Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4433

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
07-02-2014
Zaaknummer
200.126.280-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curatele wordt (ook) in hoger beroep niet uitgesproken. Het verzoek daartoe is onvoldoende gegrond. De lichtere maatregel volstaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 13 november 2013

Zaaknummer : 200.126.280/01

Rekestnummer rechtbank : EJ VERZ 12-81888

[de betrokkene],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat mr. J.A.M. Koorn-Harkema te Leiden.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1.

[oudste halfzus],

wonende te[woonplaats],

hierna te noemen: de oudste halfzus (van betrokkene),

2.

[jongste halfzus],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de jongste halfzus (van betrokkene);

3.

[kleinzoon],

wonende te[woonplaats],

de kleinzoon van betrokkene,

hierna te noemen: de kleinzoon (van betrokkene);

4.

[kleindochter],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de aangetrouwde kleindochter (van betrokkene).

5.

[dochter],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

hierna te noemen: de dochter (van betrokkene).

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De betrokkene is op 2 mei 2013 in hoger beroep gekomen van een beschikking van
19 februari 2013 van de rechtbank Den Haag, team kanton Leiden/Gouda, locatie Alphen aan den Rijn.

Bij V-formulier van 2 augustus 2013 heeft mr. Koorn-Harkema verzocht de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen. Voorts was gebleken dat de dochter van de betrokkene niet op een juiste wijze voor de mondelinge behandeling van 7 augustus 2013 was opgeroepen.

Gelet hierop heeft de door het hof op 7 augustus 2013 geplande mondelinge behandeling niet plaatsgevonden.

De dochter van de betrokkene is alsnog op juiste wijze voor de mondelinge behandeling bepaald op 23 oktober 2013 opgeroepen. Zij is niet verschenen.

Het hof heeft vervolgens de beschikking bepaald op heden.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is het verzoek tot ondercuratelestelling van de betrokkene afgewezen en ambtshalve een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene. Tot bewindvoerder is benoemd Jacoba Anna Maria Koorn-Harkema, kantoor houdende te Leiden.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING HOGER BEROEP

1.

In geschil is de afwijzing van het verzoek tot ondercuratelestelling van de betrokkene.

2.

De betrokkene verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat zij alsnog onder curatele wordt gesteld van
mr. J.A.M. Koorn-Harkema, zoals oorspronkelijk op 19 december 2012 is verzocht.

3.

De betrokkene stelt zich op het standpunt dat zij onder curatele moet worden gesteld nu sprake is van een geestelijke stoornis waardoor zij al dan niet met tussenpozen niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen behoorlijk waar te nemen. Zij voert daartoe aan dat zij is opgenomen in een verpleeghuis waar is geconstateerd dat zij sterk dementerend is. Het is daardoor niet mogelijk om met haar volwaardig te communiceren. Voorts is er sprake van een problematische gezinssituatie waardoor er gegronde vrees bestaat dat er niemand bereikt kan worden om ingrijpende (medische) beslissingen ten aanzien van haar te nemen.

4.

Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis, waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Het hof dient, om te kunnen beoordelen of sprake is van een geestelijke stoornis, te worden voorgelicht over de medische situatie van de betrokkene.

5.

Ter onderbouwing van de stelling dat bij de betrokkene sprake is van een geestelijke stoornis die een ondercuratelestelling rechtvaardigt, is in hoger beroep een verklaring van 25 april 2013, ondertekend door [arts], specialist oudergeneeskunde bij Verpleeghuis [X] te [woonplaats], overgelegd met daarin de volgende passage:

“Mijn patiënte mevrouw[de betrokkene], geb. [in]1930, is opgenomen in verpleeghuis [X] te [woonplaats] met evidente cognitieve stoornissen en is niet in staat om zelf haar persoonlijke belangen te behartigen.”

6.

Het hof is, gelet op voormelde verklaring en hetgeen daarnaast aan de hand van de stukken , van oordeel dat niet is komen vast te staan dat bij de betrokkene sprake is van een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 1:378, eerste lid onder a BW, althans dit is niet uit voormelde verklaring en hetgeen overigens is gebleken, af te leiden. Het verzoek is derhalve onvoldoende onderbouwd. Naar het oordeel van het hof gaat een ondercuratelestelling in dit geval te ver en biedt een onderbewindstelling van de goederen van de betrokkene, zoals ambtshalve door de kantonrechter ingesteld, voldoende bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat curatele een zware inperking van persoonlijkheidsrechten is.

7.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd. Mitsdien beslist het hof als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van den Wildenberg, Van Leuven en Kok, bijgestaan door mr. Van der Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 november 2013.