Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:3824

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-09-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
22-000784-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een buitengewoon opsporingsambtenaar die was belast met controle van vervoerbewijzen in de trein, en aan mishandeling van de hoofdmedewerker arrestantenzorg van de politie Rotterdam-Rijnmond.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000784-13

Parketnummers: 09-156695-11 en 09-024991-12 (ttz gev.)

Datum uitspraak: 18 september 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 7 december 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortejaar] 1984,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in penitentiaire inrichting PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 september 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is bij een tweetal inleidende dagvaardingen – welke dagvaardingen, nu de zaken in eerste aanleg zijn gevoegd, door het hof zijn doorgenummerd - ten laste gelegd dat:

(parketnummer 09-156695-11)

hij op of omstreeks 11 mei 2011 te Leiden opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde partij 1], buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Wie zijn jullie dan wel stelletje kankerpipo's en kankersjappies", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

(parketnummer 09-024991-12)

2.


hij op of omstreeks 12 juni 2011 te Rotterdam, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [benadeelde partij 2], hoofdmedewerker arrestantenverzorger van politie Rotterdam-Rijnmond, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, tegen het oor, althans tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota - betoogd dat het openbaar ministerie ter zake van het onder 2 ten laste gelegde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte. De raadsman heeft daartoe aangevoerd – kort samengevat - dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim bij het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, nu de politie heeft nagelaten de camerabeelden - die beschikbaar moeten zijn geweest - van het vermeende incident te bekijken en daarvan een proces-verbaal op te maken en die camerabeelden - die mogelijk ontlastend bewijs hadden kunnen opleveren - blijkens mededeling van de politie d.d. 8 augustus 2013 thans niet meer opvraagbaar zijn. Hierdoor is het recht op een eerlijk proces op ernstige wijze geschonden, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Hoewel te betreuren valt dat de betreffende camerabeelden niet door de politie zijn bekeken en/of bewaard, is het hof van oordeel dat het niet bekijken en/of bewaren van camerabeelden afkomstig van een bewakingscamera in een cellencomplex in dit geval geen onherstelbaar vormverzuim bij het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering oplevert. Het hof overweegt daartoe allereerst dat er geen rechtsregel is die met zich meebrengt dat een dermate uitputtend onderzoek naar een (in casu eenvoudig) strafbaar feit moet worden verricht, dat eventuele camerabeelden van een incident dat zich afspeelt in een cellencomplex te allen tijde moeten worden bekeken en/of bewaard. Daarnaast heeft het hof bij de beoordeling van het verweer in aanmerking genomen dat de verdachte tegenover de politie geen verklaring heeft afgelegd omtrent het gebeurde op 12 juni 2011, dat het verzoek tot voeging in het procesdossier van de betreffende camerabeelden eerst bij appelschriftuur d.d. 27 februari 2013 door de raadsman  die de verdachte ook in eerste aanleg bijstond - is gedaan, en dat de politieambtenaren jegens wie, respectievelijk in aanwezigheid van wie, het incident heeft plaatsgevonden ter terechtzitting in hoger beroep onder ede een verklaring hebben afgelegd omtrent het gebeurde.

Het hof ziet dan ook geen reden om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging, noch om tot strafvermindering, zoals subsidiair door de verdediging is bepleit, over te gaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 mei 2011 te Leiden opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [benadeelde partij 1], buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Wie zijn jullie dan wel stelletje kankerpipo's en kankersjappies";


2.


hij op 12 juni 2011 te Rotterdam, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [benadeelde partij 2], hoofdmedewerker arrestantenverzorger van politie Rotterdam-Rijnmond, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, tegen het oor heeft geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar pijn heeft ondervonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsook op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een buitengewoon opsporingsambtenaar die was belast met controle van vervoerbewijzen in de trein, en aan mishandeling van de hoofdmedewerker arrestantenzorg van de politie Rotterdam-Rijnmond, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard. Aldus heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de (lichamelijke) integriteit van de slachtoffers. Dergelijk gedrag getuigt bovendien van een flagrant gebrek aan respect voor de betreffende ambtenaren en het door hen vertegenwoordigde openbaar gezag. Daartegen dient naar het oordeel van het hof streng te worden opgetreden.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 augustus 2013, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 266, 267, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. J.W. van Rijkom, in bijzijn van de griffier mr. H. Biemond.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 september 2013.