Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4165

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
14-10-2013
Datum publicatie
07-11-2013
Zaaknummer
22-000010-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:3708, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal ernstige misdrijven. Zo heeft hij – samen met anderen – gedurende een langere tijd en op geraffineerde wijze een groot aantal auto’s voorzien van een vals VIN-nummer en kenteken, om deze vervolgens te koop aan te bieden.

De verdachte heeft voorts ook anderen in zijn plannen betrokken door hen vervolgens onder valse naam de “omgekatte” auto’s te laten verkopen.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000010-12

Parketnummer: 10-700306-09

Datum uitspraak: 14 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 december 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1961,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 7 december 2012, 4 januari 2013 en 30 september 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 in Rotterdam en/of Staphorst en/of Wassenaar en/of Zwolle en/of Horst aan de Maas en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Achterberg, gemeente Rhenen, en/of Vaassen en/of Joure, gemeente Skarsterlan, en/of Staphorst en/of 's Heer Arendskerke, gemeente Goes, en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Oosterhout en/of Achterberg en/of Vaassen, gemeente Epe, en/of Schiedam en/of elders in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van diefstallen als bedoeld in artikel 310 in combinatie met 311 wetboek van strafrecht en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als bedoeld in artikel 416/1/A wetboek van strafrecht en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek van strafrecht en/of bedrog als bedoeld in artikel 329 wetboek van strafrecht

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en/of het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en/of 225 lid 2 wetboek van strafrecht en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen aanbrengen van valse kentekenplaten, als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafrecht, en/of

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van geld en/of auto's en/of andere goederen en/althans voorwerpen als bedoeld in artikel 420bis lid 1 wetboek van strafrecht, althans het plegen van misdrijven;

2.

primair


hij in of omstreeks de periode 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en/of Staphorst en/of Wassenaar en/of Zwolle en/of Horst aan de Maas en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Achterberg, gemeente Rhenen, en/of Vaassen en/of Joure, gemeente Skarsterlan, en/of 's Heer Arendskerke, gemeente Goes, en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Oosterhout en/of Achterberg en/of Vaassen, gemeente Epe, en/of Schiedam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer (hierna genoemde) (aspirant) kopers van auto('s)/personen heeft bewogen tot de afgifte van (een) (hierna genoemde) geldbedrag(en), in elk geval van enig geldbedrag/goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een auto (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e), VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit en/of

- die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, via een advertentie op www.markplaats.nl te koop aangeboden en/of - nadat een (aspirant) koper zich, via een in die advertentie vermeld telefoonnummer had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging gemaakt en/of (daarbij) een valse naam gebruikt en/of

- nadat de (aspirant) koper verdachte en/of zijn mededader(s) had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/althans voor een te goeder trouw zijnde verkoper en/of zich voorgedaan als beschikkingsbevoegd over de in de advertentie genoemde auto en/of (daarbij) een valse naam gebruikt en/of

- ( aan) die (aspirant) koper die/een auto, voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto behorend(e) VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of (aldus) voorzien van een valse/andere identiteit, laten zien en/of

- ( daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het/de in/bij die auto aanwezige VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs voor die auto was afgegeven en/of (aldus) bij die auto hoorde en/of dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

- ( vervolgens) nadat er een verkoopprijs overeen was gekomen, die auto aan de (aspirant) koper verkocht en/of geleverd en/of

- nadat de auto was geleverd en/of een levering was overeengekomen, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels en/of een (valselijk opgemaakte) factuur, aan die (aspirant) koper overhandigd,

waardoor die (aspirant) koper (vervolgens) (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, immers werd(en) (aldus) (telkens) met betrekking tot:

- een auto, merk en type Volkswagen Caddy met origineel kenteken [kentekennr.1], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr.2] in of omstreeks de periode van 1 juni 2010 tot en met 5 juli 2010 [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 6.892,50 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr.2] Staphorst) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr.3], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr.4] in of omstreeks de periode van 1 juni 2010 tot en met 11 juni 2010 [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] autobedrijf Bv bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 5.750 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr.4] Rotterdam) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Caddy met origineel kenteken [kentekennr. 6], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 5] in of omstreeks de periode van 24 maart 2010 tot en met 2 april 2010 [benadeelde partij 5] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 7.259 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr. 5] Rhenen) en/of

- een auto, merk en type Peugeot 207 met origineel kenteken [kentekennr. 7], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 8] in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 15 juli 2010 [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 14.000 euro, althans een geldbedrag (Peugeot [kentekennr. 8] Vaassen) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 9], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 10] in of omstreek de periode van 24 augustus 2010 tot en met 30 augustus 2010 [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 7.000 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr. 9] Rotterdam) en/of

- een auto, merk en type BMW 318i Touring met origineel kenteken [kentekennr. 11], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 12] in of omstreeks de periode van 9 april 2010 tot en met 11 mei 2010 [benadeelde partij 11] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 16.000 euro, althans een geldbedrag (BMW [kentekennr. 12] 's Heer Arendskerke) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Transporter met origineel kenteken [kentekennr. 13], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 14] in of omstreeks de periode van 4 juni 2010 tot en met 7 juli 2010 [benadeelde partij 12] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 17.600 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr. 14] Oosterhout) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 15], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 16] in of omstreeks de periode van 21 juli 2010 tot en met 26 juli 2010 [benadeelde partij 13] en/of [benadeelde partij 14] (die handelde namens [benadeelde partij 13]) bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 9.600 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr. 16] Boxtel) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 17], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 18] in of omstreeks de periode van 4 mei 2010 tot en met 11 mei 2010 [benadeelde partij 15] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 6.500 euro, althans een geldbedrag (Volkswagen [kentekennr. 18] Ingen);
subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in of omstreeks de periode 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en/of Staphorst en/of Wassenaar en/of Zwolle en/of Horst aan de Maas en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Achterberg, gemeente Rhenen, en/of Vaassen en/of Joure, gemeente Skarsterlan, en/of 's Heer Arendskerke, gemeente Goes, en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Oosterhout en/of Achterberg en/of Vaassen, gemeente Epe, en/of Schiedam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens), als verkoper van:

- een auto, merk en type Volkswagen Caddy met origineel kenteken [kentekennr.1] (toebehorende aan [benadeelde partij 16]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr.2] (Volkswagen [kentekennr.2] Staphorst) en/of - een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr.3] (toebehorende aan [benadeelde partij 17]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr.4] (Volkswagen [kentekennr.4] Rotterdam) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Caddy met origineel kenteken [kentekennr. 6] (toebehorende aan [benadeelde partij 18]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 5] (Volkswagen [kentekennr. 5] Rhenen) en/of

- een auto, merk en type Peugeot 207 met origineel kenteken [kentekennr. 7] (toebehorende aan [benadeelde partij 19]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 8] (Peugeot [kentekennr. 8] Vaassen) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 9] (toebehorende aan [benadeelde partij 20]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 10] (Volkswagen [kentekennr. 9] Rotterdam) en/of

- een auto, merk en type BMW 318i Touring met origineel kenteken [kentekennr. 11] (toebehorende aan [benadeelde partij 21]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 12] (BMW [kentekennr. 12] 's Heer Arenskerke) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Transporter met origineel kenteken [kentekennr. 13] (toebehorende aan [benadeelde partij 22]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 14] (Volkswagen [kentekennr. 14] Oosterhout) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 15] (toebehorende aan [benadeelde partij 23]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 16] (Volkswagen [kentekennr. 16] Boxtel) en/of

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 17] (toebehorende aan [benadeelde partij 24]) (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 18] (Volkswagen [kentekennr. 18] Ingen)

de koper(s) van voornoemde auto('s), te weten [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] en/of [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12] en/of [benadeelde partij 13] en/of [benadeelde partij 14] (die handelde namens [benadeelde partij 13]) en/of [benadeelde partij 15] opzettelijk heeft bedrogen ten opzichte van de aard en/of de hoedanigheid van het geleverde door het aanwenden van listige kunstgrepen, welke listige kunstgrepen hierin hebben bestaan, dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een (of meer) auto('s) heeft (laten) voorzien van (een) ander(e), niet bij die auto('s) behorend(e), VIN-nummer en/of kenteken en/of kentekenplaten en/of kentekenbewijs en/of

- zich heeft uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/althans voor een te goeder trouw zijnde verkoper en/of zich heeft voorgedaan als beschikkingsbevoegd over de voornoemde auto('s);

3.


hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en/of Staphorst en/of Wassenaar en/of Zwolle en/of Horst aan de Maas en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Achterberg, gemeente Rhenen, en/of Vaassen en/of en/of Joure, gemeente Skarsterlan, en/of 's Heer Arendskerke, gemeente Goes, en/of Breda en/of Oudenbosch en/of Oosterhout en/of Achterberg en/of Vaassen, gemeente Epe, en/of Schiedam en/of Krimpen aan den IJssel en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal,

A. (telkens) een of meer auto('s), te weten een

- Volkswagen Caddy, origineel kenteken [kentekennr.1], vals kenteken [kentekennr.2] en/of

- Peugeot 207, origineel kenteken [kentekennr. 7], vals kenteken [kentekennr. 8]

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 9], vals kenteken [kentekennr. 10] en/of

- BMW 318i, origineel kenteken [kentekennr. 11], vals kenteken [kentekennr. 12] en/of

- Volkswagen Transporter, origineel kenteken [kentekennr. 13], vals kenteken [kentekennr. 14], en/of

- Seat Leon, origineel kenteken [kentekennr. 23], vals kenteken [kentekennr. 24] en/of

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 15], vals kenteken [kentekennr. 16] en/of

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 17], vals kenteken [kentekennr. 18] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde auto('s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, te weten diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof

en/of

B. met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer auto('s), te weten een

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 9], vals kenteken [kentekennr. 10] en/of

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 15], vals kenteken [kentekennr. 16],

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 20] en/of [benadeelde partij 24] en/of [benadeelde partij 18] en/of [benadeelde partij 25], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 in Rotterdam en Schiedam en elders in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte en [medeverdachte 1][medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3][medeverdachte 3] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van opzetheling als bedoeld in artikel 416/1/A Wetboek van Strafrecht en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht en/of bedrog als bedoeld in artikel 329 Wetboek van Strafrecht en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van valsheid in geschrifte en het gebruik maken van valse en/of vervalste geschriften als bedoeld in artikel 225 lid 1 en 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen aanbrengen van valse kentekenplaten, als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafrecht, en

- het tezamen en in vereniging met een of meer anderen witwassen van auto's als bedoeld in artikel 420bis lid 1 Wetboek van Strafrecht;

2.

primair


hij in de periode 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en Schiedam en elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen

telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, hierna genoemde (aspirant) kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van hierna genoemde geldbedragen hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- een auto (laten) voorzien van een ander, niet bij die auto behorende, VIN-nummer en kenteken en kentekenplaten en kentekenbewijs en (aldus) (laten) voorzien van een valse/andere identiteit en

- die auto, voorzien van een valse/andere identiteit, via een advertentie op www.markplaats.nl te koop aangeboden en - nadat een (aspirant) koper zich, via een in die advertentie vermeld telefoonnummer had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging gemaakt en daarbij een valse naam gebruikt en

- nadat de (aspirant) koper verdachtes mededader(s) had ontmoet, zich voorgedaan als beschikkingsbevoegd over de in de advertentie genoemde auto en daarbij een valse naam gebruikt en

- aan die (aspirant) koper die auto, voorzien van een valse/andere identiteit, laten zien en

- daarbij/daarmee de indruk gewekt dat het/de in/bij die auto aanwezige VIN-nummer en kenteken en kentekenplaten en kentekenbewijs voor die auto was/waren afgegeven en (aldus) bij die auto hoorden en dat het een "eerlijke" auto betrof en

- ( vervolgens) nadat er een verkoopprijs overeen was gekomen, die auto aan de koper verkocht en geleverd en

- nadat een levering was overeengekomen, de bij die auto aanwezige papieren en sleutels aan die koper overhandigd,

waardoor die koper (vervolgens) telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, immers werden aldus telkens met betrekking tot:

- een auto, merk en type Volkswagen Caddy met origineel kenteken [kentekennr.1], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr.2] in de periode van 1 juni 2010 tot en met 5 juli 2010 [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 6.892,50 euro en

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr.3], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr.4] in de periode van 1 juni 2010 tot en met 11 juni 2010 [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] autobedrijf Bv bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 5.750 euro en

- een auto, merk en type Volkswagen Caddy met origineel kenteken [kentekennr. 6], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 5] in de periode van 24 maart 2010 tot en met 2 april 2010 [benadeelde partij 5] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 7.259 euro en

- een auto, merk en type Peugeot 207 met origineel kenteken [kentekennr. 7], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 8] in de periode van 16 juni 2010 tot en met 15 juli 2010 [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 14.000 euro en

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 9], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 10] in de periode van 24 augustus 2010 tot en met 30 augustus 2010 [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 7.000 euro en

- een auto, merk en type BMW 318i Touring met origineel kenteken [kentekennr. 11], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 12] in de periode van 9 april 2010 tot en met 11 mei 2010 [benadeelde partij 11] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 16.000 euro en

- een auto, merk en type Volkswagen Transporter met origineel kenteken [kentekennr. 13], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 14] in de periode van 4 juni 2010 tot en met 7 juli 2010 [benadeelde partij 12] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 17.600 euro en

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 15], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 16] in de periode van 21 juli 2010 tot en met 26 juli 2010 [benadeelde partij 13] en/of [benadeelde partij 14] (die handelde namens [benadeelde partij 13]) bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 9.600 euro en

- een auto, merk en type Volkswagen Golf met origineel kenteken [kentekennr. 17], (valselijk) voorzien van het kenteken [kentekennr. 18] in de periode van 4 mei 2010 tot en met 11 mei 2010 [benadeelde partij 15] bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 6.500 euro.
3.


hij in de periode van 21 juli 2009 tot en met 11 oktober 2010 te Rotterdam en Schiedam en elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, op verschillende tijdstippen

A. telkens een auto, te weten een

- Volkswagen Caddy, origineel kenteken [kentekennr.1], vals kenteken [kentekennr.2] en

- Peugeot 207, origineel kenteken [kentekennr. 7], vals kenteken [kentekennr. 8] en

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 9], vals kenteken [kentekennr. 10] en

- BMW 318i, origineel kenteken [kentekennr. 11], vals kenteken [kentekennr. 12] en

- Volkswagen Transporter, origineel kenteken [kentekennr. 13], vals kenteken [kentekennr. 14], en

- Seat Leon, origineel kenteken [kentekennr. 23], vals kenteken [kentekennr. 24] en

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 15], vals kenteken [kentekennr. 16] en

- Volkswagen Golf, origineel kenteken [kentekennr. 17], vals kenteken [kentekennr. 18] voorhanden heeft gehad

terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde auto’s telkens wisten, dat het een door misdrijf, te weten diefstal, verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Aanvullende bewijsoverweging

De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] exploiteerden een autobedrijf aan de [adres] te Schiedam, waar ook de medeverdachte [medeverdachte 1][medeverdachte 1] naar eigen zeggen zes dagen per week werkte. In de garage op dat adres zijn benodigdheden voor het zogenoemde omkatten van auto’s aangetroffen, te weten een labelprinter, een graveermachine en een tas met graveermallen en plaatstaal. Dat deze voorwerpen ook daadwerkelijk zijn gebruikt voor het omkatten van auto’s blijkt uit de omstandigheden dat op de printlinten van de labelprinter valse VIN-nummers – maar ook van één auto het originele – van de omgekatte auto’s staan en dat over de originele VIN-nummers van de omgekatte auto’s een plaatje met een nieuw gegraveerd vals VIN-nummer was aangebracht.

Alle veertien in de bewijsmiddelen vermelde auto’s waren gestolen en werden veelal kort na de diefstal door de medeverdachte [medeverdachte 2] via de internetsite www.marktplaats.nl te koop aangeboden. Voor de verkoop van elk van de veertien auto’s werd telkens een nieuw prepaid telefoonnummer in gebruik genomen. Ten tijde van de verkoop waren deze auto’s in het autobedrijf van de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] voorzien van de VIN-nummers en kentekens van soortgelijke auto’s. Bij de verkoop werd tevens gebruik gemaakt van valse kentekenbewijzen.

Bij alle (pogingen tot) verkoop van de auto’s werkten de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] al dan niet met anderen en in wisselende samenstelling nauw samen om de auto te verkopen. Daarbij werd gebruik gemaakt van de valse persoonsgegevens, welke ook werden gebruikt op de valse kentekenbewijzen en in de internetadvertenties. Degene die direct contact hadden met de (aspirant) kopers deden zich telkens voor als beschikkingsbevoegd om de auto te verkopen.

De medeverdachte [medeverdachte 2] voerde soms in het begin de gesprekken met de (aspirant) koper en, als er een afspraak werd gemaakt, werden medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] naar voren geschoven voor nadere onderhandeling of aflevering. Deze maakten daarbij gebruik van valse namen.

Er diende altijd contant te worden betaald aan één van hen. De aflevering van de auto vond altijd plaats op een andere locatie dan het autobedrijf van verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2]. De medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] ontvingen vervolgens na afronding van de verkoop van de auto’s voor hun bemoeienis een vergoeding van de verdachte of de medeverdachte [medeverdachte 2]. Tijdens de feitelijke aflevering van de auto’s waren altijd twee anderen uit de kring van de verdachte en de medeverdachten op de achtergrond aanwezig. Gedurende de gehele verkoop onderhielden de verdachten nauw telefonisch contact met elkaar.

De professionele werkwijze, het aantal auto’s en de intensieve samenwerking tussen de verdachten wijzen op een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, waarin elk van hen een eigen specifieke rol had. De verdachte heeft aan het criminele oogmerk van dit samenwerkingsverband een wezenlijke bijdrage geleverd, zeker ook gelet op het feit dat hij de initiator is van veel van de handelingen.

Het hof is aldus van oordeel dat er sprake is van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr.

Bespreking van de gevoerde verweren

A. Geloofwaardigheid betrokkenheid "[medeverdachte 4]"

Ter verdediging is namens de verdachte bepleit dat de verklaring van de verdachte omtrent de betrokkenheid van [medeverdachte 4] niet als ongeloofwaardig kan worden afgedaan. Er is een kopie van zijn rijbewijs ingebracht en het feit dat de auto’s kant en klaar werden aangeleverd vormt een aanwijzing dat het goede auto’s betrof.

Het hof stelt het navolgende vast.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2010 (Dossier BMW, blz. 221-224), inhoudende de bevindingen naar aanleiding van het onderzoek aangaande verklaringen omtrent ene [medeverdachte 4] (of van [medeverdachte 4]). De verbalisanten relateren dat zij in het bedrijfsprocessensysteem hebben gezocht op de naam van voornoemd persoon, waarbij de achternaam op verschillende manieren is geschreven. Uit de resultaten bleek dat slechts één manspersoon naar voren kwam die een raakvlak had met de zaak Bavaro, zijnde [medeverdachte 4], geboren op [geboortejaar] 1964 te Schiedam. Nader onderzoek wijst uit dat deze [medeverdachte 4] in verschillende registraties voorkomt, waarbij zijn signalement wordt beschreven door verbalisanten. Dit signalement komt evenwel niet overeen met de signalementen die de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] van deze [medeverdachte 4] geven. Onderzoek naar aanleiding van de overige aanknopingspunten uit de verklaringen van de verdachten leveren evenmin een aanwijzing op voor het bestaan van de bedoelde [medeverdachte 4].

Voorts is door de politie een kopie van een rijbewijs ontvangen via de advocaat van de verdachte. Hierover heeft de verdachte verklaard dat het rijbewijs betreft van de persoon genaamd [medeverdachte 4] waarover hij eerder had verklaard.

Uit het proces-verbaal van documentonderzoek (Dossier BMW, blz. 235-238) blijkt dat de fotokopie is onderzocht op valsheid danwel vervalsing. Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat het een fotokopie van een vals, danwel vervalst document betreft.

Hiernaast betrekt het hof in zijn beoordeling dat er bij de verdachte geen facturen, betalingsbewijzen of overboekingen op naam van [medeverdachte 4] zijn aangetroffen, hoewel deze volgens de verdachte meerdere auto's aan hem heeft verkocht.

Wel blijkt uit de getapte telefoongesprekken dat de medeverdachte [medeverdachte 1] zich meermalen telefonisch bedient van de naam [medeverdachte 4] dan wel [medeverdachte 4].

Alle feiten en omstandigheden samen beschouwend is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte over de betrokkenheid van een zekere [medeverdachte 4] niet alleen geen steun vindt in het dossier, maar zelfs op grond van het bovenstaande als ongeloofwaardig moet worden betiteld. Derhalve wordt dit verweer dan ook verworpen.

B. Opgeven valse naam als (voldoende) oplichtingsmiddel

Voorts is namens de verdachte bepleit dat het opgeven van een valse naam of het zich voordoen als eigenaar van de betreffende auto niet doorslaggevend is geweest voor de keuze van de kopers om over te gaan tot aanschaf van de auto.

Het hof overweegt als volgt.

Het aannemen van een valse naam alsmede het zich voordoen als eigenaar (of in ieder geval als beschikkingsbevoegde) maken in casu onderdeel uit van het totaal aan oplichtingsmiddelen waarvan de verdachten zich hebben bediend.

Immers, de verdachte heeft, in vereniging met zijn medeverdachten:

  • -

    zich voorgedaan als particuliere verkoper in plaats van een commerciële partij;

  • -

    een verkoopverhaal afgestemd, waarbij vaak is gefingeerd dat [medeverdachte 2] de zoon is van [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1];

  • -

    bij de levering vervalste kentekenbewijzen overhandigd en soms ook valse onderhoudsboekjes;

  • -

    de auto’s zijn allemaal gedupliceerd, te weten voorzien van een valse kentekenplaat en een VIN-nummer van een bestaande auto (gelijkend op de aangeboden auto), maar werden als "eerlijke" auto aan de verkopers gepresenteerd.

Het is dit totaal aan oplichtingsmiddelen dat de kopers heeft bewogen om voormelde auto's te kopen. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

C. Betrouwbaarheid van toeschrijving van tapgesprekken

Ten slotte is door de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat er onvoldoende in het dossier is verantwoord op basis waarvan de stem van de verdachte is herkend in de getapte telefoongesprekken, hetgeen tot bewijsuitsluiting van de getapte telefoongesprekken zou moeten leiden.

Door het hof is ter terechtzitting d.d. 4 januari 2013 de opdracht verstrekt aan de deskundige prof. dr. A.P.A. Broeders om spraakonderzoek uit te voeren met het doel te bepalen of - op basis van vergelijkingsmateriaal - het betwiste materiaal toe te schrijven is aan de verdachte.

De deskundige Broeders heeft in zijn rapportage terzake de verdachte geconcludeerd als volgt: (blz. 30 van 31).

"De bevindingen van het onderzoek leiden tot de conclusie dat het betwiste materiaal in de onderzochte opnamen, met uitzondering van gesprek B4 82/00211, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid afkomstig is van dezelfde spreker als het onderzochte vergelijkingsmateriaal. Het betwiste materiaal in gesprek B4/82/00211 is waarschijnlijk ook van dezelfde spreker afkomstig".

Het hof neemt deze conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de zijne.

Nu daaruit naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel volgt dat de verdachte aan de in de bewijsmiddelen vermelde getapte telefoongesprekken heeft deelgenomen, wordt het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal ernstige misdrijven. Zo heeft hij – samen met anderen – gedurende een langere tijd en op geraffineerde wijze een groot aantal auto’s voorzien van een vals VIN-nummer en kenteken, om deze vervolgens te koop aan te bieden. Daardoor is aanzienlijke financiele schade ontstaan en is het vertrouwen van burgers in het handelsverkeer en in documenten als kentekenbewijzen beschadigd.

De verdachte heeft voorts ook anderen in zijn plannen betrokken door hen vervolgens onder valse naam de “omgekatte” auto’s te laten verkopen. Ter terechtzitting heeft de verdachte er geen enkel blijk van gegeven ehet onjuiste van zijn handelen in te zien of inzicht te hebben in het nadeel dat daardoor is berokkend, zowel aan de individuele gedupeerden als aan de maatschappij in het algemeen.

Het handelen van de verdachte en zijn mededaders is onder meer gekwalificeerd als het deelnemen aan een criminele organisatie. Bij de straftoemeting ten aanzien van de verdachte heeft het hof in strafverzwarende zin betekenis toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte binnen deze criminele organisatie een initiërende en aansturende rol heeft gehad.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 september 2013, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat in de duur van de eerder door de rechtbank aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf onvoldoende de ernst van verdachtes handelen tot uitdrukking is gebracht en legt aan de verdachte dan ook een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op.

Vorderingen tot schadevergoeding

Vorderingen tot schadevergoeding

Partij [benadeelde partij 26]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 26] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 15.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 13]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 13] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 9.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 13]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 9.600,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 13].

Partij [benadeelde partij 27]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 27] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 23.108.24.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 28]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 28] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 15.874,55.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 29]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 28] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 20.700,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 30]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 30] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 6.079,78.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 12]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 12] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 17.453,33.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 17.453,33 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12].

Partij [benadeelde partij 5]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 5] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 8.519,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 7.259,- materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 7.259,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5].

Partij [benadeelde partij 31]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 31] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 17.900,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 32]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 32] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 15.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 7]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 7] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 14.000,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 7]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 14.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 7].

Partij [benadeelde partij 33]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 33] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 10.600,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Partij [benadeelde partij 34]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 34] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 803,89.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 503,89 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat niet is komen vast te staan dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 34

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 503,89 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer Gelders Staalstraal- en Schildersbedrijf BV.

Partij [benadeelde partij 35]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 35] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 13.296,67.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 824,50 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 35].

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 824,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 35].

Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Terberg Leasing BV.

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 824,50 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer Terberg Leasing BV.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 31 juli 2009 onder parketnummer 10-661333-07 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 63, 140, 326 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair en 3 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 13]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 13] ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 9.600,00 (negenduizend zeshonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 13], een bedrag te betalen van € 9.600,00 (negenduizend zeshonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 83 (drieëntachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 12] ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 17.453,33 (zeventienduizend vierhonderddrieënvijftig euro en drieëndertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 12], een bedrag te betalen van € 17.453,33 (zeventienduizend vierhonderddrieënvijftig euro en drieëndertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 122 (honderdtweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 7.259,00 (zevenduizend tweehonderdnegenenvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 5], een bedrag te betalen van € 7.259,00 (zevenduizend tweehonderdnegenenvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 71 (eenenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van

€ 14.000,00 (veertienduizend euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 7], een bedrag te betalen van € 14.000,00 (veertienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 105 (honderdvijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 34]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 34] ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 503,89 (vijfhonderddrie euro en negenentachtig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 34], een bedrag te betalen van € 503,89 (vijfhonderddrie euro en negenentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 35].

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 35]. ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 824,50 (achthonderdvierentwintig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 35]., een bedrag te betalen van € 824,50 (achthonderdvierentwintig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Verklaart de navolgende benadeelde partijen in hun vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk:

[benadeelde partij 26]

[benadeelde partij 27]

[benadeelde partij 28]

[benadeelde partij 29]

[benadeelde partij 30]

[benadeelde partij 31]

[benadeelde partij 32]

[benadeelde partij 33]

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. P.J. van der Flier, in bijzijn van de griffier mr. R. van den Bosch.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 oktober 2013.

Mr. P.J. van der Flier en de griffier zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.