Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4306

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
22-005884-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:1251, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich met onder andere een autorisatie die hij eigenlijk al eerder in had moeten leveren bij zijn voormalige werkgever, toegang verschaft tot het terrein van een stuwadoorsbedrijf te Rotterdam. Daar heeft hij in totaal vier containers weggenomen. De verdachte zou voor deze klus een beloning van € 7.500,- per container krijgen, hetgeen hem een totale winst van € 30.000,- zou opleveren.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 108 dagen en een taakstraf van 140 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005884-12

Parketnummer: 10-721006-12

Datum uitspraak: 13 november 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van

30 oktober 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van honderdachtennegentig dagen met aftrek van voorarrest, waarvan negentig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:

hij op of omstreeks 26 mei 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vier, althans een of meer zeecontainer(s) (met daarin Ferronickel Granules) (te weten (een) container(s) met nummer GATU 096657-0 en/of CSFU 126725-7 en/of CSFU 12260-4 en/of CSFU 126732-3), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Cargadoorsbedrijf [bedrijf] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


2:

hij op of omstreeks 26 mei 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer vals(e) of vervalst(e) (kopie(ën) van) document(en) "Toestemming tot wegvoering", - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd(e) document(en) (door middel van een e-mailbericht) aan

[betrokkene], althans een medewerker van Cargadoorsbedrijf [bedrijf] is/zijn getoond bij het ophalen van vier, althans een of meer zeecontainer(s) (met daarin Ferronickel Granules) (te weten (een) container(s) met nummer GATU 096657-0 en/of CSFU 126725-7 en/of CSFU 12260-4 en/of CSFU 126732-3) en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (een) fictie(f)(ve)/onjuist(e) aangiftenummer(s) en/of

ID-nummer(s) en/of vertegenwoordiger(s) en/of aangever(s) is/zijn gebruikt.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:

hij op 26 mei 2012 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vier zeecontainers met daarin Ferronickel Granules te weten containers met nummer GATU 096657-0 en CSFU 126725-7 en CSFU 126660-4 en CSFU 126732-3), toebehorende aan Cargadoorsbedrijf [bedrijf] en [bedrijf];


2:

hij op 26 mei 2012 te Rotterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse kopieën van documenten "Toestemming tot wegvoering", - zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als waren die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemde documenten

zijn getoond bij het ophalen van vier zeecontainers met daarin Ferronickel Granules te weten containers met nummer GATU 096657-0 en CSFU 126725-7 en CSFU 126660-4 en CSFU 126732-3), toebehorende aan Cargadoorsbedrijf [bedrijf] en [bedrijf].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Door een kennelijke verschrijving was de container met het nummer CSFU 126660-4 in de tenlastelegging onder 1. en 2. vermeld als CSFU 12260-4. Dat is verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Verweren ten aanzien van het bewijs

Namens de verdachte is vrijspraak bepleit omdat hij – zakelijke weergegeven - niet wist dat de kopieën van de zogeheten ‘toestemming tot wegvoering’ vals waren.

Dat verweer wordt verworpen. De verdachte heeft bij de politie erkend dat hij wist dat de documenten vals waren. Daarnaast overweegt het hof als volgt.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de documenten op een ongebruikelijke wijze werden verstrekt, namelijk per post en niet per e-mail of uit handen van de opdrachtgever. Eveneens ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de opdrachtgever slechts bij naam kende, dat hij niet wist waarom en voor wie hij een monster van de zogeheten Ferronickel Granules had ontvangen, dat hem een hoge vergoeding van 7.500,- euro per container in het vooruitzicht was gesteld en dat het ongebruikelijk was dat ter plaatse door een onbekende man 400 euro cash werd betaald voor het wisselen van een band van de door de verdachte gebruikte vrachtwagen tijdens het bewuste transport. Reeds gelet op deze omstandigheden is het niet verwonderlijk dat de verdachte zich voortdurend heeft gerealiseerd dat de documenten vals zijn. De verdachte is daarover heel concreet geweest in zijn politieverklaring: “Ik was zo gestrest als een kip daar met die vervalste papieren. Ik ging kapot van de stress van het acteren die dag. Ik ging helemaal kapot toen het mis ging met uithalen. Drie keer met naar boven gaan omdat het niet goed ging. Ik wist dat ik fout bezig was.” (de op 13 september 2012 aan de verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte, blz. 261 e.v.). Dat de verdachte in de betreffende politieverklaring zich kort na zijn bekentenis in tegenovergestelde zin heeft geuit: ”Ik zal je vertellen dat ik niet wist dat de documenten vals waren.”, doet gelet op de genoemde omstandigheden niet af aan de betrouwbaarheid van de erkenning dat hij wist dat hij fout bezig was en dat de documenten niet klopten.

Namens de verdachte is tevens het verweer gevoerd dat geen sprake is van diefstal omdat de wegnemingshandeling ontbreekt. Het goed is slechts afgegeven nadat medewerkers van de containerterminal daartoe waren bewogen, aldus – zakelijk weergegeven – de raadsvrouw van de verdachte.

Dat verweer wordt eveneens verworpen. Daartoe wordt overwogen dat de verdachte telkens gebruik heeft gemaakt van een valse kopie van een zogeheten ‘toestemming tot wegvoering’ zoals bewezenverklaard onder 2. Het valse document is door de verdachte gebruikt om de containers uit de macht van de rechthebbende te halen. Door het tonen van dat document heeft de verdachte de vier containers bij de terminal meegekregen. Dat daarvoor de medewerking van medewerkers van de containerterminal nodig was die de containers (al dan niet geautomatiseerd) lieten plaatsen op de vrachtwagen, doet er niet aan af dat sprake is van wegneming. Die medewerking is slechts instrumenteel en in wezen niet anders dan wanneer sprake is van een volledig geautomatiseerd afgifteproces zoals bij een geldautomaat. Een dergelijk afgifteproces van geld met een valse pinpas is door de Hoge Raad aangemerkt als het wegnemen van geld met een valse sleutel (vergelijk: HR 8 december 1992, 92739, LJN: ZC8478 en HR 19 april 2005, 02337/04, LJN: AS9237). De feitelijke gang van zaken die uit de bewijsmiddelen blijkt, levert in dit geval daarom een diefstal op. Dat de ‘valse sleutel’ in de tenlastelegging niet als strafverzwarende omstandigheid is opgenomen, doet daar ook overigens niet aan af.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

1 diefstal, meermalen gepleegd;

2: opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van voorarrest waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich met onder andere een autorisatie die hij eigenlijk al eerder in had moeten leveren bij zijn voormalige werkgever, toegang verschaft tot het terrein van stuwadoorsbedrijf [bedrijf] te Rotterdam. Daar heeft hij in totaal vier containers weggenomen.

De verdachte zou voor deze klus een beloning van
€ 7.500,- per container krijgen, hetgeen hem een totale winst van € 30.000,- zou opleveren.

Door aldus te handelen heeft de verdachte slechts aan zijn eigen financiële gewin gedacht en geen rekening gehouden met de belangen van de rechtmatige eigenaren van de goederen en de financiële schade die hij hen hiermee (indirect) heeft toegebracht.

Bovendien schaden diefstallen als de onderhavige het aanzien van de Rotterdamse haven en het vertrouwen in die haven. Als gevolg daarvan lijdt de Nederlandse economie schade. Een haven als die van Rotterdam kan in de huidige tijd slechts naar behoren functioneren als er vertrouwen kan worden gesteld in de personen en papieren die gemoeid zijn met het transport van containers en producten.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 225 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 108 (honderdacht) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf voor de duur van 140 (honderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 70 (zeventig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door

mr. S.K. Welbedacht, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en

mr. R.J. de Bruijn,

in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 november 2013.