Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:4026

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17-09-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
200.122.575/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Verdeling. Veroordeling tot meewerken aan te koop zetten woning. Miachtiging tot ondertekenen noodzakelijke documenten. Dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel

Rolnummer : 200.122.575/01

Rol-/zaaknummer rechtbank : C/09/431325/ KG ZA 12-1282

arrest van de familiekamer d.d. 17 september 2013

inzake

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. A.B. Sluijs te Leiden,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. A.M. Buitenhuis te Nieuw-Vennep.

Het geding

De vrouw is bij exploot van 21 februari 2013 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 25 januari 2013, gewezen tussen de man als eiser in conventie, verweerder in reconventie en de vrouw als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna: het bestreden vonnis. In de appeldagvaarding heeft de vrouw vier grieven geformuleerd en zij heeft zes producties bijgevoegd. Het verzoek van de vrouw, de zaak als een spoedappel te behandelen, is op 27 februari 2013 door de rolraadsheer afgewezen. Ter rolzitting van 5 maart 2013 heeft de vrouw mondeling voor eis geconcludeerd.

De man heeft ter rolzitting van 7 mei 2013 een memorie van antwoord ingediend, waarbij zeven producties zijn overgelegd.

De vrouw heeft arrest gevraagd en beide partijen hebben hun procesdossiers overgelegd.

Beoordeling van het hoger beroep

1.

Tegen de feiten zoals deze door de voorzieningenrechter onder ‘1’ in het bestreden vonnis zijn opgenomen is geen grief gericht, zodat het hof van die feiten zal uitgaan.

2.

In het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter de vorderingen in conventie afgewezen en bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt. In reconventie heeft de voorzieningenrechter de man veroordeeld om binnen zeven dagen na de betekening van het vonnis, eraan mee te werken dat de woning aan het [adres A] te koop wordt gezet door gezamenlijk met de vrouw opdracht tot verkoop te geven aan Rijnland Makelaardij te Leiderdorp en hiertoe alle noodzakelijke documenten te ondertekenen. Voorts is bepaald dat het bestreden vonnis in de plaats wordt gesteld van de machtiging van de man aan Rijnland Makelaardij indien de man niet binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis hieraan voldoet. Het vonnis is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Verder is bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt en is het meer of anders gevorderde afgewezen.

3.

De vrouw (het hof leest:) vordert dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad het bestreden vonnis gedeeltelijk zal vernietigen voor zover hetgeen in reconventie door de vrouw is gevorderd onder I, III, IV, V en VI is afgewezen en opnieuw, rechtdoende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

de man zal veroordelen om binnen dertig dagen na betekening van het te wijzen vonnis mee te werken aan de notariële levering van het eigendomsaandeel van de vrouw in de woning aan het [adres B] aan de man, onder gelijktijdige voldoening van € 55.000, - aan de vrouw, subsidiair een bedrag ad € 49.125,-, waarbij de aan de levering verbonden kosten voor rekening komen van beide partijen, ieder voor de helft, dan wel een beslissing te nemen, zoals het hof in goede justitie zal vermenen te behoren;

te bepalen dat de man aan de vrouw een dwangsom verschuldigd is van € 1.000, - per dag of een gedeelte van een dag voor zover de man niet of niet tijdig aan het onder I. gevorderde voldoet;

te bepalen dat dit vonnis in de plaats wordt gesteld van de machtiging van de man aan de notaris, als gevorderd onder I. indien de man niet binnen zeven dagen na betekening van dit arrest daaraan voldoet;

de man te veroordelen om de vanaf 12 januari 2012 ontstane en nog te ontstane schade voor de vrouw, vanwege de waardedalingen van de woningen op het [adres A] en[adres B] en het niet meewerken van de man aan de levering van zijn eigendomsaandeel in de woning op het [adres B] te vergoeden, middels een voorschot op de schadevergoeding, berekend op € 5.000 – aan waardevermindering en wettelijke rente te voldoen binnen zeven dagen na betekening van dit arrest op een door haar gewenste bankrekening;

de man te veroordelen in de kosten van beide instanties en in de nakosten ad € 131, -, dan wel, indien betekening van dit arrest plaatsvindt, ad € 199, -, met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het in deze te wijzen arrest.

4.

De man concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar hoger beroep, dan wel tot ongegrondverklaring daarvan en van de grieven, zulks onder bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van de vrouw in de kosten van het hoger beroep.

5.

De man voert als meest verstrekkende verweer dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Kort na het bestreden vonnis zijn partijen het eens geworden over een taxatie van[adres B] en is [adres A] te koop gezet.

6.

Het hof stelt voorop dat, indien in hoger beroep de vraag voor ligt of een in kort geding verlangde voorziening, hetzij na toewijzing daarvan hetzij na weigering daarvan door de voorzieningenrechter, in hoger beroep voor toewijzing in aanmerking komt, ook in hoger beroep, zonodig ambtshalve, mede dient te worden beoordeeld of de eisende partij ten tijde van het arrest van het hof bij die voorziening een spoedeisend belang heeft (vgl. HR 31 mei 2002, LJN: AE3437, NJ 2003, 343). Het hof oordeelt dat hiervan geen sprake is en overweegt daartoe als volgt.

7.

Bij beschikking van 12 januari 2012 heeft de rechtbank de wijze van verdeling vastgesteld. Het eigendomsaandeel van partijen in de woning (de helft) [adres B] is aan de man toegedeeld. De woning behoort voor de helft mede in eigendom toe aan de dochter van partijen.

Tussen partijen staat vast dat - na het bestreden vonnis - de woning aan het [adres B] inmiddels is getaxeerd. Voorts staat vast dat de woning aan het [adres A] - na het bestreden vonnis - te koop is gezet. Daarmee zijn de twee grootste obstakels om te komen tot de effectuering van de verdeling reeds vóór het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep weggenomen. De man heeft aangevoerd eerst op het moment van verkoop van de woning [adres A] in staat te zijn aan de vrouw het haar toekomende bedrag uit de woning [adres B] te voldoen. Het hof is van oordeel dat van de man niet is te vergen reeds nu een bedrag wegens overbedeling aan de vrouw te voldoen nu voor het overige de verdeling nog niet kan worden geëffectueerd. Zodra de woning[adres A] is verkocht zullen partijen de verdeling in zijn geheel kunnen effectueren en kan exact worden bepaald welk geldbedrag nog aan de vrouw en welk bedrag nog aan de man toekomt. Ook ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding acht het hof geen spoedeisend belang aanwezig.

8.

Het vorenstaande leidt er toe dat het hof niet aan een beoordeling van de grieven van de vrouw toekomt. Nu daarmee de vorderingen van de vrouw worden afgewezen zal het hof het bestreden vonnis bekrachtigen.

9.

De vrouw zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten in hoger beroep worden veroordeeld.

10.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt de vrouw in de kosten van de procedure in hoger beroep ten bedrage van

€ 1.193,-, zijnde € 299,- aan griffierecht en € 894,- aan salaris advocaat en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Mink, Husson en Van Dijk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2013 in aanwezigheid van de griffier.