Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:3826

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
22-001116-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde (woningoverval) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-001116-13

Parketnummer: 09-711423-12

Datum uitspraak: 3 oktober 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 26 februari 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Cuba) op [geboortejaar] 1983,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 12 juni 2013 en – na tussenarrest van 26 juni 2013 - 19 september 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 september 2012 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Iphone en/of (een) computer(s) en/of (een) laptop(s) en/of een videocamera en/of een fototoestel en/of (een) bankpas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- beetpakken bij de nek van die [benadeelde partij] en/of

- ( vervolgens) die [benadeelde partij] tegen de grond drukken en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde partij] zeggen: "ga op het bed liggen" en/of

- ( vervolgens) vastbinden van de pols(en) en/of voeten van die [benadeelde partij] en/of

- ( vervolgens) een kledingstuk over het hoofd en/of gezicht van die [benadeelde partij] leggen/doen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Anders dan de advocaat-generaal is het hof op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat het de verdachte is die het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Het hof komt tot dit oordeel op grond van het volgende.

Op 27 september 2012 is er in een woning te Leidschendam een overval gepleegd waarbij geweld is gebruikt en onder andere laptops en een Iphone zijn weggenomen. De aangever [benadeelde partij] heeft verklaard dat één van de daders een man genaamd ‘[naam]’ was; de tweede dader was volgens hem een Arabische man.

Voorafgaande aan de woningoverval is er door de twee daders met de telefoon welke onder [getuige] in zijn woonhuis tijdens zijn aanhouding in beslag is genomen gecommuniceerd met de telefoon met nummer [telnr.]. In dit contact is gecommuniceerd in onder andere de Arabische taal met een Marokkaans dialect. Eén van de daders was, direct voorafgaande aan de overval, al in de woning aanwezig, de andere werd door de eerstbedoelde dader verteld hoe deze in de woning moest komen.

Het hof heeft bij tussenarrest van 26 juni 2013 de advocaat-generaal verzocht nader onderzoek te laten verrichten naar de vraag of de verdachte enige beheersing heeft van de Arabische taal met Marokkaans dialect waarin onderdelen van de sms-berichten van 26 en 27 september 2012 zijn gesteld. Voorts heeft het hof het noodzakelijk geacht om de medeverdachte als getuige op een nadere terechtzitting te (doen) horen.

Op 17 september 2013 is er een aanvullend proces-verbaal opgemaakt door de politie Haaglanden waarin –kort samengevat- het volgende is gerelateerd.

De sms-berichten waren verzonden op 26 en 27 september 2012, een dag voor de overval en de dag van de overval. De sms-berichten waren volgens een tolk geschreven in de Arabische taal met Marokkaans dialect en Engelse taal. Uit deze sms-berichten blijkt dat [getuigej] de sms-berichten in de Arabische taal met Marokkaans dialect verzond aan [verdachte]. Van de sms-berichten die [getuige] ontving van [verdachte] was bericht nummer 55 in de Arabische taal met Marokkaans dialect gesteld. Het vermoeden bestaat dat [verdachte] de Arabische taal met Marokkaans dialect begrijpt.

Het vorenstaande rechtvaardigt naar het oordeel van het hof niet de harde conclusie dat [getuige] met de verdachte aan het sms’en was en het de verdachte was die op de hiervoor genoemde data de telefoon met het nummer [telnr.] ook feitelijk gebruikt heeft.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 19 september 2013 is [getuige] als getuige gehoord. De getuige heeft verklaard dat hij zich in de woning bevond ten tijde van de overval, maar dat de verdachte [verdachte] er niet bij was.

Daarnaast heeft hij verklaard dat hij met de verdachte louter in de Engelse taal communiceert en dat het niet de verdachte is geweest met wie hij bedoelde sms-contacten onderhield.

Het hof heeft ter terechtzitting geconstateerd dat zowel de verdachte als de getuige vloeiend Engels spreekt.

De verdachte heeft van meet af aan ontkend bij de overval in de bewuste woning betrokken te zijn geweest.

Nu er gerede twijfel bestaat over de vraag of de verdachte kan communiceren in de Arabische taal met een Marokkaans dialect en de getuige [getuige] ter terechtzitting in hoger beroep van 19 september 2013 heeft verklaard dat hij (getuige) wel in de woning was maar niet de verdachte, kan naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde woningoverval, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. I.P.A. van Engelen,

in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 oktober 2013.