Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4120

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
09-01-2013
Datum publicatie
02-01-2014
Zaaknummer
200.114.824-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2012:22678
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Minderjarige niet bekwaam hoger beroep in te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 9 januari 2013

Zaaknummer : 200.114.824/01

Rekestnummer rechtbank : JE RK 12-2679

[de minderjarige],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de minderjarige,

advocaat mr. W.G.H. Janssen te Leiden,

tegen

de Stichting Bureau Jeugdzorg te Leiden,

hierna te noemen: Jeugdzorg

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De minderjarige is op 10 oktober 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 2 oktober 2012 van de kinderrechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage.

Bij het hof is voorts van de zijde van de minderjarige op 21 november 2012 een brief van diezelfde datum met een bijlage ingekomen.

Op 23 november 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep, door mr. Lückers als raadsheer-commissaris, mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig:

[moeder], de moeder van minderjarige, bijgestaan door genoemde advocaat;

Jeugdzorg is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank Jeugdzorg gemachtigd om [de minderjarige], geboren [in] 1999 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2], geboren [in] 2003 te [geboorteplaats], gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor crisisopvang en [minderjarige 3], geboren [in] 2008 te [geboorteplaats] (hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen) in een crisispleeggezin van 2 oktober 2012 tot 23 november 2012, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

1.

In geschil is de ontvankelijkheid van de minderjarige ten aanzien van het door haar ingestelde hoger beroep.

2.

Op 21 november 2012 is van de zijde van de minderjarige een brief van diezelfde datum met een bijlage bij het hof ingekomen. In die brief heeft de advocaat van de minderjarige een gewijzigd voorblad meegezonden, met de mededeling dat ten onrechte de naam van een van de kinderen in plaats van [moeder] (hierna: de moeder) als de verzoeker (appellant) is opgenomen. Hij stelt zich op het standpunt dat sprake is van een schrijffout en hij verzoekt het hof het voorblad te wijzigen.

3.

Het hof is van oordeel dat deze klaarblijkelijke “verschrijving” niet via een brief kan worden hersteld. Aangezien de appeltermijn nog loopt tot 2 januari 2013, kan de moeder, zoals haar ter zitting door het hof uitdrukkelijk is medegedeeld, binnen die termijn opnieuw beroep instellen tegen de beschikking.

4.

Het voorgaande leidt ertoe dat de minderjarige niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar hoger beroep nu zij zelf als minderjarige niet bekwaam is hoger beroep in te stellen.

5.

Mitsdien beslist het hof als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de minderjarige niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Hansler als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2013.