels voor zowel de portiersloten als het contactslot. Ook betwist [appellant] dat het door VIDI geraadpleegde bedrijf The Gallery in Brummen voldoende deskundigheid heeft en wijst hij erop dat dat bedrijf zich weliswaar “old timerspecialist” noemt, maar geen specifieke Mercedes-dealer is. Voorts betoogt [appellant] dat de foto’s van sleutels van drie verschillende Mercedes W 114 modellen in het VIDI-rapport niet uitwijzen dat voor portierslot, contactslot, kofferbak en tankdop verschillende sleutels nodig waren. [appellant] heeft als productie 6a voorts een kopie van een stuk overgelegd dat volgens zijn stelling een stamkaart of datakaart is van het type Mercedes 240 D (ofwel W 114), voor het eerst gebouwd in 1974. Deze stamkaart vermeldt onder meer: “Hauptschlüssel alle Schlösser” en daarachter: “H D 4034”, terwijl achter de tekst “Nebenschlüssel (…onleesbaar, hof), Türen und Tank” de letter N staat zonder een ingevuld nummer. Als productie 6b heeft [appellant] een schriftelijke verklaring van ene [X], die volgens [appellant] werkzaam is bij Mercedes-Benz Den Haag, overgelegd, waarin deze verklaart: “Af fabriek is deze auto met één sleutelcode, HD4034, geleverd. Betekend, met één sleutel bediend u alle sloten van de auto.” De verklaring bevat een stempel van Mercedes-Benz Den Haag. Aan het slot van de memorie van grieven heeft [appellant] bewijs aangeboden, “met name door het horen van getuigen die duidelijkheid kunnen verschaffen over het geschil in de onderhavige procedure voor wat betreft het aantal sleutels van de Mercedes met het kenteken [kenteken]”.

6.

[appellant] klaagt ook over het oordeel van de rechtbank dat hij niet volledig en niet consistent heeft verklaard met betrekking tot de door hem na de gemelde diefstal bij Unigarant ingeleverde sleutels. De rechtbank heeft in dit verband overwogen dat [appellant] aanvankelijk heeft verklaard dat de sleutels die hij aan Unigarant heeft gegeven de originele sleutels waren, terwijl hij nu zegt dat het kopieën zijn. [appellant] stelt dat hij na de aankoop van de Mercedes, waarbij hij twee identieke sleutels geleverd kreeg, twee kopieën heeft laten bijmaken. [appellant] stelt verder dat hij de plastic hoesjes van de originele sleutels heeft verwijderd en op de originele sleutels kastjes heeft gemonteerd voor het door hem in de auto ingebouwde alarm. [appellant] voert aan dat hem door Unigarant nooit is gezegd dat hij de originele sleutels moest inleveren, dat hij ten tijde van de diefstal de door hem gemaakte kopieën in gebruik had omdat het alarm stuk was en dat hij daarom de kopieën bij Unigarant heeft ingeleverd. Op dat moment had hij een begin gemaakt met het eraf vijlen van de plastic hoesjes van de kopiesleutels, omdat hij ook op die kopiesleutels kastjes wilde gaan aanbrengen voor het alarm, aldus [appellant]. Nadien heeft hij de originele sleutels weer teruggevonden, zo stelt [appellant]. [appellant] stelt verder dat hij die originele sleutels ter comparitiezitting bij de rechtbank aan Unigarant ter beschikking heeft gesteld voor onderzoek. Wat dit laatste betreft vermeldt het bestreden vonnis onder 4.7 dat [appellant] ter comparitie twee gelijke sleutels heeft getoond waarvan hij heeft verklaard dat dit de originele sleutels zijn die de verkoper destijds aan hem heeft overhandigd.

7.

Unigarant heeft de gestelde diefstal gemotiveerd betwist. Unigarant heeft meer in het bijzonder de echtheid van de schriftelijke verklaring van [X] betwist; volgens Unigarant bleek bij een telefoontje naar de bewuste Mercedes-Benz vestiging te Den Haag dat daar geen persoon met de naam [X] werkzaam is of was. Unigarant handhaaft dan ook haar stelling dat voor het desbetreffende type Mercedes twee verschillende sleutels nodig waren voor het contact- en portierslot respectievelijk voor het slot van de kofferbak. Daarnaast heeft Unigarant de onder 6 weergegeven stellingen van [appellant] betwist.

8.

Nu [appellant] in hoger beroep zijn stellingen voldoende heeft onderbouwd en gemotiveerd, terwijl het verhaal van [appellant] met betrekking tot de kwestie van de originele en de kopiesleutels in hoger beroep in ieder geval consistent is, en Unigarant de gestelde diefstal van de Mercedes gemotiveerd heeft betwist, zal het hof overeenkomstig het bewijsaanbod van [appellant] deze laatste toelaten tot het bewijs van de diefstal. In dit kader kan onder meer aan de orde komen of [appellant], zoals hij stelt, met één sleutel zowel het contact- en portierslot als het kofferbakslot van de Mercedes kon openen en of de twee door [appellant] ter comparitie in eerste aanleg meegebrachte sleutels de originele sleutels zijn die hij bij aankoop van de Mercedes van de verkoper heeft ontvangen, of [appellant] de plastic hoesjes van die sleutels heeft afgehaald en twee kopieën van die sleutels heeft laten maken, waarna hij aan die originele sleutels kastjes heeft gezet voor het alarm, of hij die sleutels op enig moment niet meer gebruikte omdat het alarm stuk was, of hij de twee kopiesleutels in gebruik had ten tijde van de diefstal, of hij op die kopiesleutels ook kastjes wilde aanbrengen en hij daartoe een begin had gemaakt met het eraf vijlen van de plastic hoesjes, of hij die twee kopiesleutels na melding van de diefstal bij Unigarant heeft ingeleverd en hij de twee originele sleutels op enig moment na de diefstal heeft teruggevonden in zijn kelder.

9.

Unigarant betwist tevens de echtheid van een door [appellant] overgelegd taxatierapport van Expertise-bureau […] B.V. waarin de waarde van de Mercedes wordt getaxeerd op € 12.000,-. Unigarant wijst erop dat [appellant] twee verschillende versies van dat rapport heeft overgelegd: aanvankelijk een waarbij als naam van de opdrachtgever op p. 1 van het rapport staat vermeld: “[Y]” en vervolgens een waarbij die naam op p. 1 ontbreekt. Hieruit blijkt volgens Unigarant dat het rapport niet echt is en door [appellant] wordt gebruikt om haar, Unigarant, te misleiden. Unigarant wijst voorts op het grote verschil tussen de getaxeerde waarde en de door [appellant] volgens hemzelf voor de auto betaalde prijs van € 2.300,-, alsmede op de lovende bewoordingen die in het rapport worden gebruikt.

10.

[appellant] heeft gesteld dat zijn zwager [Y] indertijd de taxatie van de Mercedes heeft geregeld omdat hij, [appellant], een tijd in het buitenland zat, hetgeen volgens [appellant] verklaart waarom [Y] als opdrachtgever stond vermeld. [appellant] heeft ter comparitie in eerste aanleg verklaard dat hij niet de naam [Y] van het taxatierapport heeft gehaald. Het verschil tussen de getaxeerde waarde en de aankoopprijs heeft [appellant] verklaard door te stellen dat hij zeer veel werkzaamheden aan de auto heeft verricht, waarmee hij zo’n acht maanden bezig is geweest.

11.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat de naam van de opdrachtgever op de eerste pagina van het rapport is verwijderd, niet leidt tot de conclusie dat het rapport niet echt zou zijn, dan wel geen betrekking zou hebben op de Mercedes van [appellant] waarover het in dit geding gaat. Haar stelling dat de hoogte van het getaxeerde bedrag niet juist kan zijn vanwege het verschil met de door [appellant] betaalde aankoopprijs, heeft Unigarant ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd tegenover de stelling van [appellant] dat hij de auto geheel heeft opgeknapt.

12.

Het voorgaande betekent dat het hof [appellant] zal toelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zijn auto op 1 of 2 september 2009 in de [A-straat] te [plaats] is gestolen.

Beslissing

Het hof:

  • -

    laat [appellant] toe tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zijn auto op 1 of 2 september 2009 in de [A-straat] te [plaats] is gestolen;

  • -

    bepaalt dat, indien [appellant] getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te
    Den Haag ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. H.M. Wattendorff, op 3 februari 2014 om 14.00 uur;

  • -

    bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden januari tot en met maart 2014, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;

  • -

    verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;

  • -

    houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, M.M. Olthof en H.M. Wattendorff en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2013 in aanwezigheid van de griffier.